Ministeriële regeling · BWBR0024537

Stimuleringsregeling vroegschoolse educatie 2008–2009

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 september 2008, nr. PO&K/O&O 55609, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor een impuls voor vroegschoolse educatie (Stimuleringsregeling vroegschoolse educatie 2008–2009)Stimuleringsregeling vroegschoolse educatie 2008–2009De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 70 van de Wet op het primair onderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S.A.M.Dijksma

In deze regeling wordt verstaan onder:

Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

vroegschoolse educatie: een programma, gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes doorstromen in het basisonderwijs, dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool;

basisschool: school waar basisonderwijs wordt gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs;

gewichtenregeling: gewichtenregeling, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van het Besluit bekostiging WPO;

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een bedrag van € 20.000.000 beschikbaar.

De subsidie wordt verstrekt voor de periode van 1 augustus 2008 tot en met 31 juli 2009.

De Minister verdeelt het bedrag, genoemd in artikel 4, naar rato van het aantal basisscholen dat van deze regeling gebruik maakt.

Het bevoegd gezag van de basisscholen werkt samen met de gemeente en kinderopvang, voor zover daar voorschoolse educatie wordt verzorgd.

De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen na afloop van de looptijd van deze subsidie zullen worden teruggevorderd. De subsidie wordt uiterlijk in het jaar 2009 besteed.

De verantwoording van de subsidie geschiedt met model G, bedoeld in de richtlijn RJ 660, alinea 212, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De verantwoording van eventueel niet-bestede middelen geschiedt in de jaarrekening van het laatste jaar van besteding. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Het subsidiebedrag wordt in twee delen betaald: 50% in december 2008 en 50% in februari 2009.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2011.

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling vroegschoolse educatie 2008–2009.