Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 24 oktober 2012, VGP/3136817, houdende vaststelling van de Regeling elektronische melding en publicatie tabaksingrediënten 2013Regeling elektronische melding en publicatie tabaksingrediënten 2013De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3b, derde lid, van de Tabakswet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E.I.Schippers

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister maakt jaarlijks vóór 31 december de gegevens uit de tabel in bijlage 1 openbaar door publicatie op de daartoe bestemde website van het RIVM.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling elektronische melding en publicatie tabaksingrediënten 2013.

1 Ingrediënten zijn: stoffen of bestanddelen – met uitzondering van tabaksbladeren en andere natuurlijke of niet-getransformeerde delen van de tabaksplant – die bij de productie of de bereiding van tabaksproducten worden gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig zijn, al dan niet in gewijzigde vorm, met inbegrip van papier, filter, inkt en kleefstoffen (Art. 2, vijfde lid, van Richtlijn 2001/37/EG).

2 Geef hier ook de identiteit van andere verpakkingsgroottes aan (die precies hetzelfde product bevatten); de ingediende informatie dient voor al deze producten hetzelfde te zijn.

3 Sommige verpakkingen/kisten sigaren bevatten meer dan één enkel product (verschillende sigaren). Dit moet aangegeven worden in deze kolom; informatie over elk afzonderlijk product moet apart worden ingediend.

4 Voeg naam en adres toe van het bedrijf waar de tests uitgevoerd zijn.

5 Een producteenheid is één sigaar, één sigaret, 750 mg shag, en 1 g pijp-, snuif-, waterpijp- of pruimtabak.

6 Momenteel gelden de volgende drempelwaarden voor rapportering: voor sigaretten en shag mogen individuele smaakstoffen die gebruikt worden in hoeveelheden kleiner dan 0.1% van het totale gewicht per eenheid van het tabaksproduct gegroepeerd worden. Voor pijptabak, sigaren en rookloze tabaksproducten is deze drempelwaarde voorlopig op 0.5% vastgesteld. Voor het groeperen van niet tabaksmaterialen (NTMs) worden dezelfde drempelwaarden gebruikt als voor het groeperen van individuele smaakstoffen.