Wijzigingen Officiële bron
Gewijzigde aanvraagprocedure diploma-erkenningGewijzigde aanvraagprocedure diploma-erkenningDe directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs,R.J.A.Kerstens

Deze publicatie bevat informatie over de procedure voor het aanvragen van diploma-erkenning voor niet bekostigde instellingen, dan wel bekostigde instellingen die niet bekostigde beroepsopleidingen willen aanbieden. Deze aanvraag geldt ook als aanmelding van de diploma-erkenning van de betreffende opleiding(en) voor registratie in het centraal register beroepsopleidingen (crebo).

Met ingang van 1 augustus 2012 is de wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) betreffende de beroepsgerichte kwalificatiedossiers door het Parlement aangenomen en worden opleidingen volgens de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (BKS) verzorgd.

Aanvragen diploma-erkenning moeten ingediend worden op grond van artikel 1.4.1, gelezen in samenhang met artikel 6.2.1, van de Web. Aanvragen kunt u het gehele jaar door indienen.

Eenmaal verkregen erkenningen blijven van kracht tot de opleiding(en) niet langer worden verzorgd of de erkenning door de minister wordt ingetrokken.

De beroepsgerichte kwalificatiedossiers en de indeling van de dossiers in opleidingsdomeinen zijn gepubliceerd in de ‘Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2012’, te vinden via de link http://wetten.overheid.nl.

Indien er nieuwe dossiers en/of aanpassingen aan bestaande dossiers zijn, zullen deze bekendgemaakt worden.

Het verkrijgen van diploma-erkenning betekent dat aan het met goed gevolg afleggen van examens (of onderdelen van examens) van een beroepsopleiding een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 van de Web is verbonden.

Wettelijke voorwaarde

Artikel 1.4.1, eerste lid, van de Web stelt de voorwaarde dat de instelling in het geval van diploma-erkenning voor de desbetreffende opleiding in acht neemt al wat is bepaald voor:

Het bevoegd gezag moet, ingevolge artikel 6.2.1 van de Web, de gegevens verschaffen waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat het voldoet aan artikel 1.4.1 van de Web.

Voorts zijn sinds 1 januari 2012 voor een instelling ingevolge het zesde lid van artikel 1.4.1 van de Web de volgende artikelen van toepassing op beroepsopleidingen:

Het voorgaande houdt in dat het bevoegd gezag, voorafgaand aan het verkrijgen van de diploma-erkenning, aan kan tonen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van voldoende niveau is en dat aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan. Het is dus niet zo dat eerst nadat diploma-erkenning verkregen is de opleiding ontwikkeld kan worden. Het ontwikkelen van de opleiding dient bij de aanvraag gereed te zijn, zodat onder meer de kwaliteit van de opleiding beoordeeld kan worden, voordat diploma-erkenning wordt toegekend. Dit laat onverlet dat na het verkrijgen van diploma-erkenning maatwerk binnen de kaders van de wet mogelijk blijft.

Er zijn twee aanvraagprocedures (de volledige tekst van de aanvraagprocedures zijn opgenomen in Deel II van deze publicatie).

De eerste procedure geldt voor:

Deze instellingen zijn nog niet eerder in het crebo geregistreerd en daarom – wat betreft het middelbaar beroepsonderwijs – onbekend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Om te waarborgen dat deze instellingen de vereiste kwaliteit leveren die gesteld wordt aan beroepsopleidingen, is een integrale beoordeling van de opleiding(en) waarvoor diploma-erkenning wordt aangevraagd, noodzakelijk. Om die reden moeten bij een aanvraag van nieuwe instellingen de in Deel II, paragraaf 1.2, genoemde gegevens altijd gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag niet compleet. Indien de ingediende gegevens niet compleet blijken te zijn, wordt de instelling in de gelegenheid gesteld binnen twee weken de benodigde gegevens aan te leveren.

Bij een positief besluit op voornoemde aanvraag wordt een Brinnummer toegekend.

Instellingen die gelieerd zijn aan of onderdeel uitmaken van een bekostigde instelling en nog geen Brinnummer hebben voor de niet-bekostigde opleidingen die verzorgd worden, moeten voor zover een aanvraag1 wettelijk vereist is eveneens de in Deel II paragraaf 1.2 genoemde gegevens overleggen. Dit geldt ook voor instellingen die geregistreerd staan in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (croho), maar nog geen separaat Brinnummer hebben voor crebo.

Voorbeeld:

Een instelling verzorgt al opleidingen op het gebied van beveiliging en wil nu ook een opleiding Helpende Zorg & Welzijn gaan verzorgen.

Ook bij bestaande instellingen die diploma-erkenning willen voor opleidingen, die vallen buiten het reeds bestaande aanbod, moet geborgd zijn dat de kwaliteit van een voldoende niveau is. Omdat de nieuwe opleidingen veelal andersoortige kwalificaties en beroepsvereisten bevatten is een integrale toetsing wenselijk. Ook in dat geval moeten altijd bij de aanvraag de in deel II paragraaf 1.2 genoemde gegevens gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag eveneens niet compleet. Indien een aanvraag niet compleet is zal de instelling in de gelegenheid gesteld worden binnen een termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen. Pas vanaf de datum dat de aanvraag volledig is, begint de behandeltermijn te lopen.

De tweede procedure geldt voor:

Voorbeeld:

Een instelling die al een opleiding Maatschappelijke Zorg verzorgt en nu ook een opleiding Helpende Zorg & Welzijn wil gaan aanbieden.

Of een opleiding past binnen het bestaand aanbod wordt bepaald aan de hand van de opleidingsdomeinen. Met behulp van het stroomschema (zie: Bijlagen) kunt u bepalen welke aanvraagprocedure van toepassing is.

Bij bestaande instellingen die diploma-erkenning aanvragen voor een opleiding die past binnen het bestaande aanbod, wordt aan de hand van een risicoanalyse bepaald of een integrale toetsing nodig is. Omdat de minister beschikt over informatie van (een) opleiding(en) die de instelling al aanbiedt binnen een bepaald domein, kan de risicoanalyse plaatsvinden aan de hand van een marginale toetsing. Daartoe hoeft de instelling alleen het aanvraagformulier in te dienen. Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat een integrale toetsing noodzakelijk geacht wordt, worden de benodigde gegevens, genoemd in Deel II paragraaf 2.2, bij de instelling opgevraagd.

Uitleg begrippen

Marginale toetsing

Om te borgen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van een voldoende niveau is voert de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) in samenwerking met DUO een risicoanalyse uit. Aan de hand van deze risicoanalyse wordt dan bezien of een integrale toetsing noodzakelijk is en indien dit het geval is, welke gegevens (nog) nodig zijn om deze integrale toetsing op zorgvuldige wijze te kunnen uitvoeren.

Integrale beoordeling

Een integrale beoordeling houdt in dat de aanvraag door de Inspectie wordt getoetst op kwalitatieve aspecten in de praktijk door middel van kwaliteitsonderzoeken alsmede dat bezien wordt of voldaan is aan de verdere voorwaarden genoemd in artikel 1.4.1 van de Web. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies uit. De onderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de instelling.

Brinnummer

Een Brinnummer is een administratief nummer waarmee een instelling wordt aangeduid in crebo en Bron. Iedere instelling die diploma-erkenning heeft voor één of meerdere opleidingen krijgt een Brinnummer toegekend door DUO.

Het hebben van een Brinnummer maakt echter niet dat het bevoegd gezag hiermee ook voor een nieuwe opleiding heeft aangetoond dat die opleiding van voldoende niveau is en voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 1.4.1 van de Web. Per nieuwe opleiding dient diploma-erkenning aangevraagd te worden en bij die aanvraag dient telkens weer aangetoond te kunnen worden dat aan voornoemde voorwaarden is voldaan.

Wanneer diploma-erkenning verleend wordt aan een beroepsopleiding, moet de betreffende opleiding binnen één jaar na dagtekening van die erkenning verzorgd worden. Indien blijkt dat dit niet het geval is zal de erkenning op grond van artikel 6.4.4 van de Web ambtshalve worden ingetrokken en zal de registratie in crebo worden beëindigd. De voorwaarde dat binnen één jaar de opleiding verzorgd moet worden, maakt dat in het crebo alleen actieve opleidingen opgenomen zijn. De Inspectie beoordeelt de kwaliteit van deze actieve opleidingen periodiek, waardoor geborgd is dat de beroepsopleidingen voldoende kwaliteit en continuïteit hebben. Voordat de opleiding ambtshalve wordt ingetrokken zal de instelling daarvan op de hoogte worden gesteld met de mogelijkheid aan te geven of er redenen zijn om niet tot ambtshalve doorhaling over te gaan.

Indien de opleiding binnen één jaar na dagtekening van de erkenning verzorgd wordt, moet het bevoegd gezag om de erkenning te behouden het volgende doen:

Op 1 januari 2012 is de wet tot wijziging van onder meer de Leerplichtwet 1969 inzake toevoeging niet-bekostigd onderwijs aan de systematiek van het persoonsgebonden nummer en het basisregister onderwijs in werking getreden. Dit heeft tot gevolg dat het bevoegd gezag, met betrekking tot opleidingen waarvoor diploma-erkenning is verkregen, het persoonsgebonden nummer van iedere student aan die beroepsopleiding moeten verstrekken aan DUO/BRON, samen met de volgende gegevens:

Wanneer een beroepsopleiding in voltijd wordt aangeboden moet de opleiding volgens artikel 7.2.7, derde lid, van de Web voldoen aan de zogenoemde 850-urennorm. Dit houdt in dat het bevoegd gezag voor de deelnemer in instellingstijd een onderwijsprogramma verzorgt dat ten minste 850 uren per studiejaar omvat.

Het in instellingstijd verzorgde onderwijsprogramma, bedoeld in voornoemd derde lid, omvat alle onderwijsactiviteiten, gericht op het bereiken van de onderwijs- en vormingsdoelen van de opleiding, waaraan door de deelnemer wordt deelgenomen onder verantwoordelijkheid en toezicht van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat deze voltijdse beroepsopleidingen aantoonbaar voldoen aan de eisen van artikel 7.2.7, derde lid, van de Web. (N.B. met het wetsvoorstel doelmatige leerwegen en modernisering bekostiging wordt de urennorm voor een voltijdse opleiding verhoogd tot gemiddeld 1000 klokuren per leerjaar en wordt voor een beroepsbegeleidende opleiding bij een niet-bekostigde instelling een urennorm van 200 begeleide onderwijsuren geïntroduceerd; Tweede Kamer, Vergaderjaar 2012–2013, Kamerstuk 33 187, nr. 9).

Het bevoegd gezag moet er daarnaast voor zorgen dat de betreffende opleiding (zowel de voltijdse als de deeltijdse) zodanig is ingericht dat de deelnemers de kwalificaties binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken, daarbij rekening houdend met de vooropleidingseisen genoemd in artikel 8.2.1 van de Web.

Vervolgens moet het bevoegd gezag zorgen voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en examinering. De (aankomende) deelnemers moeten door het bevoegd gezag volledig en tijdig worden geïnformeerd over het onderwijsprogramma en de examens. Ook is het bevoegd gezag er voor verantwoordelijk dat de instelling over een deelnemersstatuut beschikt waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen. Individuele rechten en plichten van zowel de betreffende deelnemer als de instellingen moeten in de onderwijsovereenkomst opgenomen worden evenals bepalingen over in elk geval:

Wanneer diploma-erkenning verleend wordt aan een beroepsopleiding, moet de betreffende opleiding binnen één jaar na dagtekening van die erkenning verzorgd worden. Indien blijkt dat dit niet het geval is zal de erkenning op grond van artikel 6.4.4 van de Web ambtshalve worden ingetrokken en zal de registratie in crebo worden beëindigd.

Wanneer uit regulier of incidenteel onderzoek van de Inspectie blijkt dat de kwaliteit onvoldoende is, niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste en zesde lid, van de Web of de instelling in strijd handelt met artikel 5:20 van de Awb (medewerking aan Inspectie) kan de minister de beroepsopleiding de diploma-erkenning ontnemen.

Voordat een dergelijke beslissing wordt genomen krijgt het bevoegd gezag eerst een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Die termijn is voor:

De waarschuwingen worden openbaar gemaakt op de website van de Inspectie

(www.onderwijsinspectie.nl).

Op grond van het gestelde in artikel 6.4.4 van de Web moet het bevoegd gezag van een niet-bekostigde instelling de Minister te kennen geven dat de instelling een opleiding niet langer verzorgt. Deze melding moet plaatsvinden uiterlijk één maand voorafgaand aan het studiejaar waarin de opleiding niet langer wordt verzorgd, dan wel zo spoedig mogelijk als het beëindigen van de opleiding gelegen is in een externe oorzaak, bijvoorbeeld faillissement van de instelling of het stoppen van de opleiding naar aanleiding van een Inspectiebezoek. De kennisgeving leidt tot een beëindiging van de registratie in crebo (uitgevoerd door DUO). Voornoemde melding dient het bevoegd gezag schriftelijk te melden aan DUO:

DUO/OND/ODS

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

Wanneer de instelling de opleiding niet langer verzorgt en het bevoegd gezag de hiervoor bedoelde kennisgeving niet of niet tijdig doet, wordt de registratie ambtshalve beëindigd. Voordat de registratie wordt beëindigd zal eerst een voorgenomen besluit aan het bevoegd gezag worden toegezonden, waarin de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze op het voorgenomen besluit te geven. Pas na het verkrijgen van de zienswijze of het ongebruikt verstrijken van de gestelde termijn zal een definitief besluit genomen worden. Bij dit besluit zal de zienswijze worden betrokken. Tegen dit besluit staat vervolgens bezwaar en beroep open.

Mocht de instelling na verloop van tijd de opleiding weer gaan verzorgen dan moet het bevoegd gezag voor diploma-erkenning opnieuw een aanvraag indienen. Pas nadat weer erkenning is verkregen, is aan de met goed gevolg afgelegde examens een diploma verbonden.

Wanneer de laatste aan de instelling verbonden opleiding wordt beëindigd, wordt ook de registratie van de instelling in Brin beëindigd. Indien de instelling op termijn een nieuwe opleiding wil gaan verzorgen, zal bij de diploma-erkenning door DUO opnieuw een Brinnummer worden uitgegeven. Het bevoegd gezag dient dan ook in dat geval aanvraagprocedure 1 te volgen.

Uitzondering is de instelling die binnen drie maanden na beëindiging van de registratie in Brin een nieuwe aanvraag indient. In dat geval zal de instelling het ‘oude’ brinnummer toegewezen krijgen en zal aan de hand van de opleidingen die in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag verzorgd zijn, bezien moeten worden welke aanvraagprocedure van toepassing is.

Het beëindigen van de registratie in Brin is slechts een administratieve handeling en is daarom gekoppeld aan het beëindigen van de laatste opleiding in crebo. De instelling zal hierover separaat door DUO bericht worden.

Wanneer er wijzigingen plaatsvinden die betrekking hebben op de instelling of een opleiding moet het bevoegd gezag dit schriftelijk melden aan DUO:

DUO/OND/ODS

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

Diploma-erkenning wordt verleend aan het bevoegd gezag van een instelling.

Als de relatie tussen dat bevoegd gezag en de instelling, dan wel de opleiding waarvoor diploma-erkenning verleend is, verbroken wordt, vervalt daarmee de erkenning en dient deze doorgehaald te worden in crebo. De volgende situaties kunnen zich voordoen:

Een fusie of overdracht van rechten dient zo spoedig mogelijk gemeld te worden aan DUO.

Deelnemers aan voltijdse beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid van de Web kunnen in aanmerking komen voor studiefinanciering. Het formulier ‘Verklaring opleidingstraject voor toepassing Wet op de Studiefinanciering 2000’ wordt gebruikt bij nieuw te registreren beroepsopleidingen bij een instelling. U zendt dit in samen met de aanvraag diploma-erkenning. Het vormt één geheel met de procedure voor diploma-erkenning, registratie crebo en toetsing urennorm (WSF).

Uit de beschrijving van het onderwijsprogramma moet blijken dat de opleiding voldoet aan de eisen van artikel 7.2.7, derde lid van de Web. (Zie ook artikel 7.4.8, derde lid, van de Web.)

Ook in de praktijk zal de opleiding aan de eisen van artikel 7.2.7, derde lid, van de Web moeten voldoen. De Verklaring opleidingstraject ontheft een instelling niet van deze verplichting.

Wat hiervoor is gesteld voor Studiefinanciering geldt ook voor de Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage op grond van de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (artikel 2.17 WTOS).

Bovengenoemd formulier is te vinden op de internetsite van DUO (www.ocwduo.nl), onder Zakelijk, Klantenservice, Formulieren (voor BVE) en moet gezonden worden naar:

DUO/OND/ODS

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

Een aanvraag voor diploma-erkenning van nieuwe instellingen (instellingen zonder brinnummer) en van bestaande instellingen voor een opleiding buiten het bestaande aanbod (opleidingen die niet vallen binnen de domeinen waarbinnen de instelling al erkende opleidingen aanbiedt) moet worden ingediend met het formulier ‘Aanvraag diploma-erkenning beroepsonderwijs procedure 1’. Dit formulier vindt u op de internetsite van DUO (www.ocwduo.nl) onder Zakelijk, Klantenservice, Formulieren (voor BVE). Per aanvraagformulier kan diploma-erkenning aangevraagd worden voor meerdere opleidingen. Wel dienen in dat geval per opleiding de benodigde gegevens ingezonden te worden.

De aanvraag moet, vergezeld van alle bijlagen, worden gestuurd aan:

DUO/OND/ODS

Postbus 606

2700 ML ZOETERMEER

Bij dit aanvraagformulier moeten de gegevens, genoemd in onderstaande paragraaf 1.2, gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag niet compleet. Deze gegevens kunnen digitaal worden meegezonden (cd-rom of usb-stick) of op papier.

Wanneer de aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid gesteld binnen twee weken de ontbrekende gegevens aan te leveren. Wanneer het niet mogelijk is de gevraagde gegevens binnen deze twee weken toe te sturen dan kan de aanvrager binnen deze termijn van twee weken gemotiveerd om uitstel vragen. Omdat de opleiding al voor de aanvraag ontwikkeld dient te zijn – zodat de kwaliteit van de opleiding beoordeeld kan worden- en de benodigde gegevens dus al bij de instelling aanwezig moeten zijn, zal uitstel slechts in uitzonderlijke gevallen worden verleend.

Wanneer de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen door DUO en er geen uitstel is verleend, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

Hierover bericht DUO zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen vier weken. Heeft de aanvraag betrekking op meerdere opleidingen en ontbreken gegevens met betrekking tot (een) bepaalde opleiding(en) en worden de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn aangeleverd, dan kan de aanvraag voor wat betreft die opleiding(en) buiten behandeling worden gelaten. De aanvraag voor de opleiding(en) waarvan alle benodigde gegevens wel zijn ontvangen zal in behandeling worden genomen.

Een complete aanvraag wordt ter beoordeling voorgelegd aan de Inspectie. Deze integrale beoordeling houdt in dat de Inspectie de aanvraag toetst op de kwalitatieve aspecten in de praktijk door middel van kwaliteitsonderzoeken. Daarnaast neemt de Inspectie – indien van toepassing – eerdere ervaringen met rechtsvoorgangers van de instelling of het bevoegd gezag daarvan in haar beoordeling mee. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies aan DUO uit. Kwaliteitsonderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de instelling, ook als de instelling nog geen opleidingen verzorgt. Indien een onderzoek op locatie plaatsvindt, zal de Inspectie het bevoegd gezag hiervan zo spoedig mogelijk in kennis brengen. Na ontvangst van het advies beslist DUO vervolgens op de aanvraag.

In bovengenoemd formulier is een standaardformulering opgenomen waarmee het bevoegd gezag door ondertekening van het formulier verklaart:

Wanneer de aanvraag door een derde namens het bevoegd gezag van een instelling wordt gedaan moet een rechtsgeldige machtiging bij de aanvraag worden overgelegd. De correspondentie wordt in dat geval verder gevoerd met die derde.

Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de volledige aanvraag kan de instelling een besluit tegemoet zien. Wanneer de aanvraag niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden kan worden afgehandeld, kan deze termijn worden verlengd. DUO stelt de instelling hiervan vóór het aflopen van de genoemde termijn op de hoogte, onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden.

Instellingen die beroepsopleidingen in de beroepsopleidende leerweg onder de werkingssfeer van de Wet op de studiefinanciering wensen te plaatsen, gebruiken daarvoor het formulier ‘Verklaring opleidingstraject voor toepassing wet op de studiefinanciering 2000’ (zie ook deel I, paragraaf 3).

Verplicht in te zenden gegevens

Bij de aanvraag voor diploma-erkenning moeten in ieder geval de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat wordt voldaan aan de voorwaarde in artikel 1.4.1, eerste lid, van de Web ingezonden worden.

Daartoe moet bij het formulier ‘Aanvraag diploma-erkenning beroepsonderwijs procedure 1’ in elk geval de volgende gegevens gevoegd worden:

In de beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg (artikel 1.3.6 van de Web) moet in ieder geval aangegeven worden:

Verder moet worden beschreven:

In de beschrijving van het onderwijs en de examens moet in ieder geval op de volgende onderdelen worden ingegaan:

Een aanvraag voor diploma-erkenning van bestaande instellingen voor een opleiding binnen het bestaande aanbod (opleiding valt binnen het domein waarvoor de instelling al erkende opleidingen aanbiedt) kan worden ingediend met het formulier ‘Aanvraag diploma-erkenning beroepsonderwijs procedure 2’. Dit formulier is te vinden op de internetsite van DUO (www.ocwduo.nl) onder Zakelijk, Klantenservice, Formulieren (voor BVE).

Per aanvraagformulier kan diploma-erkenning aangevraagd worden voor meerdere opleidingen. Per opleiding kunnen aanvullende gegevens opgevraagd worden. Ook wanneer het aanvraagformulier niet compleet is ingevuld, wordt de instelling in de gelegenheid gesteld binnen twee weken de ontbrekende gegevens aan te leveren. Indien gegevens opgevraagd worden dienen deze binnen twee weken ingediend te worden. De artikelen 4:5 en 4:6 van de Awb zijn van overeenkomstige toepassing.

In het bovengenoemde aanvraagformulier is een standaardformulering opgenomen waarmee het bevoegd gezag door ondertekening van het formulier verklaard:

Wanneer de aanvraag door een derde namens het bevoegd gezag van een instelling wordt gedaan, moet een rechtsgeldige machtiging bij de aanvraag worden overgelegd. De correspondentie wordt in dat geval verder gevoerd met die derde.

Aan de hand van het aanvraagformulier vindt een marginale toetsing plaats. Op basis van die toetsing wordt beoordeeld of een integraal beoordeling noodzakelijk geacht wordt. Indien een dergelijke beoordeling nodig is, kan de aanvrager gevraagd worden de aanvraag met verdere gegevens aan te vullen. Gegevens die opgevraagd kunnen worden, zijn genoemd in paragraaf 2.3.

De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld binnen twee weken de aanvullende gegevens in te dienen. Wanneer het niet mogelijk is de aanvullende gegevens binnen twee weken toe te sturen dan kan de aanvrager, binnen deze termijn van twee weken, gemotiveerd om uitstel vragen.

Omdat de opleiding vóór de aanvraag ontwikkeld moet zijn – zodat de kwaliteit van de opleiding beoordeeld kan worden – en de benodigde gegevens dus al bij de instelling aanwezig moeten zijn, zal uitstel slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegekend.

Wanneer de aanvullende gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen door DUO en er is geen uitstel verleend, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Hierover bericht DUO de instelling zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken.

Heeft de aanvraag betrekking op meerdere opleidingen en ontbreken gegevens met betrekking tot (een) bepaalde opleiding(en) en worden de ontbrekende gegevens niet binnen de gestelde termijn aangeleverd, dan kan de aanvraag voor wat betreft die opleiding(en) buiten behandeling worden gelaten. De aanvraag voor de opleiding(en) waarvan alle benodigde gegevens wel zijn ontvangen zal in behandeling worden genomen.

Om te borgen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van een voldoende niveau is maakt de Inspectie in samenwerking met DUO een risicoanalyse. Aan de hand van deze risicoanalyse wordt dan bezien of en zo ja, welke gegevens nog noodzakelijk zijn om op zorgvuldige wijze te kunnen besluiten over de aanvraag.

De risicoanalyse zal onder meer aan de hand van de volgende vragen plaatsvinden:

Indien uit de risicoanalyse is gebleken dat een integrale beoordeling noodzakelijk wordt geacht zal de (aangevulde) aanvraag ter beoordeling worden voorgelegd aan de Inspectie. Deze integrale beoordeling houdt in dat de aanvraag door de Inspectie wordt getoetst op de kwalitatieve aspecten in de praktijk door middel van kwaliteitsonderzoeken. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies aan DUO uit. De onderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de instelling. DUO beslist vervolgens op de aanvraag.

Indien voor de integrale beoordeling van de aanvraag aanvullende gegevens noodzakelijk zijn, wordt de instelling daarvan op de hoogte gesteld. Daarbij wordt meteen aangegeven welke aanvullende gegevens binnen twee weken ingediend moeten worden, zodat de integrale beoordeling kan plaatsvinden. Indien de aanvullende gegevens niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, dan wordt de aanvraag afgewezen.

De volgende gegevens kunnen worden opgevraagd:

notariële akte van oprichting van de rechtspersoon.

In de beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg (artikel 1.3.6 van de Web) moet in ieder geval worden aangegeven:

Verder moet worden beschreven:

In de beschrijving van het onderwijs en de examens moet in ieder geval worden ingegaan op de volgende onderdelen:

Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat een integrale beoordeling niet nodig is, wordt op basis van het ingevulde aanvraagformulier besloten over de gevraagde diploma-erkenning. Er wordt in dat geval in principe geen advies aan de Inspectie gevraagd.

Binnen drie maanden na ontvangst van de complete aanvraag kan een besluit tegemoet worden gezien. Wanneer DUO de aanvraag niet binnen deze wettelijke termijn kan afhandelen, kan deze termijn worden verlengd. DUO stelt aanvrager hiervan vóór het aflopen van de genoemde termijn op de hoogte, onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Instellingen die beroepsopleidingen in de beroepsopleidende leerweg onder de werkingssfeer van de Wet op de studiefinanciering willen plaatsen, gebruiken daarvoor het formulier ‘Verklaring opleidingstraject voor toepassing wet op de studiefinanciering 2000’.

Wet openbaarheid van bestuur

Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak informatie overeenkomstig de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie. Een ieder kan bovendien een verzoek om informatie, neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid, richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Het verzoek hoeft niet gemotiveerd te zijn.

De gegevens die bij DUO worden ingediend in het kader van een aanvraag vallen onder de Wob. Dit houdt in dat DUO deze gegevens – indien daarom verzocht zou worden – openbaar moet maken, met uitzondering van de situaties bedoeld in artikel 10 van de Wob. Alvorens over te gaan tot openbaarmaking wordt de instelling altijd in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de openbaarmaking en wordt aan de hand van deze reactie bezien of openbaarmaking aan de orde is.

Stroomschema’s Procedure 1 en Procedure 2

Diploma-erkenning 1 (Voor instellingen zonder BRIN nummer of voor instellingen met BRIN nummer aanvraag buiten bestaand aanbod)Diploma-erkenning 2 (Voor bestaande instellingen met BRIN nummer aanvraag bestaand aanbod)