Ministeriële regeling · BWBR0020711

Regeling geurhinder en veehouderij

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 december 2006, nr. BWL/2006333382, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Bodem, Water en Landelijk Gebied, Afdeling Landbouw, houdende vaststelling van geuremissiefactoren, minimumafstanden voor pelsdieren, de wijze van omrekening naar geurbelasting en van de wijze van afstandsbepaling (Regeling geurhinder en veehouderij)Regeling geurhinder en veehouderijDe Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 1, 4, tweede lid, en 10 van de Wet geurhinder en veehouderij;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag8 december 2006De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. vanGeel

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

wet: Wet geurhinder en veehouderij;

emissiepunt: punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten:

Voor een veehouderij waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, wordt de geurbelasting die de veehouderij veroorzaakt vanwege dierenverblijven waarin een huisvestingssysteem dat begint met een van de navolgende BWL-codes wordt toegepast, tot 1 juli 2019 berekend met de geuremissiefactor voor de betreffende diercategorie zoals die luidde onmiddellijk vóór de datum van inwerkingtreding van de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juli 2018 tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij (wijzigingen rendement geur voor bepaalde luchtwassystemen en periodieke actualisatie emissiefactoren voor ammoniak en geur) (Stcrt. 2018, 39679), indien vóór 1 mei 2018 reeds een aanvang is gemaakt met het oprichten of veranderen van de veehouderij:

Voor een veehouderij waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, wordt de geurbelasting vanwege de veehouderij tot 1 juni 2022 berekend met inachtneming van het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning 2010, indien:

De afstand, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet is opgenomen in bijlage 2.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geurhinder en veehouderij.

Eindnoten:

1. De geuremissie heeft betrekking op een stalperiode van maximaal drie maanden in de winter.

2. De geuremissiefactor geldt inclusief opfok, zodat die opfok niet meetelt voor de berekening van de geuremissie.

3. Een stalsysteem met spoelgoten wordt niet gewaardeerd als emissiearme huisvesting maar als overige huisvesting.

4. a.e. is de afkorting van ammoniakemissie.

5. Voor opfokzeugen na de eerste dekking wordt de geuremissiefactor voor fokzeugen gehanteerd.

6. Bij de diercategorie geiten is bij het bepalen van het emissiereductiepercentage voor luchtwassystemen rekening gehouden met leklucht.

De afstanden, uitgedrukt in meters, voor nertsen worden als volgt bepaald.