Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Justitie van 3 november 2005, nr. 5384385/505/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij RijkswaterstaatBesluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 2005De Minister van Justitie,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelezen het verzoek van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat van 5 oktober 2005;

Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede van de Wet op de economische delicten juncto artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 25, vijfde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag3 november 2005De Minister van Justitie, namens deze:hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, R.R.Joesoef Djamil

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Dit besluit berust mede op artikel 8.3 van de Waterwet.

De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein II Milieu en Welzijn, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voor zover de rechtsmacht van Nederland strekt en voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.

Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Functioneel Parket.

Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten.

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat brengt jaarlijks, vóór 1 april, over het voorafgaande jaar, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Rijkswaterstaat 1995 (Stcrt. 1995, nr. 215) wordt ingetrokken.

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 3 november 2005, nr. 5384385/505/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 november 2005 en vervalt op 8 november 2010.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 2005.