Ministeriële regeling · BWBR0019630
Instellingsbesluit commissie rechtsbescherming non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet
Besluit:
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, A.PechtoldIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
commissie: de commissie rechtsbescherming non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet;
- b.
minister: de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
Er is een commissie rechtsbescherming non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet.
De commissie heeft tot taak:
- a.
onderzoek te doen naar de vraag, of er in de juridische praktijk meer materiële rechtsbescherming wordt geboden door non-discriminatiegronden die wel in artikel 1 van de Grondwet worden genoemd dan door gronden die daarin niet worden genoemd;
- b.
het uitbrengen van een rapport waarin gemotiveerd wordt beschreven wat het antwoord op deze vraag naar het oordeel van de commissie is.
De commissie bestaat uit drie leden: de heer E.A. Alkema, de heer J.L.R.A. Huydecoper en de heer M.F. Vermaat.
De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris.
De commissie brengt uiterlijk op 15 maart 2006 haar rapport uit aan de minister.
Na het uitbrengen van het rapport door de commissie wordt zij opgeheven.
Op de commissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205) van toepassing. De commissie wordt als ‘zwaar’ in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 aangemerkt.
De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding van € 200,– per vergadering.
De archiefbescheiden van de commissie worden na opheffing, of zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 2 november 2005.