Ministeriële regeling · BWBR0023585

Uitvoeringsregeling EG-verordening PRTR en PRTR-protocol

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 februari 2008, nr. KvI 2008018183, houdende regels ter uitvoering van verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 33) en van het op 21 mei 2003 te Kiev tot stand gekomen Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen, met Bijlagen (Trb. 2003, 153 en Trb. 2007, 95) (Uitvoeringsregeling EG-verordening PRTR en PRTR-protocol)Uitvoeringsregeling EG-verordening PRTR en PRTR-protocol De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op de artikelen 3, vierde lid, en 5 van het Uitvoeringsbesluit EG-verordening PRTR en PRTR-protocol en artikel 3 in samenhang met artikel 1, derde lid, van het Besluit identificatie en registratie van dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag20 februari 2008De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer

Als gegevens als bedoeld in artikel 12.20a, eerste lid, van de wet worden aangewezen de gegevens, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage III. De in artikel 12.20a, eerste lid, van de wet bedoelde rapportageplicht treedt in bij overschrijding van de in genoemde bijlage vastgestelde drempelwaarden.

Indien de drempelwaarde voor de overbrenging van ongevaarlijk afval of de drempelwaarde voor de overbrenging van gevaarlijk afval, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, van de EG-verordening PRTR wordt overschreden, geldt de in dat onderdeel opgenomen rapportageplicht zowel voor de overbrenging van ongevaarlijk afal als voor de overbrenging van gevaarlijk afval.

Voor het bepalen van de emissie van fijn stof wordt gebruikt gemaakt van de methodiek die is neergelegd in de Nederlandse Technische Afspraak ‘Bepaling en registratie van industriële fijnstofemissies’ (NTA 8029) of een methode die tot een vergelijkbare kwaliteit van emissiegegevens leidt.

De artikelen 1a tot en met 1c zijn niet van toepassing op inrichtingen waar activiteiten als bedoeld in bijlage I, nummer 7, bij de EG-verordening PRTR worden verricht.

De aanduiding van de naam van een groep verontreinigende stoffen, bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, van het Uitvoeringsbesluit EG-verordening PRTR en PRTR-protocol, geschiedt overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage IV.

Wijzigt de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 maart 2008.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling EG-verordening PRTR en PRTR-protocol.

Emissies naar lucht

Emissietabel verbrandingsemissies

Emissietabel procesemissies

Emissies naar lucht: totalen op inrichtingniveau

Emissies, warmteafvoer en debieten water

Emissies naar water: totalen op inrichtingniveau

Watergebruik

Emissies naar de bodem: totalen op inrichtingniveau

Energie algemeen (energie- en brandstofverbruik)

Afvalbeheer

Afvalbeheer: totalen op inrichtingniveau

Geluid (indien opgenomen in de vergunning)

Geur (indien opgenomen in de vergunning)

Format PRTR-verslag voor intensieve veeteelt en aquacultuur

Emissies naar lucht

Emissies naar water

Emissies naar bodem

Afvalbeheer

* Rapportage voor de afzonderlijke verontreinigende stoffen is vereist indien de drempelwaarde voor de stofgroep (HFK’s of PFK’s) wordt overschreden.

** Op grond van bijlage II bij de EG-verordening PRTR wordt over 4 PAK’s gerapporteerd, namelijk benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en Indeno(1,2,3-cd)pyreen. Voor de stofgroep PAK’s geldt een drempelwaarde van 1. Indien daarnaast een van de vier componenten afzonderlijk de drempelwaarde van 1 overschrijdt, wordt ook over deze stof individueel gerapporteerd.

*** Rapportage van totaal stof is vereist indien de drempelwaarde voor fijn stof (PM10) wordt overschreden.

De volgende namen van groepen verontreinigende stoffen worden gebruikt ter vervanging van de aanduiding van afzonderlijke verontreinigende stoffen ingeval van geheimhouding: