Wijzigingen Officiële bron
Regeling houdende de Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005 (Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005)Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005De Autoriteit Financiële Markten,

Gelet op de artikelen 8, vierde lid, 30, tweede lid, 31, derde lid, 33, 36, vierde lid, 41, zesde lid, 46, vierde lid, 47, vierde lid, 60, zesde lid en 61, vijfde lid van het Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam9 augustus 2005

In deze regeling wordt verstaan onder:

De beschrijving van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle voorziet in:

Een beheerder, een beleggingsmaatschappij en een bewaarder dragen zorg voor het toezicht op de naleving van de artikelen 3 tot en met 6.

Indien in een reclame-uiting werkelijke rendementscijfers worden gepresenteerd:

Wanneer in een reclame-uiting rendementsprognoses worden gepresenteerd:

Indien de bestaansduur van de beleggingsinstelling dat mogelijk maakt wordt in de kostenparagraaf van het prospectus inzicht verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde van het voorgaande boekjaar door middel van de kostenratio overeenkomstig de regels in bijlage I onder A.

Bij de berekening van het marktrisico bij het gebruik van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9° van het besluit worden de derivatenposities van de beleggingsinstelling omgezet in de gelijkwaardige positie in de onderliggende activa waarbij onder meer met de volgende aspecten rekening wordt gehouden:

Het tegenpartijrisico, bedoeld in de artikelen 60 en 61 van het besluit, bij transacties in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9° van het besluit wordt berekend op grond van het maximale potentiële verlies voor de beleggingsinstelling wanneer de tegenpartij in gebreke blijft.

Bij de berekening van het tegenpartijrisico kan rekening worden gehouden met zekerheden ter dekking, indien deze zekerheden:

Er is geen sprake van een tegenpartijrisico indien:

Indien het gebruik van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9° van het besluit verplicht tot de automatische, of naar keuze van de tegenpartij, levering op de vervaldatum of uitoefendatum van de onderliggende financiële instrumenten, dan wel een ander gelijkwaardig onderliggend instrument dat op ieder tijdstip kan worden aangewend, worden de voor de levering van het te leveren onderliggende financiële instrument ter dekking in portefeuille van beleggingsinstellingen opgenomen.

Bij het gebruik van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 6° tot en met 9° van het besluit die automatisch of naar keuze van de beleggingsinstelling in contanten worden afgewikkeld, worden liquide activa in de portefeuille van de beleggingsstelling opgenomen die binnen zeven werkdagen in contanten kunnen worden omgezet tegen een prijs die nauw aansluit bij de actuele waardering van het financiële instrument op zijn markt, of anderszins aan deze waarborgen wordt voldaan.

De Regeling houdende de Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen (Staatscourant van 16 december 2003, nr. 243) wordt ingetrokken.

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2005.

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005.

De kostenratio, ofwel de Total Expense Ratio wordt afgerond op twee decimalen en wordt berekend door de totale kosten te delen door de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling.

Indien een beleggingsinstelling tien procent of meer van haar netto intrinsieke waarde belegt in beleggingsinstellingen die een kostenratio bekendmaken, wordt een synthetische kostenratio opgesteld. Deze synthetische kostenratio is gelijk aan de totale exploitatiekosten inclusief de in- en uitstapkosten die door de onderliggende beleggingsinstellingen (gewogen op basis van de relatieve omvang van de belegging) worden doorberekend aan de beleggingsinstelling gedeeld door de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling.

Indien de onderliggende beleggingsinstelling geen kostenratio berekent, wordt in de jaarrekening het volgende vermeld:

Naast beleggen in onderliggende beleggingsinstellingen komt het veelvuldig voor dat bijvoorbeeld via Commodity Trading Advisors wordt belegd door de beleggingsinstelling. Ook de kosten die met dit soort indirecte beleggingen gemoeid zijn moeten worden meegenomen in de (synthetische) kostenratio van de bovenliggende beleggingsinstellingen op dezelfde wijze als dat met onderliggende beleggingsinstellingen gebeurt.

De Omloopfactor, ofwel Portfolio Turnover Rate geeft de omloopsnelheid van de activa weer en wordt als volgt berekend:

[(Totaal 1 – Totaal 2) / X] * 100

Totaal 1: het totaal bedrag aan effectentransacties (effectenaankopen + effectenverkopen) van de beleggingsinstelling

Totaal 2: het totaal bedrag aan transacties (uitgifte + inkopen) van deelnemingsrechten van de beleggingsinstelling

X: de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling

De berekening van de gemiddelde intrinsieke waarde geschiedt zoals bij de kostenratio is omschreven onder A 1.