Ministeriële regeling · BWBR0023543

Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2008, nr. P&O/2007/53275, houdende vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 (Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008)Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gehoord de departementale ondernemingsraad;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

De directeur Wetgeving en Juridische Zaken is gemandateerd te beslissen over een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid en tot de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie. Hij kan met betrekking tot dit mandaat ondermandaat verlenen. Als hij ondermandaat verleent aan een functionaris die niet onder hem ressorteert, behoeft deze instemming van de gemandateerde en diens direct-leidinggevende.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2008.

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008.

Hoofdstuk 1. Bewindspersonen van het ministerie

De bewindspersonen van het ministerie zijn:

Hoofdstuk 2. Bestuursraad van het ministerie

De bestuursraad van het ministerie bestaat uit:

De SG is ambtelijk verantwoordelijk voor het functioneren van het ministerie en voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid waarvoor de politieke leiding de politieke verantwoordelijkheid draagt. De SG heeft als hoogste ambtenaar tot taak te zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de verschillende beleidsterreinen en voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van het ontwikkelde beleid. Als hoogste ambtenaar is de SG ook voorzitter van het Decentraal georganiseerd overleg (DGO), en kan zich daarin laten vervangen door de pSG. De SG is voorzitter van de bestuursraad.

De SG is met het oog op de Comptabiliteitswet 2016 en de Aanwijzingen inzake Rijksinspecties beheersmatig verantwoordelijk voor:

De pSG is beheersmatig verantwoordelijk voor de directies:

De SG wordt in zijn taak bijgestaan door de directeuren-generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie (DGHBWE), de directeur-generaal Funderend Onderwijs (DGFO), de directeur-generaal Cultuur en Media (DGCM) en de directeur-generaal Dienst Uitvoering Onderwijs (DGDUO). Deze directeuren-generaal zijn ambtelijk verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Zij kunnen daarnaast ambtelijk verantwoordelijk zijn voor één of meer specifieke beleidsonderwerpen of projecten, die niet zonder meer tot de hierboven genoemde beleidsterreinen kunnen worden gerekend.

DGDUO en de IGO hebben zitting in de Bestuursraad, om zo te waarborgen dat deze betrokken zijn bij OCW-brede organisatorische vraagstukken en de besluitvorming daarover. Ook kunnen zij op deze wijze op grond van hun deskundigheid inbreng hebben in beleidsinhoudelijke gedachtevorming, en de randvoorwaarden voor uitvoering en toezicht in beleidsontwikkeling bevorderen.

De SG, de pSG, de DGHBWE, de DGFO en de DGCM worden ondersteund door stafbureaus. Deze stafbureaus zijn verantwoordelijk voor de secretariële ondersteuning en/of persoonlijke ambtelijke ondersteuning aan de SG, de pSG, de DGHBWE, de DGFO onderscheidenlijk de DGCM.

Hoofdstuk 3. Dienstonderdelen van het ministerie

Het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

Hoofdstuk 4. Taken en verantwoordelijkheden ondersteunende directies

De ondersteunende directies hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:

4.1 Directie Bestuursondersteuning en Advies (BOA)

De directie BOA is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de sturing op de politiek- bestuurlijke en organisatorische samenhang van het departement zodat het verkeer tussen de politieke top en de ambtelijke organisatie goed verloopt. De directie is tevens verantwoordelijk voor de inhoudelijke, procesmatige, instrumentele en logistieke ondersteuning van de bewindslieden en de ambtelijke top. De directie is ook verantwoordelijk voor de behandeling van burgerbrieven, daarin zo nodig inhoudelijk bijgestaan door beleidsdirecties. Verder is de directie verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van veiligheid voor alle sectoren van het Ministerie.

4.2 Directie Communicatie (COM)

De directie COM is verantwoordelijk voor de interne en externe communicatie van het departement.

4.3 Directie Organisatie en Bedrijfsvoering (DOB)

De Directie Organisatie & Bedrijfsvoering opereert vanuit de kaders die in SGO5-verband de afgelopen jaren zijn ontwikkeld voor een nieuwe inrichting van de hoofdtaken van de departementale bedrijfsvoering op de verschillende bedrijfsvoeringsdomeinen: strategisch advies en control, afnemer van generieke dienstverlening SSO, liaisonfunctie bij maatwerk en bedieningsgebied Hoftoren.

De directie is verantwoordelijk voor:

4.4 Directie Financieel-Economische Zaken (FEZ)

De directie FEZ is verantwoordelijk voor het begrotingsproces en bewaakt de uitkomsten daarvan. Tevens is de directie verantwoordelijk voor de interne planning & control cyclus van het Ministerie. Vanuit de financiële expertise ondersteunt zij bij alle aspecten van beleid en bedrijfsvoering. Dit gebeurt zowel op het niveau van de DG (DG control) als op het niveau van SG respectievelijk minister (Concern control). De directie is belast met de algemene beleidsvorming en advisering over toezicht. De directie is tevens verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein arbeidszaken.

4.5 Directie Kennis

De directie Kennis adviseert gevraagd en ongevraagd de ambtelijke en politieke top en de beleidsdirecties bij beleidsvorming voor de domeinen kennis, strategie, data, informatisering, projectmatig en programmatisch werken.

Kennis maakt analyses en verkenningen, ontsluit nationaal en internationaal onderzoek, data, en beleidsinformatie. De directie verbindt strategische vragen met beleidsopgaven, en bevordert via de Projectenpool goed projectmatig en programmatisch werken binnen OCW. Bovendien is Kennis verantwoordelijk voor advies over en het opstellen van strategisch informatiebeleid en controleert op de naleving daarvan.

De CIO-office ondersteunt de directeur Kennis in zijn rol als CIO OCW.

4.6 Directie Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ)

De directie WJZ is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de wet- en regelgeving van OCW. Voorts is de directie WJZ verantwoordelijk voor de advisering op het terrein van bestuurlijke en juridische aangelegenheden, voor de toetsing van internationale- en EU-regelgeving alsmede beleid en regels waarvan de totstandkoming tot de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de andere directies behoort.

Hoofdstuk 5. Taken en verantwoordelijkheden beleidsdirecties ressorterend onder DGFO

De beleidsdirecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:

5.1 Directie Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs (OPO)

Elk talent telt en elk kind heeft recht op onderwijs om zo een goede start in het leven te maken. Vanuit deze opgave werkt de directie OPO aan verschillende onderwerpen. Zo is de directie OPO verantwoordelijk voor de brede opgave rondom onderwijspersoneel en voor de beleidsontwikkeling op een aantal andere terreinen voor het funderend onderwijs. Zoals nieuwkomersonderwijs, digitalisering in en van het onderwijs (en digitale geletterdheid) en de burgerschapsopgave. Verder gaat de directie over de deugdelijkheidseisen, het stichten, opheffen en in stand houden van scholen in het funderend onderwijs en coördineert de directie de inzet op Caribisch Nederland voor de DG kolom. Er wordt onder meer gewerkt met regio-coördinatoren voor het nieuwkomersonderwijs en er wordt nauw samengewerkt met de Realisatie Eenheid op het terrein van de aanpak van de tekorten van schoolleiders en leraren.

Daarnaast is in directie OPO de stelselkennis over het primair onderwijs opgenomen, waaronder de bekostiging, het curriculum en doorstroomtoets in het primair onderwijs. En het beleid ten aanzien van het Jonge Kind en de Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE).

Daarnaast is de directie verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de wet op het primair onderwijs, waaronder de scholen voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs.

5.2 Directie Onderwijsprestaties en Voortgezet Onderwijs (OVO)

De directie OVO is verantwoordelijk voor de brede opgave rondom het verbeteren van de onderwijsprestaties in het funderend onderwijs. Dit gebeurt onder andere via het Masterplan Basisvaardigheden, het stimuleren van evidence-informed werken in het onderwijs, het verbeteren van onderwijshuisvesting en het onderwijstoezicht op scholen. Via o.a. onderwijs coördinatoren op het terrein van taal, rekenen, burgerschap & digitale geletterdheid en regio coördinatoren wordt hier ook direct met scholen actief aan gewerkt. Daarnaast is in de directie OVO de stelselkennis over het voortgezet onderwijs opgenomen, waaronder de bekostiging, het curriculum en examens in het voortgezet onderwijs.

Daarnaast is de directie verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de wet op voortgezet onderwijs, waaronder de scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo), voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), praktijkonderwijs en de landelijke ondersteunende instellingen (landelijke pedagogische centra: APS, CPS en KPC-groep, alsmede CITO en SLO).

5.3 Directie Kansengelijkheid en Onderwijsondersteuning (KO)

De directie KO is verantwoordelijk voor de brede opgave rondom kansengelijkheid in het funderend onderwijs. De directie heeft de volgende missie: ‘ieder kind kan zich, ondanks omstandigheden, optimaal ontwikkelen – passend bij wat die wil, kan en is – zodat die mee kan doen in de maatschappij. Ook als daar (extra) ondersteuning voor nodig is’. In deze directie zijn dan ook de onderwerpen kansengelijkheid, Gelijke Kansen Alliantie, speciaal onderwijs, inclusief onderwijs, pro, residentieel onderwijs, passend onderwijs en onderwijs en zorg belegd.

5.4 Programmadirectie Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

De programmadirectie MDT is opgericht naar aanleiding van het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte IV waarbij het programma is overgegaan van VWS naar OCW. Het programma beoogt jongeren in staat te stellen een bijdrage te leveren aan de samenleving door het invoeren van een vrijwillige maatschappelijke diensttijd (van maximaal 6 maanden). Het programma realiseert onder meer beleid dat gericht is op het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid en maatschappelijke kansen van jongeren.

Hoofdstuk 6. Taken en verantwoordelijkheden beleidsdirecties ressorterend onder DGHBWE

De beleidsdirecties van het DGHBWE hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:

6.1 Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO)

De directie MBO is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie, en coördineert het beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten.

6.2 Directie Hoger Onderwijs & Studiefinanciering (HO&S)

De directie HO&S is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van hoger onderwijs, academische ziekenhuizen en studiefinanciering. De directie draagt zorg voor het hoger onderwijsstelsel en beheert wet- en regelgeving omtrent hoger onderwijs en studiefinanciering.

6.3 Directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid (OWB)

De directie OWB is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling ten aanzien van het publiek gefinancierde onderzoeksbestel en het bestuur van de door OCW gefinancierde onderzoeksorganisaties, de interdepartementale aangelegenheden op het gebied van het wetenschapsbeleid (inclusief de OCW inbreng in het Innovatieplatform en de CWTI), en het internationale wetenschaps- en technologiebeleid voor zover de minister van OCW daarvoor verantwoordelijk is. Ook is de directie beleidsmatig verantwoordelijk voor de Nederlandse Taal.

6.4 Directie Emancipatie (DE)

DE is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling op het terrein van emancipatie ter bevordering van de integratie van het emancipatiebeleid in het rijksbrede regeringsbeleid. De directie draagt tevens zorg voor de ondersteuning van het emancipatieproces in de samenleving (emancipatie subsidiebeleid).

Doel is de verhoging van de arbeidsparticipatie van vrouwen, meer vrouwen in topposities van overheid, onderwijs en bedrijfsleven, terugdringen van beloningsverschillen, maatschappelijke participatie van vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, meer meisjes in bèta, bestrijden van geweld tegen meisjes en vrouwen, actieve aanpak van homodiscriminatie, bevorderen combinatie arbeid en zorg tussen 7 en 7 en bijdragen aan verbetering van de positie van meisjes en vrouwen in de wereld.

Hoofdstuk 7. Taken en verantwoordelijkheden beleidsdirecties ressorterend onder DGCM

De beleidsdirecties van het DGCM hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:

7.1 Directie Erfgoed en Kunsten (E&K)

De directie E&K is verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling op het terrein van erfgoed en kunsten en voert beleid ten aanzien van instellingen waarmee een subsidierelatie wordt onderhouden. Het beleid omvat de volgende disciplines: monumentenzorg, archeologie, musea, beeldende kunst, dans, muziek, muziektheater en theater.

7.2 Directie Media en Creatieve Industrie (M&C)

De directie M&C is verantwoordelijk voor het beleid op terrein van media, bibliotheken, archieven en creatieve industrie. Doel van de directie is het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-en informatieaanbod, dat toegankelijk is en blijft voor alle lagen van de bevolking. Daarnaast is de directie verantwoordelijk voor de ondersteuning van de ontwikkeling van de creatieve industrie via fondsen, kennisborging en netwerkvorming. M&C coördineert het topsectorenbeleid creatieve industrie in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken.

7.3 Directie Internationaal Beleid (IB)

De directie IB is verantwoordelijk voor de inbreng van Nederland overal waar onderwerpen op het terrein van OCW in internationale verbanden aan de orde zijn. Omgekeerd brengt de directie relevante informatie uit het buitenland op de tafel van betrokken directies binnen het ministerie – en via hen – van relevante delen van het onderwijs-, onderzoek- en cultuurveld.

7.4 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

De RCE voert, namens de minister, de wet- en regelgeving op het terrein van de erfgoedzorg uit en fungeert als kenniscentrum voor de instandhouding van het archeologische, gebouwde en cultuurlandschappelijke erfgoed van Nederland. De dienst is (mede) verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en het uitvoeren van het beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed en fungeert als kennisinstituut voor de bescherming van waardevolle sporen van menselijke bewoning.

De dienst is (mede)verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid voor roerend cultureel erfgoed en fungeert op dat terrein als kenniscentrum.

De dienst draagt in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zorg voor de kunstcollectie van het Rijk voor zover niet ondergebracht bij rijksmusea en streeft ernaar deze optimaal toegankelijk te maken.

De dienst ontwikkelt en verspreidt kennis die het beheer en behoud van de erfgoedcollectie ondersteunt en verbetert en die de betekenis daarvan duidt en kenbaar maakt.

Hoofdstuk 8. Taken en verantwoordelijkheden van de baten-lastendienst DUO

DUO is de hoofduitvoerder van OCW en voert de volgende kerntaken uit:

Hiernaast voert DUO aanvullende werkzaamheden uit voor tweeden en derden. De omvang werken voor tweeden en derden wordt jaarlijks in de MA tussen SG en DG DUO overeengekomen. De basis voor afspraken hierover wordt gevormd door het kader ‘werken voor tweeden en derden’.

Voor de uitvoering van de activiteiten beschikt DG DUO over een eigen bedrijfsvoering binnen de OCW- en rijkskaders. DG DUO komt in afstemming met de MT OCW leden tot een ondernemingsplan. Dit plan wordt tweejaarlijks herijkt. Tevens brengt DUO een publicitair jaarverslag uit.

Hoofdstuk 9. Taken en verantwoordelijkheden inspecties

De inspecties hebben de volgende taken en verantwoordelijkheden:

9.1 Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed heeft als taak toe te zien op de naleving van:

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed verleent vergunningen voor uitvoer van cultuurgoederen die uit de EU worden uitgevoerd (artikel 4.23 Erfgoedwet, Verordening (EG) 116/2009), en is aangewezen als centrale autoriteit in de zin van Richtlijn 2014/60/EU.

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed beschikt over een aantal inspecteurs dat is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Zij zijn op grond van artikel 8.4 van de Erfgoedwet belast met de opsporing van bepaalde strafbare feiten met betrekking tot cultureel erfgoed.

De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed voert haar toezichtstaken uit overeenkomstig de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties. Zij informeert de beleidsonderdelen van het ministerie en uitvoeringsdiensten over de uitvoering van bestaande regels en de werking van beleid in de praktijk, en informeert de beleidsinhoudelijk verantwoordelijke minister, zo nodig rechtstreeks, over haar bevindingen, oordelen, adviezen en andere relevante gegevens.

Op grond van genoemde Aanwijzingen en artikel 25b, tweede lid, van de Archiefwet biedt de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed jaarlijks een verslag aan over de wijze waarop toezicht is gehouden en over de resultaten van het toezicht.

9.2 Inspectie van het onderwijs (Ivho)

De inspectie heeft de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht. Voor alle onderwijssectoren geldt voorts dat de inspectie jaarlijks het verslag over de staat van het onderwijs, bedoeld in artikel 23, achtste lid, van de Grondwet, vaststelt.

Hoofdstuk 10. Taken en verantwoordelijkheden van de baten-lastendienst Nationaal Archief

Het NA voert de Archiefwet en het Archiefbesluit uit en functioneert als kenniscentrum op het gebied van digitalisering, conservering en beheer van archieven, als gedocumenteerde verschijningsvorm van het cultureel erfgoed.

Hoofdstuk 11. Taken en verantwoordelijkheden ondersteunende bureaus

Er zijn de volgende bureaus die onafhankelijke of zelfstandige organisaties ondersteunen:

Hoofdstuk 12. Chief information officer (CIO)