Ministeriële regeling · BWBR0019426

Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 10 januari 2006, nr. WJZ/2006/292 (8157), houdende nadere regels op grond van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten)Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumentenDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 5, 6, eerste lid, en 41, eerste lid, van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en die bekend wordt gemaakt op de internetsites www.rdmz.nl, www.racm.nl en www.monumentenzorg.nl.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.C. van derLaan

In deze regeling wordt verstaan onder:

Onverminderd artikel 6, tweede lid, van het besluit, bedraagt het maximum aan subsidiabele kosten waarover per beschermd monument subsidie kan worden verstrekt:

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De kosten voor het opstellen van een instandhoudingsplan, door een architect/bouwkundige/groenbeheerder, zullen worden getoetst aan de hieronder uitgewerkte honorariumpercentages. Tot de werkzaamheden inzake het opstellen van een instandhoudingsplan behoren:

In de toelichting op het aanvraagformulier is aangegeven aan welke eisen genoemde stukken dienen te voldoen.

Het subsidiabele honorariumbedrag voor het opstellen van een instandhoudingsplan wordt als volgt vastgesteld:

Eerst wordt het honorariumpercentage bepaald aan de hand van het hiernavolgende overzicht, waarin dat percentage is gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten/bouwsom. Vervolgens wordt het subsidiabele honorariumbedrag berekend door het gevonden honorariumpercentage te vermenigvuldigen met de subsidiabele kosten.

Bij instandhoudingsplannen is begeleiding door een architect/bouwkundige/groenbeheerder subsidiabel indien en voor zover die begeleiding uit de volgende werkzaamheden bestaan:

De totale kosten voor de begeleiding van de uitvoering van een instandhoudingsplan, over de planperiode van zes jaar gerekend, zijn aan een maximum gebonden.

Het subsidiabele honorariumbedrag voor de begeleiding wordt als volgt vastgesteld:

Eerst wordt het honorariumpercentage bepaald aan de hand van het hiernavolgende overzicht, waarin dat percentage is gerelateerd aan de totale instandhoudingskosten/bouwsom. Vervolgens wordt het subsidiabele honorariumbedrag berekend door het gevonden honorariumpercentage te vermenigvuldigen met de subsidiabele kosten.

Indien de instandhoudingswerkzaamheden ook ingrijpender herstel en/of grote ingrepen omvatten zijn aanvullende, meer gedetailleerde stukken nodig om het instandhoudingsplan goed te kunnen beoordelen. Welke aanvullende stukken dat betreft hangt af van het uit te voeren werk. In dit verband wordt verwezen naar de uitgebreide toelichting op het aanvraagformulier.

Voor het (laten) vervaardigen van de benodigde aanvullende stukken mag de architect/bouwkundige/groenbeheerder boven op het honorarium een toeslag berekenen. De totale som (plankosten, begeleidingskosten en toeslag) is aan een maximum gebonden conform onderstaande tabel.

Grondslagen voor de berekening van de gemiddelde loonkosten van aannemers en onderaannemers zijn:

Subsidiabele gemiddelde (bouwplaats)uurloon:

Het subsidiabele gemiddelde uurloon bedraagt € 36,30 (prijspeil februari 2010).

Voor de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland mag een opslag van € 0,50 berekend worden.

Het gemiddelde uurloon is inclusief twee reisuren maar exclusief algemene bouwplaatskosten, algemene bedrijfskosten, winst + risico en BTW.

Het subsidiabele gemiddelde uurloon wordt periodiek geactualiseerd en bekendgemaakt via www.cultureelerfgoed.nl en www.monumenten.nl.

De kosten van een aannemer zijn te verdelen in directe en indirecte kosten.

Directe kosten:

Tot de directe kosten van een bouwwerk behoren de kosten van de daarin te verwerken materialen en het daarbij behorende loon van het personeel. Onder de directe kosten worden voor instandhoudingswerkzaamheden ook begrepen de kosten van eventuele onderaannemers en steigerwerk.

Indirecte kosten:

De indirecte kosten zijn de kosten van de hulpmiddelen en de organisatie die nodig zijn om het bouwwerk tot stand te brengen.

De indirecte kosten worden verdeeld in:

Normen voor subsidiabele aannemerskosten:

De onderdelen c, d en e bij elkaar vormen een opslag (ABK) van maximaal 20%.

Omvatten de instandhoudingswerkzaamheden ook ingrijpender herstel en/of grote ingrepen dan dient de begroting van de aannemer dan wel de architect, voor de beoordeling van de subsidiabele kosten, gespecificeerd te zijn in onder andere eenheden, uren, materiaal- en materieelkosten, stel- en verrekenposten.