Ministeriële regeling · BWBR0027368

Regeling onderwijscontroleprotocol OCW 2009

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 8 februari 2010, nr. H2827065, houdende vaststelling van het onderwijscontroleprotocol voor de sectoren PO, VO, BVE en HO (Regeling onderwijscontroleprotocol OCW 2009)Regeling onderwijscontroleprotocol OCW 2009De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel V van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs (Stb. 423), artikel 157, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra, artikel 171, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 14a, derde lid, tweede volzin, en 18, zesde lid van het Bekostigingsbesluit W.V.O., artikel 5, vijfde lid van het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA, artikel 5.2.5, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WEB, artikel 23, achtste lid van de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010 en artikel 4.5, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Het protocol ten behoeve van de controle door de accountant over het jaar 2009 wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijscontroleprotocol OCW 2009.

1 december 2009

Dit is het onderwijscontroleprotocol 2009. De opzet en de structuur zijn gewijzigd ten opzichte van eerdere jaren.

De belangrijkste wijzigingen betreffen:

Nadere toelichting ten aanzien van financiële rechtmatigheid (punt 3):

In de accountantsverklaring geeft de instellingsaccountant ook een oordeel over de rechtmatigheid. Dit heeft betrekking op de naleving van wet- en regelgeving, voor wat betreft financiële transacties door de onderwijsinstelling/school. In 2009 is de omvang van de wet- en regelgeving die de instellingsaccountant voor dit oordeel zal toetsen verbreed. Het oordeel heeft betrekking op de in het controleprotocol 2009 opgenomen OCW wet- en regelgeving, aanbestedingswetgeving (zowel Europees, als nationaal) en de CAO PO. (zie hiervoor het referentiekader in paragraaf 2.2.2.)

Dit betekent niet dat er nieuwe regelgeving is waar de instelling zich aan moet houden. Het betekent wel dat de scope van de werkzaamheden van de instellingsaccountants formeel wordt uitgebreid.

Indien dit tot extra werkzaamheden van de instelllingsaccountant leidt, waarvan invoering op dit moment nog in 2009 niet uitvoerbaar is, is voor deze bepalingen uitgegaan van invoering per 1 januari 2010, ten behoeve van de controle van de instellingsaccountant over de jaarrekening 2010.

1 december 2009

Voor elke onderwijssector is geregeld dat bepaalde informatie (jaarrekening en opgave van bekostigingsgegevens of over besteding van bekostiging) moet zijn voorzien van een accountantsverklaring. Ook is geregeld dat de minister via een ministeriële regeling aanwijzingen of voorschriften kan geven voor de controle door de instellingsaccountant. Hier is invulling aan gegeven met het onderwijscontroleprotocol OCW, hierna te noemen controleprotocol. Het controleprotocol vormt daarmee de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, het accountantsonderzoek en de gewenste accountantsproducten.

Het controleprotocol is opgesteld naar analogie van de door het NIVRA uitgegeven ‘Handreiking Controleprotocollen’. De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Waar mogelijk zijn tekstpassages uit de handreiking in dit controleprotocol overgenomen.

1 juli 2009

Het controleprotocol heeft betrekking op het volgende controleobject en onderzoeksobject:

Voor goede orde wordt opgemerkt dat de gegevens zoals bedoeld in artikel 3, lid j van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (resultatenbox) niet vallen onder de reikwijdte van de accountantscontrole.

1 december 2009

De accountantscontrole op de jaarstukken mondt uit in een accountantsverklaring. Het onderzoek naar de bekostigingsverantwoording, waaronder de leerlingentelling, leidt tot een assurance-rapport. Deze laatste aanduiding wordt in het controleprotocol gehanteerd, hoewel de term ‘accountantsverklaring’ (nog) in de OCW-wet- en regelgeving staat vermeld. De instellingsaccountant maakt voor beide producten gebruik van de in het controleprotocol opgenomen modelteksten. De instellingsaccountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de instellingsaccountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De origineel ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de instellingsaccountant moet in het archief van de school/instelling worden opgenomen (zie ook Praktijkhandreiking 1103 van het NIVRA).

Ten aanzien van de in het controleprotocol opgenomen werkzaamheden geldt een rapportagetolerantie. De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het controleprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagetolerantie van toepassing is zodra dit afwijkt van het standaardpercentage van 0,1%. Omdat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk moeten worden gecorrigeerd beperkt de instellingsaccountant zich tot een uitzonderingsrapportage. Hiervoor gebruikt hij een rapport van bevindingen, waarin hij de aard en omvang van de geconstateerde fouten vermeldt. Het rapport van bevindingen is vormvrij. Op het aanbiedingsformulier geeft de instellingsaccountant aan dat er sprake is van een rapport van bevindingen. De school/instelling stuurt in een dergelijk geval het rapport van bevindingen samen met de accountantsverklaring en verantwoording naar OCW. Het bestuur kan daarbij aangeven hoe het heeft ge(re)ageerd op de geconstateerde bevindingen. Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten wordt verwezen naar de in de hoofdstukken jaarstukken (2) en bekostigingscontrole (3) daarover opgenomen toelichting.

Per 1 januari 2010 zijn CFI in Zoetermeer en de IB-Groep in Groningen opgegaan in de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De vestigingen in Zoetermeer en Groningen blijven bestaan.

Om het onderscheid in de vestigingen aan te geven wordt in dit controleprotocol waar nodig gesproken over DUO vestiging Zoetermeer en Groningen.

1 juli 2009

Het controleprotocol is van toepassing op de door OCW en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren PO, VO, BVE en HO.

Het controleprotocol geldt ook voor subsidies die door LNV aan instellingen worden verstrekt vanuit het vakdepartementaal onderwijsbeleid. Deze subsidies worden eventueel ook verantwoord volgens hiervoor binnen LNV geldende en met de betreffende scholen en instellingen gecommuniceerde aanvullende voorwaarden.

1 juli 2009

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WPO en WEC is het controleprotocol een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 171, 4e lid, van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in artikel 157, 4e lid van de Wet op de Expertisecentra.

1 juli 2009

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WVO is het controleprotocol een leidraad die ingevolge de artikel 14a, 3e lid, en artikel 18, 6e lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O. in een ministeriële regeling wordt vastgesteld. De W.V.O vermeldt in de hoofdstukken I, III en IV de bekostigingsvoorwaarden van een school.

Voor de SLOA-instellingen vloeit dit controleprotocol voort uit artikel 5, lid 5 van het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA (Stb. 1999, 357) en is van toepassing op:

De beleidsdirectie VO is belast met de coördinatie van de subsidies van alle SLOA-instellingen. Met uitzondering van het CINOP is de beleidsdirectie VO tevens beleidsverantwoordelijk. De beleidsdirectie BVE is verantwoordelijk voor het CINOP. In het controleprotocol zijn de SLOA-instellingen gerangschikt onder de sector VO.

1 juli 2009

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WEB is het controleprotocol een leidraad, die ingevolge artikel 5.2.5. 1e lid van het Uitvoeringsbesluit WEB in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.

Voor de Technocentra vloeit het controleprotocol voort uit artikel 23, 8e lid van de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010.

1 juli 2009

Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WHW is het controleprotocol een leidraad, die ingevolge van artikel 4.5, 2e lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 in een ministeriële regeling wordt vastgesteld. Het controleprotocol voor deze sector (ex art. 2.10a WHW) bevat aanwijzingen voor de controle die ten grondslag liggen aan het afgeven van de accountantsverklaring, zoals genoemd in artikel 2.9 lid 3 van de WHW.

1 juli 2009

Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het controleprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving.

1 juli 2009

Per onderdeel van het controleobject zijn aanwijzingen opgenomen:

Voor de controle van de jaarstukken en het onderzoek naar de bekostigingsgegevens zijn verplichte teksten voor de accountantsverklaring(en) en assurance-rapport(en) opgenomen.

Het controleprotocol bevat:

De beschreven (minimale) controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).

1 december 2009

De instellingsaccountant moet controleren of de rijksbijdrage rechtmatig is verkregen (onderzoek bekostigingsverantwoording) en besteed (controle jaarrekening).

Ten aanzien van de verkrijging van de rijksbijdrage stelt hij vast dat de in de bekostigingsverantwoording van de school of instelling opgenomen aantallen voldoen aan de eisen van rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze aantallen in overeenstemming zijn met de in de wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het gaat hier om rechtmatigheid van niet-financiële informatie. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport bij de bekostigingsverantwoording af.

Ten aanzien van de in de jaarstukken van de school of instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties stelt de instellingsaccountant vast dat deze voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. Financiële rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie betrekking hebbende op publieke middelen waarvan de uitkomst in de jaarrekening dient te worden verantwoord in overeenstemming is met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriele regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van de financiële transactie beïnvloeden.

1 december 2009

Het controleprotocol wordt jaarlijks opgesteld en in juli en december beschikbaar gesteld.

De juliversie is uitsluitend bedoeld voor planningsdoeleinden. De decemberversie is de definitieve versie van het controleprotocol, die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Deze publicatie geschiedt niet dan nadat het concept is besproken met vertegenwoordigers van alle betrokken partijen: accountantskantoren, NIVRA en koepelorganisaties. Bespreking van het concept-controleprotocol met sectororganisaties c.q. hun koepelorganisaties is mede bedoeld ter voorkoming van formuleringen die onbedoeld in het nadeel van de scholen en instellingen kunnen worden uitgelegd. Op de derde woensdag van de maand november vindt het jaarlijkse afstemmingsoverleg plaats met alle betrokkenen over de uiteindelijke tekst, die de op dat moment meest actuele stand van zaken weergeeft.

Nieuwe versies van het definitieve controleprotocol worden bij ministeriële regeling vastgesteld. De regeling wordt met de bijlage, het controleprotocol, in de Staatscourant geplaatst en wordt ook bekend gemaakt op de internetsite van de Inspectie van het Onderwijs en DUO. De publicatie van het definitieve controleprotocol OCW 2009 vindt plaats in december 2009.

1 juli 2009

Als het nodig blijkt en het gaat om taalkundige onvolkomenheden zal OCW gaande het jaar snel aanpassingen aanbrengen in de tekst van het controleprotocol. Voor overige aanpassingen van meer ingrijpende aard wordt rekening gehouden met het feit dat het controleprotocol een stabiel document moet zijn. Deze aanpassingen worden daarom pas verwerkt in de juli- en decemberversie van het controleprotocol van het betreffende jaar.

1 december 2009

Hier vindt u aanvullende informatie die bij de controle door de instellingsaccountant relevant is.

1 juli 2009

In dit deel van het controleprotocol staan de jaarstukken 2009 centraal. Met ‘jaarstukken’ wordt in dit controleprotocol bedoeld: de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens (artikel 1 lid c van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs). Bij de technocentra wordt met jaarstukken bedoeld: het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, en de jaarrekening, de overige gegevens en de bijlagen, zoals bedoeld in artikel 23 van de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010.

Bij de SLOA-instellingen wordt met jaarstukken bedoeld: Het financieel verslag als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (SLOA) dat bestaat uit het verrekenformulier voorschotten en een activiteitenverslag. Het financieel verslag is onderdeel van de jaarrekening en gaat vergezeld van een vergelijking tussen de uitgaven en inkomsten die aan de projecten verbonden zijn in de periode waarop het financieel verslag betrekking heeft. Het financieel verslag beoogt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie en gaat vergezeld van een afschrift van de jaarrekening van de aanvragende instelling betreffende het kalenderjaar of eventueel kalenderjaren waarop het financieel verslag betrekking heeft.

De accountantsverklaring van de instellingsaccountant bij de jaarrekening betreft de getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat, evenals de naleving van de wet- en regelgeving. Het oordeel omtrent de naleving van wet- en regelgeving vloeit voort uit het voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. De instellingsaccountant stelt verder vast dat het jaarverslag verenigbaar is met de jaarrekening.

De accountantscontrole en bijhorende accountantsproducten kunnen als volgt schematisch worden weergegeven.

Vergrote afbeelding jaarrekeningcontrole

1 december 2009

Jaarstukken zijn de documenten met financiële en niet-financiële verantwoordingsgegevens, die op grond van wettelijke bepalingen door het bevoegd gezag van de bekostigde school of instelling voor onderwijs- en/of onderzoek moeten worden opgesteld en ingediend bij het ministerie.

1 december 2009

De volgende wet- en regelgeving valt onder de reikwijdte van het oordeel van de instellingsaccountant over de financiële rechtmatigheid:

De overige van toepassing zijn de wet- en regelgeving, zoals de belastingwetgeving valt dus buiten het kader voor de financiële rechtmatigheid. Deze overige wet en regelgeving neemt de accountant wel mee in zijn werkzaamheden ten aanzien van de getrouwbeeld verklaring in het kader van NV COS 250 Het belang van wet en regelgeving bij de controle van financiële overzichten.

Hoewel de aanbestedingswetgeving onderdeel uitmaakt van het referentiekader zijn hiervoor geen minimale werkzaamheden beschreven en geldt hiervoor de normale rapportagetolerantie. Dit is niet gewijzigd ten opzichte van het Onderwijscontroleprotocol 2008.

Het kader bevat bepalingen (gehele regelingen of individuele (delen van) van artikelen) uit de wet- en regelgeving van OCW voor onderwijsinstellingen.

Opgenomen zijn bepalingen die de uitkomsten van de financiële transactie beïnvloeden. Deze bepalingen geven aan welke uitgaven (en incidenteel: inkomsten) zijn toegestaan.

Het kader vervangt voor de instellingen niet de gehele wet- en regelgeving. Beoogd is om volledig te zijn, maar het abusievelijk niet opnemen van een bepaling betekent niet dat een instelling zich er niet aan hoeft te houden. Wel betekent het dat de instellingsaccountant bij zijn controle kan uitgaan van het kader. Slechts als de instellingsaccountant kennis krijgt van het niet naleven van relevante en materiële, niet opgenomen, bepalingen dient de instellingsaccountant in overeenstemming met de beroepsvoorschriften (NV COS 240 en NV COS 250) te handelen.

Het kader bevat dus niet:

De bepalingen vallen uiteen in de volgende categorieën:

Als er sprake is van algemene bepalingen voor toegestane uitgaven, dan worden ook de bepalingen opgenomen die de algemene bepalingen beperken doch niet de bepalingen die een verruiming bieden. Als een instellingsaccountant vast kan stellen (positieve controle) dat de verruimende bepaling van toepassing is, kan hij de uitgaven of inkomsten alsnog goedkeuren.

Soms wordt in een opgenomen bepaling verwezen naar een andere bepaling (artikel). Die is voor de overzichtelijkheid van het kader dan niet opgenomen.

Bepalingen waarbij is aangegeven dat de invoerdatum 2010 is, vallen in 2009 buiten de reikwijdte van de accountantsverklaring ten aanzien van het rechtmatigheidsoordeel.

1 juli 2009

SLOA-instellingen

De ‘Regeling jaarverslaggeving onderwijs’ is niet van toepassing op de SLOA-instellingen.

Ook de ‘Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek’ is niet van toepassing op de SLOA-instellingen. Deze instellingen hebben als referentiekader het gestelde in de Wet SLOA, het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA en de Handleiding subsidiëringmodel Wet SLOA. Naast de Handleiding subsidiëringmodel WSLOA geldt er een aantal algemene bepalingen voor instellingen die omvangrijke gesubsidieerde activiteiten uitvoeren. De instellingsaccountant stelt vast dat deze bepalingen zijn gevolgd. De hiermee verband houdende minimale controlewerkzaamheden zijn opgesomd in hoofdstuk 2.3.3.

1 december 2009

Technocentra

Op grond van artikel 23, lid 4 van de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010 is de Regeling Financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de BVE-sector met ingang van het verslagjaar 2002 ook van toepassing op de technocentra. Deze regeling is met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken, daarom is titel 9 BW2 van toepassing.

1 juli 2009

Het begrip omvangsbasis geeft aan tegen welke omvang (bedrag) het percentage goedkeuringstolerantie moet worden afgezet, bijvoorbeeld een bepaalde geldstroom of post in de verantwoording. De te hanteren omvangsbases bij de controle van de jaarstukken zijn afhankelijk van de te controleren massa: de totale publieke middelen, bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging, het balans totaal en het totaal van de baten.

Bij zijn oordeelsvorming over de naleving van de bekostigingsvoorwaarden streeft de instellingsaccountant naar een hoge mate van zekerheid. De instellingsaccountant richt zijn controle daartoe zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen onjuistheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties.

Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95 procent. Voor de materialiteit of goedkeuringstolerantie geldt: een accountantsverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven eerder genoemde betrouwbaarheid, de meest waarschijnlijke fout niet groter is dan één procent van die verantwoording voor wat betreft de rechtmatigheid.

1 december 2009

Voor de strekking van de accountantsverklaring gelden de volgende toleranties:

De toleranties onder A zijn ontleend aan het Handboek Auditing Rijksoverheid (HARo) van het Interdepartementaal Overleg Departementale Auditdiensten (IODAD). De toleranties onder B en C zijn voorgeschreven om te zorgen voor eenduidigheid in de oordeelsvorming.

1 juli 2009

Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde controle is gebleken dat een (gedeelte van) een post niet in overeenstemming is met één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de naleving van de bekostigingsvoorwaarden betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden. Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de instellingsaccountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.

Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door de school/instelling moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten in de jaarstukken geldt dat correctie veelal niet mogelijk is omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.

Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten geldt voor de accountantscontrole van de jaarstukken:

1 december 2009

Dit controleprotocol geeft per post van de jaarrekening2:

1 juli 2009

De rechtspersoon richt de jaarstukken in op basis van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Voor de instellingsaccountant vormt de regeling een verslaggevingscriterium. De instellingsaccountant stelt vast dat de jaarverslaggeving aan de Regeling jaarverslaggeving onderwijs voldoet.

Volgens artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Wet SLOA is het controle-object het financieel verslag dat onderdeel uitmaakt van de jaarrekening. Minimale controlewerkzaamheden zijn opgenomen ten aanzien van:

De overige in dit controleprotocol opgenomen minimale controlewerkzaamheden zijn voor de instellingsaccountant van de SLOA-instelling niet van toepassing.

1 juli 2009

Als sprake is van een bestuurlijke fusie gedurende het boekjaar, waarbij de nieuwe rechtspersoon verantwoording aflegt over de periode vanaf de fusiedatum, moet de rechtspersoon bij de jaarrekening een aparte bijlage verstrekken. Die bijlage bevat het jaartotaal van de exploitatiegegevens van alle (voormalige) scholen of instellingen die bij de fusie zijn betrokken. De instellingsaccountant stelt vast dat een goedkeurende verklaring is verstrekt bij de financiële verantwoording(en) van de (voormalige) rechtspersonen waaruit deze gegevens afkomstig zijn.

Ontbreekt zo’n goedkeurende accountantsverklaring of zijn in de goedkeurende accountantsverklaring in een toelichtende paragraaf aanvullende opmerkingen gemaakt of bevat de jaarrekening zelf onzekerheden, dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. Daarin zijn dan ook de eventuele opmerkingen uit de desbetreffende accountantsverklaringen van de (voormalige) rechtspersonen opgenomen.

Zijn de verstrekte exploitatiegegevens van de voorgaande rechtspersoon of rechtspersonen niet in overeenstemming met de grondslagen voor resultaatbepaling van de nieuwe rechtspersoon, dan meldt de instellingsaccountant dat eveneens. Bij de jaarrekening moet dan een afschrift van de desbetreffende staat van baten en lasten worden gevoegd.

1 juli 2009

De regeling beleggen en belenen stelt enerzijds inhoudelijke eisen waaraan transacties moeten voldoen en stelt anderzijds eisen aan de administratieve organisatie en interne beheersing (ao/ib). Omdat voor de minimale controlewerkzaamheden afzonderlijke toleranties gelden voor inhoudelijke controle en ao/ib worden deze in onderstaande tabel afzonderlijk weergegeven.

De instellingsaccountant stelt vast dat aan artikel 3, 1e en 3e lid van de Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek is voldaan.

Voor het onderwerp ao/ib geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). Het voorschrijven van een controle- en rapportagetolerantie verhoudt zich lastig tot werkzaamheden van de instellingsaccountant die zijn gericht op het vaststellen van elementen van administratieve organisatie en interne beheersing. In dit geval wordt hiermee bedoeld dat de instellingsaccountant ongeacht de materialiteit vaststelt dat de school/instelling de hieronder bedoelde vastlegging toereikend heeft uitgevoerd. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

De instellingsaccountant stelt vast dat aan artikel 3, 2e lid van de Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek is voldaan.

De instellingsaccountant stelt vast dat de verantwoording voldoet aan artikel 2 van de Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek.

De regeling beleggen en belenen kan invloed hebben op verschillende balansposten. Om dubbele teksten te voorkomen is ervoor gekozen om bij de uitwerking van die posten indien van toepassing te verwijzen naar dit onderwerp in het controleprotocol.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat vorderingen en/of schulden met OCW en/of LNV in de jaarrekening voldoende zijn toegelicht, inclusief verwijzingen naar relevante correspondentie (met briefnummer en datum). Indien de toelichting ontbreekt dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de school of de instelling de aanwijzingen heeft verwerkt en/of de correcties heeft opgevolgd waarover DUO eerder met de school of de instelling heeft gecorrespondeerd in een jaarlijkse brief. Indien de aanwijzingen niet zijn verwerkt en/of de correcties niet zijn opgevolgd dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

1 juli 2009

Schoolbesturen in het PO hebben in veel gevallen hun administratie uitbesteed aan een administratiekantoor (AK). In mindere mate geldt dit ook voor VO-scholen. De AK’s verrichten ten behoeve van deze schoolbesturen en de onder hen ressorterende scholen veelal de financiële, personele en salarisadministratie en vervaardigen de jaarrekening van de besturen. De scholen leveren daartoe hun primaire vastleggingen (inkoopfacturen, mutaties ten aanzien van in- en uitdiensttredingen en andere mutaties in salarissen) aan de AK’s, de AK’s verrichten hierop controle op o.a. deugdelijkheid en autorisatie en verwerken deze. Op onder andere deze controles en op verwerkingscontroles van AK’s steunen instellingsaccountants bij de controle van de bekostigingsgegevens en de jaarstukken.

Bij de toepassing van risicoanalyse bij de accountantscontrole dient de instellingsaccountant voor het bepalen van de aard en omvang van het risico van een afwijking van materieel belang onder andere kennis te verkrijgen van de entiteit en haar omgeving. Onder de entiteit wordt hier, ook in geval van een AK-gerichte aanpak, de organisatie van de school en het schoolbestuur verstaan. De interne beheersingsomgeving wordt in geval van een AK-gerichte aanpak op het niveau van een administratiekantoor (en niet per afzonderlijk schoolbestuur) ingericht. De instellingsaccountant toetst daarom op dit niveau of hij kan steunen op de getroffen maatregelen van interne beheersing. (Een en ander hoeft niet te betekenen dat iedere afzonderlijke school in de systeemcontrole dient te worden betrokken). Bij de toetsing van de maatregelen van IB dient hij rekening te houden met verschillen in de zogenaamde ‘service level agreement’ tussen het AK en de individuele besturen. Ook dient hij na te gaan of de controle van het AK alle rechtmatigheidsaspecten van het controleprotocol raakt. Indien dit niet het geval is zal de instellingsaccountant ook andere controles (dan gericht op het AK) moeten verrichten.

Ongeacht het ingeschat risico van een afwijking van materieel belang en ongeacht de keuze voor hetzij een bestuurgerichte, hetzij een AK-gerichte controleaanpak dient de instellingsaccountant gegevensgerichte werkzaamheden op te zetten en uit te voeren voor elke transactiestroom, post van de jaarrekening en elk onderdeel van de toelichting op de jaarrekening van materieel belang.

1 december 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de BAPO-voorziening is gevormd conform de aanwijzingen in de wijziging van de regeling jaarverslaggeving onderwijs, kenmerk VO/FBI-2009/107875 van 28 april 2009 (Staatscourant nummer 94 van 26 mei 2009).

1 juli 2009

Dit punt is alleen van toepassing bij de VO-scholen en BVE-onderwijsinstellingen die samenwerkingverbanden hebben afgesloten op basis van artikel 25a van de WVO en het besluit Samenwerking vo-bve. Het betreft de overheveling van bekostiging van een VO-school naar een andere school of instelling.

Bij de categorie leerlingen die na de teldatum overstappen naar een ROC stelt de instellingsaccountant van het ROC vast dat het van de VO-school gekregen overzicht van die leerlingen/deelnemers volledig en juist is. De instellingsaccountant van de VO-school stelt vast dat de leerlingen die door de VO-school zijn opgegeven pas na 1 oktober zijn overgegaan naar het ROC.

1 juli 2009

Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in NV COS 230. Tijdens reviews is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat over de implicatie van deze richtlijn op de aard en omvang van de documentatie van verrichte werkzaamheden bij de controle van de bekostigingsgegevens en jaarstukken van scholen en instellingen. In het controledossier van de instellingsaccountant dient per aandachtspunt van het controleprotocol minimaal aanwezig te zijn: de uitgevoerde werkzaamheden, de identificatie van het gecontroleerde stuk (opschrift, totaalsaldo) of een kopie van de laatste pagina, de bevindingen en de conclusie. Indien bijvoorbeeld proceduretests zijn uitgevoerd, dan zijn niet kopieën van de inkoopfacturen in het dossier aanwezig, maar wel een lijst met factuurnummers en van items waarop de facturen zijn gecontroleerd.

1 december 2009

1 december 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat er geen rijksmiddelen zijn gebruikt voor huisvestingsvoorzieningen waar de gemeente verantwoordelijk voor is, tenzij de uitgave aan een huisvestingsvoorziening aanvullend is en bekostigd is uit de reserve die vóór invoering van lumpsum (1 augustus 2006) is opgebouwd.

Zie ook brief PO/B&S/121802.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de verantwoording voldoet aan de in de tabel genoemde verslaggevingscriteria.

1 juli 2009

1 juli 2009

Op de balanspost Vreemd Vermogen op lange termijn kunnen in de onderwijssectoren VO, BVE en HO ook Rijksgegarandeerde leningen voorkomen. De scholen/instellingen die ultimo 2009 rijksgegarandeerde leningen hadden, ontvangen begin 2010 een geactualiseerde specificatie van de rijksgegarandeerde leningen ultimo 2009.

Op nieuwe leningen wordt geen rijksgarantie verleend, in verband met de decentralisatie van de huisvestingsverantwoordelijkheid. De instellingsaccountant controleert de juistheid en volledigheid van de specificatie van rijksgegarandeerde leningen ultimo 2009 (die van DUO is ontvangen) en de mutaties gedurende 2009. Eventuele correcties worden aangebracht op de specificatie van DUO. Correcties voor Wageningen Universiteit dienen op de specificatie van LNV te worden aangebracht. De specificatie wordt gewaarmerkt door de instellingsaccountant en meegezonden met het formulier ‘Aanbieding jaarstukken 2009’. De wijzigingen die de instellingsaccountant heeft aangebracht, brengt DUO tot uitdrukking op het overzicht ultimo 2010. Daarnaast stelt de instellingsaccountant vast of in de jaarrekening 2009 een correcte specificatie is opgenomen van de rijksgegarandeerde geldleningen ultimo 2009.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de verantwoording voldoet aan de in de tabel genoemde verslaggevingscriteria.

1 juli 2009

Algemeen

1 december 2009

Scholen en instellingen ontvangen van DUO jaarlijks een Overzicht financiële beschikkingen/ bekostigings-/rijksbijdragebrief waarin het definitieve bekostigingsbedrag voor de personeels- en exploitatiekosten gezamenlijk is opgenomen.

De instellingsaccountant stelt de aansluiting vast tussen de definitieve toewijzingsbrieven van OCW dan wel LNV en de verantwoording daarvan in de jaarrekening.

De instellingsaccountant stelt voor wat betreft VO en BVE vast dat ook de leerlingen- c.q. deelnemersgegevens die in het overzicht financiële beschikkingen/bekostigings-/rijksbijdragebrief vermeld staan, overeenkomen met de basisgegevens. Voor het VO gaat het om de eerdere controle van de bekostigingsgegevens op 1 oktober 2008 voor de bekostiging van het kalenderjaar 2009. Voor BVE gaat het om de deelnemersgegevens per 1 oktober 2007 c.q. de diplomagegevens over het jaar 2007 voor de bekostiging van het kalenderjaar 2009.

1 juli 2009

Dit controlepunt geldt alleen voor universiteiten, waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden. De universiteit die ondersteund wordt door het academisch ziekenhuis met onderwijs en onderzoek, krijgt hiervoor een rijksbijdrage toegekend. De instellingsaccountant controleert of deze bijdrage onverwijld aan het academisch ziekenhuis is doorbetaald.

1 juli 2009

De accountant van het technocentrum stelt de aansluiting vast tussen de (definitieve) toewijzingsbrieven van OCW en de verantwoording daarvan in de jaarrekening.

Basissubsidie

De accountant van het technocentrum stelt vast of de basissubsidie rechtmatig is besteed, dat wil zeggen is aangewend voor de doelen, welke zijn omschreven in artikel 7, lid 1 van de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010.

1 december 2009

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt de aansluiting vast tussen de definitieve toewijzingsbrieven van OCW dan wel LNV en de verantwoording daarvan in de jaarrekening.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat model G bij de jaarrekening juist en volledig is opgesteld.

Voor de Regeling Onderwijs Netwerk Ondernemen gaat het om een model dat naar analogie van model G is opgesteld. De instellingsaccountant stelt vast dat dit model bij de jaarrekening juist en volledig is opgesteld.

1 juli 2009

Bij de controle op aanvullende subsidies met een bestedingssuggestie gelden dezelfde bepalingen als bij de controle op de besteding van de normatieve rijksbijdrage. Als gekozen wordt voor een andere aanwending dan het doel van de subsidieregeling, moet de besteding in ieder geval passen binnen de kaders van de wettelijke onderwijstaak. De instellingsaccountant stelt vast dat een andere aanwending past binnen de kaders van de wettelijke onderwijstaak.

De instellingsaccountant controleert alle aanvullende subsidies met een bestedingssuggestie. Ten aanzien van onderstaande aanvullende subsidies schrijft het controleprotocol specifieke minimale controlewerkzaamheden voor.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat het aantal leerlingen(vo)/deelnemers (mbo) waarvoor subsidie is ontvangen overeenkomt met het aantal leerlingen/deelnemers dat feitelijk deelneemt aan het experiment.

1 december 2009

De instellingsaccountant controleert of in de administratie van de school/instelling de verklaring van de medisch specialist voor de desbetreffende leerling(en)/deelnemer(s) aanwezig is en dat de leerling/deelnemer op 1 oktober 2008 is ingeschreven.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat er overeenstemming bestaat tussen:

De instellingsaccountant stelt vast dat de deelnemers waarvoor LGF-subsidie wordt verkregen, ook daadwerkelijk zijn ingeschreven op de school/ instelling.

Indien de instellingsaccountant constateert dat de verkregen bekostiging niet rechtmatig is, omdat niet voldaan wordt aan bovenstaande eis, dan gaat de instellingsaccountant na of de school/instelling dit corrigeert. Indien deze correctie niet plaatsvindt dan neemtde instellingsaccountant dat op in een rapport van bevindingen zoals vermeld inAccountantsproducten/rapportering.

In de praktijk blijkt dat scholen in het administratieve proces niet consequent de toegevoegde letters van de CvI-beschikking verwijderen, waardoor er geen overeenstemming is met de subsidiebeschikking. Dit kan tot gevolg hebben dat de instellingsaccountant ten onrechte deelnemers als niet-rugzak leerling aanmerkt. Instellingsaccountants mogen ervan uitgaan dat wanneer de cijfers van de CvI-nummers op genoemde documenten overeenkomen, er sprake is van dezelfde deelnemer.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt op grond van de bekostigings/subsidievoorwaarden vast dat de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidie met bestedingsverplichting rechtmatig is besteed. Hij let daarbij ook op de looptijd van de regeling.

Als de school/instelling de subsidie/bekostiging in het verslagjaar moet afrekenen en eventuele overschotten met OCW dan wel LNV moet verrekenen, dan stelt de instellingsaccountant vast dat deze verrekening in de jaarrekening is verantwoord.

Voor nog te besteden (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies uit voorgaande jaren blijven de aanwijzingen uit voorgaande controleprotocollen van kracht (overzicht wet- en regelgeving).

Voor deze post geldt een specifieke controle- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting).

Het totaalbedrag van de bestedingen van de geoormerkte aanvullende bekostiging/subsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij een redelijke mate van zekerheid kan verkrijgen dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 1% van de totale bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies.

Als deze tolerantie wordt overschreden, maar de tolerantiegrens voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de accountantsverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. Het kan eventueel voor de instelling wel consequenties hebben voor terugbetalingsverplichtingen, zoals uit de desbetreffende regeling blijkt.

Als de instellingsaccountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden dan wel bekostigingsvoorwaarden en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging, dan moet de school/instelling deze corrigeren. Indien de instellingsaccountant constateert dat de bekostiging niet rechtmatig is, dan ziet de instellingsaccountant erop toe dat de school/instelling dit corrigeert.

Indien de correctie niet plaatsvindt dan neemt de instellingsaccountant dat op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Omgaan met fouten.

Ten aanzien van onderstaande geoormerkte subsidies schrijft het controleprotocol specifieke minimale controlewerkzaamheden voor.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de geoormerkte subsidies van OCW rechtmatig zijn besteed. Onder geoormerkte subsidies worden subsidies verstaan die het ministerie van OCW heeft verstrekt op basis van de wet SLOA. Er zijn derhalve specifieke rechtmatigheideisen die worden gesteld aan de besteding.

Indien uit de toewijzingsbrief blijkt dat de projecten in het verslagjaar moeten worden afgerekend of dat eventuele overschotten moeten worden gerestitueerd aan OCW, dan stelt de instellingsaccountant vast of afrekening of restitutie reeds heeft plaatsgevonden en/of de gespecificeerde schulden aan OCW in de jaarrekening zijn verantwoord.

Gaat het om subsidies of vergoedingen, die voor meerdere jaren zijn verstrekt, dan is het gebruikelijk de eindverantwoording daarvan op te nemen in het jaar waarin de activiteiten zijn afgerond dan wel moeten zijn afgerond.

De instellingsaccountant controleert de voorschotten op het verrekenformulier en ziet erop toe dat de instelling de noodzakelijke correcties aanbrengt, ook als bij deze correcties de tolerantiegrens niet wordt overschreden. Vervolgenswaarmerkt de instellingsaccountant het verrekenformulier ter identificatie.

1 juli 2009

De regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 van 24 mei 2006 met kenmerk BVE/IenI-2006/22578 is gewijzigd bij de regeling van 9 juli 2007 met kenmerk BVE/Stelsel/2007/46814 en 25 september 2008 met kenmerk BVE/Ien I-2008/34807. Voorts is de Wijziging van de Regeling innovatiebox beroepsonderwijs 2006 tot en met 2009 in verband met het aanpassen van de datum waarop de aanvullende vergoeding door de kenniscentra en Aequor besteed moet zijn op 22 september 2007, kenmerk BVE/DIR-2007/33423 gepubliceerd.

De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling heeft voldaan aan de eis van co-financiering. Indien de instelling niet aan de eis van co-financiering heeft voldaan, dient het bedrag dat de instelling heeft ontvangen aan FES- middelen 2009, volledig of voor een deel via de jaarrekening te worden gecorrigeerd.

De instellingsaccountant controleert of het bevoegd gezag deze correctie heeft verwerkt in de jaarrekening.

1 juli 2009

Speerpuntsubsidie(s)

De speerpuntsubsidie wordt aangewend voor de doelen, welke zijn omschreven in artikel 7, lid 3 van Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010. De instellingsaccountant stelt vast dat alle speerpuntsubsidies die in 2009 aflopen juist in de jaarrekening zijn verantwoord.

Voor nog te besteden subsidies uit voorgaande jaren blijven de aanwijzingen uit voorgaande protocollen van kracht.

De accountant van het technocentrum richt zijn controle zodanig in dat hij kan verklaren dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een materieel belang dat groter is dan 1% van de totale bestedingen van de (geoormerkte) speerpuntsubsidies.

Het totaalbedrag van de bestedingen van de (geoormerkte) speerpuntsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast.

Als de accountant van het technocentrum bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de (geoormerkte) speerpuntsubsidies, dan moet het technocentrum deze corrigeren. Als het technocentrum dit nalaat, dan neemt de instellingsaccountant dat op in een rapport van bevindingen, zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

1 juli 2009

Naast OCW verstrekt ook de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) subsidies aan de universiteiten. Onder deze subsidies worden ook begrepen de subsidies van Technologiestichting STW (STW) en ZonMw. De financiële verantwoording over deze subsidies vindt plaats via de jaarrekening van de universiteit. Op grond van een akkoord gesloten tussen VSNU, NWO en de vereniging Sectie Gezondheidsfondsen (SGF) kunnen ook de subsidies van de gezondheidsfondsen aangesloten bij deze vereniging op deze wijze worden verantwoord. Bij de controle van deze subsidies gelden dezelfde bepalingen en controletoleranties, zoals vermeld in deze paragraaf voor de besteding van geoormerkte aanvullende subsidies. De controlecriteria vloeien voort uit de afzonderlijke subsidiebeschikkingen.

De instellingsaccountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van deze subsidiegelden. In afwijking van hetgeen is opgenomen in Accountantsproducten/rapportering, stuurt de instelling, indien van toepassing, een rapport van bevindingen naar NWO.

1 juli 2009

1 juli 2009

Uitbesteding

De instellingsaccountant stelt vast dat bij de uitbesteding de kosten en tegenprestatie schriftelijk zijn vastgelegd in een contract/overeenkomst. Tevens stelt de instellingsaccountant vast dat de uitbestede activiteit(en) passen binnen de wettelijke taakuitvoering van de instelling.

Contractactiviteiten voor derden

Overheidsgelden mogen niet zodanig worden aangewend dat er oneerlijke concurrentie ontstaat. Van de instellingsaccountant wordt geen marktonderzoek verlangd. Wel stelt hij vast dat minimaal een kostendekkend tarief is berekend.

1 december 2009

De middelen die een instelling van een gemeente ontvangt voor inburgering op grond van de Wet Inburgering mogen niet worden opgeteld bij de gemeentelijke bijdrage educatie. De verzorging van inburgeringscursussen wordt (vanaf 2007) gezien als een contractactiviteit.

De instellingsaccountant stelt vast dat de middelen die de instelling van de gemeente heeft ontvangen voor inburgering juist als contractactiviteiten zijn verantwoord.

1 juli 2009

Voor het aanwenden van publieke middelen voor private activiteiten gelden de voorwaarden, zoals die zijn opgenomen in de notitie Helderheid BVE, gepubliceerd in het gele katern 18/19 2004.

De instelling heeft een proces ingericht om vast te stellen of niet-gesubsidieerde of niet bekostigde activiteiten een meerwaarde hebben voor de publieke activiteiten in de zin van de door de staatssecretaris van Onderwijs omschreven wijze (Tweede Kamer 28 248, nr. 84).Voor verdere uitleg van de toegestane aanwending en verantwoording van publieke middelen voor private activiteiten wordt verwezen naar de brief met kenmerk HO/CBV/05/22162 die staatssecretaris Rutte op 20 juli 2005 aan de Tweede Kamer heeft gezonden en de brief van 24 februari 2009 met kenmerk BVE/stelsel/104878.

De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling heeft voldaan aan de in Notitie Helderheid opgenomen voorwaarden ten aanzien van de aanwending van publieke middelen in private activiteiten.

1 juli 2009

Voor het aanwenden van publieke middelen voor private activiteiten gelden de voorwaarden, zoals opgenomen in de notitie Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs d.d. 29 augustus 2003 en in de notitie ‘Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs’ d.d. 27 augustus 2004.

De instelling heeft een procedure ingericht om vast te stellen of niet bekostigde activiteiten een meerwaarde hebben voor de publieke activiteiten in de zin van de door de staatssecretaris van Onderwijs omschreven wijze (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 28 248, nr. 84). Voor verdere uitleg van de toegestane aanwending en verantwoording van publieke middelen voor private activiteiten wordt verwezen naar de brief met kenmerk HO/CBV/05/22162 die de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 20 juli 2005 aan de Tweede Kamer heeft gezonden.

De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling heeft voldaan aan de in Notitie Helderheid opgenomen voorwaarden ten aanzien van de aanwending van publieke middelen in private activiteiten.

1 december 2009

1 december 2009

Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.

Bij de uitvoering van de risicoanalyse neemt de instellingsaccountant in acht hetgeen is opgenomen in het onderwerp ‘Steunen op de werkzaamheden van een AK.’

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de NVCOS 240. In de hierna beschreven controleaanpak wordt uitgegaan van een voor een school of REC normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Bovenstaande werkzaamheden sluiten niet uit hetgeen in NV COS 330. De werkzaamheden van de accountant naar aanleiding van gemaakte risico-inschattingen is opgenomen ten aanzien van de tijdsfasering van systeemgerichte werkzaamheden.

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Indien de instellingsaccountant tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB verricht hij daarnaast nog de volgende minimale werkzaamheden:

Bij bovenstaande werkzaamheden moet de instellingsaccountant hetgeen in NV COS 520 Cijferanalyse is opgenomen betrekken.

Verklaring omtrent het gedrag

Voor dit onderwerp geldt een specifieke rapportage tolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). De instellingsaccountant stelt vast dat de verklaring omtrent het gedrag – met inachtneming van de controletolerantie – is opgenomen in het personeelsdossier voor alle personeelsleden, waarvoor dit wettelijk vereist is. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

Kaderbesluit rechtspositie en CAO

De instellingsaccountant controleert of de PO-school het kaderbesluit naleeft. Hierbij neemt de instellingsaccountant als actuele norm mee de wijzigingen van het kaderbesluit, zoals die in de ‘Regeling formalisering bijlagen, verschillende berekeningswijzen en percentages in het Kaderbesluit Rechtspositie PO en Rechtspositiebesluit WPO/WEC’ in deStaatscourant 21 d.d. 2 februari 2009 zijn gepubliceerd. De instellingsaccountant controleert of overeenkomstig de CAO-PO is gehandeld. Van de CAO afwijkende betalingen zijn onrechtmatig als zij in strijd zijn met de wettelijke bepalingen rond aanstelling. Rechtmatig is alles wat binnen de CAO-afspraken valt, zolang deze niet strijdig zijn met de wet.

1 december 2009

De instellingsaccountant analyseert de door de school opgestelde formatieoverzichten en de verzamelloonstaat van de scholen ressorterend onder het bevoegd gezag. In deze analyse wordt betrokken: salarisschalen, de omvang en samenstelling van eventuele niet norm-functies binnen de formatie, de betrekkingsomvang van de dienstbetrekkingen en ongebruikelijke beloningen. Deze analyse wordt door de instellingsaccountant uitgevoerd op het niveau bevoegd gezag.

Daarnaast voert de instellingsaccountant een cijferbeoordeling uit op de personele kosten, in relatie tot de begroting en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Bij sterke fluctuaties en ongebruikelijke saldi controleert de instellingsaccountant met detailstukken. De cijferbeoordeling vindt plaats op het niveau bevoegd gezag.

Bij bovenstaande werkzaamheden moet de instellingsaccountant hetgeen in NV COS 520 Cijferanalyse is opgenomen betrekken.

Verklaring omtrent het gedrag

Voor dit onderwerp geldt een specifieke rapportage tolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). De instellingsaccountant stelt vast dat de verklaring omtrent het gedrag – met inachtneming van de controle tolerantie – is opgenomen in het personeelsdossier voor alle personeelsleden, waarvoor dit wettelijk vereist is. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld inAccountantsproducten/rapportering.

1 december 2009

Verklaring omtrent het gedrag in de BVE-sector

Voor dit onderwerp geldt een specifieke rapportage tolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). De instellingsaccountant stelt vast dat de verklaring omtrent het gedrag – met inachtneming van de controle tolerantie – is opgenomen in het personeelsdossier voor alle personeelsleden, waarvoor dit wettelijk vereist is. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de loondoorbetaling vanaf het tweede ziektejaar beperkt is tot 70% van de verlofuren wegens ziekte.

1 december 2009

Op 1 maart 2006 is de Wet openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (WOPT) in werking getreden. De Wet is gepubliceerd in het Staatsbladnummer 95 d.d. 9 februari 2006.

De accountantscontrole

De instellingsaccountant neemt geconstateerde fouten op in een rapport van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. In aanvulling hierop neemt de instellingsaccountant, ongeacht de materialiteit, indien niet voldaan is aan de WOPT de standaard tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.

Documenten:

1 december 2009

De accountantscontrole

Documenten:

De Uitvoeringsorganisatie Participatiefonds (helpdesk@vfpf.nl of tel: 045-579 3953) kan op verzoek een overzicht verstrekken van voormalig personeel dat een ontslaguitkering geniet. Dit overzicht kan als hulpmiddel dienen de uitkeringsgenietenden te traceren die langer dan een jaar direct voorafgaand aan hun uitkering onafgebroken in dienst waren bij het bestuur.

1 juli 2009

1 juli 2009

Zie materiële vaste activa.

1 december 2009

De instellingsaccountant voert een cijferbeoordeling uit op de materiële kosten, in relatie tot de begroting en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Bij sterke fluctuaties en ongebruikelijke saldi controleert de instellingsaccountant met detailstukken. De cijferbeoordeling vindt plaats op bestuursniveau.

Bij bovenstaande werkzaamheden moet de instellingsaccountant hetgeen in NV COS 520 Cijferanalyse is opgenomen betrekken.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat de verantwoording voldoet aan de in de tabel genoemde verslaggevingscriteria.

1 juli 2009

1 juli 2008

Met betrekking tot het jaarverslag voert de instellingsaccountant de volgende werkzaamheden uit:

1 juli 2008

1 juli 2009

De instellingsaccountant neemt, indien niet voldaan is aan de wettelijke bepalingen een tekstpassage hieromtrent op in de accountantsverklaring onder de ‘Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties’.

1 juli 2009

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Het feit dat hij een andere dan een goedkeurende verklaring heeft afgegeven moet hij vermelden op het zogenoemde Aanbiedingsformulier, dat bij de indiening van de jaarrekening bij DUO moet worden gebruikt.

Ook geeft de instellingsaccountant op het Aanbiedingsformulier aan of er een afzonderlijk rapport van bevindingen is opgesteld.

Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, dan sluit hij voor wat betreft de oordeelsparagraaf aan bij de teksten van hoofdstuk 1 van de ‘Controle en Overige Standaarden’ deel Voorbeeldteksten), uitgegeven door het NIVRA.

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: jaarrekening PO zelfstandige scholen en REC’s(1a)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2009 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het bestuur van de entiteit verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 171, vierde lid van de Wet op het primair onderwijs respectievelijk artikel 157, vierde lid van de Wet op de expertisecentra1. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijsontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de entiteit heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs(WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...2)

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens).3

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: financiële jaarverslaggeving PO gemeentelijke scholen (1b)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de financiële jaarverslaggeving

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) financiële jaarverslaggeving 2009 van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor primair onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente ...(naam gemeente) is verantwoordelijk voor het opmaken van de financiële jaarverslaggeving die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het College van Burgemeester en Wethouders verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de financiële jaarverslaggeving verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de financiële jaarverslaggeving van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de financiële jaarverslaggeving op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 171, vierde lid van de Wet op het primair onderwijs respectievelijk artikel 157, vierde lid van de Wet op de expertisecentra1. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële jaarverslaggeving geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de financiële jaarverslaggeving. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de financiële jaarverslaggeving van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de financiële jaarverslaggeving.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de financiële jaarverslaggeving een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor primair onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties.

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...2

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens)3 .

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: jaarrekening VO zelfstandige scholen (2a)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2009 van ... (naam bevoegd gezag) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag

Het bevoegd gezag van de scho(o)l (en) is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het bevoegd gezag bestuur van de scho(o)l (en) verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 18, derde lid van het Bekostigingsbesluit W.V.O. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de scho(o)l (en). Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bevoegd gezag van de scho(o)l (en) heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam bevoegd gezag) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties.

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...1

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens.2

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: financiële jaarverslaggeving VO gemeentelijke scholen (2b)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de financiële jaarverslaggeving

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) financiële jaarverslaggeving 2009 van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor voortgezet onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag

Het bevoegd gezag van de scho(o)l (en) is verantwoordelijk voor het opmaken van de financiële jaarverslaggeving die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de financiële jaarverslaggeving verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de financiële jaarverslaggeving van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de financiële jaarverslaggeving op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 18, derde lid van het Bekostigingsbesluit W.V.O. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële jaarverslaggeving geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de financiële jaarverslaggeving. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de financiële jaarverslaggeving van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bevoegd gezag heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de financiële jaarverslaggeving.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de financiële jaarverslaggeving een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de gemeentelijke scho(o)l(en) voor voortgezet onderwijs zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid van gemeente ... (naam gemeente) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties.

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...1

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens).2

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: jaarrekening SLOA-instellingen (2c)

Aan: opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2009 van ........(naam bevoegd gezag) te ....(statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2009, de geconsolideerde en enkelvoudige winst-en-verliesrekening over 2009 met de toelichting en het financieel verslag gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Tevens is het bestuur van de stichting verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle en op grond van artikel 5, lid 2 van het uitvoeringsbesluit wet SLOA (STB 1999, 37). Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 voor zover van toepassing. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico's van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van .... (naam bevoegd gezag) per 31 december 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...1

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens).2

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: jaarrekening BVE (3a)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2009 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het bestuur van de entiteit verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 2.5.3, tweede lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de entiteit heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties.

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...1

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens).2

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: jaarrekening Technocentrum (3b)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2009 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het bestuur van de entiteit verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 23 lid 3 van de Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de entiteit heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...1

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens)2

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Goedkeurende accountantsverklaring: jaarrekening HBO en WO (4a)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de jaarrekening

Wij hebben de (in dit verslag/rapport opgenomen) jaarrekening 2009 van ... (naam entiteit) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit de balans per ... 2009 en de staat van baten en lasten over 2009 met de toelichting gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Tevens is het bestuur van de entiteit verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 2.9, derde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de entiteit heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit) per ... 2009 en van het resultaat over 2009 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs(WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 opgenomen relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2. referentiekader.

Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties.

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW melden wij dat ...1

Op grond van de wettelijke verplichting ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391 lid 4 BW.

Voorts merken wij op dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting tot vermelding van de informatie over topinkomens (artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens).2

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

1 juli 2009

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de bekostiging/rijksbijdrage en zijn in de sectoren BVE en HO ook van belang bij het verstrekken van studiefinanciering. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze bekostigingsgegevens vaststelt. Hij geeft daarover een afzonderlijk assurance-rapport af.

Krachtens de onderwijswetgeving wordt een accountantsverklaring bij de bekostigingsgegevens gevraagd. Door de wijziging van het verklaringenstelsel geeft de instellingsaccountant vanaf 2007 echter niet langer een accountantsverklaring af bij de bekostigingsgegevens maar een assurance-rapport. Deze rapportagevorm wordt gebruikt als andere aspecten dan alleen de getrouwheid van de financiële informatie moeten worden getoetst en als het andere informatie dan historische financiële informatie betreft, zoals bij de bekostigingsgegevens het geval is. Voor een assurance-rapport is COS 3000 leidend, waarbij OCW bepaalt dat het assurance-rapport hetzelfde zekerheidsniveau dient te verschaffen als voorheen de accountantsverklaring. Assurance-opdrachten die leiden tot een assurance-rapport moeten aan vergelijkbare kwaliteitseisen voldoen als assurance-opdrachten die leiden tot een accountantsverklaring.

In dit controleprotocol wordt voor elke sector in een afzonderlijk gedeelte in gegaan op de meest relevante wet- en regelgeving en het onderzoek van de bekostigingsgegevens. De volledige wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl. Aan het einde van elk onderdeel is de tekst van het af te geven goedkeurende assurance-rapport opgenomen.

Voor het omgaan met geconstateerde fouten met betrekking tot de rechtmatigheid geldt voor het accountantsonderzoek van de bekostigingsgegevens dat fouten die invloed kunnen hebben op de hoogte van de rijksbijdrage OCW/LNV moeten worden gecorrigeerd door de school/instelling. Als deze fouten niet door de school/instelling (kunnen) worden gecorrigeerd dan informeert de instellingsaccountant het bevoegd gezag/bestuur en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften en handelt als volgt:

Het is de verantwoordelijkheid van de school/instelling in de sectoren VO, BVE (exclusief de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven) en HO om de bekostigingsgegevens voorzien van een goedkeurend assurance-rapport bij DUO vestiging Groningen in te dienen. DUO vestiging Groningen accepteert alleen goedkeurende assurance-rapporten. DUO vestiging Groningen kan en zal geen interpretatie doen van de gestuurde gegevens. Niet-goedkeurende assurance-rapporten en/of die niet voldoen aan de eisen van dit controleprotocol, worden door DUO vestiging Groningen teruggestuurd naar de school/instelling. De school/instelling is ervoor verantwoordelijk dat er alsnog binnen de gestelde termijn een assurance-rapport wordt ingestuurd dat voldoet aan de eisen van dit controleprotocol.

De scholen in de sector PO en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven sturen het assurance-rapport naar DUO vestiging Zoetermeer.

Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000 vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van het NIVRA.

Het feit dat hij een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft of een eventueel separaat rapport van bevindingen moet hij duidelijk aangeven op de aanbiedingsbrief bij het assurance-rapport en het aanbiedingsformulier dat bij de indiening van de (jaarrekening bij DUO vestiging Zoetermeer) moet worden gebruikt. Daarbij worden alle fouten, onjuistheden en onzekerheden opgenomen die van invloed (kunnen) zijn op de totale omvang van de door OCW dan wel LNV verstrekte en/of te verstrekken bijdragen.

Tot slot wordt opgemerkt dat bij het ontbreken van een tijdig ingediend goedkeurend assurance-rapport voor de betreffende scholen/instellingen het sanctiebeleid van toepassing is.

1 december 2009

Het controleprotocol PO is een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 171, 4e lid van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in artikel 157, 4e lid van de Wet op de Expertisecentra (WEC).

Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 172 lid 1 van de WPO en artikel 158 lid 1 van de Wet op de Expertisecentra. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WPO en de WEC; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens PO is van toepassing op (artikel 1 van de WPO):

Hierna worden de eerste vier categorieën ‘de scholen’ genoemd en de laatste twee categorieën ‘de CD’s’ en ‘de REC’s’.

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

Deze wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

In februari 2010 ontvangt het bevoegd gezag van een school of een REC een brief van DUO over de informatie uitwisseling met DUO.

1 december 2009

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 1% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De voor de bekostiging relevante soorten gegevens van de scholen betreffen:

De voor de bekostiging relevante gegevens van de CD’s betreffen:

De voor de bekostiging relevante gegevens van de REC’s betreffen:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Bij de scholen

Bij de Centrale Diensten

Bij de Regionale Expertise Centra

1 december 2009

Overzicht Geregistreerde Telgegevens Onderwijsinstellingen

De instellingsaccountant stelt vast dat:

De bovengenoemde werkzaamheden met betrekking tot aansluitingen dienen door de instellingsaccountant zelf verricht te worden. Deze kunnen niet vervangen worden door werkzaamheden van een eventueel administratiekantoor.

De inhoudelijke juistheid van de leerlinggegevens inclusief leerling gebonden financiering (rugzak) wordt gewaarborgd door werkzaamheden van de Directie Rekenschap (onderdeel van de Inspectie van het Onderwijs). De instellingsaccountant formuleert in het assurance-rapport zijn conclusie omtrent de juistheid van de bekostigingsgegevens. Met betrekking tot de leerling gegevens wordt daarmee bedoeld de juistheid van de administratieve aansluiting.

Als de instellingsaccountant onjuistheden constateert bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden dan meldt de instellingsaccountant dit aan het bestuur. Op basis van de bevindingen van de instellingsaccountant wijzigt het bestuur het OGT-formulier, dat vervolgens door de instellingsaccountant wordt gewaarmerkt, waarna het bestuur het formulier opstuurt naar de DUO vestiging Zoetermeer.

1-10-2009

Bij het onderzoek op de juistheid van de geregistreerde leeftijden en betrekkingsomvang van de leraren die voor de GGL van belang zijn, stelt de instellingsaccountant op bestuursniveau vast dat:

Naast bovengenoemde werkzaamheden zal de instellingsaccountant ook werkzaamheden moeten verrichten om de juistheid van de betrekkingsomvang en de juistheid van de opgenomen leeftijd vast te stellen. Hiervoor kan de instellingsaccountant steunen op werkzaamheden, die hij al verricht heeft in het kader van de jaarrekeningcontrole, waarbij wel rekening gehouden moet worden met de specifieke onderzoekseisen voor de bekostiging.

Het bestuur van de school kan ervoor kiezen om het onderzoek op de juistheid van de berekening van de GGL door de instellingsaccountant te laten ondersteunen door een third party mededeling (TPM) over de juistheid van de berekening door het salarispakket.

Op basis van de bevindingen van de instellingsaccountant brengt het bestuur op het formulier ‘gewogen gemiddelde leeftijd’ voor de peildatum 1 oktober 2009 correcties aan. De gegevens over de gewogen gemiddelde leeftijd worden begin 2010 op de site van DUO vestiging Zoetermeer onder instellingsinformatie bij bekostigingsinformatie beschikbaar gesteld. Alleen het gecorrigeerde overzicht wordt door de instellingsaccountant gewaarmerkt. Het bevoegd gezag zendt voor elke school het overzicht GGL, de gewaarnerkte en de niet-gewaarmerkte overzichten uiterlijk 1 juli 2010 in.

Ontvangen uitkeringen in mindering gebracht

De instellingsaccountant stelt op bestuursniveau vast dat:

Indien er afwijkingen zijn in de bedragen dan corrigeert het bevoegd gezag dit in de vangnetapplicatie of met een elektronisch formulier op mijn DUO. De instellingsaccountant stelt vast dat het bevoegd gezag de correcties juist en volledig heeft aangepast in de vangnetapplicatie of met het elektronische formulier via mijn DUO.

Overzicht Geregistreerde Telgegevens REC’s

De instellingsaccountant stelt op bestuursniveau vast dat:

1 december 2009

De assurance-rapporten voor PO en REC’s worden opgesteld op bestuursniveau (niveau bevoegd gezag). De aan het oordeel ten grondslag liggende bevindingen moeten echter herleidbaar zijn tot op schoolniveau.

Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, dan moet hij aansluiten bij de teksten vermeld in de Nadere Voorschriften Controle- en overige standaarden (NVCOS), uitgegeven door het NIVRA.

Als er bij een Centrale Dienst geen opgave is van de bekostigingsgegevens die gecontroleerd moeten worden door de instellingsaccountant dan verklaart de instellingsaccountant dit op het formulier ‘Aanbieding jaarstukken 2009’.

1 december 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens voor scholen voor Primair Onderwijs (1c)

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2010, afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de (bijgevoegde, door ons gewaarmerkte1 opgave(n) van de bekostigingsgegevens van ... (naam bevoegd gezag) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010, als bedoeld in artikel 69, lid 1 van de wet op het primair onderwijs juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens betreffen de leerlinggegevens vermeld op het formulier per telling genaamd: het Overzicht Geregistreerde Telgegevens (OGT), de gegevens van leraren vermeld op het formulier ‘Gewogen Gemiddelde Leeftijd’ per 1 oktober 2009 en de gegevens van de uitkeringen vermeld op het ‘Overzicht van per school verrekende bedragen over de periode 1 december 2008 tot 1 december 2009’. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de scho(o)l(en). Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de bekostigingsgegevens. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de bekostigingsgegevens alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de school/instelling.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de bekostigingsgegevens, de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW 2009.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De bekostigingsgegevens en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de school, DUO en het Ministerie van OCW en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 december 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens voor Centrale diensten (1d)

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2010, afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de (bijgevoegde, door ons gewaarmerkte1 opgave(n) van de bekostigingsgegevens van ... (naam bevoegd gezag) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010, als bedoeld in artikel 69, lid 1 van de wet op het primair onderwijs juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens betreffen de gegevens van de uitkeringen vermeld op het ‘Overzicht van per school verrekende bedragen over de periode 1 december 2008 tot 1 december 2009’. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de Centrale Dienst. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de bekostigingsgegevens. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de bekostigingsgegevens alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de school/instelling.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de bekostigingsgegevens, de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW 2009.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De bekostigingsgegevens en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de Centrale Dienst, DUO en het Ministerie van OCW en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 december 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van Regionale expertisecentra (REC) (1e)

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2010, afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de (bijgevoegde, door ons gewaarmerkte1 opgave(n) van de bekostigingsgegevens van ... (naam) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010, als bedoeld in artikel 71a van de wet op de expertisecentra, juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens betreffen voor de bekostiging van het schooljaar 2010–2011 het aantal bevestigende beoordelingen vermeld op het Overzicht Geregistreerde Telgegevens op peildatum 1 oktober 2009. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van het expertisecentrum. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot onderzoek en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de bekostigingsgegevens. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de bekostigingsgegevens alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de school/instelling.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de bekostigingsgegevens, de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2009 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW 2008.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De bekostigingsgegevens en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor het expertisecentrum, DUO en het Ministerie van OCW en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 juli 2009

Het controleprotocol VO wordt conform artikel 14a, 3e lid en artikel 18, 6e lid van het Bekostigingsbesluit WVO vastgesteld bij ministeriële regeling. Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 14a, 2e lid van het Bekostigingsbesluit WVO. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WVO; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens VO is van toepassing op de in artikel 5 van de WVO vermelde schoolsoorten:

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

Deze wet en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie met DUO is beschreven in de ‘Handleiding BRON Voortgezet Onderwijs’, deze is te vinden op de website van DUO.

Bij onderzoeken bekostigingsgegevens van AOC’s

Het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) in een AOC wordt geheel bekostigd op grond van de WEB, overeenkomstig artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB. In tegenstelling tot het BVE- onderwijs wordt voor het vbo in een AOC uitgegaan van de teldatum t-1.

Voor het onderzoek van de gegevens van een vbo en mavo binnen een AOC gelden de onderzoeksitems van de sector VO.

1 juli 2009

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in datonjuistheden groter dan 1% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De voor de bekostiging relevante soorten gegevens van de scholen betreffen:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Bij de scholen

1 december 2009

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de NVCOS 240. In de hierna beschreven onderzoeksaanpak wordt uitgegaan van een voor een school normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor of een interne controle afdeling van de school kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor of de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt, dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).

Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.

In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Van de ingeschreven leerlingen per 1 oktober 2009, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Indien de school elektronische accountantsmutaties heeft aangeleverd moet het assurance-rapport zijn voorzien van het formulier begeleiding accountantsmutaties en het formulier bijlage accountantsmutaties, zie de website van DUO.

Het wordt aan de instellingsaccountant overgelaten in welke mate de accountantsmutaties worden onderzocht. Hij zal hierbij de normen die voor dit werk bestaan, dienen te volgen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat hij, als het aantal mutaties in de honderden loopt, deze niet allemaal onderzoekt, maar alleen een steekproef. Hij dient zelf te bepalen hoe groot die moet zijn, hierbij rekening houdend met de tolerantie van 1% per soort bekostigingsgegeven. De instellingsaccountant stelt de juiste en volledige verwerking vast van de mutaties die hij zelf heeft opgedragen. Daarnaast stelt de instellingsaccountant de juistheid van het controlegetal vast.

Het controlegetal is op te vatten als een soort waarmerk van het bestand met inschrijvingsgegevens. Het wordt berekend door het totaliseren van de inhoud van de bekostigingsrelevante gegevens van alle inschrijvingen voortgezet onderwijs in het schooljaar 2009/2010 (van 1 augustus 2009 tot en met 31 juli 2010) die in de BRON-foto aanwezig zijn.

De berekening van het controlegetal is beschreven in het programma van eisen (PVE), dat u kunt vinden op de website van DUO.

1 december 2009

Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, dan moet hij aansluiten bij de teksten vermeld in de Nadere Voorschriften Controle- en overige standaarden (NVCOS), uitgegeven door het NIVRA.

1 juli 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens (2d)

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2010 afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte opgave(n) van de controletotalen van ... (naam vo-school) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010, als bedoeld in artikel 96d van de WVO juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens zijn op de datum van het assurance-rapport opgenomen in BRON en betreffen de stand op 1 oktober 2009. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school. De opgave(n) sluiten met een controlegetal van ......... (zie ook de bijlage(n)). Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave(n) geen afwijkingen van materieel belang bevat(ten). Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n). De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de opgave(n) van controletotalen alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de school.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de controletotalen de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2010 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De opgave(n) van de controletotalen en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de school, DUOen het Ministerie van OCW en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 december 2009

Het controleprotocol bve wordt conform artikel 2.5.7a van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en krachtens het Uitvoeringsbesluit WEB (artikel 5.2.5) vastgesteld bij ministeriële regeling. Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 2.2.4, lid v van de WEB. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WEB; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens bve is van toepassing op (artikel 1.1.1 van de WEB):

Hierna worden de eerste vier categorieën ‘de onderwijsinstellingen’ genoemd en de laatste categorie ‘de KBB’s’.

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

Deze wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

De procedure ten aanzien van de bekostigingsgegevens en de uitwisseling van informatie is beschreven in de ‘Handleiding BRON Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie’, deze is te vinden op de website van DUO.

Bij onderzoeken bekostigingsgegevens van AOC’s

De hier beschreven werkwijze en onderzoeksitems gelden onverkort voor het BVE deel van de AOC’s.

Het voorbereidend beroepsonderwijs in een AOC wordt geheel bekostigd op grond van de WEB, overeenkomstig artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB. In tegenstelling tot het BVE- onderwijs wordt hier uitgegaan van de teldatum t-1.

Voor het onderzoek van de gegevens van een VMBO en MAVO binnen een AOC gelden de onderzoeksitems van de sector VO.

1 december 2009

De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 1% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De voor de bekostiging relevante soorten gegevens van de onderwijsinstellingen betreffen:

De voor de bekostiging relevante gegevens van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (KBB’s) betreffen:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Bij de onderwijsinstellingen

Bij de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

De telling leerbedrijven en de controle hierop door de instellingsaccountant is niet van toepassing op het kenniscentrum voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven van LNV, omdat LNV maar één kenniscentrum heeft, t.w. Aequor. Aequor ontvangt van LNV een budget dat niet is gebaseerd op het aantal erkende leerbedrijven.

1 juli 2009

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de NVCOS 240 en de notitie ‘Helderheid in de bekostiging Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie 2004’. In de hierna beschreven onderzoeksaanpak wordt uitgegaan van een voor een onderwijsinstelling of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt, dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).

Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.

In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:

1 december 2009

Algemene werkzaamheden onderwijsinstellingen

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Deelnemers per 1-10-2009

Van de ingeschreven deelnemers per 1 oktober 2009, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Deelnemers per 1-2-2010

Van de ingeschreven deelnemers per 1 februari 2010, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Indien de geselecteerde deelnemer pas ná 1 oktober 2009 is ingeschreven of bij de telling 1 oktober 2009 niet mocht worden bekostigd, stelt de instellingsaccountant alsnog vast dat:

Afgegeven diploma’s in 2009

Van de afgegeven diploma’s in 2009, stelt de instellingsaccountant vast dat:

Afronding van het onderzoek en bepaling van het controlegetal

Indien de instelling elektronische accountantsmutaties heeft aangeleverd moet het assurance-rapport zijn voorzien van het formulier accountantsmutaties, zie www.ib-groep.nl.

Het wordt aan de instellingsaccountant overgelaten in welke mate de accountantsmutaties worden onderzocht. Hij zal hierbij de normen die voor dit werk bestaan, dienen te volgen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat hij, als het aantal mutaties in de honderden loopt, deze niet allemaal onderzoekt, maar alleen een steekproef. Hij dient zelf te bepalen hoe groot die moet zijn, hierbij rekening houdend met de tolerantie van 1% per soort bekostigingsgegeven. De instellingsaccountant stelt de juiste en volledige verwerking vast van de mutaties die hij zelf heeft opgedragen. Daarnaast stelt de instellingsaccountant de juistheid van het controlegetal vast.

Het controlegetal is op te vatten als een soort waarmerk van het bestand met inschrijvingsgegevens. Het wordt berekend door het totaliseren van de inhoud van de bekostigingsrelevante gegevens van alle inschrijvingen beroepsonderwijs in het studiejaar 2009/2010 (van 1 augustus 2009 tot en met 31 juli 2010) die in de BRON-foto aanwezig zijn.

De berekening van het controlegetal is beschreven in het programma van eisen (PVE), dat u kunt vinden op de website van DUO.

Algemene werkzaamheden kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Telling register leerbedrijven per 1 oktober 2009

Ten behoeve van de vaststelling van de juistheid van de opgaven van het aantal erkende leerbedrijven per 1 oktober 2009 stelt de instellingsaccountant vast dat:

1 juli 2009

Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, dan moet hij aansluiten bij de teksten vermeld in de Nadere Voorschriften Controle- en overige standaarden (NVCOS), uitgegeven door het NIVRA.

1 december 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van ROC’s, AOC’s, Vakinstellingen, de instituten voor doven en de Hogescholen, die deeltijd BOL in het mbo verzorgen (3c).

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2011(bij AOC’s toevoegen: voor het BVE en de rijksbijdrage 2010 voor het VO) afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap (bij AOC’s: het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte opgave(n) van de controletotalen van ... (naam bve-onderwijsinstelling) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2011, als bedoeld in artikel 2.2.1, lid 1 van de wet educatie en beroepsonderwijs, (bij AOC’s: en de rijksbijdrage 2010 voor het VO) juist weergeeft (weergeven). Deze bekostigingsgegevens betreffende de deelnemersgegevens op de peildata 1 oktober 2009 en 1 februari 2010 evenals de diplomagegevens over het kalenderjaar 2009 zijn op de datum van het assurance-rapport opgenomen in BRON. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling. De opgave(n) sluiten met een controlegetal van .........(bij AOC’s: voor het BVE en ........ voor het VO) (zie ook de bijlage(n)). Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave(n) geen afwijkingen van materieel belang bevat(ten). Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n). De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de opgave(n) van controletotalen alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de school/instelling.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de controletotalen de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van (bij AOC: respectievelijk de rijksbijdrage 2010 en) de rijksbijdrage 2011 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De opgave(n) van de controletotalen en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de instelling, DUO en het Ministerie van OCW (bij AOC: en het Ministerie van LNV) en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 december 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (3d).

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens ten behoeve van de rijksbijdrage 2011 afgegeven ten behoeve van Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de opgave(n) van het aantal leerbedrijven, zoals vermeld op het formulier ‘Telling leerbedrijven peildatum 1 oktober 2009’ van ... (naam kenniscentrum) ... te ... (zetel) de bekostigingsgegevens ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2011, als bedoeld in artikel 2.4.1 van de wet educatie en beroepsonderwijs, juist weergeeft (weergeven). De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van het kenniscentrum. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave(n) geen afwijkingen van materieel belang bevat(ten). Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n). De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de opgave(n) van controletotalen alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van het kenniscentrum.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de leerbedrijven per 1 oktober 2009 ten behoeve van de berekening van de rijksbijdrage 2011 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De opgave(n) van de controletotalen en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de instelling, DUO en het Ministerie van OCW en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 juli 2009

Het controleprotocol ho wordt conform de WHW (artikel 2.10a) en krachtens het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 (artikel 4.5) vastgesteld bij ministeriële regeling. Het controleprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring conform artikel 2.9 lid 3 van de WHW) bij de bekostigingsgegevens die nodig zijn voor uitvoering van de WHW, de WSF2000, het Uitvoeringsbesluit WHW en de Regeling financiën hoger onderwijs. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Hiermee wordt tevens het sluitstuk van het toezicht verankerd. Het onderzoek betreft de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WHW; deze gegevens kunnen ook voor andere beleidsdoeleinden worden gebruikt.

Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens sector HO is van toepassing op de in artikel 1.8 van de WHW genoemde bekostigde universiteiten en hogescholen, waaronder begrepen de op grond van artikel 16.21 lid 1 en lid 2 en conform het Uitvoeringsbesluit WHW bekostigde levensbeschouwelijke universiteiten en de Transnationale Universiteit Limburg.

De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

Deze wet- en regelgeving is terug te vinden op www.overheid.nl

Het onderzoek van de bekostigingsgegevens richt zich op de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de WHW, de WSF 2000, het Uitvoeringsbesluit WHW en de Regeling financiën hoger onderwijs. Een belangrijk deel van deze gegevens worden ontleend aan het Centraal Register Inschrijving Hoger Onderwijs (CRI-HO). Het CRI-HO wordt beheerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De procedures ten aanzien van de levering en registratie van de gegevens in, en de uitwisseling van informatie hierover met DUO is beschreven in de ‘Handleiding CRI-HO’; deze is te vinden op de website van DUO. DUO verzorgt tevens de opvraag van bekostigingsgegevens die niet in CRI-HO zijn geregistreerd.

1 december 2009

De gegevens inzake inschrijvingen en graadverleningen bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage en zijn daarnaast van belang voor de uitvoering van de WHW, de Wet Studiefinanciering 2000 en de Regeling financiën hoger onderwijs. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze gegevens vaststelt. Deze gegevens worden voor een belangrijk deel ontleend aan het CRI-HO; daarnaast worden een aantal gegevens afzonderlijk door instellingen voor hoger onderwijs opgegeven. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport af over de registraties in CRI-HO en de afzonderlijke opgaven door de instellingen.

De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 1% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd.

De relevante soorten gegevens voor instellingen voor hoger onderwijs betreffen:

Gelet op deze gegevens, vormt het object van onderzoek van de instellingsaccountant:

Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie:

Voor de betekenis van de door DUO uitgevoerde controles en eventuele signalen bij de verwerking van de studentgegevens in CRI-HO wordt verwezen naar het Handboek CRI-HO (beschikbaar via de site van DUO).

De maatregelen en procedures ter waarborging van de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking door of namens de Stichting Studielink, voldoen aan de gestelde normen. Indien en voor zover aanmeld- en inschrijfgegevens via Studielink worden verstrekt aan de instelling kan de instellingsaccountant bij de beoordeling van de juistheid van de gegevens uitgaan van een correcte werking en aflevering van de gegevens door Studielink. Dit betekent dat de geautomatiseerde gegevenswerking door of namens Studielink buiten de reikwijdte van het door de instellingsaccountant af te geven assurance-rapport valt.

Studielink bepaalt niet of een gegeven van of bij een student daadwerkelijk correct is als dat van een instelling of DUO afkomstig is. Dat is de verantwoordelijkheid van de betreffende ketenpartner zelf. Dat betekent in het geval van DUO dat de instellingen ervan uit mogen gaan dat de bronbestanden en registraties van DUO correct zijn. Studielink zorgt ervoor dat de gegevens correct bij de instelling terecht komen. Verder geldt dat als een student een gegeven in Studielink invoert of muteert, Studielink ervoor zorgt dat zowel DUO als de instelling de gegevens correct ontvangt.

1 juli 2009

De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie hierover vast in zijn dossier.

De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere de NVCOS 240 en de notitie ‘Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs’. In de hierna beschreven onderzoeksaanpak wordt uitgegaan van een voor een onderwijsinstelling normaal laag inherent risico. Als er sprake is van verhoogd inherent risico past de instellingsaccountant de omvang van de werkzaamheden aan. Daarnaast heeft de risicoanalyse als doel om tot een uitspraak te komen over de vraag of de instellingsaccountant bij zijn verdere werkzaamheden kan steunen op de aanwezige interne beheersingsmaatregelen (IB).

De werkzaamheden verricht door een interne controle afdeling van de instelling kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van de interne controle afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject.

Om tot een uitspraak over de kwaliteit van de IB te komen dient de instellingsaccountant werkzaamheden te verrichten. Deze werkzaamheden bestaan uit:

Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoeksdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt.

Steunen op IB

Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt, dat hij kan steunen op de aanwezige IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot:

Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend.

Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang).

Niet steunen op IB

Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of in het geval de instellingsaccountant kiest voor een gegevensgerichte onderzoeksaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang.

In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoeksdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn:

1 december 2009

Algemene werkzaamheden

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Beoordeling van inschrijvingen in de periode 1-10-2008 tot en met 30-9-2009 (HO)

Voor wat betreft inschrijvingen gedurende de periode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009 (HO) stelt de instellingsaccountant vast dat:

Voor wat betreft de Transnationale Universiteit Limburg voert de instellingsaccountant deze onderzoeken uit op de opgave van inschrijvingen met een Nederlandse Nationaliteit en op de inschrijvingen met de niet-Belgische nationaliteit. Conform het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Transnationale Universiteit Limburg, wordt het aantal studenten dat niet de Nederlandse of Belgische nationaliteit beschikt naar rato van de verhouding Nederlandse en Belgische studenten toegerekend aan Nederland. Voor dit aandeel stelt de instellingsaccountant vast dat de studenten overigens voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden zoals die gelden onder de bepalingen van de WHW.

Verlening van graden in de periode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009

Voor wat betreft de graden (bachelor, master) die aan een student zijn verleend in de peilperiode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009 stelt de instellingsaccountant vast dat:

Voor wat betreft de Open Universiteit (waarvan de gegevens niet in CRI-HO zijn opgenomen) stelt de instellingsaccountant vast dat de opgegeven verleende graden in de periode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009 voldoen aan de bovenvermelde toetsingspunten. Voor wat betreft de Transnationale Universiteit Limburg voert de instellingsaccountant deze onderzoeken uit op de opgave van het aantal in deze periode verleende graden aan studenten met een Nederlandse Nationaliteit en studenten met de niet-Belgische nationaliteit. Conform het Verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Transnationale Universiteit Limburg, wordt het aantal studenten dat niet de Nederlandse of Belgische nationaliteit beschikt naar rato van de verhouding Nederlandse en Belgische studenten toegerekend aan Nederland. Voor dit aandeel stelt de instellingsaccountant vast dat de studenten overigens voldoen aan de bekostigingsvoorwaarden zoals die gelden onder de bepalingen van de WHW.

Proefschriften leiden tot promoties en het verlenen van ontwerperscertificaten in 2009

De instellingen voor wetenschappelijk onderwijs doen afzonderlijk opgaven van het aantal proefschriften dat in 2009 heeft geleid tot een promotie en van het aantal ontwerperscertificaten dat in 2009 is uitgereikt wegens het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in bijlage 7 bij het Uitvoeringsbesluit WHW 2008.

De instellingsaccountant stelt vast dat:

Werkzaamheden in verband met het te bepalen controletotaal

Bij het accountantsonderzoek wordt vastgesteld dat de inhoud van de actuele CRI-HO-foto voldoet aan de eisen en dat de ingediende mutaties naar aanleiding van het accountantsonderzoek zijn verwerkt door DUO. Vervolgens stelt de instellingsaccountant een assurance-rapport op bij deze actuele foto; in een bijlage bij dit assurance-rapport neemt de instellingsaccountant de controletotalen op die horen bij de gecontroleerde CRI-HO foto. In het geval er nog mutaties moeten worden doorgevoerd in CRI-HO beoordeelt de instellingsaccountant deze mutaties en voegt een gewaarmerkt overzicht van deze mutaties als bijlage bij het assurance-rapport; tevens bepaalt de instellingsaccountant in dat geval de invloed van deze mutaties op het controletotaal. DUO controleert het assurance-rapport en de controletotalen en maakt (na acceptatie van het assurance-rapport) vervolgens een definitieve foto. DUO stelt de definitieve CRI-HO-foto ter beschikking aan de ho-instelling.

De ho-instelling verstuurt het assurance-rapport en de gewaarmerkte bijlage met de controletotalen in het onderstaande format naar DUO.

In het Programma van Levering (PvL) van CRI-HO is beschreven hoe het controletotaal wordt bepaald.

1 juli 2009

Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, dan moet hij aansluiten bij de teksten vermeld in de Nadere Voorschriften Controle- en overige standaarden (NVCOS), uitgegeven door het NIVRA.

1 december 2009

Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de bekostigingsgegevens van HO-instellingen (4b).

Aan: Opdrachtgever

Assurance-rapport bij de bekostigingsgegevens peilperiode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009, afgegeven voor Dienst Uitvoering Onderwijs en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of indien van toepassing, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Opdracht en verantwoordelijkheden

Wij hebben onderzocht of de bijgevoegde, door ons gewaarmerkte opgave(n) van de gegevens van ... (naam ho-instelling) ... te ... (zetel) de gegevens inzake inschrijvingen, graadverleningen en afsluitend examen, proefschriften en ontwerperscertificaten, juist weergeeft (weergeven). Deze gegevens bestaan uit gegevens inzake inschrijvingen, graadverleningen en afsluitende examens die op de datum van het assurance-rapport zijn opgenomen in het Centraal register inschrijving hoger onderwijs en worden weergegeven via een opgave van controletotalen en betreffen de stand over de onderzoeksperiode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009. Deze gegevens kunnen tevens betreffen de afzonderlijke opgave van proefschriften leidend tot een promotie en ontwerperscertificaten in het kalenderjaar 2009. De opgave(n) is (zijn) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling. Het is onze verantwoordelijkheid een assurance-rapport inzake de juistheid van de opgave(n) te verstrekken.

Werkzaamheden

Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009 en Standaard 3000 Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle en beoordeling van historische financiële informatie. Dienovereenkomstig dienen wij ons onderzoek zodanig te plannen en uit te voeren, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een assurance-opdracht omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van assurance-informatie over de controletotalen in de opgave(n). De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de opgave(n) van controletotalen alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de assurance-werkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de instelling.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.

Conclusie

Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de opgave(n) van de gegevens, de gegevens in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft (weergeven) in overeenstemming met het onderwijscontroleprotocol OCW 2009.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De opgave(n) van de controletotalen en ons assurance-rapport daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de instelling, DUO en het Ministerie van OCW of indien van toepassing, het ministerie van LNV en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden:

1 juli 2009

1 juli 2009

1 juli 2009

De verantwoording door de instellingen voor Hoger Onderwijs over de specifieke doelsubsidies wordt opgenomen in één verantwoordingsdocument(single information): de Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR), waarbij de accountant een accountantsverklaring afgeeft.

De uitwerking van de SISA gedachte is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen Rijksoverheid en de subsidieontvangende partijen. Dit heeft geleid tot het rapport ‘Univers(ele) vereenvoudiging’ en het ‘Convenant lastenreductie doelsubsidies universiteiten’. In het rapport is in hoofdstuk 3 en in de bijlagen bij het rapport het normenkader voor de FSR opgenomen. Het gaat hier echter om een rapport dat geen formele status heeft, behalve dat partijen zich hieraan geconfirmeerd hebben via het Convenant. Daarom zullen de voorwaarden zoals uiteengezet in het rapport geformaliseerd worden via de afzonderlijke subsidieregelingen. Dit normenkader vormt het uitgangspunt voor de controle door de instellingsaccountant. Niettemin zijn het rapport en het convenant belangrijke documenten waardoor deze zijn opgenomen in de tabel bij de controle- en verslaggevingscriteria. Indien een instelling ervoor kiest haar ontvangen subsidies te verantwoorden zonder FSR maar conform de verantwoordingseisen in de betreffende regeling, zal OCW het voorschrift niet handhaven. De FSR is namelijk bedoeld de lasten te verlichten.

FSR

1 juli 2009

De FSR bestaat uit het verantwoordingsdocument en een toelichting.

De FSR bevat:

1 juli 2009

De instelling verstuurt de FSR (subsidieoverzicht) jaarlijks gelijktijdig met de jaarrekening naar DUO vestiging Zoetermeer. In de bijlage bij de Regeling jaarverslaggeving onderwijs van 17 december 2007, kenmerk WJZ-2007/50507 (FSR) is het format voor het overzicht opgenomen.

De FSR wordt zowel in papieren vorm als digitaal (EFJ) verzonden.

Het DUO stelt de FSR en accountantsverklaring van de instellingen elektronisch beschikbaar aan de subsidieverstrekker en overige belanghebbenden. Om deze ‘shared service’ effectief uit te kunnen voeren moet de instelling aan de volgende voorwaarden voldoen:

1 juli 2009

De instellingsaccountant voert de volgende werkzaamheden uit.

De instellingsaccountant:

1 juli 2009

Voor deze controle geldt een specifieke goedkeurings- en rapportagetolerantie (zie Algemeen voor een toelichting). Het totaalbedrag van de bestedingen van de specifieke doelsubsidies vormt een afzonderlijke massa waarop de toleranties voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij kan verklaren dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 1% van de totale bestedingen van de specifieke doelsubsidies.

Als deze tolerantie wordt overschreden, maar de tolerantiegrens voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de accountantsverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. Het kan eventueel voor de instelling wel consequenties hebben voor terugbetalingsverplichtingen, zoals uit de desbetreffende regeling blijkt.

Als de instellingsaccountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de specifieke doelsubsidies, dan moet de instelling deze corrigeren. Indien de instellingsaccountant constateert dat de besteding niet rechtmatig is, dan ziet de instellingsaccountant erop toe dat de instelling dit corrigeert.

Indien de correctie niet plaatsvindt dan neemt de instelling deze op in de toelichting op de FSR.

De rapportagetolerantie is 0,1% van de totale bestedingen van de specifieke doelsubsidies.

1 juli 2009

De instellingsaccountant stelt de aansluiting vast tussen de FSR en de jaarrekening.

1 juli 2009

De instellingsaccountant geeft een accountantsverklaring af over zowel de juistheid als de financiële rechtmatigheid van de specifieke doelsubsidies in de FSR.

Naast de juistheid van de FSR vallen de financiële informatie in de rapportage van de instelling over de niet-gecorrigeerde fouten en de toelichting op de gehanteerde grondslagen onder de reikwijdte van de accountantsverklaring.

Voor overige bevindingen maakt de instellingsaccountant gebruik van een rapport van bevindingen, waarin hij de aard en de omvang van de bevindingen opneemt. Hij hanteert daarbij de bij ‘toleranties’ opgenomen rapportagetolerantie. Hij maakt hier in ieder geval gebruik van indien:

1 juli 2009

De instellingsaccountant controleert alle specifieke doelsubsidies. Het controleprotocol kan minimale controlewerkzaamheden voorschrijven ten aanzien van één of meerdere met name genoemde doelsubsidies.

Ten aanzien van de Subsidiebeschikking Beta-techniek (fes-middelen) betrekt de instellingsaccountant bij zijn controlewerkzaamheden de kwantitatieve doelstelling van de subsidie en dat daartoe een administratie aanwezig dient te zijn. Hij stelt vast dat de administratie voldoet aan de onderstaande criteria:

Goedkeurende accountantsverklaring bij de Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR) 2009 (5a)

Aan: Opdrachtgever

Verklaring betreffende de Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR)

Opdracht

Wij hebben de bijgevoegde Financiële Specifieke Rijkssubsidieverantwoording (FSR) 2009 van ... (naam instelling) te ... (statutaire vestigingsplaats) bestaande uit het verantwoordingsdocument FSR en de toelichting daarop gecontroleerd. De FSR is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de instelling. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de FSR te verstrekken op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 3, lid a van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Werkzaamheden

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het onderwijscontroleprotocol OCW 2009. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de FSR geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de FSR. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en juist weergeven in de FSR van de specifieke doelsubsidies alsmede het voor de naleving van de betreffende wet- en regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de entiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de instelling heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de FSR.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel

Naar ons oordeel geeft de FSR de grootte en de samenstelling van de specifieke doelsubsidies van ... (naam entiteit) over 2009 in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507).

Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze FSR verantwoorde specifieke doelsubsidies over 2009 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring

De FSR en onze verklaring daarbij zijn uitsluitend bedoeld voor de instelling ter verantwoording aan het Ministerie van OCW1 en kunnen derhalve niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Plaats, datum

Naam accountantsorganisatie

Naam externe (of bevoegde interne) accountant en ondertekening met die naam

1 december 2009

Voor actuele informatie over het onderwijsnummer kunt u terecht op de volgende internetsites:

1 december 2009