Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028735

Wet primair onderwijs BES

Wijzigingen Officiële bron
Wet primair onderwijs BESWet primair onderwijs BES

Deze wet verstaat onder:

[vervallen]

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: het uitvoeren van het in het schoolontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 14, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolontwikkelingsplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd.

Het bevoegd gezag rapporteert ten minste drie keer per schooljaar schriftelijk over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders. De rapportage geschiedt in bewoordingen en in cijfers.

Het bevoegd gezag stelt de ouders van de leerlingen en andere vrijwilligers in de gelegenheid ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs te verrichten. De ouders en andere vrijwilligers zijn daarbij gehouden de aanwijzingen op te volgen van de directeur en het overige onderwijzende personeel, die verantwoordelijk blijven voor de gang van zaken. Om ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs te kunnen verrichten, dienen de betrokken ouders en andere vrijwilligers in het bezit te zijn van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, eerste lid onderdelen a en c.

Het bevoegd gezag stelt het personeel aan dan wel benoemt het personeel en schorst en ontslaat het personeel.

Het bevoegd gezag stelt jaarlijks in verband met de nascholing van het personeel van de school een nascholingsplan vast. Het nascholingsplan geeft voor het komende schooljaar een overzicht van door het bevoegd gezag voorgenomen nascholingsactiviteiten. Het nascholingsplan bevat tevens een raming van de kosten van de door het bevoegd gezag voorgenomen nascholingsactiviteiten.

Het bevoegd gezag stelt de leerlingen in de gelegenheid op de school, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. Ten hoogste 60 uren per schooljaar van het aantal uren onderwijs dat de leerlingen krachtens artikel 9, vierde lid, onderdeel a, ten minste moeten ontvangen, mogen aan het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs worden besteed. Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het bevoegd gezag in andere onderwijsactiviteiten op de school.

Godsdienstonderwijs wordt gegeven door leerkrachten daartoe aangewezen door kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken, of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich volgens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen. Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven door leerkrachten daartoe aangewezen door volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag.

Een bijzondere school wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich volgens de statuten of reglementen het geven van onderwijs ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.

De kosten van de openbare en de bijzondere scholen worden door het openbaar lichaam vergoed volgens de bepalingen van deze titel.

[wijzigt de Landsverordening onderwijskundige experimenten]

[wijzigt de Landsverordening voortgezet onderwijs]

[wijzigt de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie]

[wijzigt de Leerplichtlandsverordening]

[vervallen]

Het dienstverband tussen een bevoegd gezag dat een of meer scholen voor funderend onderwijs in stand houdt en het bij dat bevoegd gezag voor het kleuteronderwijs of het basisonderwijs in dienst zijnde personeel kan niet worden beëindigd op gronden die verband houden met de invoering van het funderend onderwijs.

[vervallen]

Op geschillen tussen personeel en bevoegd gezag die ingevolge de op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet geldende voorschriften aanhangig zijn gemaakt bij een commissie van beroep of bij de rechter, blijven de op die dag geldende regelingen van toepassing.

De daarvoor in aanmerking komende rechtspersonen brengen voor zover noodzakelijk binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de Landsverordening funderend onderwijs hun statuten of reglementen in overeenstemming met de in deze wet gegeven voorschriften.

[vervallen]

Voorzover deze wet daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij of krachtens deze wet bepaalde, kunnen bij ministeriële regeling, desgewenst per openbaar lichaam, voorschriften worden vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet primair onderwijs BES.

[vervallen]