Ministeriële regeling · BWBR0032543

Regeling eindtermen educatie 2013

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 december 2012, nr. BVE/431518, inzake het vaststellen van de eindtermen voor de opleidingen Nederlands als tweede taal en de opleidingen Nederlandse taal en rekenen (Regeling eindtermen educatie 2013)Regeling eindtermen educatie 2013De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 7.3.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Bussemaker

In deze regeling wordt verstaan onder:

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eindtermen educatie 2013.

Vaardigheid: Luisteren

Niveau: B1

Voorbeelden bij de descriptoren bij luisteren B1:

Voor alle voorbeelden op B1 geldt dat zij over onderwerpen handelen die vertrouwd zijn omdat zij behoren tot het interesse- of het vakgebied van de luisteraar. Sprekers dienen duidelijk te spreken in standaardtaal. Opnamen (radio, televisie, omgeroepen berichten) dienen bovendien nog langzaam te worden uitgesproken.

Vaardigheid: Luisteren

Niveau: B2

Voorbeelden bij de descriptoren bij luisteren B2:

Voor alle voorbeelden op B2 geldt dat zij over onderwerpen handelen die gebruikelijk zijn in het normale dagelijkse taalverkeer of waarmee de luisteraar persoonlijk vertrouwd is. Bovendien dienen sprekers in normaal tempo en standaardtaal te spreken.

Vaardigheid: Luisteren

Niveau: C1

Voorbeelden bij de descriptoren bij luisteren C1:

Bij de voorbeelden op C1 gelden geen noemenswaardige beperkingen ten aanzien van het onderwerp, de tekstkenmerken of de mate van begrip.

Vaardigheid: Lezen

Niveau: B1

Voorbeelden bij de descriptoren bij lezen B1:

Voor alle voorbeelden op B1 geldt dat zij op ondubbelzinnige wijze feitelijke zaken behandelen die behoren tot het interessegebied van de lezer.

Vaardigheid: Lezen

Niveau: B2

Voorbeelden bij de descriptoren bij lezen B2:

Voor de voorbeelden op B2 geldt dat zij – tenzij anders vermeld – handelen over onderwerpen die behoren tot het eigen vakgebied of de eigen ervaringswereld van de lezer.

Vaardigheid: Lezen

Niveau: C1

Voorbeelden bij de descriptoren bij lezen C1:

Bij de voorbeelden op C1 gelden geen noemenswaardige beperkingen ten aanzien van het onderwerp, de tekstkenmerken of de mate van begrip.

Vaardigheid: Gesprekken voeren

Niveau: B1

Voorbeelden bij de descriptoren bij gesprekken B1:

Voor alle voorbeelden op B1 geldt dat gesprekken handelen over alledaagse en/of vertrouwde onderwerpen, dat niet al te specifiek op details en nuances wordt ingegaan en dat duidelijk wordt gesproken in standaardtaal.

Vaardigheid: Gesprekken voeren

Niveau: B2

Voorbeelden bij de descriptoren bij gesprekken B2:

Voor alle voorbeelden op B2 geldt dat bij alle gespreksdeelnemers misverstanden door onjuist of gebrekkig taalgebruik kunnen voorkomen. Deze worden echter meestal ter plekke door de deelnemers opgevangen en hersteld.

Vaardigheid: Gesprekken voeren

Niveau: C1

Voorbeelden bij de descriptoren bij gesprekken C1:

Bij de voorbeelden op C1 gelden geen noemenswaardige beperkingen ten aanzien van onderwerpkeuze of kwaliteit van uitvoering.

Vaardigheid: Spreken

Niveau: B1

Voorbeelden bij de descriptoren bij spreken B1:

Voor alle voorbeelden op B1 geldt dat de onderwerpen betrekking hebben op het interessegebied van de spreker of op alledaagse zaken en in chronologische c.q. lineaire volgorde worden behandeld. Het taalgebruik is toereikend en redelijk correct. Haperingen, pauzes en afwijkend accent vormen over het algemeen geen belemmering voor het begrip bij de toehoorders.

Vaardigheid: Spreken

Niveau: B2

Voorbeelden bij de descriptoren bij Spreken B2:

Voor alle voorbeelden op B2 geldt dat onderwerpen betrekking hebben op het interessegebied van de spreker of op alledaagse zaken. Haperingen en incorrect taalgebruik komen zelden voor en zijn over het algemeen niet storend. Soms zijn de verbanden tussen tekstgedeelten niet direct duidelijk aangegeven.

Vaardigheid: Spreken

Niveau: C1

Voorbeelden bij de descriptoren bij Spreken C1:

Bij de voorbeelden op C1 gelden geen noemenswaardige beperkingen ten aanzien van onderwerpkeuze of kwaliteit van uitvoering.

Vaardigheid: Schrijven

Niveau: B1

Voorbeelden bij de descriptoren bij schrijven B1:

Voor alle voorbeelden op B1 geldt dat vertrouwde of alledaagse zaken redelijk correct worden weergegeven waarbij spelling over het algemeen geen hinderpaal vormt voor het begrip van de lezer.

Vaardigheid: Schrijven

Niveau: B2

Voorbeelden bij de descriptoren bij schrijven B2:

Voor alle voorbeelden op B2 geldt dat de zaken die behoren tot de interessesfeer of de leefwereld van de schrijver redelijk correct zijn weergeven in een spelling die mogelijk een enkele maal invloed van de moedertaal van de schrijver vertoont. Bij lange teksten zijn verbanden tussen tekstgedeelten soms niet geheel duidelijk.

Vaardigheid: Schrijven

Niveau: C1

Voorbeelden bij de descriptoren bij schrijven C1:

Voor de voorbeelden op C1 gelden geen beperkingen ten aanzien van onderwerpkeuze noch – behoudens een enkele uitzondering – ten aanzien van de kwaliteit van het taalgebruik. Spellingfouten kunnen meestal gezien worden als 'typefouten' of slordigheden, zijn niet aantoonbaar veroorzaakt door interferentie met de moedertaal van de schrijver.

Teksten verwerken

Vaardigheid: Lezen en schrijven

Niveau: B1

Voorbeelden teksten verwerken B1

Werk

Kan op basis van via de e-mail verkregen informatie een afspraak met meerdere collega’s maken.

Kan een eenvoudige samenvatting maken voor collega’s van korte krantenberichten en berichten uit tijdschriften.

Kan een afspraak uit de notulen met eigen woorden schriftelijk doorgeven aan een collega.

Opleiding

Kan voor mededeelnemers een eenvoudige samenvatting maken van informatie uit lesboeken.

Kan een eenvoudige samenvatting in eigen woorden maken van een korte tekst.

Dagelijks leven

Kan voor de sportclub op basis van opgave door de ouders een rooster samenstellen voor het rijden naar uitwedstrijden.

Kan voor een vergadering van de bewonersvereniging een korte samenvatting maken van krantenberichten over de aanleg van een nieuwe speeltuin.

Etc.

Teksten verwerken

Vaardigheid: Lezen en schrijven

Niveau: B2

Voorbeelden teksten verwerken B2

Werk

Kan een samenvatting maken, inclusief commentaar en discussiepunten, van teksten op het eigen vakgebied.

Opleiding

Kan een samenvatting maken van gelezen proza, inclusief commentaar en discussiepunten.

Dagelijks leven

Kan een samenvatting maken van een rapport van de gemeente over de sanering van een park, inclusief commentaar en discussiepunten.

Etc.

Teksten verwerken

Vaardigheid: Lezen en schrijven

Niveau: C1

Voorbeelden teksten verwerken C1

Werk

Kan artikelen uit vaktijdschriften samenvatten.

Kan beleidsstukken samenvatten.

Opleiding

Kan artikelen uit vaktijdschriften samenvatten.

Kan samenvattingen maken van studieboeken.

Dagelijks leven

Kan beleidsstukken samenvatten voor een vereniging.

Kan ten behoeve van de leesclub een roman samenvatten.

Etc.

Aantekeningen maken

Vaardigheid: luisteren en schrijven

Niveau B1

Voorbeelden aantekeningen maken B1

Werk

Kan tijdens een bijeenkomst over een nieuwe inrichting van de werkplek de belangrijkste punten noteren.

Kan tijdens een voorlichting van de OR over de verkiezingen van nieuwe OR-leden de belangrijkste punten noteren.

Opleiding

Kan tijdens een voorlichting over een excursie de belangrijkste punten noteren.

Kan tijdens een bijeenkomst van de medezeggenschapsraad over verkiezingen de belangrijkste punten noteren.

Dagelijks leven

Kan tijdens een bijeenkomst van de bewonersvereniging over schoonmaak van de portieken de belangrijkste punten noteren.

Kan tijdens een voorlichting over verkeersdrempels in de straat de belangrijkste punten noteren.

Etc.

Aantekeningen maken

Vaardigheid : luisteren en schrijven

Niveau B2

Voorbeelden aantekeningen maken B2

Werk

Kan tijdens een lezing over een onderwerp op zijn/haar vakgebied notities maken.

Kan tijdens lezing van een collega over een nieuwe werkwijze notities maken.

Opleiding

Kan tijdens een werkcollege notities maken.

Kan tijdens een toespraak van de directeur de belangrijkste punten opschrijven.

Dagelijks leven

Kan tijdens een lezing over de flora en fauna in de buurt notities maken.

Kan tijdens een presentatie van de bouwplannen van een nieuwe wijk aantekeningen maken.

Etc.

Aantekeningen maken

Vaardigheid: luisteren en schrijven

Niveau C1

Voorbeelden aantekeningen maken C1

Werk

Kan tijdens een studiedag bij een lezing van een vakgenoot gedetailleerde notities maken voor collega’s.

Kan tijdens een voorlichting over arbeidsvoorwaarden gedetailleerde notities maken voor collega’s.

Opleiding

Kan tijdens een college gedetailleerde notities maken voor mededeelnemers.

Kan tijdens een spreekbeurt van een mededeelnemer gedetailleerde notities maken voor anderen.

Dagelijks leven

Kan tijdens een lezing in een museum gedetailleerde notities maken voor anderen.

Kan tijdens een voorlichting van de gemeente over de aanleg van een busbaan notities maken voor anderen.

Etc.

Vaardigheid: Luisteren

Niveau: A1

Voorbeelden bij de descriptoren bij luisteren A1:

Voor alle voorbeelden bij A1 geldt dat zij langzaam en duidelijk moeten worden uitgesproken en direct tot de luisteraar gericht moeten zijn.

Vaardigheid: Luisteren

Niveau: A2

Voorbeelden bij de descriptoren bij luisteren A2:

Voor alle voorbeelden op A2 geldt dat zij over onderwerpen gaan die direct betrekking hebben op de luisteraar of waarmee de luisteraar anderszins vertrouwd is. Bovendien dienen sprekers langzaam en duidelijk te spreken.

Vaardigheid: Lezen

Niveau: A1

Voorbeelden bij de descriptoren bij lezen A1:

Voor alle voorbeelden op A1 geldt dat zij handelen over vertrouwde concrete onderwerpen, uit korte enkelvoudige zinnen bestaan en gebruik maken van hoogfrequente woorden en standaardtaal en dat de lezer tijd genoeg heeft om dingen nogmaals over te lezen Tekstuele informatie wordt bij voorkeur door illustraties ondersteund.

Vaardigheid: Lezen

Niveau: A2

Voorbeelden bij de descriptoren bij lezen A2:

Voor alle voorbeelden op A2 geldt dat zij handelen over vertrouwde concrete onderwerpen en gebruik maken van hoogfrequente woorden en standaardtaal. De structuur is eenvoudig en helder en wordt door lay-out en eventueel met behulp van illustraties ondersteund.

Vaardigheid: Gesprekken voeren

Niveau: A1

Voorbeelden bij de descriptoren bij gesprekken A1:

Voor alle voorbeelden op A1 geldt dat door alle deelnemers (inclusief de persoon zelf) langzaam en met veel herhaling direct tot de persoon zelf wordt gesproken. De persoon zelf spreekt met een sterk, vaak moeilijk verstaanbaar accent, de gesprekspartner spant zich extra in om de interactie niet te doen stranden. Gespreksonderwerpen betreffen concrete alledaagse zaken en behoeften.

Vaardigheid: Gesprekken voeren

Niveau: A2

Voorbeelden bij de descriptoren bij gesprekken A2:

Voor alle voorbeelden op A2 geldt dat door betrokken deelnemers in directe interactie met elkaar en langzaam en duidelijk wordt gesproken. Het initiatief ligt doorgaans bij de andere gesprekspartners.

Vaardigheid: Spreken

Niveau: A1

Voorbeelden bij de descriptoren bij spreken A1:

Voor alle voorbeelden op A1 geldt dat de spreker langzaam en met veel pauzes met een sterk, vaak moeilijk verstaanbaar accent, De onderwerpen hebben direct betrekking op de spreker zelf, zijn naaste omgeving of personen uit die omgeving.

Vaardigheid: Spreken

Niveau: A2

Voorbeelden bij de descriptoren bij spreken A2:

Voor alle voorbeelden op A2 geldt dat de spreker langzaam en met een duidelijk, soms minder goed verstaanbaar accent spreekt. Het taalgebruik is eenvoudig en de onderwerpen beperken zich tot concrete zaken.

Vaardigheid: Schrijven

Niveau: A1

Voorbeelden bij de descriptoren bij schrijven A1:

Voor alle voorbeelden op A1 geldt dat het onderwerp zich beperkt tot de schrijver zelf of imaginaire personen. Dat alleen hoogfrequente, op de persoon zelf of op concrete zaken betrekking hebbende woorden worden gebruikt in een beperkt aantal zeer eenvoudige structuren. Correcte spelling van de meeste woorden (behalve de eigen persoonsgegevens) is afhankelijk van de onmiddellijke beschikbaarheid van een voorbeeld dat kan worden overgeschreven.

Vaardigheid: Schrijven

Niveau: A2

Voorbeelden bij de descriptoren bij schrijven A2:

Voor alle voorbeelden op A2 geldt dat de onderwerpen handelen over de directe leefwereld van de schrijver of over alledaagse onderwerpen. De woordenschat en het gebruik van grammaticale structuren is zeer beperkt. De spelling kan wanneer deze niet direct van een voorbeeld is overgeschreven afwijken van de spellingsregels maar is fonetisch redelijk correct voor zover de woorden behoren tot de mondelinge woordenschat van de schrijver.

Teksten verwerken

Vaardigheid: Lezen en schrijven

Niveau: A1

Voorbeelden bij teksten verwerken A1

Voorbeelden:

Werk

Kan een afspraak overnemen in de eigen agenda.

Kan een verjaardagskalender van collega’s opstellen op basis van via de e-mail verkregen informatie.

Opleiding

Kan van een rooster het leslokaal waar zijn/haar les is overnemen in de eigen agenda.

Kan losse woorden en korte zinnen overnemen uit een lesboek of van het schoolbord.

Dagelijks leven

Kan namen van producten overnemen uit een reclamefolder ten behoeve van een boodschappenlijstje.

Kan een adres uit een briefhoofd op een envelop schrijven.

Etc.

Teksten verwerken

Vaardigheid: Lezen en schrijven

Niveau: A2

Voorbeelden teksten verwerken A2

Werk

Kan een planning overnemen in de eigen agenda.

Kan een schriftelijke tekst verwerken in een e-mail.

Opleiding

Kan een rooster overnemen in de eigen agenda.

Kan het huiswerk van het bord overnemen in de eigen agenda.

Dagelijks leven

Kan standaardzinnen (uit een lesboek, uit een ontvangen brief) overnemen in een korte brief.

Kan een beschrijving van een product uit een folder overnemen.

Etc.

Aantekeningen maken

Vaardigheid: luisteren en schrijven

Niveau A1

Aantekeningen maken

Vaardigheid: luisteren en schrijven

Niveau A2

Voor de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op alfabetisering gelden de twee niveaus onder A1 alsmede het niveau A1 en de eindtermen voor deze niveaus zoals beschreven in het Raamwerk Alfabetisering NT21 (Cito B.V., Arnhem 2008).

Om vorderingen in een taalleerproces te kunnen meten of beoordelen zijn ijkpunten nodig. In het NT2-onderwijs worden ijkpunten gehanteerd die zijn beschreven in het Raamwerk NT22. Het Raamwerk NT2 is een bewerking van het Common European Framework of Reference3, een Europese niveaubeschrijving voor vaardigheid in de vreemde talen. Er bestaat geen Europees Raamwerk voor alfabetisering. Voor de Alfabetisering in het Nederlands als tweede taal, is het Raamwerk Alfabetisering NT24 ontwikkeld.

Voor de ontwikkeling van het Raamwerk Alfabetisering NT2 is gebruik gemaakt van bestaande referentiekaders zoals het Raamwerk NT2 en de Blokkendoos, maar ook van alfabetiseringstheorieën en onderzoek dat op dit terrein is gedaan. Een uitgebreide verantwoording van de totstandkoming van het Raamwerk Alfabetisering vindt u in Stockmann (2004).

In het Raamwerk Alfabetisering worden drie niveaus beschreven: Alfa A, Alfa B en Alfa C. Het niveau Alfa C loopt parallel met niveau A1 van het Raamwerk NT2. Er worden dus twee niveaus onder A1 onderscheiden. Op elk niveau worden technische vaardigheden en functionele vaardigheden beschreven. Na het behalen van de niveaustap Alfa A beheerst men het alfabetisch principe. Na Alfa B kan men effectiever lezen en schrijven doordat clusters en morfemen als geheel gelezen en geschreven kunnen worden. Na C is het lezen en schrijven zodanig geautomatiseerd dat het in de verdere taalverwerving geen stagnaties meer veroorzaakt. Het Raamwerk Alfabetisering loopt door tot niveau Alfa C omdat het alfabetiseringniveau op niveau Alfa B nog niet is voltooid. Als we dus de fout zouden maken te denken dat de alfadeelnemers na Alfa B met de geletterde deelnemers mee kunnen in een groep op weg naar A1, dan lopen we het risico dat het leerproces zal stagneren omdat de alfadeelnemer het proces van lezen en schrijven nog onvoldoende geautomatiseerd heeft.

Achtereenvolgens wordt een globaal overzicht van de beschreven niveaus gegeven, daarna het Raamwerk technische vaardigheden en ten slotte het Raamwerk functionele vaardigheden.

Bij het Raamwerk functionele vaardigheden zijn ook voorbeelden opgenomen van taken die de leerder op het betreffende niveau kan uitvoeren. Vanaf niveau Alfa B zijn de voorbeelden gekoppeld aan het uitstroomperspectief. De volgende perspectieven worden onderscheiden: opvoeding, maatschappelijke participatie en werk. Op niveau Alfa A is geen onderscheid naar perspectief gemaakt omdat de vaardigheid van de leerders dan nog erg basaal is waardoor een duidelijk onderscheid niet goed mogelijk is.

De onderstaande tabel geeft inzicht in globale kenmerken van de vaardigheden op de niveaus Alfa A, B en C.

¹ De verdeling in subvaardigheden is gebaseerd op het Raamwerk NT2.

Eindtermen digitale vaardigheden

Inhoudsopgave

Domein 1: Het gebruik van ICT-systemen

Domein 2: Beveiliging, privacy en gezondheid

Domein 3: Informatie zoeken

Domein 4: Informatie verwerken

Domein 5: Digitaal communiceren

Domein 1: Het gebruik van ICT-systemen

Toelichting: Het gaat in dit domein om het gebruiken van (functies van) ICT-systemen. Hieronder vallen zowel computers, smartphones, tablets en printers als ook digitale apparatuur zoals wasmachines, smart-tv’s en wekkers.

Domein 2: Beveiliging, privacy en gezondheid

Toelichting: In domein 2 gaat het om het volgen van regels voor veilig en gezond werken met ICT-systemen. De focus ligt op veiligheid, privacy, lichamelijke en geestelijke gezondheid van zichzelf en anderen.

Domein 3: Informatie zoeken

Toelichting:In domein 3 gaat het om informatie zoeken, vinden en selecteren.

Domein 4: Informatie verwerken

Toelichting: In domein 4 gaat het om het omzetten van informatie in een tekst, schema, tabel of afbeelding en om het invullen van formulieren.

Domein 5: Digitaal communiceren

Toelichting: In dit domein is de focus contact en digitale interactie met personen of instanties, via sociale media of online portals. Hierbij kan gedacht worden aan communicatie en interactie door middel van presentaties, e-mailen, appen, internetbankieren, Facebookgroepen en elektronische leeromgevingen.

Deze bijlage bevat de volgende hoofdstukken:

Alle taalschakeltrajecten bestaan uit basisvakken en eventuele maatwerkvakken en omvatten daarnaast leervaardigheden, vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze en kennis van de Nederlandse maatschappij. De basisvakken en eventuele maatwerkvakken verschillen per taalschakeltraject en zijn te vinden in de hoofdstukken 2 tot en met 8. De eindtermen voor de leervaardigheden, vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze en kennis van de Nederlandse maatschappij zijn hetzelfde voor alle taalschakeltrajecten en te vinden in de hoofdstukken 9 tot en met 11. Per taalschakeltraject zijn dus de volgende eindtermen van toepassing:

De basisvakken betreffen verschillende niveaus voor Nederlands, Engels en rekenen of wiskunde. Voor de niveau-aanduiding voor Nederlands en Engels wordt gebruik gemaakt van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen, overal afgekort als ‘ERK’.

N.v.t.

N.v.t.

1 Deze eindterm is optioneel.

1 Deze eindterm is optioneel.

Deze eindtermen gelden voor alle taalschakeltrajecten. Op deze eindtermen dient de deelnemer een ontwikkeling te laten zien.

De deelnemer weet wat de (onderscheidende) kenmerken zijn van de Nederlandse onderwijscultuur, zoals de omgang tussen docenten en deelnemers, en de nadruk op zelfstandigheid en samenwerking in het leren.

De deelnemer gaat in discussies en omgang respectvol om met mensen met verschillende culturele, politieke en religieuze achtergrond, met andersdenkenden en heeft aandacht voor diversiteit en inclusie.

De deelnemer weet welk gedrag (omgangsvorm, uiterlijk) verwacht wordt in verschillende situaties tijdens de opleiding en laat dit gedrag zelf ook zien.

De deelnemer gaat met mededeelnemers, docenten en collega’s om zoals dat van hem17 verwacht wordt in het kader van de opleiding.

De deelnemer weet wat hij moet doen als een situatie in het kader van zijn opleiding voor hem (persoonlijk) een uitdaging vormt.

e.1 Reflecteren op eigen gedrag

Denkt na over het eigen gedrag en past dit eventueel aan in het kader van zijn opleiding.

e.2 Inschatten welke gevolgen keuzes voor jezelf en anderen hebben

Benoemt wat de gevolgen voor hemzelf en anderen zijn als hij een keuze maakt binnen een opdracht of taak in het kader van zijn opleiding.

e.3 Bijstellen van gedrag naar aanleiding van reflectie of feedback

Als hij zelf op basis van reflectie constateert of door anderen gewezen wordt op bepaalde effecten van zijn gedrag, past hij dit aan.

De deelnemer behandelt nieuwe informatie op de juiste wijze in het kader van zijn opleiding.

a.1 Informatie zoeken en selecteren

Weet hoe hij informatie moet zoeken en selecteert deze in het kader van zijn opleiding.

a.2 Informatie verwerken

Verwerkt informatie ten behoeve van een opdracht of taak in het kader van zijn opleiding.

a.3 Informatie analyseren en interpreteren

Analyseert en interpreteert gevonden informatie in het kader van zijn opleiding.

a.4 Informatie evalueren

Geeft een oordeel over relevantie, bruikbaarheid en betrouwbaarheid van informatie.

a.5 Informatie presenteren en mondeling rapporteren

Presenteert in het kader van zijn opleiding informatie die hij verwerkt, geanalyseerd en geëvalueerd heeft en kiest hiervoor een passende presentatievorm.

De deelnemer geeft zelf sturing aan zijn leerproces in het kader van zijn opleiding.

b.1 Verantwoordelijkheid nemen voor het leerproces

Neemt zelf de verantwoordelijkheid voor zijn leerproces in het kader van zijn opleiding.

b.2 Leerdoelen (bij)stellen

Werkt in het kader van zijn opleiding zelf zijn leerdoelen uit en stelt deze bij als dit tijdens het proces nodig blijkt.

b.3 Leeractiviteiten selecteren

Bepaalt welke leeractiviteiten hij onderneemt om zijn leerdoel te bereiken in het kader van zijn opleiding.

b.4 Plannen

Plant zijn werkzaamheden volgens de gestelde leerdoelen in het kader van zijn opleiding.

b.5 Reflecteren op voortgang

Gaat (in overleg met zijn docent) regelmatig na of de voortgang volgens planning verloopt in het kader van zijn opleiding.

De deelnemer werkt samen met anderen in groepsverband in een team of in een project in het kader van zijn opleiding.

c.1 Afspraken nakomen

Komt afspraken na, zoals op tijd komen, beloofde bijdragen tijdig aanleveren e.d. in het kader van zijn opleiding.

c.2 Actief deelnemen aan overleg

Luistert actief en praat mee over het onderwerp van een discussie of overleg in het kader van zijn opleiding.

c.3 Constructieve bijdrage leveren aan het eindresultaat

Werkt in het kader van zijn opleiding volgens de afgesproken taakverdeling waarbij hij het verwachte eindresultaat in het oog houdt.

c.4 Op gepaste wijze feedback geven

Spreekt in het kader van zijn opleiding anderen op een gepaste manier aan op hun gedrag of houding.

c.5 Op gepaste wijze feedback ontvangen

Reageert in het kader van zijn opleiding passend op kritische opmerkingen en geeft aan wat hij hiermee gaat doen.

c.6 Initiatief nemen

Neemt in het kader van zijn opleiding waar nodig maatregelen om zijn traject goed te laten verlopen en te houden.

De deelnemer onderhoudt op gepaste wijze contact met anderen in het kader van zijn opleiding.

d.1 Luisteren naar de inbreng van anderen

Luistert naar wat anderen zeggen en vinden, in het kader van zijn opleiding.

d.2 Bijdrage leveren aan een gesprek, overleg of discussie

Zorgt ervoor dat hij aan het woord komt als hij iets wil zeggen in een gesprek, overleg of discussie in het kader van zijn opleiding.

d.3 Aangeven wat hij wil

Geeft duidelijk aan wat hij wil in het kader van zijn opleiding.

d.4 Aangeven wat hij vindt

Geeft zijn mening op momenten dat dit opportuun is in het kader van zijn opleiding.

De deelnemer is in staat oplossingen te vinden voor problemen die binnen een opdracht of taak tijdens het werkproces ontstaan in het kader van zijn opleiding.

e.1 Probleem herkennen/definiëren

Herkent een probleem tijdens het werkproces en benoemt het op een begrijpelijke manier in het kader van zijn opleiding.

e.2 Probleem analyseren

Geeft de oorzaak en aard aan van problemen die ontstaan tijdens het werkproces in het kader van zijn opleiding.

e.3 (Een) oplossing(en) voor een probleem bedenken

Bedenkt (samen met anderen) mogelijke oplossingen voor problemen die hij tegenkomt in het kader van zijn opleiding.

e.4 Gericht hulp vragen

Vraagt op het juiste moment en op de juiste manier gericht om hulp bij het oplossen van een probleem in het kader van zijn opleiding.

a.1 Instructies lezen

Weet wat hij moet doen naar aanleiding van geschreven instructies, bijvoorbeeld een stappenplan of een handleiding in het kader van zijn opleiding.

a.2 Studerend en taakgeoriënteerd lezen

Leest studieteksten om informatie te kunnen onthouden, begrijpen en reproduceren in het kader van zijn opleiding.

a.3 Lezen van betogen

Begrijpt betogende teksten en weet waarvan de schrijver hem probeert te overtuigen in het kader van zijn opleiding.

b.1 Luisteren naar een langere uitleg

Begrijpt een langere uitleg in de klas en kan er de juiste informatie uit halen.

b.2 Luisteren naar instructies

Weet wat hij moet doen naar aanleiding van mondelinge instructies en uitleg in het kader van zijn opleiding.

c.1 Deelnemen aan overleg en discussies in het kader van de opleiding

Neemt actief deel aan overleg en discussies om informatie en meningen uit te wisselen over onderwerpen in het kader van zijn opleiding.

c.2 Deelnemen aan informele gesprekken

Neemt actief deel aan informele gesprekken met mededeelnemers, in de pauze of tussen de lessen.

d.1 Presenteren

Geeft in het kader van zijn opleiding presentaties over onderwerpen, resultaten van opdrachten of onderzoek.

d.2 Uitleg of onderbouwing geven tijdens een discussie, overleg of gesprek

Is in het kader van zijn opleiding langere tijd aan het woord tijdens een discussie, overleg of gesprek om iets uit te leggen of zijn mening te onderbouwen.

e.1 Notities maken tijdens een opdracht of uitleg

Maakt in het kader van zijn opleiding begrijpelijke aantekeningen van een korte en gestructureerde plenair gegeven uitleg of van een kort overleg of opdracht.

e.2 Verslagen maken

Maakt in het kader van zijn opleiding een schriftelijk verslag van een project of opdracht.

f.1 Algemene schooltaalwoorden begrijpen en gebruiken

Begrijpt de algemene schooltaalwoorden die hij nodig heeft om de opleiding te kunnen volgen en kan deze ook gebruiken in het kader van zijn opleiding.

f.2 Algemene rekentaal begrijpen en gebruiken

Begrijpt de algemene rekentaal die hij nodig heeft om de opleiding te kunnen volgen en kan deze ook gebruiken in het kader van zijn opleiding.

f.3 Algemene vaktaalwoorden binnen het beoogde vakgebied begrijpen en gebruiken

Beheerst een redelijke basis wat betreft algemene vaktaalwoorden en kan deze ook gebruiken in het kader van zijn opleiding.

De deelnemer gebruikt verschillende digitale devices (zoals computer, smartphone) op een passende manier in het kader van zijn opleiding.

De deelnemer gebruikt de interfacemogelijkheden voor basisfuncties binnen applicaties in het kader van zijn opleiding.

De deelnemer gebruikt in het kader van zijn opleiding meerdere relevante applicaties die tegelijkertijd actief zijn en kan informatie uitwisselen tussen die applicaties.

De deelnemer gebruikt webadressen, portals en zoekmachines op een manier die past bij de zoekvraag om (betrouwbare) digitale bronnen te vinden in het kader van zijn opleiding.

e.1 Veiligheid en privacy in acht nemen bij internetgebruik

Neemt maatregelen om te voorkomen dat (privé)informatie ongewenst wordt verspreid op internet in het kader van zijn opleiding.

e.2 Nepnieuws en fraude herkennen

Weet hoe de bron achterhaald en beoordeeld kan worden van informatie zoals op sociale media en online communicatie en herkent nepnieuws of fraude.

e.3 Invloed van media onderkennen

Weet, in het kader van zijn opleiding, dat de media invloed proberen uit te oefenen op zijn internetgebruik.

Deze eindtermen gelden voor alle taalschakeltrajecten.

Zie voor de eindtermen voor kennis van de Nederlandse maatschappij bijlage 2 bij de Regeling inburgering 2021. Deze eindtermen gelden voor alle taalschakeltrajecten.