Ministeriële regeling · BWBR0018367

Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 30 mei 2005, nr. MJZ2005046069, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, tot opheffing van knelpunten in de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing of ter versnelling van dat proces, in het jaar 2005 (Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005)Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 20, eerste lid, van de Wet stedelijke vernieuwing;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag30 mei 2005De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S.M.Dekker

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan:

Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan uitsluitend worden aangevraagd door burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2 hebben in elk geval betrekking op een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.

Aanvragen hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in prioritaire wijken waarover de aanvragende gemeente in het kader van de aanpak van die wijken naar het oordeel van de minister op voldoende wijze afspraken heeft gemaakt met de bij die wijk betrokken lokale partijen.

Per wijk als bedoeld in artikel 5 wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt gericht aan de minister en wordt bij brief vóór 1 september 2005 ingediend.

Een aanvraag tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:

De minister beoordeelt de aanvragen tot verlening van subsidie volgens een tendersysteem waarbij de criteria voor het bepalen van de rangorde zijn:

De minister kan een aanvraag tot verlening van subsidie afwijzen of een lagere subsidie dan aangevraagd verlenen, indien:

De minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies.

Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister de verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke die subsidie is verleend wijzigen of intrekken indien:

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005.

PROTOCOL TEN AANZIEN VAN ACCOUNTANTSVERKLARINGEN BIJ DE VERKLARING OMTRENT DE BESTEDING VAN HET BEDRAG VAN DE VERLEENDE SUBSIDIE

1. De accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in staat te stellen de juistheid van de verstrekte subsidie te beoordelen.

2. De accountant controleert bij de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie in elk geval of de verleende subsidie betrekking heeft op c.q. juist is toegerekend aan de wijk, de verleende subsidie in zijn geheel is besteed overeenkomstig de (meest recente) beschikking tot verlening van de subsidie en de eventuele daaraan verbonden verplichtingen

3. De accountant stelt vast dat de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie is ingericht overeenkomstig het in bijlage III bij de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 opgenomen model.

4. De accountant controleert de naleving van de aan de verlening van de subsidie en de verleende voorschotten verbonden verplichtingen.

5. De accountant stelt het getrouwe beeld van de verklaring vast in overeenstemming met de hiervoor gestelde eisen. De accountant vermeldt in aanvulling op zijn verklaring in een afzonderlijk rapport zijn bevindingen ten aanzien van de controle, voorzover die van belang zijn geweest bij de oordeelsvorming.

6. De accountant voert zijn werkzaamheden uit rekening houdend met een redelijke mate van zekerheid van de gegevens opgenomen in de verklaring en een onnauwkeurigheid van maximaal 1%.

7. De accountant stelt een goedkeurende verklaring op conform het model dat hierna in onderdeel B is opgenomen.

8. De accountant laat een niet-goedkeurende accountantsverklaring zo goed mogelijk aansluiten op de indeling die in het hierna in onderdeel B opgenomen model is gegeven en laat in de verklaring de aard en het gewicht van de tekortkomingen expliciet tot uitdrukking komen. De accountant richt die verklaring in met inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor accountants-administratieconsulenten.

MODEL VAN EEN ACCOUNTANTSVERKLARING BIJ DE VERKLARING OMTRENT DE BESTEDING VAN HET BEDRAG VAN DE VERLEENDE SUBSIDIE

Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Plaats,

Datum,

Ondertekening,

Op grond van artikel 17, tweede lid, onder a, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005, hebben wij de bijgevoegde en door ons gewaarmerkte verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie van de gemeente ……… (naam gemeente) ten behoeve van de wijk ……………. (naam wijk) gecontroleerd. De verklaring is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de te dezen gerechtigde vertegenwoordigers van de gemeente waaraan de bijdrage is verleend. Het is onze verantwoordelijkheid om een accountantsverklaring inzake deze verklaring te verstrekken.

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Verder hebben wij in onze werkzaamheden betrokken de richtlijnen zoals opgenomen in het in onderdeel A van bijlage V bij de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 opgenomen protocol. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verklaring geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Wij zijn van oordeel dat:

PROTOCOL TEN AANZIEN VAN HET RAPPORT VAN BEVINDINGEN OMTRENT DE BETROUWBAARHEID VAN HET GEMEENTELIJK REGISTRATIESYSTEEM

Iedere gemeente zal op eigen wijze haar registratiesystemen hebben ingericht, als gevolg waarvan er geen eenduidig normenkader bestaat. De inrichting van dit soort systemen valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waaronder begrepen de verantwoordelijkheid voor een adequate AO/IC. De beoordeling van de indicatoren is eveneens maatwerk en niet voor te schrijven aan de gemeenten.

De bemoeienis van de accountant richt zich in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie mogelijk maakt van de resultaten omtrent de op te heffen knelpunten respectievelijk de te bereiken versnellingen.

Het verslag gaat vergezeld van een door de accountant opgesteld rapport van bevindingen met betrekking tot de beoordeling van de registratiesystemen vanuit het oogpunt of deze systemen een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk hebben gemaakt. De rapportage heeft betrekking op de periode van twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend.

Dit impliceert betrokkenheid van de accountant vanaf de start van de periode.

De mogelijkheid kan zich voordoen dat de systemen met betrekking tot het genereren van gegevens bij aanvang van de periode nog niet geheel adequaat zijn ingericht. De accountant rapporteert dan zijn bevindingen en aanbevelingen hierover tijdig en periodiek aan het College van B&W (als verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering), waarbij hij tevens aandacht schenkt aan het groeipad naar de gewenste situatie.

Ten aanzien van de registratiesystemen kan een onderscheid worden gemaakt in systemen waarin documenten en gegevens uit externe gezaghebbende bron worden verwerkt en interne registratiesystemen waarvan de gegevens door de gemeente zelf worden bijgehouden.

In het eerste geval zal de bemoeienis van de accountant beperkter kunnen zijn, in ieder geval dient de accountant vast te stellen dat de gegevens zijn ontleend aan de gezaghebbende externe bronnen en dat de uitkomsten zijn opgenomen in de verantwoording.

In het tweede geval zal de beoordeling breder zijn. De bemoeienis van de accountant richt zich bij de lokale registratiesystemen in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maakt.

De volgende aandachtspunten kunnen hierbij als handreiking dienen: