Wijzigingen Officiële bron
Verordening van het bestuur van het Productschap Vee en Vlees van 13 september 2006 houdende de regulering van varkensleveringen (Verordening varkensleveringen (PVV) 2006) Verordening varkensleveringen (PVV) 2006 Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees;

Gelet op de artikelen 93, 95, 102 en 104 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en de artikelen 10 en 11 van het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees;

Gezien de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004;

Besluit:

Zoetermeer13 september 2006J.J.RamekersvoorzitterS.B.M.Jongeriussecretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 14 december 2006.

In deze verordening wordt verstaan onder:

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien:

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een B-bedrijf, indien op het varkenshouderijbedrijf vrouwelijke varkens worden gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen.

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een C-bedrijf, indien:

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een E-bedrijf, indien:

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een F-bedrijf, indien op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één B-bedrijf.

Aanvragen, verklaringen en bedrijfsrapporten als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 worden ingediend bij het productschap.

Het is de ondernemer verboden een of meer varkens te vervoeren van of naar, af te voeren of te doen afvoeren van een varkenshouderijbedrijf of een verzamelcentrum dan wel te ontvangen of aan te voeren op een varkenshouderijbedrijf.

Het verbod, bedoeld in artikel 10, is niet van toepassing op het vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van:

Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het de ondernemer in afwijking van artikel 10 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijk lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren.

Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld zoals voorzien in de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 13, eerste lid, onderdelen a en b, 14, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 15, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b, en 16, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt.

De aanwijzingen, afgegeven onder de Regeling Varkensleveringen, worden aangemerkt als aanwijzingen, afgegeven onder de verordening, met dien verstande dat aanwijzingen, onder de Regeling Varkensleveringen voor onbepaalde tijd afgegeven, hun geldigheid verliezen zes maanden na de inwerkingtreding van de verordening.

A) inrichtingseisen:

B) managementeisen:

Indien een bedrijf is gecertificeerd onder IKB-varkens, dan wel IKB-2004, volstaat de jaarlijkse IKB-controle. Een A-bedrijf, C-bedrijf of E-bedrijf kan per 1 januari 2007 bij het meldingsbureau schriftelijk aangeven of het IKB-gecertificeerd is en of de gegevens van de IKB-controle gebruikt mogen worden voor de aanwijzing als A-bedrijf, C-bedrijf of E-bedrijf. Voor A-bedrijven dient een aanvullende rapportage te worden opgesteld door een geaccrediteerde keuringsinstantie waarin de punten van de onder A. weergegeven Aanvullende toetslijst terugkomen. Dit kan tegelijk met de jaarlijkse IKB-controle. De bevindingen van de jaarlijkse IKB-controle, voor A-bedrijven, aangevuld met een aanvullende rapportage worden toegezonden aan het productschap. Indien een A-bedrijf, C-bedrijf of E-bedrijf niet aangeeft dat het IKB-gecertificeerd is, dan wel geen toestemming verleent om de gegevens van de IKB-controle te mogen gebruiken, wordt het bedrijf voor de aanwijzing als A-bedrijf, C-bedrijf of E-bedrijf gezien als niet IKB-gecertificeerd bedrijf en dient de onderstaande procedure gevolgd te worden.

Een bedrijf dat niet IKB-gecertificeerd is overlegt aan het productschap bij aanvang en vervolgens minimaal éénmaal per jaar een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld, bedrijfsrapport, waaruit blijkt dat het bedrijf getoetst is aan de gestelde voorwaarden welke zijn opgenomen in de onder B. weergegeven toetslijst.

Aanvullend zullen er steekproefsgewijs controles worden uitgevoerd op zowel de IKB-gecertificeerde als de niet-IKB-gecertificeerde bedrijven.