Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028395

Wet educatie en beroepsonderwijs BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet educatie en beroepsonderwijs BESWet educatie en beroepsonderwijs BES

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid;

beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid;

beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.6, vierde lid;

beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.6, derde lid;

beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.7, eerste lid;

bevoegd gezag:

bijzondere instelling: een instelling in stand gehouden door een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon;

deelnemer: degene die een opleiding educatie volgt, met uitzondering van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;

deskundige: een deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek BES;

doorlopende leerroute vmbo-mbo: route als bedoeld in artikel 8.4a.2, tweede lid;

educatie: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;

eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 7.3.2;

exameninstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.6.1;

examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding in relatie tot de eindtermen, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens;

expertisecentrum onderwijszorg: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid;

ho-student: degene die hoger onderwijs volgt, als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;

instelling: een organisatorische eenheid die opleidingen educatie of opleidingen beroepsonderwijs verzorgt;

kwalificatie: de kwalificatie, bedoeld in artikel 7.1.3;

kwalificatiedossier: een document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven;

leerlingen: leerlingen als bedoeld in de WPO BES en WVO BES;

leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid;

onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;

Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een openbaar lichaam;

opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;

opleidingsdomein BES: een samenhangend geheel van kwalificaties die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken;

persoonsgebonden nummer BES: het administratienummer van de deelnemer, vavo-student of student, dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.3, vierde lid;

raad: Raad onderwijs arbeidsmarkt als bedoeld in artikel 1.5.1, eerste lid;

Registratie instellingen en opleidingen: Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.1.1, eerste lid;

student: degene die beroepsonderwijs volgt;

studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;

vavo-student: degene die een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgt;

volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder.

Bij de uitvoering van hun taak dragen de instellingen, onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde, mede zorg voor:

Het bevoegd gezag draagt zorg voor het personeelsbeleid, voor zover het betreft de duurzame borging van de kwaliteit van het onderwijspersoneel.

Bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in artikel 2.2.2, gaat Onze Minister volgens daarover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels, uit van het aantal studenten op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de besteding van de rijksbijdrage aan private activiteiten ten behoeve van het onderwijs.

De eilandsraad of het bestuurscollege draagt overeenkomstig hoofdstuk 11, paragraaf 6, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 zorg voor de voorzieningen in de huisvesting van instellingen op het grondgebied van het openbaar lichaam.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het persoonsgebonden nummer BES door het openbaar lichaam, gebruikt het openbaar lichaam het persoonsgebonden nummer BES van een leerplichtige en kwalificatieplichtige deelnemer of een persoon als bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, uitsluitend ten behoeve van:

Onze Minister kan naast het deskundigenonderzoek, bedoeld in artikel 2.3.1, vierde lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.3, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling.

Vervallen

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de controle van de boekhouding, de jaarrekening en de administratie van de instellingen.

Onze Minister kan aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in artikel 1.2.1 bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In dat geval worden bij ministeriële regeling daaromtrent regels gegeven. Bij de toepassing van dit artikel zijn de titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 4, 5, 9 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies van toepassing.

Het bevoegd gezag beheert de middelen van de instelling op zodanige wijze dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de instelling zijn verzekerd.

Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de directeuren, de adjunct- directeuren, de docenten en het overige personeel.

Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van het personeel van de instelling. Zoveel mogelijk tegelijk met die vaststelling bepaalt het bevoegd gezag functies en taken van het personeel van de instelling, met inachtneming van de daaromtrent bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, te geven nadere voorschriften.

Treedt op een later tijdstip in werking.

[Vervallen]

De Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is, in afwijking van artikel 4.1.2, eerste lid, bevoegd de disciplinaire straf of de schorsing op te leggen dan wel het ontslag te verlenen, indien het een directeur, een adjunct-directeur, of een ander lid van het onderwijzend personeel van een openbare instelling betreft en deze tevens lid is van de eilandsraad van het openbaar lichaam die de school in stand houdt.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of werkzaamheden verricht waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, over geordende gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en het onderhouden van de bekwaamheid. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van de gegevens kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld over de inrichting en wijze van ordening van deze gegevens.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.

De artikelen 6.2.4, 6.2.5 en 6.2.6 zijn van overeenkomstige toepassing op exameninstellingen.

Een kwalificatie is het geheel van bekwaamheden die een afgestudeerde van een beroepsopleiding kwalificeren voor het functioneren in een beroep of een groep van samenhangende beroepen, in het vervolgonderwijs en als burger en dat is beschreven binnen een kwalificatiedossier.

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de studenten aan hun ouders, voogden of verzorgers, dan wel aan de studenten zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.

Deze titel is van toepassing op beroepsopleidingen.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Indien voor een beroep bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, vereisten zijn vastgesteld over de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding:

Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als vreemde taal.

Het examen van een beroepsopleiding is eerst dan met goed gevolg afgesloten wanneer zowel de beroepspraktijkvorming als het overige deel van de beroepsopleiding met goed gevolg is afgesloten.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen onderdelen van een beroepsopleiding worden aangewezen waarvan de examinering geschiedt volgens bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften.

Bij ministeriële regeling worden standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de instelling beschikt over een toegankelijk en begrijpelijk studentenstatuut waarin de rechten en plichten van de studenten zijn opgenomen, en stelt de actuele versie van het studentenstatuut voor de studenten beschikbaar. Het bevoegd gezag bevordert voorts de kennis van het studentenstatuut. Het studentenstatuut bevat in elk geval:

Het bevoegd gezag maakt voor de aanvang van het studiejaar een studiegids openbaar. De studiegids maakt het de aanstaande student mogelijk, zich een goed beeld te vormen van de inhoud en inrichting van het onderwijs en de examens aan de instelling en omvat in elk geval de onderwijs- en examenregeling van de onderscheiden beroepsopleidingen en opleidingen educatie.

Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en de opleidingen Nederlands als vreemde taal.

De leden van de examencommissie en de examinatoren verstrekken aan de commissie van beroep voor de examens de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen.

Vervallen

De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van geldelijke bijdrage.

Het bevoegd gezag kan indien sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard ondersteuning verstrekken voor andere bijzondere omstandigheden dan genoemd in artikel 8.1.6a, derde lid, onderdelen a tot en met f, of de voorwaarden bedoeld in artikel 8.1.6b, tweede en derde lid, buiten toepassing laten.

In aanvulling op de voorziening, bedoeld in de artikelen 8.1.6a of 8.1.6c, kan een voorziening voor financiële ondersteuning worden getroffen, die hoger is dan de som van de bedragen, genoemd in de kolommen III en IV voor het beroepsonderwijs op het eigen openbaar lichaam of ander openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering BES. Deze aanvulling wordt verstrekt onder de benaming: voorziening voor aanvullende ondersteuning.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over vergoeding door het bevoegd gezag van kosten die studenten hebben gemaakt voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden die door het bevoegd gezag zijn voorgeschreven, maar waarvan gezien het onderwijsprogramma door de studenten geen gebruik is gemaakt. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Treedt op een later tijdstip in werking.

In deze titel wordt verstaan onder school: school voor mavo als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of school voor vbo als bedoeld in artikel 2.7 van die wet.

Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden.

Vervallen

Voor de vakoverstijgende delen van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 8.4a.9, eerste lid, onderdeel a, en voor de delen van het onderwijsprogramma die een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, als bedoeld 8.4a.9, onderdeel c, kan, voor zover wordt voldaan aan artikel 7.13a van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijsprogramma.

Het bevoegd gezag van de instelling kan met het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 8.4a.3, overeenkomen om vanwege een doorlopende leerroute vmbo-mbo een deel van de rijksbijdrage over te dragen aan dat andere bevoegd gezag.

De artikelen 8.0.1, 8.0.3, 8.0.4, 8.1.1b, 8.1.7a, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a zijn niet van toepassing op een doorlopende leerroute vmbo-mbo.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Een samenwerkingscollege wordt gevormd op grondslag van een schriftelijke overeenkomst tussen de bevoegde gezagsorganen van de samenwerkende instellingen, waarbij in ieder geval afspraken zijn gemaakt over:

Treedt op een later tijdstip in werking.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9.1 strekt tot examinering als bedoeld in artikel 1.6.1, of registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van artikel 2.2.2.

Onverminderd artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a en d, kunnen in afwijking van artikel 4.2.1, eerste lid onderdeel b, docenten worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, bevoegd waren tot het geven van onderwijs op grond van de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie of van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES zoals die wet op 10 oktober 2010 is komen te luiden.

Onverminderd artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen, a en d, mag in afwijking van artikel 4.2.1, eerste lid, onderdeel b, gedurende een periode van vijf jaar na het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel beroepsonderwijs en educatie gegeven worden door degenen die op die dag secundair beroepsonderwijs en educatie gaven op een van de instellingen in de openbare lichamen zonder daartoe bevoegd te zijn.

Onverminderd artikel 4.2.1, eerste lid, onderdelen a en d, kunnen in afwijking van artikel 4.2.1, eerste lid onderdeel b, degenen die geen getuigschrift bezitten als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid onderdeel b, ten eerste, maar voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, een opleiding begonnen zijn die leidt tot een bewijs van bekwaamheid tot het geven van onderwijs als bedoeld in de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie, gedurende een periode van vijf jaar na dat tijdstip na het behalen van dit bewijs van bekwaamheid worden benoemd dan wel tewerkgesteld worden zonder benoeming tot docent in het beroepsonderwijs en educatie.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Een beslissing als bedoeld in artikel 7.6.1, derde lid, van een bevoegd gezag van een openbare school geldt als een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Vervallen

Vervallen

Het bevoegd gezag kan tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip op eindtermen gerichte beroepsopleidingen verzorgen. Op deze opleidingen zijn de artikelen 1.1.1, 1.4.1, 2.2.2, 7.1.2, 7.1.3, 7.2.2, 7.2.3, 7.2.4, 7.2.5, 7.2.6, 7.2.7, 7.4.2, 7.4.3, 7.4.5, 7.4.8, 8.1.1 en 8.1.5 zoals luidend op de dag voor de inwerkingtreding van de wijzigingen van die artikelen op grond van deze wet en de eindtermen die gelden op die dag van toepassing.

De student die in het studiejaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel stond ingeschreven voor een beroepsopleiding wordt door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld deze opleiding te voltooien uiterlijk in het studiejaar volgend op het studiejaar waarin de voor hem geldende studieduur is verstreken. Hierop zijn de artikelen 7.2.2, eerste tot en met derde lid, en 7.2.6 van toepassing zoals die artikelen luidden vóór dat tijdstip.

De artikelen die niet bij Besluit van 3 februari 2011, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van een aantal onderdelen van de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2011, 34) in werking zijn getreden, treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan, verschillend kan worden vastgesteld.

Treedt op een later tijdstip in werking.

De leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.7 zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van de wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing (Stb. 2017, 43), worden aangemerkt als leden van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.7 zoals luidend na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van voornoemde wet.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 november 2017 tot wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het pseudonimiseren van het persoonsgebonden nummer van een onderwijsdeelnemer ten behoeve van het bieden van voorzieningen in het kader van het onderwijs en de begeleiding van onderwijsdeelnemers (Stb. 508) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van artikel 2.3.4, negende tot en met twaalfde lid, in de praktijk.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen; Stb. 2020, 437), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de wijzigingen in hoofdstuk 2, titel 2 de praktijk.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 23 februari 2022 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs met het oog op de verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten (Stb. 2022, 134) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs BES.