Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 juli 2010, nr. BJZ / 2010016974, Directie Bestuurlijke en Juridische zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 15f, vijfde lid, 16, eerste lid, 18a, derde lid, 21, eerste tot en met derde lid, 29, eerste lid, 32, eerste en vierde lid, 34, eerste lid, 38a, eerste lid, 68, 73, 74 en 75, eerste lid, onder a, van de Kernenergiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juli 2010, nr. W08.10.0282/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 10 februari 2011, nr. WJZ / 10191482, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage12 februari 2011BeatrixDe Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,M. J. M.VerhagenDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,P. deKromde vierde maart 2011De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.OpsteltenWijzigt het Besluit detectie radioactief besmet schroot.
Wijzigt het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.
Wijzigt het Besluit stralingsbescherming.
Wijzigt het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
Wijzigt het Vrijstellingsbesluit defensie Kernenergiewet.
Artikel 26, tweede lid, voor zover dit betrekking heeft op de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, en artikel 30, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen zijn niet van toepassing op inrichtingen die voor 1 januari 2007 in veilige insluiting zijn gebracht.
In afwijking van artikel 44a, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen geldt voor aanvragen om goedkeuring voor de wijze waarop financiële zekerheid wordt gesteld als bedoeld in artikel 15f, eerste lid, van de Kernenergiewet die voor het in artikel IX, eerste lid, bedoelde tijdstip worden ingediend, dat bij het overzicht van de verschillende kostenposten voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling kan worden uitgegaan van een ontwerp van een ontmantelingsplan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van dat besluit of van andere gegevens of bescheiden die vergelijkbare informatie bevatten omtrent de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de betrokken inrichting.
Voor zover aan een vergunning op grond van de Kernenergiewet voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van die wet voorschriften zijn verbonden over:
- a.
het stellen van financiële zekerheid voor de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van die inrichting, of
- b.
het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van die inrichting, vervallen die voorschriften.
Het eerste lid is, voor zover het betreft de onder b bedoelde voorschriften, niet van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet waarin kernenergie kon worden vrijgemaakt, die voor 1 januari 2007 in veilige insluiting zijn gebracht.
Dit besluit, met uitzondering van artikel II, onderdeel L, treedt in werking met ingang van 1 juli 2011.
Artikel II, onderdeel L, treedt in werking met ingang van 1 april 2011.