Wijzigingen Officiële bron
Circulaire bekwaamheid buitengewoon opsporingsambtenaarCirculaire bekwaamheid buitengewoon opsporingsambtenaarDe Minister van Justitie, namens deze:de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving, J. van der Vlist

In deze circulaire wordt het beleid inzake de ontheffing van de bekwaamheidseis, waarvoor artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (BBO) de mogelijkheid biedt, nader uiteengezet.

In mijn circulaire van 14 mei 2007, kenmerk 5484163/07/CBK heb ik het beleid inzake de bekwaamheid van de buitengewoon opsporingsambtenaren toegelicht. Gebleken is, dat in deze circulaire een onvolkomenheid staat in het onderdeel seniorenontheffing. Deze onvolkomenheid wordt door middel van de onderhavige circulaire rechtgezet. Gelet op de leesbaarheid van de circulaire acht ik het wenselijk de circulaire integraal te herzien en te publiceren.

Deze circulaire is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt aandacht besteed aan de opleiding in zijn algemeenheid. In hoofdstuk 3 wordt het beleid ten aanzien van het verlenen van ontheffingen van de bekwaamheidseis toegelicht. Tenslotte wordt in hoofdstuk 4 de procedure beschreven van het aanvragen van een ontheffing van de bekwaamheidseis.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, van het BBO beschikt iemand over de bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden indien hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. Artikel 16, eerste lid bepaalt verder dat deze bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg afleggen van het daarvoor vastgestelde examen.

Het is noodzakelijk dat de buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een algemene basiskennis van het recht en in het bijzonder van het formele en materiële strafrecht. Daarnaast mag ook de vaardigheid van het opmaken van een proces-verbaal niet ontbreken. De (beoogd) buitengewoon opsporingsambtenaar wordt op beide elementen getoetst teneinde te bezien of hij over deze kennis en vaardigheden beschikt. Het examen dient elke vijf jaar met goed gevolg te worden afgelegd. Dit dient als één van de voorwaarden voor het verkrijgen van een akte van opsporingsbevoegdheid.

De eisen voor de bekwaamheid zijn vastgelegd in de vorm van eindtermen. Wetswijzigingen ten aanzien van de regelgeving in de eindtermen kunnen worden opgenomen in het examen vanaf zes maanden na de inwerkingtreding van de betreffende wetsbepalingen. De eindtermen behoeven daarvoor niet te worden gewijzigd. De door de mij vastgestelde eindtermen zijn gepubliceerd in de Staatscourant en zijn op te vragen bij het Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van mijn ministerie.

Jaarlijks worden door mij goedgekeurde examens afgenomen. De examens worden georganiseerd door het Cito (Centraal Instituut voor Toetsing en Ontwikkeling) en worden afgenomen onder verantwoordelijkheid van de door mij ingestelde Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar. Het Examenreglement buitengewoon opsporingsambtenaar is gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2002, 16).

Het examen valt uiteen in twee onderdelen: het theoretisch onderdeel rechtskennis (multiple choice vragen) en het onderdeel proces-verbaal (uitwerking van een casus). Nadere informatie over de inhoud van het examen en inschrijvingen is te verkrijgen bij het Cito te Arnhem, tel. 026 - 352 11 11, www.cito.nl.

Indien men slaagt voor het examen buitengewoon opsporingsambtenaar ontvangt men een ‘getuigschrift boa’, namens mij ondertekend door de voorzitter van de Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar.

Het getuigschrift boa is vijf jaar geldig. Indien men binnen één jaar na het behalen van het getuigschrift een akte van opsporing/beëdiging aanvraagt, dan geldt de benoemingsperiode van vijf jaar vanaf de datum die op de akte van beëdiging staat vermeld. Vraagt men later dan één jaar na het behalen van het getuigschrift als buitengewoon opsporingsambtenaar een akte van opsporing/beëdiging aan, dan geldt echter een maximale benoemingsperiode tot vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld.

Bij overgang van de buitengewoon opsporingsambtenaar naar een nieuwe werkgever blijft het getuigschrift zijn geldigheid behouden, tot maximaal vijf jaar na de datum die op het getuigschrift staat vermeld. Daarna moet de buitengewoon opsporingsambtenaar, voor de verlenging van de akte van beëdiging, opnieuw het getuigschrift behaald hebben dan wel voldoen aan de hierna genoemde ontheffingsgronden.

Uitgangspunt is dat zowel bij een eerste aanvraag als bij een aanvraag tot verlenging tot benoeming als buitengewoon opsporingsambtenaar aan de bekwaamheidseis moet worden voldaan. Ingevolge artikel 16 van het BBO kan van de bekwaamheidseis ontheffing worden verleend, indien de bekwaamheid voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheid op andere wijze blijkt. Voor alle ontheffingen geldt, dat buitengewoon opsporingsambtenaren hier niet automatisch ‘recht’ op hebben. De werkgever dient de ontheffing te allen tijde te ondersteunen en aan te vragen.

De volgende gevallen kunnen voor ontheffing van de bekwaamheidseis in aanmerking komen, zodat toch een akte van opsporingsbevoegdheid kan worden verleend:

In individuele gevallen kan bij een eerste aanvraag ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend indien één van de volgende getuigschriften wordt overgelegd:

De geldigheidsduur van de ontheffing is maximaal vijf jaren na de datum waarop het betreffende getuigschrift is behaald. Daarna dient het reguliere boa-examen te worden afgelegd, dan wel te worden deelgenomen aan het (eigen) scholingstraject van de werkgever.

Tevens kan een éénmalige en maximaal vijf jaar geldende ontheffing worden toegekend aan een (nieuw) voorgedragen functionaris, die beschikt over één van de hierboven genoemde getuigschriften, maar deze langer dan vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft behaald. Voorwaarde is dan wel, dat deze functionaris enige tijd daarvoor op basis van dit getuigschrift een executieve functie bij de politie of de Koninklijke Marechaussee heeft vervuld.

De termijn waarbinnen na de uitdiensttreding uit de executieve functie de aanvraag om te worden aangesteld als buitengewoon opsporingsambtenaar moet worden ingediend, is vijf jaar. Deze éénmalige en maximaal vijf jaar geldende ontheffing wordt geacht te zijn ingegaan op de dag waarop de aanvrager uit de executieve dienst is ontslagen.

Voorbeeld:

Een politieambtenaar verlaat de executieve functie op 01-01-2005. Deze persoon heeft tot 01-01-2010 ontheffing van de bekwaamheidseis, ongeacht het tijdstip van indiensttreding bij de boa-werkgever. Krijgt deze persoon eerst op 01-01-2007 een boa-werkgever, dan is de ontheffing van de bekwaamheidseis nog slechts drie jaar geldig. In dat geval wordt een akte van opsporingsbevoegdheid voor de beperkte periode verstrekt.

Voor opsporingsambtenaren die van een uittredingsregeling, zoals THOR, gebruik maken en derhalve hun executieve status behouden, geldt onverminderd de eis van het bekleden van een executieve functie. Als uitgangsdatum wordt de datum van het ingaan van de uittredingsregeling gehanteerd.

Bij de (nieuwe) aanvraag moet een kopie van het besluit waarbij iemand uit executieve dienst is ontslagen, worden gevoegd.

Aan vrijwillige ambtenaren van politie kan ontheffing van de bekwaamheideis worden verleend. De (beoogde) buitengewoon opsporingsambtenaar moet aan de onderstaande voorwaarden voldoen:

Daarnaast kan ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend aan politieambtenaren of opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee die naast hun functie de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar als nevenfunctie hebben, doch die langer dan vijf jaren geleden het betreffende diploma hebben behaald. Voor deze ontheffing wordt als voorwaarde gesteld dat de betrokkene in executieve dienst werkzaam is bij de politie of de status van opsporingsambtenaar heeft bij de Koninklijke Marechaussee.

Aan werkgevers met een uitgebreid eigen scholingstraject kan een zgn. semi-permanente ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend (de boa-plus opleiding). De werkgever voorziet in dit geval in een eigen opleiding, afgesloten met een examen dat in eigen beheer wordt afgenomen.

Voor toekenning van deze ontheffing moet voldaan zijn aan de onderstaande voorwaarden:

Deze ontheffing van de bekwaamheidseis kan ook aan individuele buitengewoon opsporingsambtenaren worden toegekend, bijvoorbeeld als zij deelnemen aan het scholingsprogramma bij een werkgever die over een semi-permanente ontheffing beschikt.

Onder de tijdelijke ontheffing wordt verstaan een ontheffing die voor een bepaalde periode kan worden verleend teneinde de werkgever in staat te stellen om de bij hem in dienst zijnde buitengewoon opsporingsambtenaren bij te scholen en in staat te stellen om het vereiste examen af te leggen. Deze ontheffingsmogelijkheid bestaat alleen voor reeds in dienst zijnde buitengewoon opsporingsambtenaren, dus uitdrukkelijk niet voor nieuwe aanvragen tot aanstelling als buitengewoon opsporingsambtenaar. Voorts kan van deze ontheffing slechts gebruik worden gemaakt in de volgende gevallen:

De termijn waarvoor de ontheffing geldt, wordt in overleg met de betreffende werkgever vastgesteld, maar bedraagt maximaal vijf jaar.

Voorbeeld

Een boa-akte loopt van 1 mei 2005 tot 1 mei 2010. De buitengewoon opsporingsambtenaar treedt op 1 mei 2007 in dienst bij een werkgever als sociaal rechercheur (deze functie bekleedde de boa voorheen niet). Deze werkgever biedt een interne boa-opleiding (boa-plus), maar voorziet niet in het behalen van alle benodigde deelcertificaten voor 1 mei 2010 of biedt eerst na 1 mei 2010 de mogelijkheid tot het doen van examen. In dit geval kan een tijdelijke ontheffing worden aangevraagd.

Indien de uitoefening van de opsporingsbevoegdheid zodanig beperkt en gering van omvang is dat in verhouding daarmee het behalen van het examen een onevenredige belasting vormt, kan door de werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar een verzoek om ontheffing worden gedaan. Voorbeelden van deze functies zijn de teleservicemedewerker bij de politie (de functie beperkt zich tot het (telefonisch) aannemen van aangiftes, zonder daderindicatie, zonder dat getuigen worden gehoord en gericht op relatief eenvoudige strafbare feiten) dan wel functies waarbij de buitengewoon opsporingsambtenaar geen contact heeft met het publiek en waarbij de opsporingsbevoegdheid slechts marginaal nodig is voor de werkzaamheden (functies waarbij door een buitengewoon opsporingsambtenaar slechts technische processen-verbaal worden opgemaakt zonder dat getuigen of verdachten behoeven te worden gehoord).

Op basis van de door de werkgever aangedragen gegevens en het advies van de toezichthouder en de direct toezichthouder wordt besloten tot het al dan niet verlenen van ontheffing. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Aan personen die niet beschikken over een geldig diploma of getuigschrift kan in uitzonderlijke gevallen ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend. Gezien het belang dat wordt gehecht aan het basiskennisniveau van elke buitengewoon opsporingsambtenaar kan slechts om ontheffing van de bekwaamheidseis worden verzocht in het volgende geval.

Indien een persoon vanwege bepaalde redenen het examen niet heeft behaald dan wel niet heeft kunnen deelnemen aan het examen kan door de werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar een verzoek om ontheffing worden gedaan. Daarbij moet gemotiveerd worden aangegeven dat het noodzakelijk is dat deze persoon over opsporingsbevoegdheid blijft beschikken en dat hij om bepaalde redenen het examen niet heeft behaald c.q. het onmogelijk was om deel te nemen aan het examen. Een dergelijk verzoek kan alleen worden gedaan bij een aanvraag tot verlenging van de opsporingsbevoegdheid.

Op basis van de aangedragen gegevens en zo nodig in te winnen advies van de toezichthouder en direct toezichthouder kan worden besloten tot het al dan niet verlenen van ontheffing. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

De leeftijdsgrens voor de seniorenontheffing is verhoogd van 55 naar 60 jaar. Gelet op de huidige tendens dat men langer moet doorwerken, ligt het in de rede om hierop ook het ontheffingenbeleid aan te passen.

Op verzoek van de werkgever kan aan een persoon van 60 jaar of ouder éénmalig ontheffing van de bekwaamheidseis worden verleend op grond van het zogenaamde seniorenbeleid onder de volgende voorwaarden:

De ontheffing 60+ wordt slechts eenmalig verleend en geldt voor een periode van vijf jaar. Indien na afloop van de benoemingstermijn waarvoor de ontheffing is verleend, de wens bestaat om opnieuw een verlenging aan te vragen, dan dient de opleiding wederom te worden gevolgd en dient ook het vereiste examen met goed gevolg te worden afgelegd. De ontheffing 60+ kan niet worden verleend aan personen van 60 jaar of ouder voor wie een eerste aanvraag tot benoeming als buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ingediend. De aanvraag voor de ontheffing moet worden ingediend vier maanden voordat de geldende akte verloopt.

Overgangsregeling

De overgangsregeling ziet op twee categorieën:

Aanvragen om ontheffing van de bekwaamheidseis dienen door de werkgever bij mij te worden ingediend. Een aanvraag om ontheffing van de bekwaamheidseis kan voor één, voor alle of voor een deel van de bij een werkgever in dienst zijnde buitengewoon opsporingsambtenaren worden gedaan. Op basis van de aanvraag wordt bij afzonderlijke beschikking dan wel bij categoriale aanwijzing een besluit genomen. Een aanvraag om ontheffing kan tegelijkertijd met de aanvraag voor een categoriale aanwijzing of voor de akte van opsporingsbevoegdheid van de aanstaande buitengewoon opsporingsambtenaar worden ingediend.

Met alleen het behalen van het ‘getuigschrift boa’ is men nog geen buitengewoon opsporingsambtenaar; hiervoor is tevens een akte van opsporingsbevoegdheid nodig. Bij een aanvraag tot verlenging of wijziging van de opsporingsbevoegdheid dient het behaalde ‘getuigschrift boa’ te worden overgelegd of een diploma/certificaat van een interne opleiding van een bijzondere opsporingsdienst of een instelling met een uitgebreid (eigen) scholingstraject.

Conform artikel 6, eerste lid, van het BBO dient een aanvraag tot verlenging of wijziging van de akte van opsporingsbevoegdheid uiterlijk vier maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur te worden ingediend. Om dat ook daadwerkelijk te kunnen doen, is het raadzaam om ongeveer een jaar voor het verlopen van de geldigheidsduur met het opleiden van de buitengewoon opsporingsambtenaar te beginnen. Men heeft dan de mogelijkheid om de cursus buitengewoon opsporingsambtenaar te volgen en daarna examen en eventueel herexamen te doen.