Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028291

Wet strandvonderij BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet strandvonderij BESWet strandvonderij BES

De gezaghebber van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba voert in zijn ambtsgebied als strandvonder het beheer van de strandvonderij.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd om in elk ambtsgebied één of meer hulpstrandvonders aan te stellen, die als zoodanig ondergeschikt zijn aan den strandvonder in dat gebied en dezen in de zorg voor de strandvonderij ter zijde staan.

De strandvonder oefent een voortdurend toezicht uit op de zeestranden in zijn ambtsgebied.

Indien aan of op het vaste zeestrand van zijn ambtsgebied een schip schipbreuk lijdt, ten aanzien van hetwelk hulpverleening niet onder zijne leiding geschiedt, zorgt de strandvonder niettemin ter plaatse tegenwoordig te zijn, zich als zoodanig bekend te maken en, indien dit wordt begeerd, den noodigen bijstand te verleenen.

Indien aan of op het vaste zeestrand van zijn ambtsgebied een vreemd schip schipbreuk lijdt of goederen aanspoelen, welke van een vreemd schip blijken afkomstig te zijn, geeft de strandvonder daarvan zoo spoedig mogelijk kennis aan den consulairen ambtenaar van den vreemden Staat, voor zoover zoodanig consulair ambtenaar voor zijn ambtsgebied benoemd is.

De strandvonder draagt zoveel mogelijk zorg dat de bepalingen op grond van artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a van de Douane- en Accijnswet BES worden nageleefd

De strandvonder draagt zooveel mogelijk zorg, dat voor het verleenen van hulp aan het beheeren en het verkoopen van schepen of goederen niet meer kosten worden gemaakt, dan de waarde van die zaken bedraagt.

De strandvonder ondersteunt zooveel mogelijk de pogingen van vereenigingen, welke redding van schipbreukelingen ten doel hebben.

De strandvonder houdt van al wat binnen zijn ambtsgebied met betrekking tot de strandvonderij voorvalt aanteekening in een dagregister en brengt omtrent het voorgevallene verslag uit aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

De strandvonder is verplicht van alle zaken, welke hij in beheer neemt, terstond een inventaris op te maken, waarin hij zooveel mogelijk ten aanzien van elke zaak de herkomst en de merken en onderscheidingsteekenen aangeeft.

De strandvonder is bevoegd, zoodanige onder zijn beheer zich bevindende zaken, welke aan spoedig bederf onderhevig zijn of welker bewaring ontwijfelbaar strijdig is met het belang van den rechthebbende, na bekoming machtiging van de rechter in eersten aanleg, onverwijld te verkoopen.

Indien, nadat eene maand is verstreken na de tweede oproeping, reclamanten zich niet hebben opgedaan, zoomede indien, na toepassing van het tweede lid van het vorige artikel, gebleken is, dat de ingestelde reclames tot afgifte niet kunnen leiden, verkoopt de strandvonder de zaken na bekomen machtiging van de rechter in eersten aanleg, voor zoover zulks niet reeds krachtens artikel 14 is geschied.

Voor de toepassing van dit besluit worden de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat daarvoor aangewezen wateren, binnen de daarbij bepaalde grenzen, beschouwd tot de zee en de stranden en oevers daarvan tot het zeestrand te behooren.

De bepalingen van dit besluit omtrent schepen vinden overeenkomstige toepassing op luchtvaartuigen.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd:

Deze wet wordt aangehaald als: Wet strandvonderij BES.

Een kennisgeving, onderscheidenlijk een herhaalde oproeping als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van het Curaçaosch Strandvonderij-besluit, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van transitie, geldt als een kennisgeving onderscheidenlijk oproeping als bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van deze wet.