Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 juli 2006, nr. DJZ2006283990, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende regels inzake het verstrekken van subsidies in 2006 ten behoeve van CO2-reductie in de gebouwde omgeving (Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006)Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 15.13, eerste tot en met derde lid, 15.14 en 15.15 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag11 juli 2006De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S.M.Dekker

Voor het kalenderjaar 2006 geldt een subsidieplafond van € 33 miljoen.

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en kan in de periode die begint met de inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2006 worden ingediend bij het agentschap. De aanvraag wordt ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage IIa bij deze regeling voor niet tot bewoning bestemde gebouwen respectievelijk bijlage IIb bij deze regeling voor tot bewoning bestemde gebouwen.

De subsidieverlening wordt geweigerd, indien:

De subsidie wordt vastgesteld op nihil, indien na de verlening van de subsidie blijkt dat een of meer van de in artikel 6, eerste lid, onder a, b, e, f en g, bedoelde omstandigheden zich voordoen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 27 juli 2006 en vervalt met ingang van 1 juli 2009, met dien verstande dat de artikelen van deze regeling ook daarna van toepassing blijven op de vóór die datum verleende subsidie.

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006.

1. Vloerisolatie met R ≥ 2,50 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van de begane grondvloer of van de vloer boven een onverwarmde ruimte of de buitenlucht door het aanbrengen van een isolatielaag.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W. De warmteweerstand dient bepaald te zijn conform NEN 1068 (mei 1997).

2. Gevelisolatie met R ≥ 2,50 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van de binnen- of buitenzijde van een buitengevel, buitengeveldeel (waaronder begrepen borstweringen en het vervangen van glas door een niet transparante laag) of een binnenwand grenzend aan een onverwarmde ruimte.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W. De warmteweerstand dient bepaald te zijn conform NEN 1068 (mei 1997).

3. Dakisolatie met R ≥ 2,50 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van een dak, met uitzondering van een plat dak aan de onderzijde of van een schuin dak met UF-schuim onder de dakpannen.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W. De warmteweerstand dient bepaald te zijn conform NEN 1068 (mei 1997).

4. HR++glas

Toepassing: het beperken van energieverliezen via ramen door middel van warmtereflecterend isolerend meervoudig glas.

Technische omschrijving: warmtereflecterend isolerend meervoudig glas dat voorzien is van de vermelding van de productnaam en het kenmerk HR++ glas (vastgesteld volgens de nationale BRL 2202,1999 of de BRL 3105,2001 c.q. de ten tijde van het aanbrengen van de voorziening geldende BRL) in de afstandhouder en een spouwbreedte van ten minste 15 mm of een U-waarde heeft van ten hoogste 1,20 W/m2 .K berekend conform NEN-EN 673 (dec.1997). Het toepassen van geïntegreerde roeden is toegestaan.

De lichtdoorlatingscoëfficiënt (LTAN) moet minimaal 70% bedragen of de lichtdoorlatingscoëfficiënt (LTAN) bedraagt ten minste 60% gecombineerd met een zontoetredingscoëfficiënt (ZTAN) van ten hoogste 40%.

5. Installatie voor het terugwinnen van warmte uit ruimteventilatielucht

Toepassing: het terugwinnen van warmte uit ruimteventilatielucht.

Technische omschrijving: een warmtewisselsysteem, inclusief het daarbij behorende kanaalwerk en de luchtbehandelingskast, met een energetisch rendement van ten minste 70%.

6. Vloer-, plafond- of wandverwarming aangesloten op Lage Temperatuur Centraal Verwarmingssysteem

Toepassing: het verwarmen van een ruimte door vloer-, plafond- of wandverwarming of lage temperatuur warmtewisselaars, waarbij alle ruimteverwarmingsnetten en warmtewisselaars in luchtbehandelingskasten een ontwerp toevoertemperatuur hebben van maximaal 55°C.

Technische omschrijving: Aanbrengen van vloer-, plafond- of wandverwarming of lage temperatuur warmtewisselaars.

7. Fotovoltaïsche zonne-energie (PV-systeem)

Toepassing: het opwekken van elektriciteit uit zonlicht, waarbij de opgewekte elektriciteit direct wordt gebruikt in het gebouw waar de voorziening is geïnstalleerd of wordt teruggeleverd aan het openbare elektriciteitsnet.

Technische omschrijving: een aan het gebouw verbonden systeem van één of meerdere panelen met fotovoltaïsche zonnecellen en één of meerdere spanningsomvormers met een gezamenlijk piekvermogen van minimaal 90 Watt piekvermogen (Wp) per gebouw. Het piekvermogen (Wp) van de zonnepanelen van het systeem wordt bepaald conform IEC 60904.

8. Zonneboiler

Toepassing: het verwarmen van tapwater met behulp van zonlicht.

Technische omschrijving: één of meerdere zonnecollectoren en een warmteopslagvat dat een jaarlijkse opbrengst heeft van ten minste 3,0 GJ bepaald volgens NPR 7976 ‘Bepaling van de energetische opbrengst van zonneboilers’ voor zonneboilers met een oppervlak kleiner dan 6 m2 . Voor zonneboilers met een oppervlak groter of gelijk aan 6 m2 moet de jaarlijkse opbrengst in GJ bepaald worden conform ENV 12977, waarbij de klimaatgegevens uit NPR 7976 gehanteerd moeten worden. Het warmtapwatergebruik moet genomen worden conform het werkelijke verbruik in het verleden.

9. Warmtepomp

Toepassing: het verwarmen van een ruimte door middel van een warmtepomp die warmte onttrekt aan grondwater, oppervlaktewater of de bodem.

Technische omschrijving: een elektrische of gasgestookte warmtepomp, die is gekoppeld aan een lage temperatuur verwarmingssysteem (LTV-systeem) waarvan de ontwerp aanvoertemperatuur (T aanvoer) maximaal 55°C bedraagt. Voor elektrische warmtepompen dient de Coëfficiënt of Performance (COP), bepaald volgens NEN-EN 14511 of NEN-EN 255, minimaal 3,5 te zijn bij de testcondities die overeenkomen met het systeemontwerp. In geval van een gasgedreven warmtepomp dient de gas utilization efficiency (GUE) in the heating mode van de warmtepomp bepaald volgens de NEN-EN 14511 en de NEN-EN 12309, deel 2, minimaal 1,4 te zijn bij de testcondities die overeenkomen met het systeemontwerp.

10. Warmtekrachtinstallatie

Toepassing: het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht.

Technische omschrijving: een warmtekrachtinstallatie waarbij de warmte nuttig wordt aangewend in het gebouw waar de voorziening is geïnstalleerd en waarbij het totaal energetisch rendement gemiddeld op jaarbasis 65% bedraagt. Het totaal energetisch rendement is het elektrisch rendement + 2/3e van het thermisch rendement van de nuttig aan te wenden warmte. De rendementen worden berekend op de onderste verbrandingswaarde van de ingezette brandstof.

11. HF-verlichting met spiegeloptiek

Toepassing: verlichting van ruimtes middels energiebesparende verlichting.

Technische omschrijving: A: een armatuur met spiegeloptiek voorzien van een hoogfrequent elektronisch voorschakelapparaat en een gasontladingslamp met een diameter van 16 mm met een minimum vermogen van 14 Watt, of

B: een armatuur met spiegeloptiek voorzien van een vast in het armatuur gemonteerd hoogfrequent elektronisch voorschakelapparaat en een compacte lagedruk fluorescentielamp, waarbij het lichtconversiesysteem bij een omgevingstemperatuur van 25°C en bij het nominale opgenomen vermogen voldoet aan de eis ten aanzien van de verhouding lichtstroom/opgenomen vermogen van: > 75 lumen/Watt;

hierbij betreft het opgenomen vermogen, het vermogen opgenomen door het gehele lichtconversiesysteem; de lichtstroom betreft de lichtstroom van de kale lamp.

12. Aanwezigheids- of daglichtsensoren

Toepassing: het automatisch schakelen of regelen van verlichtingssystemen, ten behoeve van verlichting van ruimtes, in afhankelijkheid van de aanwezigheid van personen of daglicht.

Technische omschrijving: een bewegingssensor of daglichtsensor met (ingebouwde) schakeleenheid.

1. Vloerisolatie met R ≥ 2.5 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van de begane grondvloer of van de vloer boven een onverwarmde ruimte of de buitenlucht door middel van het aanbrengen van een isolatielaag aan de onderzijde van de vloer. Bij woningen zonder kruipruimte of een kruipruimte met een hoogte (te meten tussen de onderzijde van de begane grondvloer en de vloer van de kruipruimte) van minder dan 60 cm, is het aanbrengen van vloerisolatie aan de bovenzijde van de begane grondvloer toegestaan mits hiervoor bovenop de isolatielaag harde vloerafwerkingsmaterialen worden toegepast.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal, welke niet uit in situ gespoten polyurethaan bestaat, met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W, of

b) een in situ gespoten laag HCFK vrije polyurethaan, voorzien van een certificaat waaruit blijkt dat de laag voldoet aan de beoordelingsrichtlijn 1332/02 van het BKB, met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W.

Uitgangspunt bij de vereiste warmteweerstand (R) is een ventilatievoorziening in twee tegenover elkaar gelegen buitenmuren, met een gezamenlijke doorlaat van 100 mm2 per m2 vloeroppervlak.

2. Bodemisolatie met R ≥ 1,30 m2.K/W (bodem/opgaande werk) of R ≥ 3,00 m2.K/W (bodem)

Toepassing: het bedekken van de bodem van een kruipruimte met een isolerende laag, eventueel samen met het opgaande werk tot aan de begane grondvloer.

Technische omschrijving: een isolerende laag met een warmteweerstand (R) van ten minste 1,30 m2 .K/W voor de bodem van de kruipruimte en van ten minste 1,30 m2 .K/W voor het opgaande werk of een warmteweerstand (R) van ten minste 3,00 m2 .K/W voor de bodem wanneer het opgaande werk niet wordt geïsoleerd. Met het opgaande werk wordt bedoeld de funderingen van buitengevels en woningscheidende muren gerekend vanaf de bodem van de kruipruimte tot aan de onderzijde van de begane grondvloer.

De minimale warmteweerstand dient gewaarborgd te zijn rekening houdende met de ter plaatse mogelijke hoeveelheid staand water. Tevens dient de bereikbaarheid van eventueel aanwezige leidingen gehandhaafd te blijven.

Uitgangspunt bij de vereiste warmteweerstand (R) is een ventilatievoorziening in twee tegenover elkaar gelegen buitenmuren, met een gezamenlijke doorlaat van 100 mm2 per m2 vloeroppervlak.

3. Spouwmuurisolatie met R ≥ 1,30 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van de spouwmuur van een buitengevel, buitengeveldeel of binnenwand grenzend aan een onverwarmde ruimte.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van ten minste 1,30 m2 .K/W.

4. Gevelisolatie met R ≥ 2,50 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van de binnen- of buitenzijde van een buitengevel, buitengeveldeel (waaronder begrepen borstweringen en het vervangen van glas door een niet transparante laag) of een binnenwand grenzend aan een onverwarmde ruimte.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W.

5. Dak- of vlieringisolatie met R ≥ 2,50 m2.K/W

Toepassing: het isoleren van hetzij een dak hetzij een onverwarmde vliering, met uitzondering van een plat dak aan de onderzijde of van een schuin dak met UF-schuim onder de dakpannen.

Technische omschrijving: een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van ten minste 2,50 m2 .K/W.

6. HR++glas

Toepassing: het beperken van energieverliezen via ramen door middel van warmtereflecterend isolerend meervoudig glas.

Technische omschrijving: warmtereflecterend isolerend meervoudig glas dat voorzien is van de vermelding van de productnaam en het kenmerk HR++ glas (vastgesteld volgens de nationale BRL 2202,1999 of de BRL 3105,2001 c.q. de ten tijde van het aanbrengen van de voorziening geldende BRL) in de afstandhouder en een spouwbreedte van ten minste 15 mm of een U-waarde heeft van ten hoogste 1,20 W/m2 .K berekend conform NEN-EN 673 (dec.1997). Het toepassen van geïntegreerde roeden is toegestaan.

7. Galerij- of balkonafdichting

Toepassing: het winddicht dichtzetten van balkons en galerijen bij meergezinswoningen.

Technische omschrijving: beglazing, beplating of andere bouwkundige voorziening.

8. Installatie voor het terugwinnen van warmte uit ruimteventilatielucht

Toepassing: het terugwinnen van warmte uit ruimteventilatielucht.

Technische omschrijving: een warmtewisselsysteem, inclusief het daarbij behorende kanaalwerk en de luchtbehandelingskast, met een energetisch rendement van ten minste 80%.

9. Vloer- of wandverwarming aangesloten op Lage Temperatuur Centraal Verwarmingssysteem

Toepassing: het verwarmen van woonkamer en keuken door middel van vloer- of wandverwarming gekoppeld aan een lage temperatuur centraal verwarmingssysteem.

Technische omschrijving: vloer- of wandverwarming in woonkamer en keuken gekoppeld aan een (aangepaste) warmwaterverwarmingsinstallatie waarvan de ontwerp-aanvoertemperatuur maximaal 55°C bedraagt, waarbij bovendien het afgiftevermogen van de aangebrachte vloer- of wandverwarming groot genoeg is om in deze vertrekken als hoofdverwarming te dienen.

De warmwaterverwarmingsinstallatie dient te voldoen aan de kwaliteitseisen geformuleerd in ISSO publicatie 50 ‘Kwaliteitseisen Verwarmingsinstallaties Woningen’ (1999).

10. Fotovoltaïsche zonne-energie (PV-systeem)

Toepassing: het opwekken van elektriciteit uit zonlicht, waarbij de opgewekte elektriciteit direct wordt gebruikt in het gebouw waar de voorziening is geïnstalleerd of wordt teruggeleverd aan het openbare elektriciteitsnet.

Technische omschrijving: een aan het gebouw verbonden systeem van één of meerdere panelen met fotovoltaïsche zonnecellen en één of meerdere spanningsomvormers met een gezamenlijk piekvermogen van minimaal 90 Watt piekvermogen (Wp) per gebouw. Het piekvermogen (Wp) van de zonnepanelen van het systeem wordt bepaald conform IEC 60904.

11. Zonneboiler

Toepassing: het verwarmen van tapwater met behulp van zonlicht.

Technische omschrijving: één of meerdere zonnecollectoren en een warmteopslagvat dat een jaarlijkse opbrengst heeft van ten minste 3,0 GJ bepaald volgens NPR 7976 ‘Bepaling van de energetische opbrengst van zonneboilers’ voor zonneboilers met een oppervlak kleiner dan 6 m2 . Voor zonneboilers met een oppervlak groter of gelijk aan 6 m2 moet de jaarlijkse opbrengst in GJ bepaald worden conform ENV 12977, waarbij de klimaatgegevens uit NPR 7976 gehanteerd moeten worden. Het warmtapwatergebruik moet genomen worden conform NPR 7976 voor collectieve zonneboilers.

12. Warmtepompboiler

Toepassing: verwarming van warmtapwater met behulp van omgevingswarmte.

Technische omschrijving: een warmtepomp die warmte onttrekt aan ventilatielucht en een warmteopslagvat.

Voor elektrische warmtepompen dient de Coëfficiënt of Performance (COP) minimaal 2,4 te bedragen gemeten conform NEN-EN 255-3.

Voor gasgedreven warmtepompen dient de gas utilization efficiency (GUE) minimaal 1,2 te bedragen gemeten conform NEN-EN 12309-2. Het vermogen van de warmtepomp moet voldoende zijn om 80% van de warmtapwatervraag te dekken.

13. Warmtepomp voor ruimteverwarming

Toepassing: ruimteverwarming met behulp van omgevingswarmte.

Technische omschrijving: een warmtepomp die warmte onttrekt aan de bodem, grondwater of oppervlaktewater en die is gekoppeld aan een lage temperatuur centraal verwarmingssysteem (LTV-systeem) waarvan de ontwerp-aanvoertemperatuur (T aanvoer) maximaal 55°C bedraagt.

Voor elektrische warmtepompen dient de Coëfficiënt of Performance (COP) van de warmtepomp, bepaald volgens NEN-EN 14511 of NEN-EN 255, minimaal 3,5 te zijn bij de testcondities die overeenkomen met het systeemontwerp.

Voor gasgedreven warmtepompen dient de gas utilization efficiency (GUE) in the heating mode van de warmtepomp, bepaald volgens de NEN-EN 14511 en de NEN-EN 12309-2, minimaal 1,4 te zijn bij de testcondities die overeenkomen met het systeemontwerp.