Ministeriële regeling · BWBR0022452
Mandaat- en machtigingsbesluit Kmar beveiliging burgerluchtvaart
Gezien de instemming van de Commandant van de Koninklijke marechaussee (brief van 31 juli 2007, kenmerk CKAB/SJZ/2007/52259);
Gelet op artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 37ae, derde lid, 37u, tweede lid en 37v, tweede lid, tweede volzin, van de Luchtvaartwet;
Besluit:
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag24 augustus 2007De Minister van Justitie, E.M.H.Hirsch BallinAan de Commandant van de Koninklijke marechaussee worden mandaat en machtiging verleend ter zake van de in onderstaande bepalingen van de Luchtvaartwet genoemde bevoegdheden:
- a.
artikel 37ada, eerste lid, voorzover er geen specifieke dreiging geldt en de inzet van ambtenaren van de Koninklijke marechaussee uitsluitend plaatsvindt ten behoeve van het op peil houden van vaardigheden en ter ontmoediging van terroristen;
- b.
artikel 37ae, tweede lid, voor zover een acute dreiging van de beveiliging van de burgerluchtvaart een spoedeisend ingrijpen noodzakelijk maakt;
- c.
- d.
Aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee wordt toegestaan van het in artikel 1 verleende mandaat ondermandaat te verlenen en de in artikel 1 verleende machtiging door te geven aan de commandant van het district Schiphol en het hoofd van de afdeling Handhaving & Toezicht van het district Schiphol.
Vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee verleende mandaten ter zake van de in artikel 1 genoemde bevoegdheden worden ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en machtigingsbesluit Kmar beveiliging burgerluchtvaart.