Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Mededingingswet, de Metrologiewet, de Waarborgwet, de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatie autoriteit, de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 en de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek aan te passen aan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage29 april 2010BeatrixDe Minister van Economische Zaken,M. J. A. van derHoevende tiende juni 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch BallinWijzigt de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.
Wijzigt de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.
Wijzigt de Mededingingswet.
Wijzigt de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit.
Wijzigt de Metrologiewet.
Wijzigt de Waarborgwet 1986.
Na de inwerkingtreding van artikel I berust het krachtens artikel 24, tweede lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek genomen besluit op artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Na de inwerkingtreding van artikel II berust:
- 1.
het Rechtspositiebesluit Kamers van Koophandel op artikel 15, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- 2.
de Regeling aanwijzing publicatieblad kamers van koophandel op de artikelen 35, derde lid, en 37, zesde lid, van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997;
- 3.
de Regeling bijdragen en vergoedingen kamers van koophandel op de artikelen 34, eerste lid, 36, eerste lid, 36a, eerste lid, en 37, vijfde lid, van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997;
- 4.
de Regeling schadeloosstelling bestuursleden kamers van koophandel op artikel 13 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997;
- 5.
de Financiële regeling handelsregister op de artikelen 3 en 4 van het Financieel besluit handelsregister en artikel 36, eerste lid, artikel 36a, eerste lid, en 37, vijfde lid, van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997;
- 6.
de beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2008, nr. WJZ 8074645, inzake het ondernemingsbegrip in het handelsregister ( Stcrt. 2008, 123) op artikel 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Na de inwerkingtreding van artikel III berusten:
- 1.
de krachtens de artikelen 4a en 5d, eerste lid, van de Mededingingswet genomen besluiten op onderscheidenlijk de artikelen 14, tweede lid, en 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- 2.
de krachtens artikel 5l van de Mededingingswet vastgestelde regels op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Na de inwerkingtreding van artikel IV:
- 1.
berust de Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA 2009 op artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- 2.
berust de Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken over door het college uit te oefenen taken in de elektronische communicatiesector op artikel 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- 3.
wordt een benoeming van een geassocieerd lid die is gedaan door het college voor inwerkingtreding van artikel IV, gelijkgesteld met een benoeming gedaan krachtens artikel 7, eerste lid, Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit;
- 4.
wordt een vergoeding die door het college aan een geassocieerd lid is toegekend voor inwerkingtreding van artikel IV, gelijkgesteld met een vergoeding die is toegekend krachtens artikel 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Wijzigt de Loodsenwet.
Wijzigt de Spoorwegwet.
Wijzigt de Wet personenvervoer 2000.
Wijzigt de Wet luchtvaart.
Wijzigt de Tijdelijke wet mediaconcentraties.
Wijzigt de Wijzigingswet Mededingingswet(invoering gedragsregels voor de overheid).
Deze artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.