Ministeriële regeling · BWBR0022812
Regeling nucleaire drukapparatuur
Gelet op artikel 21 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en op artikel 19 van dat besluit in samenhang met artikel 120 van het Besluit stralingsbescherming;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag11 oktober 2007De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.CramerIn deze regeling wordt verstaan onder:
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
vergunninghouder: houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet.
Deze regeling berust mede op artikel 19 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen in samenhang met artikel 4.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
Het in artikel 21, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen gestelde verbod geldt mede voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, van door de Minister aangewezen niet speciaal voor nucleair gebruik in een dergelijke inrichting ontworpen drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken.
Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde drukapparatuur is artikel 21, tweede, derde en vierde lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, en onderdeel b, vijfde lid en zevende en achtste lid, van het Besluit kerninstallaties splijtstoffen en ertsen van overeenkomstige toepassing.
Deze regeling is niet van toepassing op drukapparatuur waarop de Regeling vervoerbare drukapparatuur 2011 van toepassing is.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit van 17 oktober 2007 tot wijziging van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en het Warenwetbesluit drukapparatuur (nucleaire drukapparatuur) (Stb. nr. 428 ) in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nucleaire drukapparatuur.