Regeling · BWBR0028693

Rechtspositiebesluit ambtenaren BES

Wijzigingen Officiële bron
Tijdelijk Besluit vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers BESRechtspositiebesluit ambtenaren BES

Het bevoegd gezag kan functies aanwijzen voor de bekleding waarvan het goed zedelijk gedrag van de ambtenaar elke vijf jaar moet blijken uit een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES. De kosten voor de verklaring komen ten laste van:

In bijzondere gevallen kan hij, die bij het geneeskundig onderzoek niet geschikt bevonden is, desniettemin in het belang van de dienst tot ambtenaar in tijdelijke dienst worden aangesteld, mits de geneeskundige(n), bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, verklaart (verklaren), dat tegen een aanstelling in tijdelijke dienst uit medisch oogpunt geen bezwaar bestaat. Aan de betrokkene wordt, alvorens hij wordt aangesteld, mededeling gedaan van de inhoud en strekking van artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES.

De ambtenaar is, in geval van ziekte en wanneer het bevoegde gezag zulks in verband met zijn gezondheidstoestand nodig acht, verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek van een of meer geneeskundigen, daartoe door het bevoegde gezag aan te wijzen.

Ingeval ten aanzien van de aanstelling en de bevordering ontwikkelings- en andere eisen moeten worden vastgesteld, geschiedt zulks:

Voor zover niet bij of krachtens de wet afwijkende regels zijn gesteld, geschiedt de bezoldiging met in achtneming van de bepalingen in deze paragraaf en overeenkomstig regels, vastgesteld

Indien de bezoldiging geschiedt overeenkomstig een schaal die verschillende, naar de hoogte van de bedragen opstijgende bezoldigingstreden vertoont, kan de toekenning van verhogingen van de bezoldiging mede of uitsluitend afhankelijk worden gemaakt van de inhoud van een beoordeling als bedoeld in artikel 12. Hieromtrent kunnen nadere voorschriften worden gegeven bij ministeriële regeling voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het de ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft.

Aan de gewone bezoldiging welke voor een ambtenaar geldt kunnen behalve de toelagen en vergoedingen, bedoeld in de artikelen 24, tweede en derde lid, en 25, vijfde lid, ook bijzondere individuele vergoedingen en verhogingen of persoonlijke toelagen met een periodiek karakter worden verbonden. De gronden waarop een zodanige verhoging of toelage kunnen worden toegekend worden bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover het ambtenaren in dienst van de staat betreft en bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, voor zover het ambtenaren in dienst van een openbaar lichaam betreft. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.

De laagste bezoldiging die ingevolge enige voor ambtenaren in dienst van de staat geldende regeling kan worden vastgesteld, is niet lager dan het in overeenkomstige gevallen en voor een overeenkomstig tijdvak van in loondienst verrichte arbeid krachtens de Wet minimumlonen BES voor enig openbaar lichaam vastgesteld bedrag van het minimumloon.

De bezoldiging van de ambtenaar met een deelbetrekking is gelijk aan de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten bij een volledige betrekking, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer 36 is en de teller het aantal voor die ambtenaar geldende arbeidsuren per week.

In het geval, bedoeld in artikel 19, geldt voor de toepassing van de artikelen 16, 17, 18 en 24, tweede en vierde lid, als bezoldiging voor die ambtenaar de bezoldiging die hij in die functie zou hebben genoten, indien hij in volledige betrekking werkzaam was geweest.

De ambtenaar ontvangt over de tijd gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen en opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten geen bezoldiging en aan de bezoldiging eventueel verbonden toelagen en vergoedingen, tenzij hij, na daartoe door het hoofd van dienst in de gelegenheid te zijn gesteld, redenen kan aandragen die zijn verzuim rechtvaardigen.

Nadere voorschriften kunnen worden vastgesteld betreffende de uitvoering van de bepalingen van deze paragraaf:

Nadere regels ter uitvoering van de artikelen 27 en 28 worden vastgesteld:

Ten aanzien van de ambtenaar met een deelbetrekking wordt in de regels, bedoeld in artikel 29, indien en voor zover daarbij ter vaststelling van de kinder-, standplaats-, kostwinners- en detacheringstoelagen de bezoldiging het uitgangspunt vormt, de overeenkomstig artikel 19 berekende bezoldiging in aanmerking genomen.

De ambtenaar, die als militair in werkelijke dienst is, wordt geacht in zijn burgerlijke betrekking van dienst vrijgesteld te zijn.

De ambtenaar, die ter vervulling van zijn dienstplicht voor eerste oefening onder de wapenen verblijft, geniet gedurende de daarvoor vastgestelde tijd de aan zijn ambt verbonden inkomsten, verminderd met zijn militaire beloning.

De ambtenaar die voor herhalingsoefeningen in werkelijke dienst is, behoudt over de tijd van deze dienst het volle genot van de aan zijn ambt verbonden inkomsten.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Nadere regels ter uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk kunnen worden vastgesteld:

De bij of krachtens artikel 39 verstrekte uitkering wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering ter zake van ziekte.

Indien de ambtenaar door ziekte of anderszins verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo tijdig mogelijk mededeling te doen aan het hoofd van dienst of aan een door deze aangewezen ambtenaar, teneinde vertraging of hinder in de dienst zoveel doenlijk te voorkomen.

Hoofdstuk 3a van de Arbeidswet 2000 BES is van overeenkomstige toepassing op zwangere en bevallen ambtenaren.

Aan de ambtenaren of aan bepaalde groepen van ambtenaren van een bepaalde dienst kan door het bevoegde gezag worden verboden commissaris, bestuurder, vennoot, aandeelhouder of lid te zijn van nader te noemen vennootschappen, stichtingen of verenigingen, welke geregeld in aanraking komen of krachtens haar opzet kunnen komen met de betrokken dienst.

De ambtenaar is verplicht terstond aan het bevoegd gezag mededeling te doen, indien door een derde pogingen zijn aangewend om hem door een gift of belofte te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten.

Het is de ambtenaar verboden bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekenen of in dienst andere uniformkledingstukken te dragen dan die van overheidswege zijn verstrekt of voorgeschreven, en overigens insignes of andere onderscheidingstekenen te dragen, waarvan het dragen verboden is. Dit verbod is niet toepasselijk ten aanzien van vreemde ordetekenen tot het aannemen of dragen waarvan door het wettig gezag verlof is verleend.

Verplichting tot zekerheidsstelling wordt de ambtenaar niet opgelegd.

De rekenplichtige ambtenaar is van zijn verantwoordelijkheid ontheven gedurende de tijd, dat hij door ziekte of wettige afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd, indien gedurende die tijd zijn betrekking wordt waargenomen krachtens aanwijzing door het bevoegde gezag.

De artikelen van deze paragraaf vinden slechts toepassing voor zover de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet anders bepaalt.

Aan de ambtenaar, die door het bevoegde gezag naar een andere standplaats wordt overgeplaatst of in zijn standplaats ten behoeve van de dienst verplicht wordt van woning te veranderen, wordt een vergoeding verleend, met inachtneming van de daaromtrent gestelde regelen, welke worden vastgesteld:

Door het bevoegde gezag kan worden bepaald, in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zal worden verleend.

Indien het naar het oordeel van het bevoegde gezag van groot algemeen belang is dat een bepaalde vacante betrekking zonder uitstel wordt bezet of dat een betrekking door de ambtenaar die haar bezet niet wordt opgegeven, kan een eenmalige uitkering worden toegekend aan de persoon die bereid is de bedoelde betrekking gedurende een bepaald, in de beschikking waarbij de uitkering wordt toegekend als voorwaarde voor de toekenning aan te duiden tijdvak te gaan bezetten, onderscheidenlijk niet op te geven. Aan de toekenning kunnen ook andere voorwaarden, verband houdende met de betreffende betrekking en de wijze waarop zij wordt uitgeoefend worden verbonden. Nadere regels aangaande de hoogte van de uitkering, de voorwaarden waaronder zij kan worden toegekend en de gevallen waarin zij geheel of gedeeltelijk niet wordt uitbetaald dan wel teruggevorderd, worden vastgesteld:

Deze paragraaf is niet van toepassing op de aspirant en de vrijwillige ambtenaar in opleiding, bedoeld in artikel 1 van het Besluit rechtspositie korps politie BES.

De ambtenaar kan, met inachtneming van artikel 72b, in het belang van de dienst worden verplicht om scholing te volgen, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd. Bij het opleggen van de verplichting tot het volgen van scholing worden studiefaciliteiten toegekend.

De in artikel 72a bedoelde studiefaciliteiten zijn:

De ambtenaar, bedoeld in artikel 72a, is verplicht tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de aan hem toegekende vergoeding van de scholingskosten:

Op vergoedingen als bedoeld in artikel 72d, tweede en derde lid, kunnen voorschotten worden betaald.

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf nadere regels worden gesteld.

In deze paragraaf en de daarop gebaseerde regels wordt verstaan onder:

Indien een centrale participatieraad is ingesteld, worden daarin uitsluitend onderwerpen met betrekking tot de uitvoering van de bedrijfsvoering behandeld die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of de meerderheid van de participatieraden.

Onze Minister verstrekt aan de participatieraad of de centrale participatieraad desgevraagd of uit eigen beweging tijdig alle inlichtingen en gegevens, waaronder de achtergronden, motieven en afwegingen van voorgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 72n, eerste lid, die de participatieraad of de centrale participatieraad redelijkerwijs nodig heeft voor het vervullen van zijn taak. Over individuele personeelszaken worden geen gegevens verstrekt.

Ambtenaren die lid zijn of zijn geweest van een participatieraad of de centrale participatieraad of zich voor het lidmaatschap kandidaat hebben gesteld, worden niet uit hoofde van dat lidmaatschap of die kandidaatstelling ontslagen of benadeeld in hun positie of loopbaanperspectief.

Onze Minister stelt, in overeenstemming met de Sectorale Overlegcommissie BES, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit overlegstelsel BES, nadere regels ter uitvoering van deze paragraaf, waaronder in ieder geval regels met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de participatieraden en de centrale participatieraad, de toepassing van de artikelen 72o en 72p, de faciliteiten die aan de leden van de participatieraden en de centrale participatieraad worden verleend en de wijze waarop geschillen met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf en de daarop berustende regels worden beslecht.

Ter zake van niet naleving van bepalingen, welke redelijkerwijs niet kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen voordelen onthouden of nadelen toegebracht.

Indien schriftelijke klachten, de ambtenaar betreffende, bij het bevoegde gezag of het hoofd van dienst inkomen, wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld daarvan kennis te nemen en is hij desgevorderd verplicht, de desbetreffende stukken voor ‘gezien’ te tekenen. Hij is bevoegd zijn oordeel over de inhoud daarvan zowel mondeling als schriftelijk te geven.

Het verlenen van overtocht ten laste van de overheid of het toekennen van vergoeding van overtochtskosten geschiedt overeenkomstig de daarvoor bij ministeriële regeling vastgestelde regelen.

Onze Minister en de Sectorale Overlegcommissie BES, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit overlegstelsel BES, kunnen afspraken maken betreffende de rechten en verplichtingen van de ambtenaar bij een reorganisatie.

Voorschriften betreffende de overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar worden vastgesteld:

Onverminderd artikel 78 kan de ambtenaar door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling worden geschorst in zijn ambt:

Dit besluit berust op de artikelen 13, 15, 15a, 17, 42, 43, 46, 47, 54, 55, 81, 82, 87, 99, 100 en 120a van de Ambtenarenwet BES.

Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit ambtenaren BES.