Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregeling houdende criteria regionale arrangementen voor de schooljaren 2005–2006 en 2006–2007, verlenging van het Toetsingskader Plan van Scholen 2005–2007 voor de periode 2007–2009, alsmede houdende criteria en procedures voor het verkrijgen van toestemming voor verplaatsing, omzetting, splitsing, nevenvestiging en het aanbieden van leerwegondersteunend onderwijs per 1 augustus 2006Beleidsregel criteria regionale arrangementen schooljaren 2005–2006 en 2006–2007, verlenging Toetsingskader Plan van Scholen 2005–2007, enz. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A. van der Hoeven

Om het onderwijsaanbod in het vmbo beter af te stemmen op de veranderende vraag van leerlingen, ouders, vervolgonderwijs en het beroepenveld in de regio kunnen scholen voor vbo, scholengemeenschappen met tenminste vbo of een AOC sinds schooljaar 2002–2003 samenwerken in een regionaal arrangement. De regionale arrangementen nemen jaarlijks in aantal toe. Dat is een goede ontwikkeling aangezien als resultaat daarvan de aantrekkelijkheid van het vmbo en daarmee het fundament van de beroepskolom vmbo-mbo-hbo wordt vergroot.

In mei 2005 heeft de Tweede Kamer de uitwerkingsnotitie ‘grotere planningsvrijheid voortgezet onderwijs’ besproken. Bij die gelegenheid heeft de Kamer ingestemd met de beleidsmatige hoofdlijnen van nieuwe wetgeving op het gebied van de voorzieningenplanning vo. Onderdeel van de nieuwe wetgeving zal zijn het systeem van regionale samenwerking waarvan de regionale arrangementen de voorloper zijn. De nieuwe wetgeving zal naar verwachting in 2006 in het Staatsblad worden geplaatst. Vervolgens is er een overgangsperiode voorzien ter voorbereiding op de nieuwe systematiek van regionale samenwerking.

Scholen voor vmbo worden daarom de komende twee schooljaren verder gestimuleerd om regionale arrangementen aan te gaan. Provincies behouden hun rol van aanjager/begeleider. Deze beleidsregel bevat dezelfde criteria voor regionale arrangementen zoals die golden voor de schooljaren 2003–2004 en 2004–2005 (conform de beleidsregel van 28 augustus 2003 met kenmerk VO/B&B-2003/25043) onder de volgende twee toevoegingen.

Voornoemde toevoegingen zijn ingegeven door het voorstel in de uitwerkingsnotitie grotere planningsvrijheid vo om de regiovisie een expliciete plaats te geven in de regionale samenwerkingsovereenkomst. In het rapport ‘De regiovisie nader bekeken’ (Kamerstuk 2003–2004, 28504, nr.14, Tweede Kamer) is de regiovisie immers beschreven als een goed instrument om de basis te leggen voor een afgestemd onderwijsaanbod en is de nuttige rol genoemd die de provincie meestal speelt ter ondersteuning van een regionaal arrangement.

Nieuw in deze beleidsregel is tevens een passage over de aanvraag van experimentele vbo-programma’s die géén onderdeel uitmaken van een regionaal arrangement.

Voor het uitwerken van een regionaal arrangement kunnen de samenwerkende partijen bij het ministerie een verzoek doen om een financiële bijdrage in de kosten van het tot stand brengen van het regionale arrangement. De hoogte van die bijdrage kan variëren en hangt onder meer af van de bestuurlijke complexiteit van de regionale situatie. Een desbetreffend verzoek kan separaat worden ingediend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie Voortgezet Onderwijs, afdeling Bestel en Besturing; het adres hiervoor is postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

Deze beleidsregel verlengt de mogelijkheid om binnen de wettelijke kaders af te wijken van de reguliere criteria voor de planning van het vmbo-aanbod zoals geregeld in het Toetsingskader voor het Plan van Scholen 2007–2009, het Toetsingskader voor verplaatsing, omzetting, splitsing, nevenvestiging en het aanbieden van leerwegondersteunend onderwijs per 1 augustus 2006 en de beleidsregel voor het mogen aanbieden van intrasectorale programma’s en het verzorgen van vbo-programma’s door een andere vbo-school voor het schooljaar 2005–2006 (zie hoofdstukken II en III).

Een regionaal arrangement kan voorstellen bevatten die een afzonderlijke goedkeuring vereisen op grond van de WVO en de in voetnoot 1 genoemde beleidsregels. CFI beoordeelt dit en als dit het geval is, worden dergelijke voorstellen meegenomen in de hiervoor geldende procedure en het daarbijbehorende tijdpad.

Voor het verkrijgen van toestemming voor het aanpassen van het onderwijsaanbod op basis van een regionaal arrangement gelden de volgende criteria:

Wanneer aan deze criteria wordt voldaan, kan worden afgeweken van de in de beleidsregels voor de planning van voorzieningen voor het voortgezet onderwijs opgenomen reguliere beoordelingscriteria (zie hoofdstukken II en III).

De provincies zullen in het proces het regionaal overleg stimuleren en begeleiden en bij het opstellen van regiovisies een coördinerende rol spelen. Het oordeel van de organisaties bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de WVO en het advies van de provincie worden meegewogen bij de besluitvorming over het verzoek.

Het bevoegd gezag van een school kan met ingang van 1 augustus 2006 binnen een regionaal arrangement nieuwe programma’s aanbieden. Het betreft de volgende programma’s:

Kaders en randvoorwaarden per programma

Kaders en randvoorwaarden Techniek Breed

Het bevoegd gezag van de school dat het programma Techniek Breed per 1-8-2006 wil aanbieden dient in het schooljaar 2006–2007 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

Kaders en randvoorwaarden ICT-route

Het bevoegd gezag van de school dat het programma ICT-route per 1-8-2006 wil aanbieden dient in het schooljaar 2006–2007 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

Kaders en randvoorwaarden Technologie in de gemengde leerweg

Het bevoegd gezag van de school dat het programma Technologie in de gemengde leerweg per 1-8-2006 wil aanbieden dient in het schooljaar 2006–2007 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

Kaders en randvoorwaarden Intersectoraal met de uitstroomvarianten

Technologie & Dienstverlening (sector Techniek en Zorg en Welzijn),

Technologie & Commercie (sector Techniek en Economie) en

Dienstverlening & Commercie (sector Zorg en Welzijn en Economie).

Het bevoegd gezag van de school dat een uitstroomvariant van het programma Intersectoraal per 1-8-2006 wil aanbieden dient in het schooljaar 2006–2007 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

Kaders en randvoorwaarden Sport, Dienstverlening en Veiligheid

Het bevoegd gezag van de school dat het programma Sport, Dienstverlening en Veiligheid per 1-8-2006 wil aanbieden dient in het schooljaar 2006–2007 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

In afwijking van de data van indiening genoemd in hoofdstukken II en III, kunnen aanvragen voor het verkrijgen van toestemming voor het aanpassen van het onderwijsaanbod op basis van een regionaal arrangement gedurende de gehele periode van 1 augustus 2005 tot en met 1 maart 2007 worden ingediend bij de Centrale Financiën Instellingen, Unit BVO, Postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer.

Deze periode geldt zowel voor de aanvragen op grond van een regionaal arrangement die onderdelen bevatten die betrekking hebben op verscheidene beleidsregels als voor de desbetreffende aanvragen die betrekking hebben op slechts één beleidsregel.

Een afschrift van het verzoek dient te worden gezonden aan de provincie(s) waar binnen de scholen die deelnemen aan het regionale arrangement zijn gelegen.

Binnen vijf maanden na de datum van indiening kan de reactie van het ministerie tegemoet worden gezien. Een definitief en compleet verzoek voor goedkeuring op 1 augustus 2006 of op 1 augustus 2007 dient uiterlijk op 1 maart 2006 respectievelijk 1 maart 2007 te zijn ingediend.

Bij het verzoek worden de volgende zaken gevoegd:

Voor een goede besluitvorming en een tijdige afhandeling van het verzoek is het van groot belang dat de bovengenoemde documenten (volledig ingevuld) daadwerkelijk bij het verzoek worden gevoegd.

Voor de inwerkingtreding en geldigheidsduur van dit hoofdstuk verwijs ik u naar hoofdstuk IV van deze beleidsregel.

Inleiding

Op een nevenvestiging zorg, als bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet op het voortgezet onderwijs, kunnen op dit moment alleen leerlingen voor bekostiging in aanmerking komen als zij geïndiceerd zijn door een Regionale Verwijzingscommissie (RVC).

Uit de praktijk blijkt dat er niet-geïndiceerde leerlingen zijn die veel baat hebben bij de aanpak op de nevenvestiging zorg. Dit vanwege de beschikbare deskundigheid, kleinere groepen, geen verstoring van het reguliere aanbod etc. Het gaat onder meer om de volgende groepen leerlingen:

Om de bevoegde gezagorganen van scholen met een nevenvestiging zorg in staat te stellen zorg te bieden aan niet-geïndiceerde leerlingen, wordt:

Organisaties voor Bestuur en Management hebben ingestemd met dit voornemen van OCW.

Smal regionaal arrangement

Samenwerkende scholen in de regio kunnen een aanvraag indienen voor een regionaal arrangement, waarbij de betrokken scholen zich in hun regiovisie en hun onderlinge afspraken beperken tot de opvang van zorgleerlingen. Op dat moment is er sprake van het aanvragen van een zgn. smal regionaal arrangement.

Dit arrangement is bedoeld om de scholen in staat te stellen aan niet-geïndiceerde leerlingen op een nevenvestiging zorg afsluitend onderwijs aan te kunnen bieden.

Criteria voor een smal regionaal arrangement

Bij de aanvraag kunnen zich de volgende situaties voordoen:

Overgangsregeling schooljaar 2005/2006

Voor aanvragen in het schooljaar 2005/2006 geldt een overgangsregeling: aanvragen ingediend uiterlijk 1 juni 2006 worden goedgekeurd voor 1 augustus 2006, indien voldaan is aan de voorwaarden.

Voor aanvragen in het schooljaar 2006/2007 geldt dezelfde termijn als voor een ‘gewoon’ regionale arrangement: aanvragen ingediend uiterlijk 1 maart 2007 worden goedgekeurd per 1 augustus 2007, indien voldaan is aan de voorwaarden.

Toelichting vaste voet personele bekostiging

De extra vaste voet in de personele bekostiging, die aan een vo-school is toegekend in de periode 1998–2002 in verband met de samenvoeging met een voormalige vso-lom school of afdeling, blijft gehandhaafd na het verlenen van goedkeuring aan een smal regionaal arrangement.

In het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 25 mei 2005 is gesproken over de uitwerkingsnotitie ‘grotere planningsvrijheid voortgezet onderwijs’. Bij die gelegenheid heeft de Kamer ingestemd met de beleidsmatige hoofdlijnen van een wetswijziging op het gebied van de voorzieningenplanning vo. De nieuwe wetgeving zal naar verwachting in 2006 in het Staatsblad worden geplaatst. Gelet op dit perspectief ligt het in de rede om de huidige lagere regelgeving zoveel mogelijk in stand te laten. In overeenstemming met de organisaties voor bestuur en management is daarom besloten om het Toetsingskader Plan van Scholen 2005–2007 ongewijzigd te verlengen voor de periode 2007–2009.

Het toetsingskader Plan van scholen 2005–2007 wordt nu voor de tweede achtereenvolgende keer ongewijzigd verlengd. Door deze verlenging schuiven de in de beleidsregel opgenomen schooljaren en data dan ook met twee jaar op.

Concreet betekent dit het volgende:

De regelingen waarnaar bij de noten wordt verwezen komen te luiden:

(2) en (9): Regeling VO/BenB/2005/27924, Gele Katern nr. 13 van 27 juli 2005 (Toetsingskader verplaatsing, omzetting, enz. ex artikel 75 WVO);

(3): Regeling VO/BenB/2004/27865 Gele Katern nr. 13 van 28 juli 2004 (Verlenging beleidsregel Criteria en procedures intrasectorale programma’s en het laten verzorgen van onderwijsprogramma vbo door een andere school voor vbo per 1 augustus 2004).

De onder 5.1 Algemeen vermelde formulieren van CFI worden vernummerd naar: 55965 1 t/m 3 en 55967.

Deze formulieren en het daarbij behorende statistisch materiaal zijn pas eind september/begin oktober 2005 beschikbaar.

Voor de inwerkingtreding en geldigheidsduur van dit hoofdstuk verwijs ik u naar hoofdstuk IV van deze beleidsregel.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2005.

Hoofdstuk I van deze beleidsregel is geldig tot en met 1 augustus 2007

Hoofdstuk II van deze beleidsregel is geldig tot en met 1 augustus 2009 en

Hoofdstuk III van deze beleidsregel is geldig tot en met 1 augustus 2006.

Stichtingsnormen (artikel 69 van de WVO)

Uitbreiding met een vbo-afdeling aan een reeds bestaande of nieuw te vormen school of scholengemeenschap met voorbereidend beroepsonderwijs (artikel 69, eerste lid h en i, WVO)

voor afdelingen uit de sectoren Techniek, Zorg en Welzijn en Economie: 160 voor elke afdeling

voor de afdeling uit de sector Landbouw: 260

voor de afdeling praktijkonderwijs: 95

De vbo-afdelingen worden in artikel 107, tweede lid, WVO in 4 sectoren onderscheiden:

De opheffingsnorm voor vbo in scholen en scholengemeenschappen is als volgt opgebouwd:

Voorbeeld

De opheffingsnorm voor een scholengemeenschap lyceum, havo, mavo, vbo-bouwtechniek, vbo-elektrotechniek, vbo-verzorging, vbo-administratie en vbo-handel en verkoop is als volgt opgebouwd:

BPCO

t.a.v. de heer drs. H.J. Luth

Postbus 907

2270 AX Voorburg

Telefoon 070-3481253

E-mail: hjluth@besturenraad.nl

VOS/ABB

t.a.v. de heer mr. drs. N.L.P. te Bos

Postbus 162

3440 AD Woerden

Telefoon 0348-405227

E-mail: NteBos@vosabb.nl

VBS

t.a.v. de heer drs. B.A. Mom

Bezuidenhoutseweg 251/253

2594 AM Den Haag

Telefoon 070-3315252

E-mail: bmom@vbs.nl

KBVO

t.a.v. mevr. drs. A.G.F. Fijen

Postbus 82158

2508 ED Den Haag

Telefoon 070-3568667

E-mail: A.Fijen@vbkonet.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen

Dienst infrastructuur, bureau Welzijn

t.a.v. mevrouw A. Smedes

Postbus 855

9700 AW Groningen

Telefoon 050-3164935

E-mail: a.smedes.vander.zaag@prvgron.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Friesland

Afdeling Welzijn, Sector Cultuur en Onderwijs

t.a.v. de heer T. Willemsen

Postbus 20120

8900 HM Leeuwarden

Telefoon 058-2925602

E-mail: willemsen@fryslan.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe

Sector Onderwijs en Educatie

t.a.v. de heer G. Bosschers

Postbus 122

9400 AC Assen

Telefoon 0592-365749

E-mail: g.bosschers@drenthe.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel

Eenheid Zorg en Cultuur

t.a.v. mevrouw R. Heerbaart

Postbus 10078

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-4251237

E-mail: r.heerbaart@prv-overijssel.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland

Bureau Onderwijs

t.a.v. mevrouw K. IJssel

Postbus 55

8200 AB Lelystad

Telefoon 0320-265524

E-mail: ijssel@flevoland.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland

Dienst WEB, CE/onderwijs

t.a.v. de heer G.A.T. Verstappen

Postbus 9090

6800 GX Arnhem

Telefoon 026-3599270

E-mail: g.verstappen@prv.gelderland.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht

WEB/WZ/CEW

t.a.v. mevrouw M.P.M. Hopmans

Postbus 80300

3508 TH Utrecht

Telefoon 030-2582441

E-mail: Rina.Hopmans@provincie-utrecht.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland

Afdeling Zorg, Welzijn en Cultuur

t.a.v. de heer S. de Jong of mevrouw J.M. Duursma

Postbus 3007

2001 DA Haarlem

Telefoon 023-5143407 (dhr. De Jong)

E-mail: jongs@noord-holland.nl

Telefoon 023-5143540 (mevr. Duursma)

E-mail: duursmaj@noord-holland.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland

Dienst M & B, bureau JEE

t.a.v. de heer T.W.A. Lemmens of de heer B. van Swol

Postbus 90602

2509 LP Den Haag

Telefoon 070-4416817 (dhr. Van Swol)

E-mail: swol@pzh.nl

Telefoon 070-4417350 (dhr. Lemmens)

E-mail: lemmens@pzh.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland

Afdeling Economie

t.a.v. mevrouw M.W.J. Vermaat-De Potter

Postbus 153

4330 AD Middelburg

Telefoon 0118-631422

E-mail: mwj.vermaat@zeeland.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant

Dienst REW, onderwijs

t.a.v. de heer G. van der Wende

Postbus 90151

5200 MC Den Bosch

Telefoon 073-6812210

E-mail: Gvdwende@brabant.nl

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg

Bureau Economie, Arbeidsmarkt en Onderwijs

t.a.v. mevrouw M. Schols of de heer H. de Jong

Postbus 5700

6202 MA Maastricht

Telefoon 043-3897133 (mw. Schols)

E-mail: mjhp.schols@prv.limburg.nl

Telefoon 043-3897478 (dhr. De Jong)

E-mail: h.de.jong@prv.limburg.nl