Regeling · BWBR0019143

Besluit samenwerking VO-BVE

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 1 december 2005, houdende nadere voorschriften in verband met samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs (Besluit samenwerking VO-BVE)Besluit samenwerking VO-BVEWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 oktober 2005, nr. WJZ/2005/44254 (3800), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 25a, vierde lid, 29 en 106, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2005, nr. W05.05.0464/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 november 2005, nr. WJZ2005/48453 (3800), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage1 december 2005BeatrixDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ,M. J. A.van der HoevenDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,C. P.Veermande twintigste december 2005De Minister van Justitie , J. P. H.Donner

In dit besluit wordt verstaan onder:

In hoofdstuk 2 wordt verstaan onder:

Overdracht van een deel van de bekostiging met toepassing van artikel 96s van de WVO is uitsluitend mogelijk voor een leerling:

In afwijking van artikel 33, eerste lid, van de WVO kan onderwijs ook worden verzorgd door docenten van de instelling waarmee het bevoegd gezag van de school een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 25a, derde lid, van de WVO.

Voor de toepassing van hoofdstuk 8a van de WEB gelden leerlingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van het onderwijs dat zij volgen aan een instelling tevens als mbo-student of vavo-student in de zin van de WEB.

Het bevoegd gezag van een ingevolge artikel 56 van de WVO aangewezen school kan leerlingen van 16 en 17 jaar die naar het oordeel van het bevoegd gezag een grotere kans hebben een diploma of volgend diploma als bedoeld in artikel 29, derde lid, van de WVO te behalen indien zij VAVO volgen in plaats van voortgezet onderwijs, in de gelegenheid stellen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, deel te nemen aan een opleiding VAVO aan een instelling waarvoor wat betreft genoemde opleiding toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, van de WEB, en die opleiding met een examen van genoemde opleiding af te sluiten.

Vervallen

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit samenwerking VO-BVE.