Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 juli 2005, houdende de vaststelling van de landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing en nadere regels omtrent het ontwikkelingsprogramma (Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005)Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 maart 2005, nr. MJZ2005025787, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel 7, tweede lid, van de Wet stedelijke vernieuwing;

De Raad van State gehoord (advies van 11 mei 2005, nr. W08.05.0073/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juli 2005, nr. MJZ2005163763, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle23 juli 2005BeatrixDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,S. M.Dekkerdertigste augustus 2005De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In dit besluit wordt verstaan onder:

De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing zijn:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag die acht weken ligt na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2005.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.

De in bovenvermeld artikel gevraagde vermeldingen komen tot stand met inachtneming van de volgende definities en uitgangspunten.

Interventiewaarde: op voet van de Wet bodembescherming vastgestelde waarde met behulp waarvan kan worden bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van die wet.

Interventiewaardecontour: dat deel van de grond of het grondwater waar de verontreiniging groter is dan de interventiewaarde.

IJkmoment: het bij langlopende grondwatersaneringen in het saneringsplan van de locatie bepaalde ijkmoment.

Waar gevraagd wordt om vermelding van het aantal te verrichten onderzoeken wordt het aantal te verrichten uitvoeringsprojecten van onderzoek vermeld, waaronder zowel oriënterend onderzoek (OO) als nader onderzoek (NO) is begrepen. Onder oriënterend onderzoek vallen ook alle «eerste onderzoeken», zoals verkennend en indicatief onderzoek. Toetsingen van verkennende onderzoeken van derden in het kader van de bouwvergunningverlening tellen pas mee wanneer hierop een beschikking als bedoeld in artikel 29 of 37 van de Wet bodembescherming volgt. Onderzoeken bij waterbodems tellen eveneens mee.

Bij de vermelding van het aantal te verrichten saneringen gaat het om het aantal te verrichten en af te ronden saneringen waarvan het evaluatierapport van de sanering zal worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Langlopende saneringen van grondwaterverontreiniging worden als afgerond beschouwd als de voortgangsrapportage bij het behalen van het eerste ijkmoment is goedgekeurd door het bevoegd gezag in de zin van de Wet bodembescherming.

Bij de vermelding van het aantal m2 verontreinigd oppervlak gaat het om de oppervlakte van de interventiewaardecontour verontreinigde grond in m2.

Waar wordt gevraagd om het aantal m3 verontreinigde grond wordt de omvang van de interventiewaardecontour verontreinigde grond in m3 vermeld. Die vermelding vindt plaats onafhankelijk van wat er met de grond gaat gebeuren en omvat derhalve ook beheersvarianten en saneringen waarbij de verontreinigde grond op de verontreinigde locatie zelf wordt gereinigd.

Bij de vermelding van het aantal m3 verontreinigd grondwater gaat het om de vermelding van de omvang van de interventiewaardecontour verontreinigd grondwater in m3. Hierbij gaat het niet om een opgepompte hoeveelheid grondwater, die al dan niet gezuiverd en geloosd wordt.

Bij de gevraagde bodemsaneringsprestatie-eenheden (bpe’s) vindt vermelding plaats van de uitkomst van de formule: (aantal m2 verontreinigd oppervlak) + (aantal m3 verontreinigde grond x 3) + (aantal m3 verontreinigd grondwater x 0.4).