Ministeriële regeling · BWBR0025709

Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 april 2009, nr. HO&S/116459, houdende regels ter verlening van subsidie ten behoeve van het bevorderen van het leren ondernemen (Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen)Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 2, eerste lid, en 4, eerste lid, van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 10.5 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H.A.Plasterk

Een lid van de adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij de subsidieverlening.

De subsidie voor een project bedraagt maximaal 75% van de projectkosten met een maximum van € 150.000.

AgentschapNL draagt zorg voor de mogelijkheid om aanvragen elektronisch in te dienen.

De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie of andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling gedurende ten minste vijf jaar na datum waarop de vaststelling van de subsidie heeft plaatsgevonden.

De subsidieontvanger begint met het project uiterlijk zes maanden na de subsidieverlening.

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

De minister kan subsidie verstrekken aan een onderwijsinstelling voor activiteiten die zijn gericht op:

De minister wijst de aanvraag in ieder geval af, indien:

De subsidie bedraagt maximaal € 250.000.

De subsidieontvanger begint met het project uiterlijk binnen drie maanden na de subsidieverlening.

De subsidieontvanger is verplicht bekendheid te geven aan het project, de resultaten en de algemene kennis die daaruit voortvloeien.

De Regeling OCW-subsidies is niet van toepassing.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen.

Uitgangspunt bij de tussenrapportage is dat u ons inzicht geeft in de voortgang van het project en de tussenresultaten op basis van het oorspronkelijke activiteitenplan.

De tussenrapportage dient maximaal vier pagina’s te zijn en dient zo veel mogelijk te worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens.

In de tussenrapportage komen de volgende vragen aan de orde:

Uitgangspunt bij de eindrapportage is dat u ons inzicht geeft in de uiteindelijke resultaten die in het project zijn behaald. De eindrapportage dient maximaal vier pagina’s te zijn en dient zo veel mogelijk te worden onderbouwd met kwantitatieve gegevens.

In de eindrapportage komen minimaal de volgende vragen aan de orde:

Dit zijn kosten verbonden aan de inzet van eigen personeel (van deelnemers) voor het project

Personele kosten worden uitgedrukt in een vast uurtarief van 50 euro (inclusief overheadkosten).

De materiaalkosten van materiaal die uitsluitend voor het project zijn aangeschaft en benut, kunnen worden meegenomen

Loonkosten van derden die arbeid hebben verricht voor het project

LET OP !! Het totaal van de materiaalkosten en kosten derden mag niet meer bedragen dan 25% van de totale projectkosten

Stuur het ingevulde formulier met bijlagen naar:

Agentschap NL

NL Innovatie

Postbus 93144

2509AC Den Haag

Meer informatie

Voor uitgebreide toelichting bij het aanvraagformulier:

– website www.agentschapnl.nl en www.onderwijsonderneemt.nl

– telefoon 088-602 5313 (op werkdagen van 8:30–17:30 uur)

² Vult u hier uw International Bank Account Number (IBAN) en Bank Identifier Code (BIC) in. Via www.ibanbicservice.nl kunt u van een bestaand Nederlands rekeningnummer de juiste BIC-code en het juiste IBAN-nummer opvragen.

5 Graag bij overige deelnemers (dus die géén onderwijsinstelling of onderneming zijn) korte toelichting geven van de organisatie.

7 Geef aan of uw organisatie btw-plichtig is door hier ja of nee in te vullen. Let u erop dat de aanvrager (penvoerder) ook hoofdstuk 6 van het aanvraagformulier dient te tekenen.

8 Bij meer dan 7 deelnemers dient u de handtekeningen (met naam en functie) apart toe te voegen met de tekst van de samenwerkingsovereenkomst

9 Onderwijs Netwerk Ondernemen 2009 of 2010 of Onderwijs & Ondernemen 2007.

10 De looptijd van een project kan maximaal 2,5 jaar zijn. Binnen 3 maanden na de beschikkingsdatum moet het project van start gaan.

11 De totaal gevraagde subsidie mag niet hoger zijn dan 50% van de totale projectkosten. De maximale subsidie bedraagt € 250.000,–.

Het projectplan beschrijft hoe het project aansluit bij de doelstellingen van de regeling.

De projectbegroting geeft inzicht in de totale geraamde kosten van het project en de verdeling van die kosten per projectdeelnemer.

Geef een korte, heldere beschrijving van het uiteindelijke doel dat u wilt bereiken met het voorgestelde project. Geef tevens aan hoe het project aansluit bij het Actieprogramma Onderwijs en Ondernemen.

Motiveer de samenstelling van het samenwerkingsverband. Geef aan op welke wijze de deelnemers elkaar versterken bij het bereiken van de doelstellingen van de ONO regeling 2012.

Geef in grote lijnen aan hoe het project gaat functioneren, o.a.;

wie is eindverantwoordelijk, wie heeft de projectleiding, welke overlegstructuur wordt gehanteerd.

Beschrijf kort de best practice. Toon aan in hoeverre de best practice, die in dit project voor uitrol in aanmerking komt, heeft geleid tot een verbetering van de ondernemendheid van leerlingen, docenten en management.

Doelstelling Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen (ONO) 2012:

Geef een opsomming van de activiteiten die zowel de aanvragende instelling als de projectdeelnemers gaan ondernemen om bovenstaande doelstellingen te bereiken. Op beide doelstellingen a en b moet tenminste één activiteit worden ingezet.

Geef per activiteit aan:

wie deze uitvoert;

hoeveel inzet van tijd en middelen dit vergt;

de beginsituatie;

het beoogde resultaat na 1 jaar;

het beoogde eindresultaat na 2,5 jaar;

hoeveel leerlingen, docenten en managers en overige partijen per onderwijsinstelling is betrokken.

Aangezien u verplicht bent om bekendheid te geven aan het project, de resultaten en de kennis die daaruit voortvloeit, vragen we u om de communicatie-activiteiten in het activiteitenoverzicht te beschrijven.

Welke van de activiteiten (beschreven onder 5) hebben betrekking op de verankering van ondernemend onderwijs in zowel de aanvragende instelling als bij de overige deelnemers?

Licht kort toe hoe de verankering plaatsvindt, bijv. in beleid, onderwijsprogramma, organisatie.

Doelstelling en activiteiten van het project dienen goed gerelateerd te zijn aan de kosten. Gebruik de modelbegroting (die vindt u als excel-bestand op www.onderwijsonderneemt.nl) om dit inzichtelijk te maken.

Uitgangspunt bij het voortgangsverslag is dat u ons inzicht geeft in de voortgang van het project en de tussenresultaten op basis van het oorspronkelijke activiteitenplan.

Het voortgangsverslag dient zo veel mogelijk te worden onderbouwd.

In het voortgangsverslag komen de volgende vragen aan de orde:

Uitgangspunt bij de eindrapportage is dat u ons inzicht geeft in de uiteindelijke resultaten en outcome die door het project zijn behaald. De eindrapportage dient zo veel mogelijk kwalitatief en kwantitatief te worden onderbouwd.

In de eindrapportage komen minimaal de volgende vragen aan de orde: