Wet · BWBR0018329

Wet financiële dienstverlening

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 12 mei 2005, houdende regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening)Wet financiële dienstverlening Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen voor de financiële dienstverlening;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage12 mei 2005BeatrixDe Minister van Financiën ,G.Zalmde vijfde juli 2005De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt – voor zover niet anders is bepaald – verstaan onder:

Hetgeen bij of krachtens de paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 is bepaald, is, met uitzondering van artikel 37, niet van toepassing op herverzekeringsbemiddeling.

Ingeval van financiële diensten ten aanzien van een verzekering of ten aanzien van een financieel product dat bestaat uit een combinatie van financiële producten waarvan een verzekering deel uitmaakt, wordt voor de toepassing van deze wet met uitzondering van de artikelen 40 en 41 onder consument mede verstaan de in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelende natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een financiële dienstverlener een financiële dienst verleent of aan wie deze voornemens is een financiële dienst te verlenen.

Voor de toepassing van deze wet wordt onder aanbieden van een financieel product mede verstaan het als wederpartij aangaan, beheren of uitvoeren van een overeenkomst met een consument inzake een financieel product.

Paragraaf 2 van hoofdstuk 3 is niet van toepassing op financiële diensten ten aanzien van de verzekering van grote risico’s als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Het is verboden in of vanuit Nederland een financiële dienst te verlenen zonder daartoe van de toezichthouder een vergunning te hebben verkregen.

De toezichthouder kan de voorschriften en beperkingen, bedoeld in de artikelen 11, derde lid, en 18, tweede lid, wijzigen, aanvullen of intrekken, alsnog voorschriften verbinden of beperkingen stellen aan een vergunning of ontheffing, dan wel de vergunning of ontheffing intrekken:

De bemiddelaar in verzekeringen en de herverzekeringsbemiddelaar beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de informatievoorziening aan de consument door de financiële dienstverlener.

Indien de financiële dienstverlener werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt hij er zorg voor dat deze derde bij de uitvoering van die werkzaamheden de regels die bij of krachtens deze wet zijn gesteld ten aanzien van die werkzaamheden naleeft. Het uitbesteden van werkzaamheden aan een derde is niet toegestaan indien hierdoor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt gehinderd.

De aanbieder draagt ervoor zorg dat de verbonden bemiddelaar, via welke hij overeenkomsten met consumenten aangaat, voldoet aan hetgeen bij en krachtens deze wet is bepaald.

Degene die tot een melding op de voet van artikel 47 is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.

Financiële dienstverleners stellen elkaar over en weer in staat te voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, voor zover zij daarvoor van elkaar afhankelijk zijn.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de in deze paragraaf geregelde verhoudingen tussen financiële dienstverleners.

De aanbieder van krediet neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie.

Een gemeentelijke kredietbank wordt opgericht en opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van burgemeester en wethouders. Het besluit wordt onderworpen aan de goedkeuring van gedeputeerde staten.

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op financiële dienstverlening inzake verzekeringen.

Het bepaalde in deze paragraaf met betrekking tot de verhouding tussen de aanbieder en de bemiddelaar is van overeenkomstige toepassing op:

Een verzekering welke door bemiddeling van een bemiddelaar tot stand is gekomen of naar de portefeuille van een bemiddelaar is overgeboekt behoort in de relatie tot de betrokken aanbieder tot de portefeuille van die bemiddelaar zolang die verzekering daaruit niet is overgeboekt.

Het toezicht op de naleving van hetgeen bij en krachtens deze wet is bepaald, berust bij de toezichthouder.

De toezichthouder verstrekt Onze Minister desgevraagd de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften en algemene beleidsvoornemens, voor zover deze betrekking hebben op het gedrag van financiële dienstverleners jegens consumenten en op het adequaat functioneren van de financiële markten.

Onze Minister kan de toezichthouder voorschriften geven ter implementatie van richtlijnen van de Raad van de Europese Unie dan wel van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk op het gebied van financiële dienstverlening in de zin van deze wet.

Ten aanzien van de personen die door de toezichthouder zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die de toezichthouder heeft op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien een onderzoek als bedoeld in artikel 95 wordt ingesteld, degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden.

Degene jegens wie door de toezichthouder een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

De toezichthouder kan, in afwijking van artikel 84, teneinde de naleving van de wet te bevorderen ter openbare kennis brengen:

Degene jegens wie door de toezichthouder een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat de toezichthouder zijn handelen of nalaten op grond van artikel 85 ter openbare kennis zal brengen, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De beschikking om op grond van artikel 85 een feit ter openbare kennis te brengen vermeldt in ieder geval:

Tenzij de bevordering van de naleving van deze wet geen uitstel toelaat, wordt de werking van de beschikking om op grond van artikel 85 een feit ter openbare kennis te brengen opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

In afwijking van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de beschikking in werking op de dag waarop het feit ter openbare kennis is gebracht zonder dat de werking voor de duur van de beroepstermijn of, indien beroep is ingesteld, van het beroep wordt opgeschort, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

De werkzaamheden in verband met het op grond van artikel 85 ter openbare kennis brengen van een feit worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van het feit en het daaraan voorafgaande onderzoek.

De toezichthouder kan de kosten die zijn verbonden aan de uitvoering van het toezicht op de naleving van deze wet volgens bij ministeriële regeling te stellen regels in rekening brengen bij financiële dienstverleners. Tot de kosten behoren tevens de kosten die hij heeft gemaakt ter voorbereiding van de uitvoering van deze wet.

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Van hetgeen bij of krachtens de artikelen 40 en 41 is bepaald, kan niet ten nadele van de consument worden afgeweken.

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Wijzigt de Wet bescherming persoonsgegevens.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Wijzigt de Colportagewet.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Faillissementswet.

Wijzigt de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.

Wijzigt de Wet identificatie bij dienstverlening.

Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.

Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Wijzigt de Wet op het consumentenkrediet.

De Wet assurantiebemiddelingsbedrijf wordt ingetrokken.

Onze Minister zendt binnen 4 jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na 5 jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiële dienstverlening.

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

Voor de toepassing van deze bijlage worden de volgende financiële dienstverleners onderscheiden:

Op grond van artikel 76, tweede lid, van deze wet behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld.