Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering VuurwerkovertredingenRichtlijn voor strafvordering Vuurwerkovertredingen

Alle genoemde bedragen zijn transactiebedragen. Ter zitting kunnen deze bedragen worden verhoogd met 20%. De genoemde bedragen gelden voor first offenders. Uitgangspunt zijn basisbedragen voor misdrijven. Deze bedragen dienen als volgt te worden afgerond:

De strafvorderingsrichtlijn geldt niet voor grote zaken, waarbij de delicten zijn te beschouwen als zware milieucriminaliteit. Dergelijke zaken dienen apart te worden beoordeeld. Bij een aantal delicten is reeds in de strafmaat onderscheid gemaakt op basis van bepaalde beoordelingsfactoren, zoals de hoeveelheid vuurwerk, de leeftijd van de koper en het onderscheid tussen toegestaan en verboden consumentenvuurwerk. Op basis van algemene beoordelingsfactoren kunnen de bedragen worden verhoogd1. De algemene beoordelingsfactoren zijn:

– Recidive:

De genoemde bedragen hebben betrekking op first offenders. Bij recidive2 wordt een verhogingspercentage toegepast van 50%.

– Economisch gewin:

Als aantoonbaar is dat het delict is gepleegd met het oog op het behalen van economisch voordeel,wordt een verhogingspercentage toegepast van 25%3. Deze verhoging blijft achterwege, indien het verkregen wederrechtelijk voordeel op enigerlei wijze wordt of is ontnomen.

– Gevaarzetting:

Als sprake is van duidelijke gevaarzetting door het plegen van het delict, wordt een verhogingspercentage van 25% toegepast.

– Misdrijf / overtreding:

De genoemde bedragen gelden voor misdrijven (opzet, voorwaardelijke opzet). Voor overtredingen(niet opzettelijk) wordt een verlagingspercentage van 25% toegepast.

Ten aanzien van natuurlijke personen kan in plaats van een geldboete of een vrijheidsstraf een taakstraf als transactie worden aangeboden, of worden geëist ter zitting. Niet alle vuurwerkdelicten komen in aanmerking voor een afdoening middels een taakstraf. Voor een taakstraf komen in beginsel niet in aanmerking:

Voorts kan als contra-indicatie gelden dat de verdachte nog andere strafzaken open heeft staan.

Verdachten van het voorhanden hebben of afleveren van verboden consumentenvuurwerk komen alleen in aanmerking voor een taakstraf indien het verkregen wederrechtelijk verkregen economisch voordeel op enigerlei wijze wordt of is ontnomen.

Transactievoorstellen vanaf € 440,- kunnen worden omgezet in een taakstraf-voorstel. Elke € 22,- staat gelijk aan twee uren taakstraf4. Voor de eis ter zitting gelden dezelfde bedragen. Voor vrijheidsstraffen geldt dat één dag gevangenisstraf gelijk wordt gesteld met twee uren taakstraf. Feiten waarvoor meer dan vier maanden gevangenisstraf wordt geëist, komen niet in aanmerking voor bestraffing middels een taakstraf.

Bij overtredingen met betrekking tot vuurwerk dat aan de gestelde producteisen voldoet, zoals het in te grote hoeveelheden voorhanden of opgeslagen hebben ervan, kan verbeurdverklaring (VV) van inbeslaggenomen vuurwerk worden gevorderd. Gelet op de kosten en administratieve lasten die uit inbeslagneming met het oog op verbeurdverklaring voortvloeien, verdient het echter vaak de voorkeur om, voorzover dit redelijkerwijs mogelijk is, het niet zo ver te laten komen door op andere wijze een einde te maken aan de overtreding of herhaling te voorkomen. Daarom is hieronder ten aanzien van diverse overtredingen bij de eis aangegeven: eventueel verbeurdverklaring. Hetzelfde geldt ten aanzien van overtreding van aanduidings-, verpakkings- of etiketteringsvoorschriften met betrekking tot overigens toegestaan vuurwerk. Bij overtredingen met betrekking tot vuurwerk dat niet aan de gestelde producteisen voldoet, behoort onttrekking aan het verkeer (OAHV) van het inbeslaggenomen vuurwerk te worden gevorderd. Zie ook Handhavingsdocument Vuurwerk 2005, hoofdstuk 7, onder f.

In gevallen waarin aantoonbaar sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel, behoort dit zoveel mogelijk te worden ontnomen door het treffen van een schikking, dan wel een vordering ter zitting. Bij de eis is dit element niet apart vermeld.

Invoer, uitvoer en doorvoer

Vervoer

Voorhanden hebben

Opslag

Vervaardigen of bewerken

Verkoop, aanprijzen en afleveren

Afsteken en tot ontbranding brengen

Het voorhanden hebben of afleveren van verboden consumentenvuurwerk: toelichting

Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik, moet voldoen aan de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 (Rnev). Hierin staan o.a. eisen aan de lading, geluidsdruk, aard, samenstelling, con-structie en eigenschappen van consumentenvuurwerk. Alle soorten en typen die niet aan die eisen voldoen, worden aangemerkt als verboden consumentenvuurwerk. Voor de meest gangbare soorten of typen (potentieel) verboden consumentenvuurwerk zijn of worden door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) deskundigenverklaringen opgesteld, die representatief zijn voor de onderzochte soorten of typen (zie Handhavingsdocument Vuurwerk 2005, bijlage I). Aangezien het aanbod van vuurwerk, evenals de regelgeving, nogal aan veranderingen onderhevig is, worden de opgestelde deskundigenverklaringen door het NFI ten minste eenmaal per jaar op hun toereikendheid getoetst en, zo nodig, aangepast. Indien of voorzover een deskundigenverklaring van het NFI geen antwoord biedt op de vraag of aangetroffen vuurwerk voldoet aan de Rnev, zal dat vuurwerk specifiek moeten worden onderzocht door het NFI.

Ten behoeve van de strafvordering zijn de gangbare soorten of typen verboden consumentenvuurwerk naar de mate van gevaarzetting verdeeld over vier lijsten. Op lijst I staan de minst gevaarlijke soorten, op lijst IV de gevaarlijkste soorten. Met nadruk wordt erop gewezen dat op de lijsten I en II enkele soorten vuurwerk staan, waarvan een deel van de hiertoe behorende typen misschien wel voldoet aan de Rnev. Het betreft de volgende soorten:

In alle gevallen waarin niet met zekerheid aan de hand van de desbetreffende deskundigenverkla-ring van het NFI kan worden vastgesteld of aangetroffen vuurwerk behorend tot één van deze soorten, voldoet aan de Rnev, kan niet zonder (nader) onderzoek (door het NFI) worden geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de Rnev.

Hoofdregel voor het gebruik van de lijsten voor het bepalen van de eis is dat het aangetroffen of het afgeleverde vuurwerk per lijst bij elkaar wordt opgeteld en dat voor het totale aantal stuks per lijst de straf wordt bepaald (dus niet voor elke soort vuurwerk afzonderlijk). De uitkomsten per lijst worden bij elkaar opgeteld. Van deze regel wordt afgeweken voor wat betreft het afleveren van vuurwerk dat behoort tot de lijsten III en IV. Voor dit vuurwerk wordt per aflevering de bij de hoeveelheid afgeleverd vuurwerk behorende straf bepaald, waarna bij meerdere afleveringen het totaal bij elkaar wordt opgeteld.