Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 21 januari 2013, nr. IENM/BSK-2013/6117, tot goedkeuring van de examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2013Besluit tot goedkeuring examenreglementen en examenprogramma's voor de binnenvaart 2013De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 1.12, 2.3, 2.10, achtste lid, 7.8, tiende lid, 7.9, vierde lid, en 7.21 van de Binnenvaartregeling en artikel 3, tweede lid, van bijlage 4 bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;

BESLUIT:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, namens deze,De Directeur Maritieme ZakenR.W.Huyser

Het algemeen examenreglement CCV, alsmede de examenprogramma’s voor de volgende diploma’s van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk, opgenomen in bijlage 1, worden goedgekeurd:

De examenreglementen en de examenprogramma’s voor de volgende diploma’s van de Stichting VAMEX te Den Haag, opgenomen in bijlage 2, worden goedgekeurd:

De Examenregeling cursus Zoute Veren Nautisch en de Examenregeling cursus Zoute Veren Technisch, houdende de examenprogramma’s en examenvoorschriften voor de diploma’s Zoute Veren Nautisch en Zoute Veren Technisch van het Maritiem Instituut Willem Barentsz. te West-Terschelling, opgenomen in bijlage 3, worden goedgekeurd.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst met dien verstande dat artikel 1, onderdelen g en h, terugwerken tot en met 1 juni 2012 en artikel 3 terugwerkt tot en met 1 maart 2012.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CCV.

Voor het behalen van het diploma schipper alle binnenwateren moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR. Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald. De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Voor deelname aan examenonderdeel Navigatie 1 moet een vaartijd zijn opgebouwd van drie jaar. Als vaartijd wordt aangemerkt de vaartijd die na het bereiken van de 16 jarige leeftijd wordt opgebouwd als lid van de dekbemanning van een schip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren, en/of van een schip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.

De vereiste vaartijd kan met maximaal drie jaar verminderd worden als een kandidaat een beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart heeft voltooid. Afhankelijk van de gevolgde opleiding wordt de termijn van vrijstelling bepaald.

De vereiste vaartijd is met maximaal twee jaar te verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een schip:

De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt CCV de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

Een kandidaat die zowel een diploma van een opleiding in de binnenvaart heeft behaald als op zee heeft gevaren, kan de vaartijdvermindering zoals hierboven bedoeld bij elkaar optellen tot een maximum van drie jaar.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CCV.

Voor het behalen van het diploma Schipper rivieren, kanalen en meren moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Voor deelname aan examenonderdeel Navigatie 1 moet een vaartijd zijn opgebouwd van drie jaar. Als vaartijd wordt aangemerkt de vaartijd die na het bereiken van de 16 jarige leeftijd wordt opgebouwd als lid van de dekbemanning van een schip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren, en/of van een schip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.

De vereiste vaartijd kan met maximaal drie jaar verminderd worden als een kandidaat een beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart heeft voltooid. Afhankelijk van de gevolgde opleiding wordt de termijn van vrijstelling bepaald.

De vereiste vaartijd is met maximaal twee jaar te verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een schip:

Hierbij gelden 250 zeedagen als één jaar vaartijd.

De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt CCV de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

Een kandidaat die zowel een diploma van een opleiding in de binnenvaart heeft behaald als op zee heeft gevaren, kan de vaartijdvermindering zoals hiervoor bedoeld, bij elkaar optellen tot een maximum van drie jaar.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CCV.

Voor het behalen van het diploma Schipper Zeilvaart moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur, tijdsduur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Voor deelname aan examenonderdeel Navigatie Zeilvaart 1 moet een vaartijd van twee jaar zijn opgebouwd. De kandidaat moet een vaartijd hebben opgebouwd van twee jaar als lid van de dekbemanning van een zeilschip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren en/of van een zeilschip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.

CCV bepaalt of een kandidaat aan de vereiste vaartijd voldoet en bepaalt in voorkomende gevallen eventueel in overleg met de voorzitter de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

De vereiste vaartijd is met maximaal een jaar ter verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een zeilschip:

De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt CCV de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CCV.

Voor het behalen van het diploma Ondernemer in de binnenvaart moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

Tevens moet de kandidaat in het bezit zijn van het diploma AOV of gelijkwaardig, het Ondernemersdiploma of de deelcertificaten ‘Financiering’, ‘Organisatie’ en ‘Administratie’ van het Ondernemersexamen of een door STEVES 1 afgegeven ‘Bewijs van vrijstelling’ voor genoemde opleidingen.

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

Geen.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CCV.

Voor het behalen van het diploma Radar moeten de volgende examenonderdelen zijn behaald:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijs alsmede de tijdsduur van het examen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat is voor een onderdeel geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

De examenresultaten blijven geldig voor een termijn van één jaar na de examendatum.

Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma’s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.

De directie van CCV kan beslissingen nemen over vrijstellingen in geval een diploma niet in de vrijstellingsregeling is genoemd.

De kandidaat moet op de examendatum in het bezit zijn van een geldig schipperspatent als bedoeld in het Besluit Reglement radarpatenten en een geldig basiscertificaat marifonie.

ADN

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CCV.

Het ADN kent de volgende examenmogelijkheden en de daarbij behorende diploma’s:

De eindtermen, cesuur en vorm van het examen staan per examenonderdeel in de vigerende CBR/CCV-toetsmatrijs vermeld. De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Een kandidaat moet voorafgaande aan de eerste maal dat het Basis examen wordt afgelegd, hebben deelgenomen aan een ADN-opleiding.

Het examen ADN basisopleiding kan of onmiddellijk of binnen zes maanden na het einde van de opleiding plaatsvinden (8.2.2.7.1.1).

De opleidingen moeten zijn erkend door CCV.

Conform 8.2.2.7.2 kunnen kandidaten die geslaagd zijn voor het examen ADN Basisopleiding een vervolgcursus gassen of chemicaliën volgen. Deze cursus moet afgerond worden door een examen.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CBR.

Een kandidaat die het praktijkexamen schipper binnenvaart, zoals bedoeld in artikel 7.19a van de Binnenvaartregeling, met goed gevolg aflegt, ontvangt een Verklaring Praktijkexamen Vaartijd afgegeven door CBR. De Verklaring Praktijkexamen Vaartijd is onbeperkt geldig en geeft recht op vermindering van de vaartijd, bedoeld in artikel 7.18, eerste lid, van de Binnenvaartregeling, met drie jaar.

Het praktijkexamen schipper binnenvaart bestaat uit minimaal 180 dagen vaartijd, een portfolio en vier praktijktoetsen:

Praktijktoets 1;

Praktijktoets 2;

Praktijktoets 3;

Praktijktoets 4.

Voor het behalen van de Verklaring Praktijkexamen Vaartijd moet de kandidaat voor alle vier de praktijktoetsen zijn geslaagd, een goedgekeurd portfolio hebben en 180 dagen vaartijd kunnen aantonen.

Voor iedere praktijktoets is een toetsmatrijs vastgesteld. De toetsmatrijs bestaat uit competenties/eindtermen, die aangeven waar een kandidaat aan moet voldoen. Tevens staan de cesuur en de vorm van de toetsen in de toetsmatrijs. De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Het portfolio moet voldoen aan het format van het CBR. Dit vaste format staat op de website van het CBR.

De praktijktoetsen 1, 2 en 3 worden namens het CBR afgenomen door een organisatie, vermeld op de website van het CBR.

Praktijktoets 4 wordt afgenomen door een CBR-examinator. Deze toets wordt afgenomen op een schip van een organisatie, genoemd op de website van het CBR.

Het praktijkexamen start op de dag dat een kandidaat zich aanmeldt bij één van de organisaties, die praktijktoets 1 tot en met 3 afneemt.

Alle praktijktoetsen bestaan uit een aantal deeltoetsen. Alle deeltoetsen moeten zijn behaald om te zijn geslaagd voor de betreffende praktijktoets. Een kandidaat is voor een deeltoets geslaagd als tenminste een voldoende is behaald. De resultaten van de praktijktoetsen zijn geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat die slaagt voor praktijktoets 1, minimaal 60 dagen vaartijd kan aantonen, en in het bezit is van het CBR-diploma Aspirant Schipper kan de functie Matroos aanvragen in zijn dienstboekje.

De Verklaring Praktijkexamen Vaartijd geeft vrijstelling voor het CBR-examen Navigatie 1. De Verklaring geeft geen vrijstelling voor de overige theorie-examens.

Een herkansing kan niet eerder plaatsvinden dan wanneer de onderdelen waar de kandidaat voor is gezakt opnieuw zijn aangetoond in het portfolio.

De kandidaat moet minimaal 21 jaar oud zijn.

De kandidaat moet een schriftelijk overeenkomst hebben met een officieel erkend leerbedrijf voor het invullen van zijn portfolio.

De kandidaat moet minimaal het volgende aantal vaardagen hebben opgebouwd (binnen het praktijkexamentraject), voordat hij deel mag nemen aan een praktijktoets:

Praktijktoets 1: 45 dagen;

Praktijktoets 2: 90 dagen;

Praktijktoets 3: 135 dagen;

Praktijktoets 4: 180 dagen.

De kandidaat moet per praktijktoets een door de assessor goedgekeurd portfolio hebben. Alleen assessoren van organisaties, die op de website van het CBR vermeld staan, mogen deze beoordelen.

De kandidaat moet voor alle theorie-examens behorende bij het diploma Schipper AB of het diploma Schipper RKM, met uitzondering van Navigatie 1, zijn geslaagd voordat hij praktijktoets 4 mag afleggen.

Voor praktijktoets 2, 3 en 4 geldt dat de kandidaat voor de daaraan voorafgaande toetsen is geslaagd.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CBR.

Een kandidaat die het praktijkexamen matroos binnenvaart, zoals bedoeld in artikel 2.9, zevende lid, onderdeel b, onder 2⁰, van de Binnenvaartregeling, met goed gevolg aflegt, ontvangt een Verklaring Praktijkexamen Matroos afgegeven door het CBR.

Het praktijkexamen matroos binnenvaart bestaat uit een portfolio en een praktijktoets.

Voor het behalen van de Verklaring Praktijkexamen Matroos moet de kandidaat voor de praktijktoets zijn geslaagd, een goedgekeurd portfolio hebben en 60 dagen vaartijd binnen het examentraject kunnen aantonen.

Voor de praktijktoets is een toetsmatrijs vastgesteld. De toetsmatrijs bestaat uit competenties/eindtermen, die aangeven waar een kandidaat aan moet voldoen. Tevens staan de cesuur en de vorm van de toetsen in de toetsmatrijs. De toetsmatrijs is terug te vinden op de website van het CBR.

Het portfolio moet voldoen aan het format van het CBR. Dit vaste format staat op de website van het CBR.

De praktijktoets wordt namens het CBR afgenomen door een organisatie, vermeld op de website van het CBR. De praktijktoets wordt afgenomen op een schip van eerder genoemde organisatie.

De praktijktoets bestaat uit een aantal deeltoetsen. Alle deeltoetsen moeten zijn behaald om te zijn geslaagd voor de praktijktoets. Een kandidaat is voor een deeltoets geslaagd als tenminste een voldoende is behaald.

Een herkansing kan niet eerder plaatsvinden dan wanneer de onderdelen waar de kandidaat voor is gezakt opnieuw zijn aangetoond in het portfolio.

De kandidaat moet minimaal 19 jaar oud zijn.

De kandidaat moet een schriftelijk overeenkomst hebben met een officieel erkend leerbedrijf voor het invullen van zijn portfolio.

De kandidaat moet minimaal 60 dagen vaartijd binnen het examentraject hebben opgebouwd, voordat hij kan deelnemen aan de praktijktoets.

De kandidaat moet een door de assessor goedgekeurd portfolio hebben. Alleen assessoren van organisaties die op de website van het CBR vermeld staan, mogen deze beoordelen.

Zie algemeen examenreglement CCV op de website van CBR.

Het CBR verstrekt de Verklaring praktijkexamen Schipper rondvaartboot beperkt vaargebied, als bedoeld in art. 7.6, lid 2, sub b van de Binnenvaartregeling, aan kandidaten die met goed gevolg het praktijkexamentraject Schipper rondvaartboot beperkt vaargebied hebben afgerond.

Het examentraject bestaat uit een viertal praktijktoetsen. De praktijktoetsen 1, 2 en 3 van het praktijkexamen worden namens het CBR afgenomen door een erkend opleidingsinstituut. De vierde en afsluitende praktijktoets wordt afgenomen door het CBR. Het praktijkexamentraject kent een instapeis van minimaal 90 vaardagen en duurt daarna ook nog minimaal 90 vaardagen. Tussen twee afname momenten zijn steeds minimaal 30 vaardagen gelegen.

Voor het behalen van de Verklaring praktijkexamen Schipper rondvaartboot beperkt vaargebied moet de kandidaat voor alle vier de praktijktoetsen zijn geslaagd, een goedgekeurd portfolio hebben en 180 dagen vaartijd kunnen aantonen.

Voor iedere praktijktoets is een toetsmatrijs vastgesteld. De toetsmatrijs bestaat uit competenties/eindtermen, die aangeven waar een kandidaat aan moet voldoen. Tevens staan de cesuur en de vorm van de toetsen in de toetsmatrijs.

De toetsmatrijzen zijn terug te vinden op de website van het CBR.

Het portfolio moet voldoen aan het format van het CBR. Dit vaste format staat op de website van het CBR.

De praktijktoetsen 1, 2 en 3 worden namens het CBR afgenomen door een door het CBR erkend opleidingsinstituut, dat staat vermeld op de website van het CBR.

Praktijktoets 4 wordt afgenomen door twee CBR-examinatoren met nautische kennis, waarvan ten minste een examinator specifieke kennis van de rondvaartbranche bezit.

Het praktijkexamentraject start op de dag dat een kandidaat zich aanmeldt bij één van de erkende opleidingsinstituten, die praktijktoets 1 tot en met 3 afneemt.

Voorafgaand aan de praktijktoetsen 2, 3 en 4, moeten een aantal portfolio opdrachten worden uitgevoerd. Alle portfolio opdrachten moeten met een voldoende zijn afgesloten om aan de betreffende praktijktoets te kunnen deelnemen. De resultaten van de praktijktoetsen zijn geldig voor een termijn van twee jaar na de examendatum.

Een kandidaat die slaagt voor praktijktoets 1 en minimaal 90 dagen vaartijd kan aantonen kan voor de duur van het praktijkexamentraject de functie Lichtmatroos aanvragen in zijn dienstboekje.

Een herkansing van een praktijktoets kan niet eerder plaatsvinden dan wanneer de onderdelen waar de kandidaat voor is gezakt opnieuw zijn aangetoond in het portfolio en er opnieuw 30 vaardagen zijn gemaakt.

De kandidaat moet bij de aanvang van het praktijkexamentraject minimaal 21 jaar oud zijn.

De kandidaat moet bij de aanvang van het praktijkexamentraject in het bezit zijn van een Klein Vaarbewijs en tenminste een marifooncertificaat.

De kandidaat moet bij de aanvang van, en gedurende het praktijkexamentraject een schriftelijke overeenkomst hebben met een officieel erkend leerbedrijf voor het invullen van zijn portfolio.

De kandidaat moet minimaal het volgende aantal vaardagen hebben opgebouwd voordat hij deel mag nemen aan een praktijktoets:

Praktijktoets 1: minimaal 90 dagen aangetoond met een gestempeld dienstboekje;

Praktijktoets 4: minimaal 180 dagen, waarvan minimaal 90 vaardagen zijn opgebouwd tijdens het praktijkexamentraject, aangetoond met een vaartijdverklaring van de Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart;

De kandidaat moet per praktijktoets een door de assessor goedgekeurd portfolio hebben. Alleen assessoren van organisaties, die op de website van het CBR vermeld staan, mogen deze beoordelen.

Voor praktijktoets 2, 3 en 4 geldt dat de kandidaat voor de daaraan voorafgaande praktijktoetsen is geslaagd.

Zie de reglementen voor de examens voor het klein vaarbewijs en het diploma CWO groot motorschip op de website van VAMEX.

Het examen KVB1 omvat de volgende onderdelen:

Het examen KVB2 omvat de volgende onderdelen:

West-Terschelling, 9 oktober 2015

Het examen voor verkrijging van het diploma Zoute Veren omvat de volgende vakken:

Exameneisen

Ten aanzien van de in het examenprogramma genoemde onderdelen, dient de betrokkene te voldoen aan de volgende normen:

Deze regeling verstaat onder:

De cursus: cursus Zoute Veren module nautisch georganiseerd door het MIWB;

De kandidaat: degene die zich voor deelname aan een examen heeft gemeld;

De examinator: een door de examencommissie, op grond van zijn/haar deskundigheid, aangewezen persoon, die als zodanig is betrokken bij het afsluitend examen.

Aan deelnemers van de cursus wordt de gelegenheid geboden om ter verkrijging van een diploma Zoute Veren, een examen af te leggen volgens de bepalingen van deze regeling.

Het examen wordt door de examinatoren geëvalueerd op niveau en overeenstemming met het leerplan. Deze evaluatie vindt achteraf plaats en in overleg met de directeur van de opleiding.

Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de voorzitter van de examencommissie, verhinderd is bij enig vak of enig deel van het examen aanwezig te zijn, wordt hem de gelegenheid geboden, zonder kosten, bij een volgende gelegenheid in dat vak of in dat deel alsnog geëxamineerd te worden.

Indien het examen bedoeld in dit hoofdstuk niet op regelmatige wijze heeft plaatsgehad, of indien twijfel bestaat of het examen op regelmatige wijze heeft plaats gehad, kan de voorzitter van de examencommissie, besluiten dat het examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw worden afgenomen. Hij bepaalt daarbij tevens zo spoedig mogelijk op welk tijdstip dit zal plaatsvinden.

De examencommissie stelt in een vergadering vast welke kandidaten zijn geslaagd en welke zijn afgewezen.

Een kandidaat die deelneemt aan het eindexamen ter verkrijging van het diploma Zoute Veren is geslaagd indien hij voor alle vakken van het eindexamen ten minste het cijfer zes heeft behaald en het praktisch gedeelte met voldoende resultaat heeft doorlopen.

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet en waarin een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is beslist de voorzitter van de examencommissie.

Deze regeling kan worden aangehaald als Examenregeling cursus Zoute Veren Nautisch.

West-Terschelling, 9 oktober 2015

Het eindexamen voor de verkrijging van het diploma Zoute Veren (techniek) omvat de volgende vakken:

Exameneisen

De kandidaten moeten theoretische kennis bezitten en kunnen toepassen van onderstaande onderwerpen voor zover voor de schepen in de onderscheidene veerdiensten van belang.

Deze regeling verstaat onder:

De cursus: cursus Zoute Veren module technisch georganiseerd door het MIWB

De kandidaat: degene die zich voor deelname aan een examen heeft gemeld

De examinator: een door de examencommissie, op grond van zijn/haar deskundigheid, aangewezen persoon, die als zodanig is betrokken bij het afsluitend examen

Aan deelnemers van de cursus wordt de gelegenheid geboden om ter verkrijging van een diploma Zoute Veren, een examen af te leggen volgens de bepalingen van deze regeling.

2 De indeling, de vakken en het programma van het eindexamen

Het examen wordt door de examinatoren geëvalueerd op niveau en overeenstemming met het leerplan. Deze evaluatie vindt achteraf plaats en in overleg met de directeur van de opleiding.

Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de voorzitter van de examencommissie, verhinderd is bij enig vak of enig deel van het examen aanwezig te zijn, wordt hem de gelegenheid geboden, zonder kosten, bij een volgende gelegenheid in dat vak of in dat deel alsnog geëxamineerd te worden.

Indien het examen bedoeld in dit hoofdstuk niet op regelmatige wijze heeft plaatsgehad, of indien twijfel bestaat of het examen op regelmatige wijze heeft plaats gehad, kan de voorzitter van de examencommissie, besluiten dat het examen geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw worden afgenomen. Hij bepaalt daarbij tevens zo spoedig mogelijk op welk tijdstip dit zal plaatsvinden.

De examencommissie stelt in een vergadering vast welke kandidaten zijn geslaagd en welke zijn afgewezen.

Een kandidaat die deelneemt aan het eindexamen ter verkrijging van het diploma Zoute Veren is geslaagd indien hij voor alle vakken van het eindexamen ten minste het cijfer zes heeft behaald en het praktisch gedeelte met voldoende resultaat heeft doorlopen.

De cijferlijst is ondertekend door de voorzitter van de examencommissie en het lid van de examencommissie dat het diploma heeft mede ondertekend.

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet en waarin een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is beslist de voorzitter van de examencommissie.

Deze regeling kan worden aangehaald als Examenregeling cursus Zoute Veren Technisch.