Beleidsregel · BWBR0027838

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Wijzigingen Officiële bron
Besluit Bestuurlijke Boeten BelastingdienstBesluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

De minister van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit betreft een wijziging van het besluit van 24 december 2009, nr. CPP2009/2156M, Stcrt. 2009, nr. 20226(Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst) in verband met:

Met het Belastingplan 2010 zijn per 1 januari 2010 enkele wettelijke boetemaxima geïndexeerd (verhoogd). De landelijke automatiseringssystemen moeten hieraan worden aangepast. Voor de omzetbelasting, assurantiebelasting en motorrijtuigenbelasting kan het zijn dat tijdelijk nog de lagere, voor belanghebbende gunstigere, wettelijke boetemaxima worden gehanteerd.

Den Haag28 juni 2010De minister van Financiën,J.C. deJager

Onjuist gebleken boetebeschikkingen kunnen op grond van artikel 65 van de AWR in aanmerking komen voor ambtshalve vermindering. Mijn beleid inzake artikel 65 van de AWR is van overeenkomstige toepassing op boetebeschikkingen.

De bepalingen van de § 31a tot en met § 32 zijn van toepassing op de verzuimboete op basis van artikel 40 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB). Op grond van dit artikel kan de inspecteur een verzuimboete opleggen indien de belanghebbende de in artikel 37a van de Wet OB bedoelde lijst niet of niet binnen de termijn heeft ingediend, dan wel een onvolledige of een onjuiste lijst heeft ingediend. De lijst van artikel 37a van de Wet OB wordt in het vervolg aangeduid als de opgaaf ICP, waarbij de afkorting ICP staat voor intracommunautaire prestaties.

Het besluit van 24 december 2009, nr. CPP2009/2156M, Stcrt. 2009, nr. 20226 (Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst) wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.