Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028176

Wet voorschriften bestrijdingsmiddelen BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet voorschriften bestrijdingsmiddelen BESWet voorschriften bestrijdingsmiddelen BES

Deze wet en de ter uitvoering daarvan te geven voorschriften verstaan onder:

Onze Minister kan in het belang van de volksgezondheid de invoer in het vrije verkeer verbieden van met name of op grond van hun samenstelling algemeen aan te duiden bestrijdingsmiddelen.

Onze Minister kan in het belang van de volksgezondheid de openlijke aankondiging verbieden van met name of op grond van hun samenstelling algemeen aan te duiden bestrijdingsmiddelen, indien de invoer daarvan in het vrije verkeer ingevolge het vorige artikel verboden is of indien deze aankondiging een valse of misleidende aanprijzing bevat.

Onze Minister is bevoegd tot het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met in deze wet of de daarop berustende bepalingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

De kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang zijn bevoorrecht op de zaak ten aanzien waarvan zij zijn besteed en worden na de kosten, bedoeld in artikel 284 van het Burgerlijk Wetboek BES, uit de opbrengst van de zaak betaald.

Om aan een beslissing van bestuursdwang uitvoering te geven, komen de personen die daartoe door de bevoegde instantie zijn aangewezen, de bevoegdheden toe, genoemd in artikel 8, tweede en derde lid. Artikel 10, eerste lid, is van toepassing.

Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het verzegelen van gebouwen, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt.

Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang behoort het meevoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vereist. Indien zaken zijn meegevoerd en opgeslagen, doet de bevoegde instantie daarvan proces-verbaal opmaken, waarvan afschrift wordt verstrekt aan de rechthebbende. De bevoegde instantie draagt zorg voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft deze zaken terug aan de rechthebbende, zodra dat redelijkerwijs nodig is. De bevoegde instantie is bevoegd de afgifte op te schorten totdat de verschuldigde kosten zijn voldaan. De Staat is niet aansprakelijk voor afgifte van het opgeslagene aan een onbevoegde.

Indien de personen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een redelijk vermoeden hebben dat een bepaalde natuurlijke persoon of rechtspersoon een overtreding heeft begaan, is er geen verplichting aan de zijde van die natuurlijke persoon of rechtspersoon ter zake een verklaring af te leggen. De betrokkenen worden hiervan in kennis gesteld voordat hun mondeling ter zake om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van de artikelen 29 en 30 worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 28 bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek.

De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt vijf jaar nadat de overtreding is begaan.

Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet voorschriften bestrijdingsmiddelen BES.