Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 14 december 2005, nr. WJZ/2005/57236 (8180), betreffende de bevoegdheid tot het aanwijzen van onroerende monumenten als beschermd monument, bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988 (Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2006)Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2006De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Monumentenwet 1988;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.C. van derLaan

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gebruik maakt van de bevoegdheid tot het aanwijzen van onroerende monumenten als beschermd monument, bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988.

De minister wijst geen monumenten aan als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 1, van de Monumentenwet 1988 die zijn vervaardigd vóór 1940.

De minister wijst geen monumenten aan als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 1, van de Monumentenwet 1988, die zijn vervaardigd na 1940, tenzij:

De minister wijst geen monumenten aan als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Monumentenwet 1988, tenzij:

De artikelen 2, 3 en 4 zijn niet van toepassing op een monument, ten aanzien waarvan vóór 23 juli 2004:

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 juli 2007.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2006.