Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 april 2011, houdende introductie van een regeling die het mogelijk maakt oudere belastingplichtigen een tegemoetkoming te verstrekken met het oog op compensatie van koopkrachtverlies als gevolg van beleidsmaatregelen (Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen)Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regeling te introduceren die de mogelijkheid biedt oudere belastingplichtigen een tegemoetkoming toe te kennen ter compensatie van verlies van koopkracht als gevolg van beleidsmaatregelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage21 april 2011BeatrixDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,H. G. J.Kampde twintigste mei 2011De Minister van Veiligheid en Justitie,I. W.Opstelten

In deze wet en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

De SVB is belast met de uitvoering van deze wet.

De binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige die de leeftijd heeft bereikt waarop recht kan ontstaan op de ouderenkorting, heeft recht op een tegemoetkoming. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld en kan worden bepaald in welke gevallen voor het vaststellen van het recht op tegemoetkoming een ander tijdvak in aanmerking wordt genomen dan het kalenderjaar van het recht op tegemoetkoming.

Het recht op de tegemoetkoming ontstaat van rechtswege op de eerste dag van de maand, waarin aan de voorwaarden, genoemd in artikel 3, is voldaan.

Het recht op tegemoetkoming eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de dag is gelegen dat niet meer aan de voorwaarden voor het recht op de tegemoetkoming wordt voldaan. Na het overlijden van de belastingplichtige eindigt het recht op tegemoetkoming evenwel met ingang van de dag na dat overlijden.

Een vordering van de SVB als bedoeld in de artikelen 7 en 8 is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Een ieder die de tegemoetkoming ontvangt, deelt aan de SVB desgevraagd of uit eigen beweging onverwijld alle feiten en omstandigheden mee, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming.

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Wijzigt de Wet op de huurtoeslag.

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.