Wijzigingen Officiële bron
Formeel recht, wederzijdse bijstand in belastingzaken; memorandum van overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van Nederland en SpanjeFormeel recht, wederzijdse bijstand in belastingzaken; memorandum van overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van Nederland en Spanje

De Directeur-generaal Belastingdienst geeft namens de Minister van Financiën kennis van het volgende:

Op 11 april 2006 hebben de bevoegde autoriteiten van Nederland en Spanje in het kader van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van 16 juni 1971 een Memorandum van Overeenstemming getekend ten behoeve van de stroomlijning en intensivering van wederzijdse bijstand in belastingzaken.

Het Memorandum geeft richtlijnen voor de automatische en spontane uitwisseling van inlichtingen, onder andere met betrekking tot onroerende goederen, dividenden, royalty’s, inkomsten uit zelfstandige arbeid en dienstbetrekking en pensioenen. Daarnaast biedt het memorandum regels voor de uitvoering van gelijktijdige belastingcontroles en de aanwezigheid van belastingambtenaren van de ene staat op het grondgebied van de andere staat ten behoeve van een onderzoek.

Den Haag18 augustus 2006De Minister van Financiën, namens deze: de directeur-generaal Belastingdienst, J.Thunnissen

De bevoegde autoriteiten van Nederland en Spanje

In aansluiting op de bepalingen van de Richtlijn van de Raad nr. 77/799/EEG van 19 december 1977 inzake wederzijdse bijstand door de bevoegde autoriteiten van de Lidstaten op het gebied van directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies (hierna genoemd: ‘Richtlijn 77/799/EEG’),

En Artikel 28 van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van 16 juni 1971 (hierna genoemd: ‘de Overeenkomst’),

En gelet op de wens van beide bevoegde autoriteiten om de wederzijdse bijstand tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Spanje te verbeteren en te intensiveren,

Zijn het volgende overeengekomen:

Voor de toepassing van dit Memorandum van Overeenstemming zijn de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten:

In Nederland:

The Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst/Economische Controledienst,

Belastingdienst/FIOD-ECD kantoor Amsterdam, team Internationaal

Postbus 59395,

1040 KJ Amsterdam

Nederland

In Spanje:

Oficina Nacional de Investigación del Fraude: Equipo Central de Información

Agencia Estatal de Administración Tributaria

C/ Cardenal Marcelo Spínola n° 2

28016 Madrid

Spanje

Dit Memorandum van Overeenstemming is van toepassing op de belastingen genoemd in Artikel 2, Paragraaf 3, van de Overeenkomst and in Artikel 1 van Richtlijn 77/799/EEG

De bevoegde autoriteiten verstrekken elkaar automatisch de beschikbare inlichtingen als genoemd in Paragraaf III.3 op grond van de Artikelen 3 en 9 van Richtlijn 77/799/EEG en de artikelen 28 van de Overeenkomst.

De bevoegde autoriteiten intensiveren de spontane uitwisseling van inlichtingen als genoemd in Paragraaf III.4 op grond van de Artikelen 4 en 9 van Richtlijn 77/799/EEG en Artikel 28 van de Overeenkomst.

De bevoegde autoriteiten verstrekken elkaar automatisch inlichtingen met betrekking tot de volgende inkomsten en/of gegevens:

In het kader van dit hoofdstuk is tevens overeengekomen dat de spontane uitwisseling van inlichtingen inzake directe belastingen wordt geïntensiveerd. Dit geldt met name voor de volgende categorieën:

De bevoegde autoriteiten van beide Staten kunnen in het kader van de overlegprocedure als bedoeld in Artikel 9 van de Richtlijn de uitwisseling van inlichtingen uitbreiden tot andere dan de hier bedoelde gevallen.

Indien mocht blijken dat de verstrekte inlichtingen onjuist of onvolledig zijn, dient de bevoegde autoriteit dit zo spoedig mogelijk kenbaar te maken aan de andere Staat. Hetzelfde geldt voor technische problemen of fouten bij het converteren van de verstrekte inlichtingen.

De inlichtingen als bedoeld in Paragraaf III.3 worden zo spoedig mogelijk periodiek verstrekt en bij voorkeur aan het einde van elk kalenderjaar volgend op het jaar waarin de inkomsten ontstonden.

De inlichtingen als bedoeld in Paragraaf III.3 worden voor zoveel mogelijk elektronisch verstrekt in het OECD Standard Magnetic Format (meest recente versie). Uitwisseling op papier vindt slechts plaats voor inlichtingen als bedoeld in Paragraaf III.4, indien geen elektronische middelen voor de uitwisseling beschikbaar zijn.

Voor natuurlijke personen omvatten de te verstrekken inlichtingen de naam en het adres, het fiscaal nummer van het woonland of het persoonlijk identificatienummer indien het fiscaal nummer niet beschikbaar is. De inlichtingen omvatten indien beschikbaar eveneens de geboortedatum en geboorteplaats. Overeenkomstige inlichtingen met betrekking tot rechtspersonen worden eveneens verstrekt.

Om tot een doelmatige behandeling van de verstrekte inlichtingen te komen zal een limititatieve beperking worden toegepast voor situaties overeengekomen tussen de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten.

Teneinde te komen tot een meer doelmatige uitwisseling van inlichtingen en het vermijden en ontgaan van belastingen doeltreffend te behandelen kunnen de bevoegde autoriteiten gelijktijdige belastingcontroles uitvoeren van geselecteerde belastingplichtigen of groepen van belastingplichtigen.

Onder ‘gelijktijdige belastingcontrole’ wordt verstaan een regeling tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten om gelijktijdig en zelfstandig, ieder op het eigen grondgebied, de belastingzaken van een belastingplichtige of een groep belastingplichtigen te onderzoeken waarin zij een gezamenlijk en verbonden belang hebben, met het doel de daarmee verkregen van belang zijnde inlichtingen uit te wisselen.

Gelijktijdige belastingcontroles worden uitgevoerd als onderdeel van de reguliere belastingcontroles van ieder van de Staten. Iedere Staat draagt de eigen kosten van deze werkzaamheden.

De doelstellingen, de procedures voor de selectie van zaken en de onderzoeksprocedures die de bevoegde autoriteiten zijn overeengekomen, zijn nader beschreven in de bijlage bij dit Memorandum van Overeenstemming.

Dit hoofdstuk is gebaseerd op Artikel 6 van Richtlijn 77/799/EEG en Artikel 28 van de Overeenkomst.

In bijzondere gevallen kan een verzoek worden gedaan om belastingambtenaren van de ene Staat bij een onderzoek op het grondgebied van de andere Staat aanwezig te laten zijn. Het gaat hierbij in het bijzonder om:

De bevoegde autoriteiten kunnen de aanwezigheid van belastingambtenaren van de ene Staat op het grondgebied van de andere Staat toestaan in andere dan de in paragraaf V.2 omschreven gevallen.

Indien een verzoek wordt ingewilligd, geschiedt dit met dien verstande dat de verzoekende Staat in soortgelijke omstandigheden ook belastingambtenaren van de aangezochte Staat zou toelaten.

Een verzoek om aanwezigheid van belastingambtenaren wordt schriftelijk ingediend door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat en maakt deel uit van een verzoek om inlichtingen. De bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat neemt zo spoedig mogelijk een beslissing over het verzoek.

De aangezochte Staat kan het verzoek slechts afwijzen na overleg met de verzoekende Staat onder vermelding van de redenen voor deze beslissing.

Het verzoek vermeldt waarom de aanwezigheid van belastingambtenaren noodzakelijk is en geeft een korte omschrijving van de zaak.

Indien het verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de plaats van het onderzoek en van de autoriteit of functionarissen die zijn aangewezen om het onderzoek uit te voeren.

Het onderzoek wordt uitsluitend verricht door belastingambtenaren van de aangezochte Staat. De bezoekende belastingambtenaren zijn bevoegd aanwezig te zijn bij een onderzoek dat wordt uitgevoerd in overeenstemming met het verzoek om inlichtingen zonder dat zij actief deelnemen aan het onderzoek. De bezoekende functionarissen houden zich aan de wetten van de aangezochte Staat.

De bezoekende belastingambtenaren mogen slechts aanwezig zijn bij die onderdelen van het onderzoek in de aangezochte Staat die voor het onderzoek in de verzoekende Staat van belang zijn of kunnen zijn.

De bezoekende belastingambtenaren mogen geen beslissingen nemen over zaken aangaande het onderzoek in de aangezochte Staat, maar zij mogen met betrekking tot dergelijke zaken voorstellen doen aan de autoriteit of functionarissen die zijn aangewezen voor de uitvoering van het onderzoek. Een beslissing over deze voorstellen wordt genomen door de autoriteit of functionarissen van de aangezochte Staat.

De tijdens het onderzoek verkregen inlichtingen dienen te worden uitgewisseld door de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de bepalingen inzake de uitwisseling van inlichtingen van artikel 28 van de Overeenkomst.

De bepalingen van Richtlijn 77/799/EEG en de Overeenkomst zijn van toepassing op de geheimhouding en de beperkingen die worden gesteld aan de uitwisseling van inlichtingen.

De verzoeken om bijstand en de uit te wisselen inlichtingen worden door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Staat gezonden aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Staat.

De verzoeken om bijstand worden waar mogelijk binnen drie maanden beantwoord door de aangezochte Staat. Indien een verzoek niet kan worden beantwoord of indien niet aan een verzoek kan worden voldaan binnen de genoemde termijn, wordt de verzoekende Staat hiervan in kennis gesteld voordat de termijn is verstreken.

De verzoeken om bijstand worden opgesteld in het Engels of in de taal van de aangezochte Staat, gevolgd door een Engelstalige versie. In spoedeisende gevallen mag een verzoek geheel of gedeeltelijk worden opgesteld in de taal van de verzoekende Staat na overleg tussen de bevoegde autoriteiten.

Dit Memorandum van Overeenstemming treedt in werking op de dag na de laatste der beide data waarop de ondertekenaars van de bevoegde autoriteiten van Nederland en Spanje hebben getekend. Hoofdstuk III is van toepassing op inlichtingen vanaf het kalenderjaar 2005. De Administraties dragen zorg voor de vereiste bekendmaking van dit Memorandum van Overeenstemming.

De ondertekenaars komen overeen bijeen te komen om dit Memorandum van Overeenstemming te evalueren na het verstrijken van een periode van drie jaar na de datum van inwerkingtreding, tenzij zij elkaar schriftelijk meedelen dat een evaluatie niet noodzakelijk is. Vragen betreffende een herziening kunnen echter te allen tijde op verzoek van een van de ondertekenaars in behandeling worden genomen.

Dit Memorandum van Overeenstemming kan door elk van de ondertekenaars door middel van een schriftelijke kennisgeving worden beëindigd en houdt op van kracht te zijn zes maanden na ontvangst van een dergelijke kennisgeving. Dit Memorandum van Overeenstemming blijft in geen geval langer van kracht dan de Overeenkomst.

Dit Memorandum van Overeenstemming kan worden aangehaald als het ‘Memorandum van Overeenstemming tussen Nederland en Spanje inzake de stroomlijning en intensivering van wederzijdse bijstand in belastingzaken’.

Dit Memorandum van Overeenstemming wordt in drievoud getekend in de Nederlandse, Spaanse en Engelse taal, de drie talen zijnde gelijkelijk authentiek. Ingeval de teksten verschillend kunnen worden uitgelegd, zal de Engelse tekst doorslaggevend zijn.

Amsterdam, 11 april 2006,

Voor Nederland:

Th.W.M. Poolen

Plaatsvervangend directeur-generaal Belastingdienst

Voor Spanje:

Carlos Cervantes Sánchez Rodrigo

Directeur Audit Department

Teneinde een model te verstrekken voor de uitvoering van gelijktijdige belastingcontroles zijn de bevoegde autoriteiten van Nederland en Spanje het volgende overeengekomen:

De hoofddoelstelling van de gelijktijdige belastingcontrole is het vaststellen van de juiste schuld van de belastingplichtige onder andere in gevallen waarin:

Gelijktijdige belastingcontroles zijn niet bedoeld ter vervanging van de regeling voor onderling overleg als bedoeld in artikel 27 van de Overeenkomst.

De selectieprocedure verloopt als volgt:

Ieder geval dat geselecteerd wordt voor een gelijktijdige belastingcontrole betreft in het algemeen een belastingplichtige of belastingplichtigen met gemeenschappelijke belangen in beide Staten.

De factoren die in aanmerking worden genomen bij de eventuele selectie van een geval voor een gelijktijdige belastingcontrole omvatten hoofdzakelijk, maar zijn niet beperkt tot:

De controles zullen binnen het kader van de nationale wetgeving en praktijk afzonderlijk worden uitgevoerd door uitsluitend functionarissen van de belastingautoriteiten van beide Staten onder gebruikmaking van de beschikbare voorzieningen inzake de uitwisseling van inlichtingen.

Omwille van de doelmatigheid van het onderzoek kan de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de andere Staat worden toegestaan in overeenstemming met de bepalingen van Hoofdstuk V van het Memorandum van Overeenstemming tussen Nederland en Spanje inzake de stroomlijning en intensivering van wederzijdse bijstand in belastingzaken.

Alvorens met de gelijktijdige belastingcontrole te beginnen bestuderen de belastingdienstmedewerkers die verantwoordelijk zijn voor de zaak tezamen met hun collega’s van de andere Staat de onderzoeksplannen van elke Staat, mogelijke kwesties die dienen te worden uitgewerkt en streefdata. Het kan dienstig zijn coördinerende bijeenkomsten te houden ten behoeve van de planning en het nauwgezet volgen van het verloop van de gelijktijdige belastingcontrole.

Een gelijktijdige belastingcontrole vereist samenwerking tussen belastingdienstmedewerkers gevestigd in beide Staten, die gelijktijdig maar zelfstandig de belastingplichtige(n) binnen hun rechtsgebied onderzoeken. Zij stemmen hun werkschema’s zo goed mogelijk op elkaar af.

Indien een van de bevoegde autoriteiten vaststelt dat het niet langer nuttig is een gelijktijdige belastingcontrole voort te zetten, kan zij zich terugtrekken door de andere bevoegde autoriteit daarvan in kennis te stellen.

Een gelijktijdige belastingcontrole wordt afgerond na afstemming en overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de Staten. Op kwesties op het gebied van dubbele belasting die rijzen naar aanleiding van het onderzoek, is uitsluitend de regeling voor onderling overleg van artikel 27 van de Overeenkomst van toepassing.