Ministeriële regeling · BWBR0031390

Regeling prestatiebox mbo

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 maart 2012, nr. BVE/387637, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende vergoeding op de bekostiging aan mbo-instellingen (Regeling prestatiebox mbo)Regeling prestatiebox mboDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op artikel 2.2.3, tweede en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.M. vanBijsterveldt-Vliegenthart

In deze regeling wordt verstaan onder:

Het doel van deze regeling is het jaarlijks verstrekken van een aanvullende vergoeding op de bekostiging voor het realiseren van in deze regeling genoemde bijzondere beleidsdoelstelling.

De aanvullende vergoeding op de bekostiging wordt verstrekt ten behoeve van de beleidsdoelstelling voortijdig schoolverlaten welke ten doel heeft het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 25.000 in het kalenderjaar 2017.

Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bron en artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

De wijze waarop voor elk van de studiejaren 2012–2013 tot en met 2015–2016 per onderwijsinstelling het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt berekend is opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

De aanvullende vergoeding op de bekostiging kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de onderwijsinstelling dan waarvoor deze aanvullende vergoeding wordt verstrekt. Terugvordering van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.

Tabel 3. Maximumbedragen beschikbaar per categorie beroepsopleiding per onderwijsinstelling

Vervallen

Bij de berekening, bedoeld in artikel 13, zevende lid, wordt bij de vergelijking van het kalenderjaar 2013 met het kalenderjaar 2012, de berekeningswijze van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters gehanteerd, zoals bedoeld in artikel 8, van de Uitvoeringsregeling bestrijding voortijdig schoolverlaten en regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten zoals luidend op 31 juli 2012.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling prestatiebox mbo.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Voor het middelbaar beroepsonderwijs wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in drie categorieën ingedeeld: mbo-niveau 1, mbo-niveau 2 en mbo-niveaus 3 en 4. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (tot 23 jaar) uit het vavo-onderwijs, niet zijnde de Rutte-leerlingen, wordt wel geteld per mbo-instelling, maar dit aantal wordt niet beoordeeld in het kader van de prestatiesubsidies. Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters uit het vavo telt wel mee in het landelijk gepresenteerde cijfer.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per categorie per studiejaar in het middelbaar beroepsonderwijs wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:

X= A – B – (C1+C2+C3+C4+C5+C6+C7+C8+C9+C10+C11) – (D1+D2+D3+D4+D5)

Waarbij:

X = Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per onderwijsinstelling per categorie per studiejaar (t) in het middelbaar beroepsonderwijs;

A = (ook wel startpopulatie genoemd) het aantal jongeren in de leeftijd tot 22 jaar dat op de teldatum van het studiejaar (t) door de onderwijsinstelling als deelnemer is ingeschreven per categorie in het middelbaar beroepsonderwijs en voor bekostiging wordt meegeteld;

B = het aantal jongeren onder B is de som van B1, B2 en B3:

B1: het aantal jongeren onder A dat op teldatum t of voor of op teldatum t + 1 is overleden of geëmigreerd naar het buitenland. Deze gegevens worden ontleend aan de basisregistratie personen;

B2: het aantal jongeren onder A dat woonachtig is in het buitenland of zonder vaste woon- of verblijfplaats is op teldatum t of teldatum t + 1;

B3: het aantal jongeren onder A dat op teldatum t + 1 onder de vrijstellingen van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet 1969 valt en als zodanig is bevestigd door de leerplichtambtenaar in het Register vrijstellingen LPW;

CHet aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende studiejaar (t + 1) nog een opleiding volgt. Het kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding betreffen aan dezelfde of een andere bekostigde instelling dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:

D = Het aantal jongeren onder A dat een startkwalificatie heeft behaald. D is de som van:

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Voor het voortgezet onderwijs wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in drie categorieën ingedeeld: onderbouw (inclusief brug 3), bovenbouw vmbo (inclusief vm2) en bovenbouw havo/vwo. De Rutte-leerlingen die uitbesteed zijn aan het vavo blijven ingeschreven staan bij de vo-school en tellen als zodanig mee bij de vo-school als leerling en mogelijk als nieuwe voortijdig schoolverlater.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school per categorie per schooljaar (t) wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:

X= A – B – (C1+C2+C3+C4+C5+C6+C7+C8+C9+C10+C11) – (D1+D2+D3+D4+D5)

Waarbij:

X = Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school per categorie per schooljaar (t) in het voortgezet onderwijs

A = (ook wel startpopulatie genoemd) het aantal jongeren per categorie in de leeftijd tot 22 jaar dat op de teldatum bij aanvang van het schooljaar (t) door de onderwijsinstelling:

B = Het aantal jongeren onder B is de som van B1, B2 en B3:

B1: het aantal jongeren onder A dat voor of op teldatum t + 1 is overleden of geëmigreerd naar het buitenland. Deze gegevens worden ontleend aan de basisregistratie personen;

B2: het aantal jongeren onder A dat woonachtig is in het buitenland of zonder vaste woon- of verblijfplaats is op teldatum t of op teldatum t + 1;

B3: het aantal jongeren onder A dat op teldatum t + 1 onder de vrijstellingen van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet 1969 valt en als zodanig is bevestigd door de leerplichtambtenaar in het Register vrijstellingen LPW;

C = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende schooljaar (t + 1) nog een opleiding volgt. De opleiding kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding zijn aan dezelfde of een andere instelling dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:

D = Het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) is uitgeschreven met een startkwalificatie. D is de som van: