Ministeriële regeling · BWBR0032390

Regeling beveiliging radioactieve stoffen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2012, nr. WJZ / 12311250, houdende regels inzake de beveiliging van radioactieve stoffen (Regeling beveiliging radioactieve stoffen)Regeling beveiliging radioactieve stoffenDe Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 20ca van het Besluit stralingsbescherming;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage3 december 2012De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp.

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een vergunninghouder treft de beveiligingsmaatregelen die noodzakelijk zijn om categorie 1-, 2-, of 3-stoffen redelijkerwijs te beveiligen tegen diefstal of misbruik.

Wanneer categorie 1-, 2-, of 3-stoffen niet onder persoonlijk toezicht staan, zijn de beveiligingsmaatregelen van een vergunninghouder zodanig, dat elektronische detectie van een poging tot diefstal of misbruik plaatsvindt en dat vanaf dat moment maatregelen werkzaam zijn die leiden tot:

De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 worden afgestemd op:

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beveiliging radioactieve stoffen.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A: activiteit als bedoeld in artikel 1 van het Besluit stralingsbescherming;

D: D-waarde, bepaald overeenkomstig tabel 1 van het document ‘Dangerous Quantities of Radioactive Material (D-Values)’, EPR-D-Values 2006, van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA)1, waarbij de laagste waarde wordt genomen.

Indeling van radioactieve stoffen in categorieën als bedoeld in artikel 1

Voor de toepassing van deze tabel wordt de indeling in een categorie slechts bepaald met behulp van de A/D waarde indien:

In de situatie, bedoeld onder b, wordt de totale activiteit van de radioactieve stoffen bij de categorie-indeling beschouwd als één geheel. Hiertoe wordt de A/D-waarde bepaald volgens de formule:

Waarbij:

Ai,n = activiteit van iedere radioactieve stof of ingekapselde bron i met radionuclide n

Dn = D waarde voor radionuclide n