Regeling · BWBR0028592

Regeling financiële markten BES 2010

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Financiën van 17 september 2010, houdende bepalingen ter uitvoering van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES, de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES, de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES, de Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES (Regeling financiële markten BES 2010)Regeling financiële markten BES 2010De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 6, tweede lid, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES, de artikelen 1, derde lid, 4, eerste lid, onderdeel c, 14, tweede lid, 15, eerste lid, en 21, eerste lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES, de artikelen 4, eerste lid, 8, eerste lid en derde lid, 15, eerste lid, en 17, eerste en derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES, artikel 1, onderdeel d, van de Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES en artikel 26, zesde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2, 3, 5, en 6, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Financiën.

De Minister van Financiën,J.C. deJager

Een kredietinstelling met zetel in een openbaar lichaam berekent haar solvabiliteit en liquiditeit conform de regels ter zake in de rapportagestaten, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdelen a en b.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Een concernfinancieringsmaatschappij of internationale kredietinstelling die 90% of meer van haar gelden ter beschikking verkrijgt van concernmaatschappijen of professionele marktpartijen, wordt niet aangemerkt als een kredietinstelling in de zin van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES mits de door haar ten behoeve van het aantrekken van gelden uitgegeven toonderstukken met een nominale waarde van minder dan USD 56.000 per coupure, een clausule bevatten die de uitgifte en verhandeling ervan beperkt tot concernmaatschappijen of professionele marktpartijen.

Een concernfinancieringsmaatschappij die minder dan 90% van haar gelden ter beschikking verkrijgt van concernmaatschappijen of professionele marktpartijen, wordt niet aangemerkt als een kredietinstelling in de zin van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES indien:

De voorwaarden, bedoeld in artikel 2.7 en artikel 2.8, onderdeel b, zijn niet van toepassing op de reeds op 23 december 1995 bestaande verplichtingen uit hoofde van ter beschikking verkregen gelden als bedoeld in die artikelen.

Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Wet geldstelsel BES aangewezen kantoren voor de verwisseling van Nederlands-Antilliaanse guldens voor US dollars worden niet aangemerkt als geldtransactiekantoren in de zin van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES

Voor de toepassing van artikel 3.1 dient in de voorschriften, bedoeld dat artikel, te worden gelezen:

Alserkende effectenbeurzen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES, worden aangewezen de beurzen te:

De door een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam in te dienen staten worden ondertekend door de dagelijks beleidsbepalers.

De staten, in te dienen door een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam die in het buitenland een bijkantoor heeft, bevatten zowel de gegevens die betrekking hebben op het in de openbare lichamen uitgeoefende bedrijf, als de gegevens die betrekking hebben op het door middel van het bijkantoor in het buitenland uitgeoefende bedrijf.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële markten BES 2010.

For the purpose of Supervisory Regulation I, the following definitions apply:

The requirements under the regulation for above mentioned parties are as follows:

For the purpose of Supervisory Regulation II, the following definitions apply:

The requirements under the regulation are as follows:

The requirement for restrictions on (covered) transactions with affiliates shall not be applicable to:

For the purposes of Supervisory Regulation III, the following definitions apply:

The exposures of a credit institution which has one or more subsidiary credit institutions and foreign branches shall be monitored and controlled on a consolidated basis by subject credit institution.

All banks conducting international banking business are required to file a country risk exposure and provision schedule together with its Chart of Accounts as per December 31 of each year. The Chart of Accounts as per mentioned reporting date should reflect the required country risk provisions in line with the list containing minimum provision percentages circulated by the Bank once a year.

The country risk reporting system differentiates between exposures related to banks, Governments and the private sector (excl. banks). Banks include multilateral development banks and Government includes international and supra-national institutions.

For the purposes of Supervisory Regulation V, the following definitions apply:

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Financiën.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Financiën.

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

Het dagelijks beleid binnen de beleggingsinstelling en binnen de bewaarder dient door ten minste twee personen te worden bepaald. De eventuele Raad van Commissarissen moet uit ten minste drie leden bestaan. De beleggingsinstelling stelt, indien aan deze bepaling niet wordt voldaan, de Bank hiervan terstond in kennis en draagt er zorg voor dat aan deze bepaling wordt voldaan.

De administratieve organisatie van de beleggingsinstelling en, voor zover het de in bewaring gegeven activa betreft, van de bewaarder dient zodanige waarborgen te bieden dat grootte en samenstelling van en mutaties in het vermogen van de beleggingsinstelling getrouw en volledig worden verantwoord.

De beleggingsinstelling waarvan de deelnemingsrechten op verzoek van de deelnemers door haar vrij ingekocht en verkocht worden, dient haar intrinsieke waarde ten minste zo vaak te berekenen als de in- en verkoop van de deelnemingsrechten is toegelaten, doch tenminste maandelijks.

Het dagelijks beleid binnen de administrateur dient door ten minste twee personen te worden bepaald en indien aanwezig de Raad van Commissarissen uit ten minste drie leden moet bestaan. De administrateur stelt, indien aan deze bepaling niet wordt voldaan, de Bank hiervan terstond in kennis en draagt er zorg voor dat aan deze bepaling wordt voldaan.

De administratieve organisatie en interne controle van de administrateur dienen zodanige waarborgen te bieden dat er geen gevaar bestaat dat de belangen van de belanghebbenden zullen worden geschaad.

Bij de aanvraag van een vergunning dient de administrateur over te leggen:

Deze voorschriften zijn in werking getreden per 1 januari 2003.

De Bijlagen A en B behoren bij de voorschriften ter uitvoering van het toezicht op beleggingsinstellingen en administrateurs.

Bijlage A behelst minimumeisen voor het geheel van statuten, reglementen en overige voorwaarden van beheer en bewaring. Het zal niet steeds voldoende zijn om de inhoud van Bijlage A letterlijk in de voorwaarden over te nemen: deze voorwaarden zijn immers bedoeld als een kader waarbinnen aan de doelstellingen van de landsverordening moet worden voldaan. In de paragrafen I en II zijn bepalingen opgenomen die voor alle beleggingsinstellingen gelden. Met deze bepalingen wordt duidelijkheid verschaft over onder andere de waarde van deelnemingsrechten, de wijze waarop de activa gewaardeerd wordt, de beleggingsactiviteiten, de vergoedingen en de gevolgen van wijzigingen in de voorwaarden. In paragraaf III zijn voorschriften neergelegd die voor beleggingsinstellingen gelden die een overeenkomst gesloten hebben met een bewaarder. Zij dienen vooral om de taken en verantwoordelijkheden van de bewaarder te omschrijven. Opgemerkt zij dat het begrip ‘bewaring’ niet als fysieke bewaring behoeft te worden opgevat. Ook is bewaring door een derde onder verantwoordelijkheid van de bewaarder toegelaten. Om mogelijke misverstanden te voorkomen wordt tenslotte opgemerkt dat de in Bijlage A opgenomen punten niet per se in de statuten en reglementen behoeven te worden opgenomen: zie hiervoor de toelichting op artikel 1, onderdeel c.

Bijlage B behelst een opsomming van de gegevens die in het door de beleggingsinstellingen uit te brengen prospectus moeten worden opgenomen. Het prospectusvereiste houdt niet in dat alle verlangde informatie in één document wordt vervat. Voldoende is ook wanneer die informatie over verschillende stukken, waaronder bijvoorbeeld het laatst verschenen jaarverslag, is verspreid. Voor zover nodig volgt hieronder een rubrieksgewijze toelichting.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Financiën.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Financiën.