Wijzigingen Officiële bron
Wet van 12 mei 2005 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met decentralisatie van de vervangingsuitgaven en van de wachtgelduitgaven (decentralisatie vervangingsuitgaven en wachtgelduitgaven vo)Wijzigingswet Wet op het voortgezet onderwijs (decentralisatie vervangingsuitgaven en wachtgelduitgaven vo) Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bevoegde gezagsorganen in het voortgezet onderwijs zelf verantwoordelijkheid te laten dragen voor de vervanging bij afwezigheid van personeel;

dat het tevens wenselijk is bevoegde gezagsorganen in het voortgezet onderwijs zelf verantwoordelijkheid te laten dragen voor kosten van werkloosheidsuitkeringen;

dat het met het oog daarop noodzakelijk is de Wet op het voortgezet onderwijs aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage12 mei 2005BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ,M. J. A. van derHoevenDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,C. P.Veermande veertiende juni 2005De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

De rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel:

Artikel 96o, eerste en vierde tot en met zevende lid, en artikel 96q.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel blijven van kracht met betrekking tot de bekostiging, bedoeld in artikel 96m, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voorzover de inhoudingen op grond van genoemde artikelen betrekking hebben op de periode tot de inwerkingtreding van dit artikel.

Artikel 96o, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van dit artikel blijft van kracht met betrekking tot de bekostiging, bedoeld in artikel 96m, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor zover de inhoudingen op grond van eerstgenoemd artikellid betrekking hebben op de periode tot de inwerkingtreding van dit artikel.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.