Wijzigingen Officiële bron
Regeling van het College voor examens van 19 juni 2012, nummer CvE-12.01404, houdende vaststelling van het rooster en toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vwo, havo en vmbo in 2014 (Regeling rooster en toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vwo, havo en vmbo in 2014)Regeling rooster en toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vwo, havo en vmbo in 2014Het College voor examens,

Gelet op artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel b en g, en achtste lid van de Wet College voor examens;

Besluit:

Het College voor examens, Namens deze: de voorzitter,H.W.Laan

De dagen waarop in 2014 de centrale examens beginnen zijn:

In afwijking van artikel 1, onderdeel a, valt van de volgende toetsen het begin van de periode waarbinnen de afname dient plaats te vinden, voor aanvang van het eerste tijdvak:

Bij de centrale examens 2014 zijn de algemene hulpmiddelen toegestaan, zoals vermeld in bijlage 2A voor het vmbo en bijlage 2B voor havo en vwo.

Bij de centrale examens 2014 zijn met betrekking tot kandidaten met een beperking, bij toepassing van artikel 55 Eindexamenbesluit, Afwijking wijze van examineren, hulpmiddelen toegestaan, zoals vermeld in bijlage 3.

De regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlagen kunnen ook geraadpleegd worden op Examenblad.nl.

Deze regeling treedt in werking op 1 augustus 2013

Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling rooster en toegestane hulpmiddelen voor de centrale examens van de eindexamens en de staatsexamens vwo, havo en vmbo in 2014

1 Vanaf nader te bepalen datum

2 Gemengde Leerweg: beroepsgerichte vakken voertuigentechniek en transport & logistiek

3 kunst (beeldende vormgeving/ dans/ drama/ muziek/ algemeen)

Het tweede tijdvak begint op:

4 juni in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg en gemengde leerweg (beroepsgerichte programma's)

16 juni in de andere vormen van onderwijs; (schriftelijke examens)

De einddatum voor afname cspe beroepsgericht in de basisberoepsgerichte en de kaderberoepsgerichte leerweg en gemengde leerweg (beroepsgerichte programma's) en algemene vakken in de basisberoepsgerichte leerweg is 18 juni.

In maart 2014 wordt bekendgemaakt op welke dagen en tijdstippen de centrale examens in het tweede tijdvak worden afgenomen.

De examenafname van de aangewezen vakken door de staatsexamencommissie zal op 20 juni plaatsvinden. Het besluit welke vakken dit zijn wordt in maart 2014 gepubliceerd.

Ten opzichte van 2013 wijzigt er in 2014 niets bij de hulpmiddelen voor het vmbo.

Aandachtspunten:

Een eendelig verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij alle schriftelijke examens ; dus

NIET: bij cspe’s (ook niet bij de minitoetsen) en bij het cpe beeldend GL/TL

WEL: bij cse's beroepsgericht in de gemengde leerweg en bij het cse beeldend GL/TL

In plaats van het eendelig woordenboek Nederlands mag ook gebruik gemaakt worden van een

woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal (bijvoorbeeld naar de thuistaal van de kandidaat).

Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.

Waar de spelling van het Nederlands wordt beoordeeld, zijn alleen schrijfwijzen volgens de huidige officiële spellingsregels toegestaan.

Het woordenboek kan een natuurlijk en vanzelfsprekend hulpmiddel zijn dat de kandidaat zekerheid verschaft bij een enkel woord; het kan ook leiden tot bijvoorbeeld tijdnood als een kandidaat zekerheidshalve te veel woorden opzoekt. Bij vakspecifieke termen kan het woordenboek ook aanleiding geven tot verwarring. Een voorbeeld: eentonigheid heeft in het vak muziek een betekenis die niet strookt met de beschrijving in een woordenboek. In situaties zoals het voorbeeld bij het vak muziek is de vakinhoudelijke omschrijving de geldige; voor een inhoudelijk afwijkende omschrijving worden geen punten toegekend, ook niet als de kandidaat deze omschrijving letterlijk aan het woordenboek heeft ontleend.

Bij Fries en de moderne vreemde talen is een woordenboek naar én een woordenboek vanuit Fries c.q. de moderne vreemde taal toegestaan, in één band of in twee afzonderlijke delen. Een woordenboek naar de vreemde taal is zinvol bij centrale examens die een onderdeel schrijfvaardigheid bevatten: GL/TL Engels, BB en KB Frans en computerexamens Engels en Duits BB en KB. Een digitaal woordenboek is niet toegestaan

Bij de centrale examens Engels GL/TL, Nederlands GL/TL en in de papieren centrale examens Nederlands BB en KB komt een schrijfopdracht voor. Soms in de vorm van een brief die de kandidaat moet schrijven. De kandidaat mag bij deze examens een computer met tekstverwerker gebruiken, maar niet alle scholen bieden deze mogelijkheid. De kandidaten die het examen in een tekstverwerker maken hebben daarbij de toegang tot zogeheten briefsjablonen. Daarom wordt alle kandidaten de mogelijkheid geboden om een door het CvE verstrekte voorbeeld van een sjabloon te gebruiken. Dit briefsjabloon is te downloaden via een link in de septembermededelingen.

Bij wiskunde KB en GL/TL, nask 1 KB en GL/TL, nask 2 GL/TL en bij de cspe’s GL voor bouw-breed, bouwtechniek-metselen, bouwtechniek-timmeren, bouwtechniek-schilderen en bouwtechniek- fijnhoutbewerking moet de rekenmachine naast de grondbewerkingen tevens beschikken over toetsen voor pi, x tot de ye macht, x kwadraat, 1/x en sin/cos/tan in graden (en hun inversen). Bij de overige vakken en bij alle vakken BB zijn de grondbewerkingen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen voldoende. Meer mogelijkheden mag, maar:

de rekenmachine mag niet één of meer van de volgende eigenschappen hebben: lichtnetaansluiting tijdens het examen, opladen tijdens het examen, schrijfrol, alarm of ander geluid, alfanumeriek (letters op scherm)1, grafieken weergeven, zend- of ontvanginstallatie.

Meerregeligheid van het scherm wordt in de criteria niet genoemd. Dit houdt in dat een meerregelige machine niet is verboden als hij aan de overige criteria voldoet. Wel is het zo dat de meerregelige machines mogelijkheden hebben die bij de eenregelige ontbreken, zoals het maken van tabellen. Bij de huidige centrale examens is niet gebleken is dat die extra mogelijkheden de kandidaat voordeel bieden.

Ook bij de digitale centrale examens is de rekenmachine een toegestaan hulpmiddel.

Bij het centraal examen nask 1 in alle leerwegen en nask 2 in de gemengde en theoretische leerweg heeft de kandidaat op het centraal examen informatiemateriaal nodig. Goedgekeurd zijn:

Voor BB: BINAS vmbo-basis, informatieboek nask 1 (2e editie, ISBN 978-90-01-80067-3)

Voor KB en GL/TL: BINAS vmbo-kgt, informatieboek voor nask 1 en nask 2 (ISBN 978.90.01.80069.7 )

Bij de exameneenheid Meetkunde van het centraal examen wiskunde in BB, KB en GL/TL moet de kandidaat enkele oppervlakte- en inhoudsformules kunnen toepassen, de kandidaat hoeft deze formules echter niet te kennen (zie de syllabus). Bij de examens BB worden de formules vermeld in het examen bij de opgave(n) waarvoor en indien zij relevant zijn. De kandidaat moet eenvoudige meetkundige berekeningen (zoals de oppervlakte in een rechthoekige driehoek) ook moet kunnen uitvoeren zonder de bijgeleverde formule.

Bij de examens KB en GL/TL worden alle formules opgesomd in één tabel in het examen.

Bij alle schriftelijke examens is de computer toegestaan als schrijfgerei. De school kan dat toestaan voor alle kandidaten, kan het ook toestaan voor speciale groepen kandidaten bijvoorbeeld de dyslectische kandidaten. Als de computer als schrijfgerei wordt gebruikt, is het van belang dat kandidaten geen toegang hebben tot verboden hulpmiddelen (zoals een digitale atlas of een digitaal woordenboek), en moet ook o.m. de opslag (bijvoorbeeld uitprinten) worden geregeld. Op www.cve.nl: HomePublicatiesOverig staan aanwijzingen voor scholen die de computer als schrijfgerei willen inzetten.

Bij elke inzet van de computer geldt tevens onverkort de lijst van toegestane hulpmiddelen. Met andere woorden: ook naast een computerexamen of voor een kandidaat die schrijft op de computer, is o.m. een (papieren) woordenboek toegestaan. Uit een kleine praktijkproef is gebleken dat deze op het eerste gezicht wellicht anachronistische oplossing goed uitvoerbaar is.

De lijst geeft een opsomming van de toegestane hulpmiddelen. Een kandidaat die bij een vak een voor dat vak toegestaan hulpmiddel gebruikt, is niet in overtreding. Een kandidaat die zonder het hulpmiddel aan het examen wenst deel te nemen, mag echter niet op grond van het ontbreken van het hulpmiddel de toegang worden ontzegd.

De mate waarin een toegestaan hulpmiddel ook noodzakelijk is, varieert tussen vakken, hulpmiddelen en kandidaten. Een feitelijk noodzakelijk hulpmiddel is de Binas bij nask 1 en nask 2: het lijkt niet aannemelijk dat een kandidaat alle informatie heeft gememoriseerd. Bij het verklarend woordenboek Nederlands is de behoefte en noodzaak kandidaat-afhankelijk: de een kent meer woorden dan de ander, de een heeft ook meer behoefte aan de zekerheid van het woordenboek dan de ander. Bij examens moderne vreemde talen zonder schrijfvaardigheid is een woordenboek naar de vreemde taal eigenlijk overbodig - het is slechts toegestaan om de regelgeving eenvoudig te houden (bij examens met schrijfvaardigheid is het immers weer wel zinvol), en ter voorkoming van veronderstelde rechtsongelijkheid ten opzichte van kandidaten die beschikken over beide delen in één band.

Door scholen wordt soms gevraagd of de school de hulpmiddelen ter beschikking moet stellen, of dat aan de kandidaat kan worden gevraagd ze mee te nemen. Dat is ter keuze aan de school.

Een eendelig verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij alle schriftelijke examens.

In plaats van het eendelig woordenboek Nederlands mag ook gebruik gemaakt worden van een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal (bijvoorbeeld naar de thuistaal van de kandidaat).

Een digitaal woordenboek is niet toegestaan. Waar spelling wordt beoordeeld (centraal examen Nederlands) zijn alleen schrijfwijzen volgens de huidige officiële spelling toegestaan.

Bij vakspecifieke termen kan het woordenboek aanleiding geven tot verwarring. Een voorbeeld: eentonigheid heeft in het vak muziek een betekenis die niet strookt met de beschrijving in een woordenboek. In situaties zoals het gegeven muziekvoorbeeld is de vakinhoudelijke omschrijving de geldige. Voor een inhoudelijk afwijkende omschrijving worden geen punten toegekend, ook niet als de kandidaat deze omschrijving letterlijk aan het woordenboek heeft ontleend.

Bij Fries en de moderne vreemde talen is een woordenboek vanuit én een woordenboek naar de moderne vreemde taal c.q. Fries toegestaan, in één band of in twee afzonderlijke delen. Een woordenboek naar de vreemde taal is bij examens zonder schrijfvaardigheid (alle talenexamens havo en vwo) niet zinvol maar ook niet verboden. Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.

Bij Latijn en Grieks is een woordenboek toegestaan en een grammaticaoverzicht (in het woordenboek of los) zonder voorbeeldzinnen en toelichting op het gebied van de syntaxis. Niet toegestaan is een woordenboek dat specifiek is toegesneden op een auteur aan wiens werk de vertaalopgave ontleend is.

Bij Grieks is het woordenboek van Ch. Hupperts toegestaan inclusief het hierin opgenomen grammatica-overzicht en de alfabetische werkwoordenlijst. Ook is het toegestaan dit grammatica-overzicht en deze alfabetische werkwoordenlijst (als los boekje uitgegeven onder de naam Compendium) naast een ander Grieks woordenboek te gebruiken.

Bij Latijn is het woordenboek Latijn-Nederlands van H. Pinkster toegestaan inclusief het daarin opgenomen grammaticaoverzicht. Ook is het toegestaan dit als los boekje uitgegeven grammaticaoverzicht naast een ander Latijns woordenboek te gebruiken.

Het standaard basispakket bij alle centrale examens bevat:

Bij de vakken zonder grafische rekenmachine is een machine met de basisbewerkingen voldoende. Meer bewerkingen zijn toegestaan, maar niet toegestaan is het gebruik van apparaten die:

De meest recente toegestane grafische rekenmachines zijn:

Oudere typen zijn ook toegestaan maar de kans bestaat dat sommige examenopgaven daarmee niet of minder goed te maken zijn. De grafische rekenmachines genoemd in de Septembermededeling 2006 voldoen nog.

Verder geldt het volgende.

Voor de Binas uitgave (5e druk) voor havo/vwo is een erratum uitgegeven. Zie voor errata de site http://www.noordhoffuitgevers.nl., > voortgezet onderwijs > zoeken op ‘Binas errata’. Het is toegestaan deze fouten in Binas te verbeteren.

Bij alle schriftelijke examens is de computer toegestaan als schrijfgerei. De school kan dat toestaan voor alle kandidaten, kan het ook toestaan voor speciale groepen kandidaten bijvoorbeeld de dyslectische kandidaten. Als de computer als schrijfgerei wordt gebruikt, is het van belang dat kandidaten geen toegang hebben tot verboden hulpmiddelen (zoals een digitale atlas of een digitaal woordenboek), en moet ook o.m. de opslag (bijvoorbeeld uitprinten) worden geregeld. Op cevo.nl staan aanwijzingen voor scholen die de computer als schrijfgerei willen inzetten.

Bij elke inzet van de computer geldt tevens onverkort de lijst van toegestane hulpmiddelen. Met andere woorden: ook naast een computerexamen of voor een kandidaat die schrijft op de computer, is o.m. een ( papieren) woordenboek toegestaan.

De mate waarin een toegestaan hulpmiddel ook noodzakelijk is, varieert tussen vakken, hulpmiddelen en kandidaten. Een feitelijk noodzakelijk hulpmiddel is de atlas bij havo en vwo: in opgaven wordt concreet naar kaarten verwezen en het lijkt niet aannemelijk dat een kandidaat alle kaarten voldoende heeft gememoriseerd.

Bij het verklarend woordenboek Nederlands is de behoefte en noodzaak kandidaat-afhankelijk: de een kent meer woorden dan de ander, de een heeft ook meer behoefte aan de zekerheid van het woordenboek dan de ander.

Door scholen wordt soms gevraagd of de school de hulpmiddelen ter beschikking moet stellen, of dat aan de kandidaat kan worden gevraagd ze mee te nemen. Dat is ter keuze aan de school.

Als bij een hulpmiddel tussen twee opties kan worden gekozen (bijvoorbeeld Biodata en Binas bij biologie havo en vwo), dan mag de kandidaat slechts één van beide gebruiken. Twee woordenboeken Nederlands of twee grafische rekenmachines zijn evenmin toegestaan.

De regeling legt de toegestane hulpmiddelen vast voor het centraal examen. Er is geen voorschrift dat bij alle schoolexamens van een vak dezelfde hulpmiddelen zouden moeten worden voorgeschreven als bij het centraal examen. De school kan gegronde redenen hebben om bijvoorbeeld vast te leggen dat bij kleinere toetsen in de moderne vreemde talen geen woordenboek is toestaan, of dat bij sommige toetsen in een vak met grafische rekenmachine het geheugen vooraf wordt gewist (of volstaan moet worden met een eenvoudige grafische rekenmachine). De school kan omgekeerd ook bij schoolexamentoetsen hulpmiddelen toestaan die in het centraal examen niet zijn toegestaan.

In afwijking van voorgaande jaren worden vanaf het centraal examen 2014 de hulpmiddelen voor kandidaten met een beperking genoemd en toegelicht in een afzonderlijke bijlage.

Ten behoeve van de toegankelijkheid van de school- en centrale examens voor leerlingen met een beperking kan de directeur op grond van artikel 55 van het Eindexamenbesluit aanvullende maatregelen treffen, die passen binnen de kaders van de examinering. Ten behoeve van de centrale examinering biedt het College voor Examens aangepaste examens aan met dezelfde exameneisen, die het mogelijk maken de exameneisen te toetsen bij kandidaten met een beperking. In deze bijlage wordt het aanbod van aangepaste examens beschreven met de daarbij behorende afnameregels. Deze vallen onder, en binnen het kader van, de algemene regels in artikel 55 van het Eindexamenbesluit. De algemene regels zoals verwoord in dit artikel van het Eindexamenbesluit (onder andere omtrent tijdverlenging, melding aan de inspectie en aanwezigheid van een deskundigenverklaring) zijn ook van toepassing bij het gebruik van door het College voor Examens geleverde aangepaste examens.

De centrale examens en de rekentoets worden door CvE op bestelling geleverd in een format dat zich leent voor de hulpmiddelen die door kandidaten met een visuele beperking worden gebruikt. Afhankelijk van de wens van de school en de gebruiker en van de vorm van het centrale examen kan worden geleverd:

Daarbij wordt het examen ook verder inhoudelijk geschikt gemaakt voor de kandidaat met een visuele beperking, door vervanging van afbeeldingen door omschrijvingen etcetera. Het aangepaste examen gaat vergezeld van een aangepast beoordelingsvoorschrift.

De directeur meldt in het kader van de bestelling van examens (voor 1 november voorafgaand aan het centraal examen) bij DUO via een speciaal bestelformulier de noodzaak van levering van een aangepast examen. CvE neemt met de school na ontvangst van de bestelling contact op voor het noodzakelijke maatwerk. Indien noodzakelijk kan bijvoorbeeld ook een grotere letter of een examen met een andere achtergrondkleur worden geleverd. Als de noodzakelijke aanpassingen zouden moeten leiden tot een volledig aangepast examen, levert CvE een gecommitteerde die samen met de examinator van de kandidaat een vervangend mondeling afneemt. Dat zal in ieder geval gebeuren bij examinering van kunst (algemeen) op havo en vwo.

Voor kandidaten met een auditieve beperking levert het College voor Examens een aangepast centraal examen als bij het centraal examen geluid wordt gebruikt, dus bij (sommige) digitale centrale examens. Middels een speciaal formulier meldt de directeur aan DUO in het kader van de bestelling van centrale examens voor 1 november voorafgaand aan de afname van het centraal examen middels een speciaal formulier de noodzaak van een voor de kandidaat met een auditieve beperking aangepast examen. Als de aanpassing noopt tot een volledige herziening van het examen, stelt het College voor Examens een gecommitteerde ter beschikking. De examinator en gecommitteerde passen in overleg het examen aan zo dat het geschikt is voor de kandidaat.

toelichting: dit blijkt noodzakelijk bij kunst (algemeen) op havo en vwo. Bij de digitale examens algemene vakken BB en KB wordt een aangepast examen geleverd. De rekentoets (vmbo, havo en vwo) bevat geen geluid en behoeft geen aanpassing.

Voor kandidaten met dyslexie levert het College voor Examens het volgende:

Voor digitale examens (en de digitale rekentoets) een dyslexievariant waarin kunstmatige spraak of ingesproken tekst is toegevoegd.

Voor papieren examens, naar keuze van de directeur:

Als Daisy en spraaksynthese-pdf geleverd kunnen worden, bepaalt de directeur welke vorm voor de kandidaat geschikt is. Als de geschikte vorm in een tijdvak niet leverbaar is, moet worden voorzien in een voorlezer (individuele voorleeshulp).

NB Aanvullende informatie als hulpmiddel (bijvoorbeeld spellings- of grammaticakaarten) is niet toegestaan; evenmin is een digitaal woordenboek toegestaan. De letters van de papieren en digitale examens zijn van voldoende grootte voor leerlingen met een leesbeperking. Verder vergroten is niet toegestaan. Als dat - bijvoorbeeld vanwege een visuele beperking naast de leesbeperking - wel nodig is, geeft de directeur dat aan op het speciale bestelformulier bij de 1-novemberbestelling. Het vooraf openen van enveloppen met examens of bestanden ten behoeve van vergroting of spraak is niet toegestaan.

Voor kandidaten met kleurenblindheid worden geen aangepaste examens geleverd.

NB De meeste papieren examens zijn in zwart-wit gedrukt. Voor kleurenblinde kandidaten kan bij aardrijkskunde havo/vwo (atlas) een opzoekhulp worden ingezet die op verzoek van de kandidaat de kleur van een door de kandidaat aangewezen vlakdeel benoemt (eventueel conform de legenda bij de kaart), of een door de kandidaat aangewezen kleur (eventueel in de legenda) aanwijst op de kaart. Deze oplossing is ook bruikbaar bij beeldende vakken of kunst.

Kleurgebruik kan een zeer beperkte rol spelen bij de informatieboeken voor de natuurwetenschappelijke vakken (nask1 en nask2 vmbo, natuurkunde, scheikunde en biologie havo en vwo). Ook daar kan de kandidaat een toezichthouder om toelichting vragen. Gezien het beperkte kleurgebruik hoeft deze daarvoor niet permanent ter beschikking te staan van de kandidaat. Bij digitale examens wordt het kleurgebruik geoptimaliseerd voor gangbare vormen van kleurenblindheid. Wanneer desondanks een onderdeel van een examen niet leesbaar is, kan de opzoekhulp worden ingezet.

Voor kandidaten met dyscalculie worden geen aangepaste centrale examens geleverd. Aanvullende hulpmiddelen als reken- en formulekaarten zijn niet toegestaan; de rekenmachine is toegestaan waar deze aan alle kandidaten is toegestaan

Een zware lichamelijke beperking kan ertoe leiden dat de gangbare vorm van het examen niet bruikbaar is. De directeur neemt contact op met CvE om tot een aangepaste afname te komen.

Indien de directeur van oordeel is dat de kandidaat redelijkerwijze aan de exameneisen kan voldoen maar de wijze van examineren de toegankelijkheid hindert en het aanbod van aangepaste examens daarin niet voorziet, neemt hij contact op met CvE.

Bij alle schriftelijke en digitale examens (niet bij cspe’s, cpe’s en minitoetsen die deel uitmaken van een cspe) is een papieren woordenboek toegestaan voor alle leerlingen dus ook voor leerlingen met een beperking. Een digitaal woordenboek is niet toegestaan.

Als vanwege een beperking een papieren woordenboek niet bruikbaar is, kan de directeur een toezichthouder als opzoekhulp inzetten. Indien dit niet adquaat geacht wordt, neemt hij contact op met de inspectie.

Bij papieren examens kan, bij dyslexie of visuele beperking, de directeur de kandidaat spraaksynthese (tekst naar computerspraak) laten gebruiken. De keuze van de spraaksynthesesoftware is aan de school. De directeur vergewist zich er aan de hand van voorbeelden of oude examens van dat de software kan omgaan met het format waarin de examens worden geleverd. Eerder openen van de envelop met het digitale bestand van het examen is niet toegestaan. Bij digitale examens wordt op bestelling een variant voor dyslectische of slechtziende kandidaten geleverd waarin spraak is opgenomen.

Daisy-CD-ROMS met gesproken tekst kunnen worden afgespeeld op een computer met eenvoudige (gratis) software, of op een speciale daisyspeler. Ook de enveloppe met de Daisy mag niet vooraf worden opengemaakt.

Bij gebruik van een computer voor spraak en/of als schrijfgerei (dat laatste mag voor alle kandidaten) ziet de directeur erop toe dat de kandidaat geen toegang heeft tot o.a. digitale woordenboeken, internet en e-mail. Met de leveranciers van spraaksyntheseprogramma’s wordt door CvE nagegaan of er mogelijkheden zijn om het toezicht hierop door de school te vereenvoudigen.