Wijzigingen Officiële bron
Onderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragenOnderlinge regeling ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de samenwerking tussen de landen bij de implementatie van verdragenNederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,

Overwegende, dat de landen vorm wensen te geven aan de samenwerking, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, bij het treffen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de implementatie van verdragen;

Komen het volgende overeen:

Deze onderlinge regeling wordt in de Staatscourant, het Afkondigingsblad van Aruba, het Afkondigingsblad van Curaçao en het Afkondigingsblad van Sint Maarten geplaatst.

Aldus in viervoud opgemaakt en getekend,

Voor Nederland:De Minister van Justitie,E.M.H.Hirsch BallinVoor Aruba:De Minister-President,M.G.EmanVoor Curaçao:De Gedeputeerde voor Constitutionele Zaken,S.P.OsepaVoor Sint Maarten:De Minister-President,S.A.Wescot-Williams

In een implementatieplan wordt in ieder geval vermeld:

Bij het opstellen van een implementatieplan wordt zoveel mogelijk het model gevolgd dat als bijlage bij deze onderlinge regeling is gevoegd.

Vijf jaar na inwerkingtreding van deze onderlinge regeling wordt gezamenlijk een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk opgesteld door Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit verslag wordt ter kennisneming aan de raad van ministers van het Koninkrijk aangeboden.

Deze onderlinge regeling kan in overeenstemming tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden gewijzigd.

Deze onderlinge regeling treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen.