Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 juni 2012, nr. 2012-200612, houdende instelling van een voorzieningenstelsel buitenlandtoelagen voor rechterlijke ambtenaren die buitengewoon verlof hebben in Nederland om in het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden tijdelijk werkzaam te zijnVoorzieningenstelsel Buitenlandtoeslagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op het Voorzieningenstelsel Uitzendingen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Besluit

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.W.E.Spies

In deze regeling wordt verstaan onder:

De belanghebbende heeft bij de reis naar het gebied van verblijf en bij terugkeer naar Nederland voor elk lid van zijn gezin tevens aanspraak op vergoeding van bagage tot ten hoogste 10 kg (begeleide) of tot ten hoogste 20 kg vracht als (onbegeleide) bagage. Deze hoeveelheden hebben betrekking op het gewicht dat komt boven op het door de betrokken luchtvaartmaatschappij vastgestelde gewicht aan bagage vrijdom dat bij het vervoer is inbegrepen.

De totale kosten voor verzekering van het transport van de inboedel, de extra begeleide en onbegeleide bagage, bedoeld in artikel 9 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 hebben betrekking op een verzekerde waarde van ten hoogste € 75.000. Dit bedrag wordt tweejaarlijks bijgesteld aan de hand van de verandering van het consumentenprijsindexcijfer ter zake.

Bij de reis naar het gebied van verblijf en bij terugkeer naar Nederland van de belanghebbende worden de kosten van vervoer bedoeld in artikel 9 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 voor de belanghebbende en zijn gezin vergoed tot maximaal de kosten van een vliegticket voor een enkele reis via de kortste route van Nederland naar het land van tewerkstelling of omgekeerd op basis van de goedkoopste (economy) klasse van vervoer.

De vergoedingen genoemd in hoofdstuk 4 worden toegekend als aanvulling op de aanspraak die de belanghebbende kan maken op grond van de circulaire van 21 februari 1978, nr. 6942/PZ van het voormalig land de Nederlandse Antillen met betrekking tot de uit- en terugzendingsvoorwaarden geldig voor uitgezonden en gedetacheerde ambtenaren, dan wel het overzicht van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba van 14 juni 1989, behorende bij de circulaire van het Bestuurscollege van Aruba van 17 september 1975, no. PZ/5047.

Daarbij wordt geacht dat het totaal van de vergoedingen van de landen en de vergoedingen volgens hoofdstuk 4 de in hoofdstuk 4 genoemde maximumbedragen niet overschrijden.

De belanghebbende is verplicht elk geval van ziekte of ongeval van hemzelf terstond ter kennis van de Minister te brengen, indien de ziekte of het ongeval van zodanige aard is, dat hij naar verwachting langer dan een maand arbeidsongeschikt zal zijn.

Indien de Minister in geval van ziekte of ongeval van de belanghebbende na overleg met de autoriteiten van het land waar de belanghebbende tewerk is gesteld en na ter zake advies te hebben ontvangen van de bedrijfsgeneeskundige dienst van het desbetreffende land, van oordeel is dat een langer verblijf van de belanghebbende in het gebied buiten Nederland niet langer verantwoord, raadzaam of van nut is, neemt hij de maatregelen tot terugkeer naar Nederland van de belanghebbende en zijn gezin, indien hij zodanige omstandigheden noodzakelijk acht. De daaruit voortvloeiende kosten, met uitzondering van die waarvan het risico verzekerd is, worden door het Rijk vergoed.

Indien de belanghebbende met zijn gezin in het land van plaatsing buiten Nederland verblijft worden bij overlijden van de belanghebbende de toelagen, bedoeld in artikel 3.2 en artikel 5.1, aan de achtergebleven echtgenoot of kinderen doorbetaald tot uiterlijk drie maanden na de datum van overlijden of zoveel eerder dat het gezin naar Nederland is teruggekeerd.

Bij repatriëring van de belanghebbende of een van diens gezinsleden wegens ziekte of ongeval wordt de aanspraak op de toelagen, bedoeld in hoofdstuk 3 – rekening houdend met de nog lopende kosten in verband met zijn verblijf in het land van plaatsing – door de Minister nader beoordeeld en vastgesteld.

Indien de belanghebbende aanspraak maakt op vergoedingen, tegemoetkomingen of gewijzigd loon van een andere dan de Nederlandse overheid die verband houdt met de uitoefening van de functie of de beëindiging van het verblijf, dient hij dit onmiddellijk bij de Minister te melden en de door de Minister betaalde vergoedingen, tegemoetkomingen of loon terug te betalen tot maximaal het bedrag dat hij van die andere dan de Nederlandse overheid heeft ontvangen, voor zover door de Minister met dergelijke aanspraken niet reeds rekening is gehouden.

Voor zover in dit Voorzieningenstelsel niet anders is bepaald, vervallen de uit deze regeling voortvloeiende rechten op vergoedingen indien daarop binnen een termijn van één jaar na het eindigen van de plaatsing geen beroep is gedaan.

Deze regeling wordt aangehaald als: Voorzieningenstelsel Buitenlandtoeslagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA).

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot 1 april 2012.

De tegemoetkoming in de uitrustingskosten bij plaatsing in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba bedraagt per datum inwerkingtreding van deze regeling:

De tegemoetkoming in de uitrustingskosten wordt niet toegekend bij verhuizing binnen het land van plaatsing in een gebied buiten Nederland.