Ministeriële regeling · BWBR0025843
Regeling splitsingtoets BVE
Gelet op artikel 2.1.3, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
Deze regeling en de toelichting zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.M. vanBijsterveldt-VliegenthartIn deze regeling wordt verstaan onder:
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
splitsing: elke rechtshandeling van een rechtspersoon die een bekostigde instelling in stand houdt die ertoe leidt dat twee of meer instellingen ontstaan door splitsing van een instelling.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
De rechtspersoon dient een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1.4, derde lid, van de wet in bij de minister. De aanvraag:
- a.
gaat vergezeld van een door de rechtspersoon opgestelde effectrapportage splitsing;
- b.
gaat vergezeld van een schriftelijk advies over de splitsing van de betrokken medezeggenschapsraden; en
- c.
vermeldt of de te splitsen instelling deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap.
De effectrapportage splitsing, bedoeld in artikel 5, onder a, bevat een weergave van:
- a.
de motieven voor de splitsing,
- b.
de alternatieven voor de splitsing,
- c.
het tijdsbestek waarbinnen de splitsing zal worden gerealiseerd,
- d.
de te bereiken doelen,
- e.
de effecten van de splitsing,
- f.
de kosten en baten van de splitsing,
- g.
de personele en financiële gevolgen van de splitsing, waaronder begrepen de gevolgen voor de dienstverlening aan studenten of vavo-studenten,
- h.
de uitkomsten van het draagvlakonderzoek dat verricht is onder zowel interne als externe stakeholders,
- i.
de wijze waarop over de splitsing wordt gecommuniceerd, en
- j.
de wijze waarop de splitsing wordt geëvalueerd.
De minister betrekt in zijn oordeel over de voorgenomen splitsing in ieder geval de elementen van legitimatie en de borging van een adequate bedrijfsvoering, zoals deze in de effectrapportage splitsing tot uitdrukking zijn gebracht.
Een bevoegd gezag verstrekt desgevraagd aan de minister inlichtingen over bedrijfsgegevens van die instelling, die voor de beoordeling van een aanvraag om toestemming, redelijkerwijs nodig zijn.
Deze regeling berust op artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling splitsingtoets BVE.