Ministeriële regeling · BWBR0027409

Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 februari 2010, nr. WJZ/9230923, houdende regels voor een systeem van informatie-uitwisseling ter voorkoming van graafschade (Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten)Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse nettenDe Minister van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 18, tweede lid, 21, vierde lid, en 49, tweede lid, van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten, alsmede de artikelen 3, derde lid, 4, tweede en vierde lid, en 5, eerste lid en derde tot en met zevende lid, van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage23 februari 2010De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van derHoeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

Van de verplichtingen van de artikelen 6, tweede lid, en 10, eerste lid, van de wet is de beheerder van het openbaar riool vrijgesteld voor het deel van dat net dat dient voor de afvoer van afvalwater vanaf de openbare weg naar het hoofdriool.

De Dienst voegt ten behoeve van de verstrekking van de gebiedsinformatie aan de ontvangen beheerdersinformatie een kaart als ondergrond toe waarvoor de Grootschalige Basiskaart Nederland wordt gebruikt.

Voor het geval graafmeldingen overeenkomstig artikel 12 van de wet gezamenlijk worden gedaan door tussenkomst van de minister, wordt vrijstelling verleend van de verplichtingen ten aanzien van de termijnen, bepaald in de artikelen 8, eerste lid, 9, 10, eerste lid, en 11, eerste lid, van de wet.

De beheerder rapporteert langs elektronische weg over het aantal schadegevallen met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen bij deze regeling als bijlage 3.

De Dienst zendt het bericht omtrent een onbekend net, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, mede aan de gemeente in wier grondgebied het onbekende net is aangetroffen.

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2010.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

Dit document beschrijft het Informatiemodel voor Kabels en Leidingen (IMKL). De verschillende objecten die voor kabel- en leidinginformatie gedefinieerd zijn worden gepresenteerd, de relaties tussen de objecten en de attributen met bijbehorende domeinwaarden zijn opgenomen. Als onderdeel van het IMKL is een visualisatiemodel opgenomen (Presentatiemodel Kabels en Leidingen, PMKL) gebaseerd op de in IMKL beschreven objectklassen.

De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) vormt de wettelijke basis voor zowel het IMKL als ook het Berichtenmodel Kabels en Leidingen (BMKL).

Dit document is vooral van belang voor applicatiebouwers en als referentie voor andere IMKL gerelateerde documenten. IMKL wordt beschreven zonder uit te wijden over de praktische toepassing van het model voor het coderen van gegevensbestanden.

Context:

Voor het plannen en uitvoeren van hun werkzaamheden hebben grondroerders informatie nodig over locatie en aard van in de grond aanwezige leidingen. Deze informatie bevindt zich bij diverse netbeheerders (deze partijen worden in de WION aangeduid als ‘beheerder’). De organisatie Kadaster-KLIC is opgericht als centraal punt voor ontsluiting van deze informatie. Grondroerders doen middels de webapplicatie KLIC-online of bij het loket van het Kadaster een aanvraag (graafmelding of oriëntatieverzoek) door middel van opgave van een gebied waar men informatie over nodig heeft en KLIC-Kadaster krijgt vervolgens van de verschillende netbeheerders informatie aangeleverd. Deze informatie wordt geïntegreerd en daarna doorgezonden naar de grondroerder. Voor de integratie van informatie van verschillende partijen is het noodzakelijk dat er een gemeenschappelijk begrippenkader bestaat. IMKL vormt dit gemeenschappelijke begrippenkader inclusief presentatie afspraken voor zover het de uitwisseling en visualisatie van geo-informatie over kabels en leidingen betreft. De netbeheerder is derhalve verplicht om bij de verstrekking van informatie het IMKL toe te passen. Het staat netbeheerders vrij om, indien zij dit vanuit hun functie als netbeheerder nodig achten, aanvullende dan wel extra informatie aan te leveren.

Leeswijzer:

In hoofdstuk 2 wordt de context van het IMKL beschreven. Het IMKL staat niet op zich zelf maar maakt gebruik en refereert aan een aantal gerelateerde standaarden. Deze zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De In hoofdstuk 4 worden de definities van termen en afkortingen gegeven die nodig voor het toepassen van het IMKL. Hoofdstuk 5 beschrijft in conceptuele termen het IMKL als een model van de werkelijkheid zoals die van belang is voor het ontsluiten van informatie over kabels en leidingen. Dit concept wordt uitgewerkt en ingevuld in hoofdstuk 6. Op een formele manier worden door middel van een UML diagram de objectklassen weergegeven, de kenmerken van de verschillende objectklassen en hun onderlinge relaties. In een objectcatalogus wordt in tabelvorm van alle objectklassen de definitie gegeven en de attributen toegelicht. In hoofdstuk 7 is het visualisatiemodel (Presentatiemodel Kabels en Leidingen, PMKL) opgenomen voor het maken van kaartbeelden gebaseerd op IMKL.

Het doel van het IMKL is het vereenvoudigen van de uitwisseling van informatie over (ondergrondse) kabels en leidingen tussen netbeheerders en grondroerders. Deze informatie dient uitgewisseld te worden ten einde de grondroerders informatie te verschaffen ter voorkoming van graafschade.

Met het IMKL wordt een gemeenschappelijk begrippenkader gecreëerd waarmee leidinginformatie van verschillende typen leidingen, leidingnetten en netbeheerders (gas, elektriciteit, drinkwater, rioolwater, laag/hoogspanning, hoge/lage druk, etc.) vertaald kunnen worden naar een gemeenschappelijke ontsluitingsomgeving. Vanuit modelleringsoverwegingen is ervoor gekozen om een kabel te zien als een bijzondere vorm van een leiding (zie het UML-klassediagram in paragraaf 6.3). Waar in de WION het begrip ‘net’ als overkoepelend begrip wordt gehanteerd, wordt hiervoor in het IMKL dus het begrip ‘leiding’ gebruikt.

Het doel van de gemeenschappelijke ontsluiting van de leidinginformatie is voorkoming van graafschade door grondroerders. Op deze toepassing is het model afgestemd.

De presentatie van de leidingen en leidinginformatie is een essentieel onderdeel van de KLIC-online applicatie. Hiertoe is als onderdeel van het IMKL een visualisatiemodel (Presentatiemodel Kabels en Leidingen, PMKL) opgenomen gebaseerd op de in IMKL beschreven objectklassen.

IMKL verwijst naar en maakt gebruik van regels die uitgewerkt zijn in een aantal normen en standaarden. Normen die zijn vastgelegd op nationaal niveau bij het NEN, en standaarden en afspraken die binnen de sector kabels en leidingen worden toegepast.

Standaarden voor model:

In NEN 3610:2011 wordt voor het uitwisselingsformaat van bestanden (het technische formaat voor uitwisseling) gerefereerd aan GML. Klic-online zal informatie ontsluiten via een web map server. Hiervoor gelden web map service profielen. Uitwisseling van gegevensbestanden in GML is hiervoor niet nodig. Voor uitwisseling via GML is er wel een XML/GML schema beschikbaar voor import en export van en naar GML bestanden (zie hiervoor het UML-klassediagram zoals weergegeven in paragraaf 6.3).

In dit hoofdstuk worden de begrippen toegelicht die gebruikt zijn voor de beschrijving van de structuur van het model. De definities van elementen van het model zijn gegeven in hoofdstuk 6.

De volgende termen en definities zijn gebruikt bij de beschrijving van IMKL. Het betreffen alleen de termen die van toepassing zijn op het model en niet die welke de inhoud van IMKL verklaren. Indien relevant is tussen haakjes ook het Engelstalige equivalent gegeven.

Voor het beschrijven van het model wordt gebruik gemaakt van de grafische modelleertaal UML (Unified Modelling Language). UML vindt zijn oorsprong in de objectoriëntatie en is door de Object management Groep (OMG) ontwikkeld als een standaard voor het beschrijven van objectgeoriënteerde modellen. Het UML klassediagram is één van de mogelijkheden die UML biedt. Dit onderdeel wordt in dit document gebruikt voor het beschrijven van IMKL. In Bijlage 1 staat een beknopte samenvatting van de belangrijkste begrippen en notaties die gebruikt worden in een UML-klassediagram.

Het informatiemodel voor kabels en leidingen is een toepassing van het Basismodel Geo-informatie, NEN 3610:2011, voor de sector kabels en leidingen. NEN 3610:2011 vervult als algemeen geldende norm een paraplufunctie voor bestaande of nog te ontwikkelen informatiemodellen voor specifieke beleidsvelden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om beleidsveld-eigen registraties van geo-informatie via de algemene overlappende classificatie van NEN 3610:2011 met andere beleidsvelden uit te wisselen. In het geval van IMKL worden alleen de concepten van NEN 3610:2011 gebruikt. Er is geen functionele relatie tussen Basismodel en IMKL omdat voor de IMKL toepassing de basisattributen van NEN 3610:2011 niet worden gebruikt.

De structuur van IMKL is ontleend aan het Basismodel Geo-informatie. Centraal staat dat het een object georiënteerd model betreft voor uitwisseling van geo-informatie. Objectoriëntatie betekent dat de informatie gemodelleerd is rond objecten. Alleen de informatie die rechtstreeks het object betreft is bij het object opgenomen. De objecten vormen de eenheid van informatie. Ook de relaties die objecten hebben met andere objecten is gemodelleerd. Dit maakt dat informatie over een object per object opvraagbaar is en ook de context van het object bekend en bevraagbaar is. Objecten met gelijke eigenschappen worden gegroepeerd in objectklassen. Omdat het allemaal geo-informatie betreft worden deze klassen geo-objectklassen genoemd.

IMKL is in principe een verdere uitwerking van de geo-objectklassen uit het Basismodel Geo-informatie die relevant zijn voor het vakgebied van beheerders van kabels en leidingen, tenminste voor zover die informatie door die sector beheerd en uitgewisseld wordt en relevant is voor het voorkomen van graafschade. De basisattributen die in het Basismodel opgenomen zijn, zijn op dit moment nog niet relevant voor IMKL. De relatie tussen het Basismodel en IMKL is daarom niet geïmplementeerd. Figuur 5.1 geeft schematisch weer hoe de ‘werkelijkheid’ van kabels en leidingen als abstractie wordt gemodelleerd in IMKL. Door middel van dit gemeenschappelijke model kunnen er vertaalregels opgesteld worden voor een centrale ontsluiting van decentraal opgeslagen informatie.

Voor de informatie uitwisseling tussen netbeheerders en grondroerders wordt gebruik gemaakt van kaartbeelden. Deze kaartbeelden zijn vaak opgebouwd uit de weergave van de ligging van een leiding door een hartlijn of een strook, de leidinggegevens (diameter, aantal, extra informatie, etc.) met behulp van annotatie en de leidingpositie ten opzichte van GBKN- of aanvullende topografische objecten d.m.v. maatvoering.

De gegevens die d.m.v. annotatie en maatvoering zijn weergegeven (voor definities zie paragraaf 6.4.15 en 6.4.18) kunnen als informatie bij de leidingsegmenten gemodelleerd zijn. Dit is een objectgerichte modellering. Een applicatie kan in dat geval de gegevens op het kaartbeeld laten verschijnen in relatie tot de leiding waar ze bijhoren. In de praktijk zijn de gegevens in de bronbestanden echter niet altijd objectgericht gemodelleerd. In die gevallen zijn de leidinggegevens niet als informatie aan de leidingen gekoppeld maar apart als zelfstandige objecten met een eigen geometrie opgenomen. Leiding en de bijbehorende informatie verschijnen dan zelfstandig in het kaartbeeld. De koppeling tussen de leidinginformatie en de leiding is alleen visueel. Alleen door ‘het lezen van de kaart’ kan de relatie tussen gegevens en de leiding gelegd worden. In deze gevallen kan de leidinginformatie dan ook niet als informatie gekoppeld aan het object leiding worden uitgewisseld. Het is daarom zeer wenselijk om de annotatie en maatvoering ook als aparte objecten te kunnen uitwisselen. In het model is hiervoor naast de objectgeoriënteerde modellering ook annotatie en maatvoering als zelfstandig geometrieobject opgenomen. Bij elk leidingattribuut is met het waardetype WaardeEnOfAnnotatie (zie paragraaf 6.4.12) een keuzemogelijkheid opgenomen of een waarde objectgericht uitgewisseld wordt dan wel als een aparte zelfstandige annotatie. In het geval er WaardeEnAnnotatie gekozen wordt moet er een waarde met optioneel plaatsingspunten uitgeleverd worden. Indien men Annotatie kiest wordt de waarde als geometrieobject uitgeleverd. Het resultaat, het kaartbeeld, is bij beide hetzelfde. Op deze manier biedt IMKL in alle gevallen de oplossing om de benodigde set aan gegevens, onafhankelijk van de modellering in de bronbestanden, uit te wisselen.

In het voorafgaande hoofdstuk is het concept van IMKL beschreven. In dit hoofdstuk wordt dit concept verder uitgewerkt, worden subklassen van de hoofdklasse Leiding onderscheiden; klassen worden aan elkaar gerelateerd; attributen worden gedefinieerd en attribuut domeinen worden toegekend. Op deze wijze ‘ontstaat’ het model IMKL. In hoofdstuk 6.3 wordt het model en alle objectklassen en relaties door middel van een diagram beschreven. In hoofdstuk 6.4 worden alle objectklassen, attributen en relaties van definities beschreven in een objectcatalogus. In deze catalogus is concreet bepaald in welke situatie welke informatie door netbeheerders verstrekt dient te worden.

Voor het ontwerp van IMKL gelden de volgende criteria en uitgangspunten:

Het volgende format wordt gebruikt voor de beschrijving van de klassen van IMKL.

In dit format zit:

Bij elke objectklasse is een tabel opgenomen waarin de definitie en andere klasse informatie wordt gegeven. De tabel heeft de volgende indeling:

* De asterisk geeft aan dat het attribuut overgeërfd is van een hogere objectklasse en een specifieke uitwerking heeft voor deze objectklasse.

Bij de attributen is aangegeven of ze Verplicht, Conditioneel of Optioneel zijn. Voor deze termen gelden de volgende definities:

In de UML klassediagrammen worden de objectklassen afgebeeld en hun onderlinge relaties.

Een overzicht

In het IMKL zijn twee hoofdklassen opgenomen die objecten in de werkelijkheid presenteren: een objectklasse Leiding (kabel, buis, mantelbuis, HDPEbuis en kabelbed) en een objectklasse Leidingelement (zoals brandkraan, afsluiter, versterker, kabelmof e.d.). Een objectklasse Themakaart representeert een verzameling van leidingen en leidingelementen inclusief de annotatie en maatvoering. Een themakaart wordt afgebeeld op een topografische ondergrond. Standaard geldt hiervoor de GBKN. Deze wordt bij de integratie van de themakaarten, toegevoegd door het Kadaster. Indien door de netbeheerder noodzakelijk geacht, wordt dit aangevuld met eigentopografie en of matenplantopografie.

Het model biedt twee manieren om attribuutinformatie op te nemen. Attributen kunnen bij de objecten Leiding en Leidingelement opgenomen worden en dmv gekoppelde plaatsingsattributen als annotatie worden weergegeven. Attributen kunnen ook alleen als annotatie opgenomen worden. In dat laatste geval is er geen directe relatie tussen het object leiding of leidingelement en de bijbehorende annotatie. De annotatie verwijst dan wel naar de themakaart waar ze bij hoort.

Overerving tussen hoofdklasse en subklasse

In een UML klassediagram geldt de afspraak dat een subklasse (specialisatie-klasse) alle eigenschappen erft die op het niveau van de hoofdklasse (generalisatie klasse) gedefinieerd zijn. Dit betekent dat attributen die bij een hoofdklasse gedefinieerd zijn, bij een subklasse niet meer worden herhaald. Zo is bijvoorbeeld het attribuut ‘materiaal’ bij de klasse Leiding al gedefinieerd. Door de overerving is het een attribuut dat ook voor de subklassen geldt. Het wordt echter niet meer opgenomen in de afbeelding van de subklasse. Bij het ‘lezen’ van de diagrammen dient hier rekening mee te worden gehouden.

Het volgende UML-klassediagram beschrijft het IMKL:

De objectklassen die in dit diagram aangegeven zijn worden in de volgende tabellen (object-catalogus) beschreven.

* De asterisk geeft aan dat het attribuut overgeërfd is van een hogere objectklasse en een specifieke uitwerking heeft voor deze objectklasse.

Er is in IMKL één lijst met gedefinieerde domeinwaarden opgenomen. In de WION wordt gesproken over de functie van een net en een daarvoor geldende functie-indeling; binnen het IMKL wordt een functie aangeduid als thema en de functie-indeling als (ondergenoemde) domeinwaarden.

Thema: Thema of discipline waar een leiding of leidingelement toe behoort.

In dit hoofdstuk wordt het visualisatiemodel (Presentatiemodel Kabels en Leidingen, PMKL) voor de uitwisseling van leidinginformatie beschreven. De in het informatiemodel onderscheiden objecten met attributen en attribuutwaarden worden gekoppeld aan symbolen, kleuren en annotatie voor visuele presentatie van leidingen en hun kenmerken in kaartbeelden op beeldscherm of print.

Uitgangspunten

Bij het opstellen van de visualisatieregels gelden de volgende uitgangspunten:

Gebruikte normen

Voor deze visualisatieregels heeft de volgende norm als bron gediend.

OPMERKING: Niet alles is overgenomen en op een aantal punten is van deze norm NEN 3116: 1990 afgeweken.

OPMERKING: Er zijn geen normen voor formele vastlegging van een visualisatiemodel gebruikt. Een logische norm zou zijn de ISO19117: Geographic information – Portrayal.

Format voor beschrijving

Voor elke objectklasse worden in een tabel de visualisatieregels beschreven. Dit gebeurt aan de hand van de volgende onderdelen:

Het belangrijkste visuele kenmerk van leidingen in het kaartbeeld is de kleur voor de afbeelding van de geometrie van de ligging van een leiding of leidingelement. De kleur is bepaald per thema. Van de kleuren zijn de RGB waarden voor beeldscherm- en de CMYK waarden voor printpresentatie gedefinieerd.

De topografie dient ter relatieve lokalisering van de ligging van leidingen. In het elektronische systeem wordt de leidinginformatie daarom afgebeeld op een topografische ondergrond. In principe is dit de GBKN. Als de topografie van de GBKN niet voldoende is of nog niet beschikbaar is wordt er soms een eigentopografie van de beheerder uitgewisseld. Indien de topografie objecten betreft die nog niet gerealiseerd zijn maar wel gepland, wordt de matenplantopografie van de beheerder uitgewisseld.

Voor de GBKN topografie en de eigentopografie worden voor de presentatie (symboliek e.d.) de landelijke GBKN productspecificaties gevolgd. Voor de inhoud volgen we voor de GBKN de standaard inhoud en voor eigen topografie de standaard inhoud en de extra topo (plustopo) van deze productspecificatie. Dit alles behoudens enkele uitzonderingen. De uitzondering betreft regels die opgenomen zijn ter onderscheiding van de verschillende typen topografie en ter onderscheiding van leidingen en leidinginformatie. De verschillen beperken zich tot afwijkend kleurgebruik en lijndikte of lijntype.

In de volgende tabellen zijn de verschillende visualisatieregels opgenomen voor elk type topografie. Alleen de van de landelijke GBKN productspecificaties afwijkende regels zijn opgenomen.

Indien de topografie objecten betreft die nog niet gerealiseerd zijn maar wel gepland wordt de Matenplantopografie uitgewisseld.

Voor het beschrijven van het model wordt gebruik gemaakt van de grafische modelleertaal UML (Unified Modelling Language). UML vindt zijn oorsprong in de objectoriëntatie en is door de Object management Groep (OMG) ontwikkeld als een standaard voor het beschrijven van objectgeoriënteerde modellen. Het UML klassediagram is één van de mogelijkheden die UML biedt. Dit onderdeel wordt in dit document gebruikt voor het beschrijven van IMKL. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van de belangrijkste begrippen en notaties die gebruikt worden in een UML klassediagram.

Dit document beschrijft het Berichtenmodel voor Kabels en Leidingen (BMKL). Dit berichtenmodel betreft de op het Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL) gebaseerde informatie-uitwisseling tussen Grondroerders en Netbeheerders (deze partijen worden in de WION aangeduid als ‘beheerder’), waarbij het Kadaster als intermediair fungeert. Het IMKL vormt daarbij de basis voor de gehele informatie-uitwisseling en beschrijft welke beheerdersinformatie in welke vorm uitgewisseld dient te worden. Het BMKL beschrijft op meer technische wijze de berichten die uitgewisseld dienen te worden tussen m.n. netbeheerders en het Kadaster. De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) vormt de wettelijke basis voor zowel IMKL als BMKL.

Voor het plannen en uitvoeren van graafwerk of ter oriëntatie van een bepaald gebied hebben aanvragers (in dit document verder grondroerders genoemd) informatie nodig over locatie en aard van in de grond aanwezige netwerken. Deze informatie bevindt zich bij diverse netbeheerders. Het systeem Klic-online wordt opgezet als centraal punt voor ontsluiting van deze informatie. Grondroerders doen bij Klic-online een aanvraag door middel van opgave van een gebied waar men informatie over nodig heeft. Klic-online verzoekt en krijgt van de verschillende netbeheerders deze informatie aangeleverd. Voor de integratie van informatie van verschillende partijen is het noodzakelijk dat er een gemeenschappelijk begrippenkader bestaat. Het IMKL (Informatiemodel Kabels en Leidingen) beschrijft de wijze waarop de gegevens over kabels en leidingen eenduidig kan worden vastgelegd, inclusief visualisatie afspraken voor zover het de presentatie van geo-informatie over kabels en leidingen betreft. Het BMKL, dat in dit document wordt gepresenteerd, beschrijft de inhoud van de berichten (gebaseerd op de gegevens uit het IMKL) en de wijze van uitwisseling tussen netbeheerders en grondroerders via Klic-online.

De informatie-uitwisseling tussen Grondroerders en Klic-online is functioneel van aard. De grondroerder levert zijn aanvraag-informatie aan via vastgestelde schermen van Klic-online en ontvangt de gegevens die de netbeheerders leveren door deze te downloaden van de site van het Kadaster.

De uitwisseling tussen Klic-online en de netbeheerders verloopt volgens een strak gedefinieerd protocol. Omdat daarvoor een eenduidige ICT-afstemming vereist is, zal de rest van dit document zich verder volledig richten op deze kant van de berichtenuitwisseling.

Onderstaand diagram (Figuur 1: Afbakening BMKL) toont een eenvoudige weergave van de berichtenuitwisseling zoals die plaats moet gaan vinden in het kader van de WION. In dit document wordt al het berichtenverkeer tussen Klic-online en de netbeheerders beschreven. Het gaat dus om het Graafbericht (van Klic-online naar Netbeheerder), en de gevraagde Beheerdersinformatie (van Netbeheerder naar Klic-online).

Toelichting:

Klic-online vraagt de beheerdersinformatie over een bepaald gebied aan m.b.v. het Graafbericht (dit gebeurt op basis een graafmelding of oriëntatieverzoek van een grondroerder). Dit graafbericht wordt verstuurd d.m.v. het aanroepen van een webservice bij de netbeheerder. Deze webservice geeft alleen een technische bevestiging (ACK) dat het graafbericht is ontvangen. De netbeheerder gaat dan de beheerdersinformatie samenstellen (meestal kaartmateriaal plus bijlagen). Op het moment dat deze gereed is, stuurt de netbeheerder de beheerdersinformatie naar Klic-online, middels het aanroepen van een webservice bij het Kadaster, die hierop weer reageert met een technische bevestiging (ACK) dat de gegevens zijn ontvangen.

In de diverse berichten die worden gedefinieerd in de volgende paragrafen worden velden aangeduid als Verplicht (V), Conditioneel (C) of Optioneel (O). Ook Conditioneel betreft een verplichting, deze geldt echter slechts als de bijbehorende conditie aan de orde is; is dit niet het geval dan is deze informatie Optioneel. Verplichtingen (V en C) vinden in principe hun wettelijke basis in de WION. Het – naast het ordernummer – in de berichten meenemen van het Klic-nummer en het beheerdervolgnummer, zijn verplichtingen voor het Kadaster ten behoeve van een ordentelijke administratieve afhandeling bij netbeheerders. Daarnaast is er een aantal verplichtingen dat technisch noodzakelijk wordt zodra van een geboden optie gebruik wordt gemaakt (bijvoorbeeld het meesturen van Huisaansluitschetsen); wanneer dit de basis is voor een verplichting dan zal dit in de bijbehorende toelichting zijn aangegeven met een (T).

Het graafbericht is het bericht dat Klic-online verstuurt aan alle netbeheerders waarvan het belang (de beheerpolygoon) overlapt met de opgegeven graafpolygoon. Netbeheerders kunnen de beheerdersinformatie van hun kabels en leidingen digitaal door middel van een webservice op aanvraag leveren.1

Het graafbericht wordt in XML (eXtensible Markup Language ) formaat verstuurd aan de webservices van de betrokken netbeheerders. Hiervoor wordt het bericht verpakt in een SOAP (Simple Object Access Protocol) envelop en daarna verzonden middels een aanroep van de vooraf bepaalde webservices. De webservice van de netbeheerder ontvangt het graafbericht en antwoordt binnen maximaal 30 seconden door middel van een technische bevestiging (ACK). De WSDL (webservice definitie) en de bijbehorende XML schemas (XSD) van het graafbericht en de ontvangstbevestiging zijn te vinden op www.kadaster.nl/klic. Wijzigingen op deze definities zullen worden doorgevoerd via de technische commissie met een vastgesteld protocol.

Voor de duidelijkheid: elke betrokken netbeheerder ontvangt één graafbericht, ongeacht het aantal thema’s waarvan hij een belang heeft in de graafpolygoon, tenzij de netbeheerder expliciet anders heeft geregistreerd. Waar in de WION wordt gesproken over de functie van een net, wordt ditzelfde binnen het BMKL aangeduid als het thema. De diverse thema’s zijn beschreven in het IMKL (paragraaf 6.4.21).

In het graafbericht wordt de volgende informatie meegegeven:

Wanneer de netbeheerder de beheerdersinformatie heeft verzameld kan deze aan Klic-online aangeboden worden. Dit gebeurt door het aanroepen van een webservice van Klic-online.

Alle informatie die een netbeheerder heeft verzameld (ligging van de kabels/leidingen, annotatie, maatvoering, voorzorgmaatregelen, huisaansluitschetsen etc.) wordt via de webservice in XML formaat aangeboden aan Klic-online. De beschrijving van de laatste versies van de webservice (WSDL) en het bijbehorende XML schema (XSD) zijn te vinden op www.Kadaster.nl/klic.

Het in tabel 2 genoemde storingsnummer dient niet verward te worden met het in de regelgeving genoemde calamiteitennummer. Het calamiteitennummer maakt – in elk geval indien wettelijk verplicht – onderdeel uit van de belangenregistratie; om die reden komt het niet voor in bovengenoemde beheerdersinformatie.

In de XML van de beheerdersinformatie worden een aantal (binaire) bestanden (in .png en PDF formaat) meegeleverd. Om deze voor de grondroerder duidelijk onderscheidbaar te maken, moeten de namen van deze bestanden aan onderstaande conventies voldoen, waarbij de <naam_thema> exact gelijk moet zijn aan de namen die in het IMKL zijn gedefinieerd:

Het in hoofdstuk 2 getoonde sequence diagram is een sterk vereenvoudigde weergave van het berichtenverkeer dat zich gaat afspelen. Er kan namelijk van alles mis gaan in de communicatie, waardoor berichten opnieuw moeten worden verzonden. In onderstaand sequence diagram is dit weergegeven.

Toelichting:

Het model in Figuur 2 gaat uit van een gescheiden verantwoordelijkheid: Klic-online (Kadaster) is ervoor verantwoordelijk dat een geldig en tegen schema gevalideerd, met certificaat beveiligd, Graafbericht (1a) wordt verstuurd én aankomt bij de netbeerder(s). Pas wanneer een technische bevestiging (ACK) is ontvangen, is zeker dat het Graafbericht is afgeleverd. Op dat moment ligt de verantwoordelijkheid bij de netbeheerder, die op basis van het ontvangen bericht de beheerdersinformatie moet samenstellen en deze verzenden naar Klic-online. Dit doet hij door het aanroepen van een webservice aan de kant van Klic-online met een geldig en gevalideerd Beheerdersinformatie bericht (2a). Pas wanneer deze webservice met een technische bevestiging (ACK) terugkomt, kan de netbeheerder zijn beheerdersinformatie als geleverd beschouwen.

Hieronder wordt de procedure nog eens stap voor stap beschreven:

Om te voorkomen dat de webservices bij de netbeheerder worden bevraagd door andere partijen dan Klic-online, moeten de webservices kunnen controleren dat het echt Klic-online is, dat de aanvraag doet. Kadaster zal derhalve het bericht versleutelen met een certificaat.

Het beheerdersinformatie-bericht van de netbeheerder naar Kadaster/Klic-Online moet worden beveiligd met een certificaat op basis waarvan Kadaster/Klic-Online kan verifiëren dat het echt van de betreffende netbeheerder afkomstig is. Kadaster zal de manier waarop dit certificaat verkregen wordt (welke leverancier) en hoe het eruit moet zien (evt. extra attributen) voorschrijven op www.kadaster.nl/klic.

(Zie ook de korte werkinstructie t.b.v. de netbeheerders in hoofdstuk 5).

Om te kunnen controleren of er na versturen van de beheerdersinformatie gemanipuleerd is met de kaartbestanden (png) kan de netbeheerder ervoor kiezen een hashwaarde mee te zenden met ieder png-bestand. Hiervoor is in het berichtenverkeer een voorziening opgenomen. Indien deze hashwaarde wordt meegestuurd dient deze te worden berekend m.b.v. het standaard MD5 algorithme.

Hieronder volgt nog een korte uiteenzetting van de feitelijke gang van zaken aangaande de omgang met de (gis-)systemen en webservices van de netbeheerders teneinde succesvol aan te kunnen sluiten bij het digitale informatie-uitwisselingsproces van Klic-online:

Aandachtspunten:

Volgens artikel 15 van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) moeten netbeheerders jaarlijks aan het Kadaster het aantal schadegevallen als gevolg van graafwerkzaamheden rapporteren. De memorie van toelichting van de WION geeft aan dat hierdoor een beter inzicht ontstaat in graafschades en het mogelijk effect van de WION daarop. In de Regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten staat in artikel 8 dat een netbeheerder langs elektronische weg over het aantal schadegevallen rapporteert met gebruikmaking van het als bijlage 3 opgenomen formulier.

Dit formulier bevat de volgende velden: