ZBO-regeling · BWBR0019715

Mandaatregeling RDW

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Directie van de RDW (Dienst Wegverkeer) van 29 maart 2006, nr. VIZ 2006/1168, houdende mandatering bestuurlijke bevoegdheden van de Directie binnen de RDWMandaatregeling RDW De directie van de RDW,

Overwegende dat het wenselijk is voor de doelmatige uitvoering van de wettelijke taken door de RDW de mandaatregeling, waarbij de bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen op een lager niveau in de organisatie is gelegd, te wijzigen;

Gelet op artikel 4f en 4g van de Wegenverkeerswet 1994 en het Directiereglement RDW 2005;

Besluit:

Zoetermeer29 maart 2006De directie van de RDW,de algemeen directeur, J.G.Hakkenberg

De aan de Directie, bij artikel 4f en artikel 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan:

De aan de Directie, bij artikel 4f en artikel 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan:

De aan de Directie, bij artikel 4f en 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan de navolgende functionarissen, die werkzaam zijn bij:

De aan de Directie, bij artikel 4f en 4g, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, verleende bevoegdheden worden ten aanzien van bepaalde onderdelen van de taak van de RDW gemandateerd aan de navolgende functionarissen, die werkzaam zijn bij:

De Mandaatregeling RDW van 27 juni 2003, Stcrt. 2003 nr. 131, wordt ingetrokken.

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling RDW.

Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking op 1 april 2006.

Taakstelling afdelingen RDW.

heeft tot taak:

In de gevallen waarbij door een bestuursorgaan mandaat van bevoegdheden is verleend aan de RDW, wordt – met toestemming van dat bestuursorgaan – door de Directie ondermandaat verleend aan de betreffende functionarissen van de afdeling TET.

heeft tot taak:

heeft tot taak:

heeft tot taak:

heeft tot taak:

Nadere specificatie van bevoegdheden voor niet-leidinggevende medewerkers.

de Coördinator Kwaliteitszorg KZ en de Coördinator Klachtenprocedure KZ:

de Ontheffingsmedewerker:

– het verlenen en afwijzen van ontheffingen op grond van artikel 149 en 149a van de Wegenverkeerswet 1994;

de Kwaliteitscoördinator Typegoedkeuringen:

– het registreren van klachten en het coördineren van de afhandeling daarvan;

a. de Technisch Hoofdinspecteur, de Technisch Inspecteur Specialist, de Teamleider Testen:

– het opstellen en afgeven van testrapporten in het kader van een onderzoek van voertuigen, voertuigonderdelen of uitrustingsstukken van voertuigen op grond van artikel 22 of 26 van de Wegenverkeerswet 1994 of op grond van de internationale EU- of ECE voorschriften terzake.

de Bedrijfsinspecteur:

de bedrijvencontroleurs:

de productieconsultants KCC, de (senior) medewerkers KCC en de (senior) medewerkers WPR:

de medewerkers LIV:

– het ongeldig verklaren van kentekenbewijzen voor het rijden over de weg, op basis van artikel 58 van de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met artikel 6 onder g en artikel 38 van het Kentekenreglement;

de medewerkers Beoordeling en Helpdesk:

– het in ontvangst nemen van aanvragen voor en het afgeven van rijbewijzen en verklaringen uit het register CRB;

de medewerkers Bezwaar, Beroep en Klachten:

de Beleidsmedewerkers OVR:

– het optreden in internationaal, EU-, ECE- en Benelux overleg.

De in de punten 1 tot en met 4 genoemde medewerkers maken van de hen verleende machtiging uitsluitend gebruik voorzover het handelingen betreft, die naar hun aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben, dat zij behoren te worden verricht door de functionaris onder wie zij rechtstreeks ressorteren.