Regeling · BWBR0025631

Binnenvaartbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 18 maart 2009, houdende nadere regels voor de binnenvaart (Binnenvaartbesluit)Binnenvaartbesluit Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 21 mei 2008, nr. CEND/HDJZ/2008-459 sector SCH Hoofddirectie Juridische Zaken,

Gelet op de artikelen 5, tweede lid, 7, tweede lid, 14, vijfde lid, 22, eerste lid, 23, tweede lid, 25, eerste, tweede en derde lid, 26, eerste lid, 28, vijfde en zesde lid, 29, derde lid, 30, derde lid, 34, 35, 36, derde lid, 37, eerste lid, 38, en 39, vierde lid, van de Binnenvaartwet, artikel 2 van de Wet geluidhinder, de artikelen 4, eerste lid, onder a, en derde lid, 9, 10, tweede lid, onderdeel b, en 18 van de Scheepvaartverkeerswet, de artikelen 8.40, eerste lid, 8.41, derde lid, 8.42, eerste en tweede lid, 8.45, 10.45, tweede lid, 10.46 en 10.48, eerste lid van de Wet milieubeheer, artikel 74c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2:1, eerste lid, 2:7, eerste lid, 4:3, tweede en vierde lid en artikel 5:12, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 18 juli 2008 nr. W09.08.0185/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 13 maart 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/102 sector SCH, uitgebracht mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage18 maart 2009BeatrixDe Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,J. C.Huizinga-HeringaDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. P. H.Donnerde zevende april 2009De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

Voor de volgende categorieën van binnenschepen is een certificaat van onderzoek vereist:

Het certificaat van onderzoek is niet vereist voor:

Een Uniebinnenvaartcertificaat voor binnenschepen overeenkomstig richtlijn (EU) 2016/1629 wordt gelijkgesteld met een certificaat van onderzoek.

Vervallen

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen die onder andere betrekking hebben op de vorm, inhoud en geldigheidsduur.

In plaats van een document als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, kan worden overgelegd:

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de verstrekking van gegevens betreffende afgegeven en ongeldige vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten of specifieke vergunningen, bedoeld in artikel 35 van de wet. Die regels betreffen:

De geldigheid van het vaardocument, bedoeld in artikel 33a, is van rechtswege geschorst gedurende de periode dat het ingevolge de artikelen 35a, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet onderscheidenlijk 42, eerste lid, van de wet, is ingevorderd maar nog niet overhandigd.

Het geneeskundig onderzoek ten behoeve van de verkrijging van het vaarbewijs blijft achterwege indien de aanvrager van een kwalificatiecertificaat schipper reeds een kwalificatiecertificaat schipper bezit dat de geldigheid slechts is verloren door het verstrijken van de tijde en de aanvrager de 60-jarige leeftijd nog niet heeft bereikt en niet is gebleken dat de aanvrager sinds de afgifte van dat vaarbewijs medisch ongeschikt is geworden.

Vervallen

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld betreffende de middelen waarmee de gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de voorschriften betreffende de vaartijden, de rusttijden en de bemanningssterkte worden geregistreerd.

Bij regeling van Onze Minister kunnen in het belang van de statistiek regels worden gesteld omtrent de verstrekking van gegevens betreffende het vervoer.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In het register pleziervaartbewijzen worden per betrokkene in samenhang en voor zover van toepassing, de volgende gegevens opgenomen:

In het register kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, vaartijdenboeken en overige vaardocumenten worden per betrokkene door de bevoegde autoriteit in samenhang en voor zover van toepassing, de volgende gegevens opgenomen voor:

Onze Minister meldt onverwijld aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie een wijziging in het register.

Informatieverstrekking uit het register of informatieverstrekking aan het register als in dit besluit bedoeld, anders dan desgevraagd of incidenteel, kan geschieden met behulp van elektronische koppeling van bestanden, mits niet méér informatie wordt verstrekt of verkregen dan nodig is voor het doel van de verstrekking of verkrijging.

Onze Minister verwijdert onverwijld de gegevens van een betrokkene uit het register:

Onze Minister kan op verzoek van een instantie die vaardocumenten afgeeft of van het openbaar ministerie gegevens in het register aanvullen, verbeteren of uit het register verwijderen.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitwerking van dit hoofdstuk.

Een geldige geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, geldt als een geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 23 van de Binnenvaartwet.

Vervallen

Een geldig groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 14 van dit besluit zoals dat luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het Implementatiebesluit richtlijn beroepskwalificaties binnenvaart.

Een geldig klein vaarbewijs als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Binnenschepenwet, geldt als een klein vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van dit besluit.

Een geldige Rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart, geldt als een Rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van dit besluit.

Een geldig bewijs van toelating als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart, geldt als een bewijs van toelating als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van dit besluit.

Een geldig geëigend document als bedoeld in artikel 7, onderdeel b, van de Wet vervoer binnenvaart, geldt als een geëigend document als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van dit besluit.

Tot 17 januari 2038 is geen kwalificatiecertificaat schipper vereist voor de gezagvoerder van een zeeschip, niet zijnde een sleepboot, zolang de activiteit die op het binnenwater aan het begin of het eind van een reis in het kader van zeevervoer wordt uitgevoerd en indien de gezagvoerder van het zeeschip:

Tot 17 januari 2032 is bij het voeren van schepen met een lengte van ten minste 20 meter en minder dan 40 meter, met uitzondering van schepen die behoren tot de in artikel 14, eerste lid, onderdelen b, c, d, e, f, g en h, genoemde categorieën, geen kwalificatiecertificaat schipper vereist voor de houder van een beperkt groot vaarbewijs voor rivieren, kanalen en meren zoals bedoeld in de artikelen 13 en 15 van dit besluit zoals die artikelen luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het Implementatiebesluit richtlijn beroepskwalificaties binnenvaart en is geen kwalificatiecertificaat schipper en geen specifieke vergunning voor het varen op wateren geclassificeerd als binnenwater van maritieme aard vereist voor de houder van een geldig beperkt groot vaarbewijs voor alle binnenwateren zoals bedoeld in de artikelen 13 en 15 van dit besluit zoals die artikelen luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het Implementatiebesluit richtlijn beroepskwalificaties binnenvaart.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Binnenvaartbesluit.

Dit besluit, de Binnenvaartwet, met uitzondering van hoofdstuk 5, paragraaf 2 (de artikelen 48 tot en met 50c), en de Invoeringswet Binnenvaartwet, met uitzondering van de artikelen 24a en 27, tweede lid, treden in werking met ingang van 1 juli 2009.