Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 1 juni 2013, nr. 3124134, houdende voorschrift informatiebeveiliging Rijksdienst – bijzondere informatie 2013Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013)De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad,

Besluit:

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,M.Rutte

In dit besluit wordt verstaan onder:

Het beveiligingsbeleid dat door de secretaris-generaal wordt vastgesteld omvat ten minste de ministeriële uitgangspunten voor de beveiliging van, de toegang tot, het omgaan met en verwerken van bijzondere informatie zoals bedoeld in dit voorschrift en de wijze waarop:

Deze bijlage beschrijft de uitgangspunten en het minimum beveiligingsniveau voor de beveiliging van bijzondere informatie. Bij de inrichting van een adequaat stelsel van beveiligingsmaatregelen voor de beveiliging van bijzondere informatie moet binnen het in de artikelen beschreven principe van risicomanagement worden uitgegaan van de volgende inrichtingsprincipes:

Deze inrichtingprincipes moeten stringenter worden toegepast naarmate het niveau van de rubricering toeneemt.

Voor de volgende onderwerpen, die grotendeels afkomstig zijn uit de Code voor Informatiebeveiliging, zijn specifiek op bijzondere informatie toegesneden doelstellingen en eisen geformuleerd waaraan dient te worden voldaan. Waar aan de orde zijn daarbij ook maatregelen benoemd die ten minste deel uit moeten maken van de totale set van maatregelen om de vertrouwelijkheid van bijzondere informatie te waarborgen.

Hiermee is voor alle betrokkenen inzichtelijk gemaakt wat minimaal wordt verlangd op het gebied van beveiliging voor de verschillende rubriceringen op grond van dit voorschrift. Tevens is op efficiënte wijze de toepassing van een uniforme set van minimale maatregelen gedefinieerd waardoor waarborgen zijn gecreëerd voor een consistente beveiliging van bijzondere informatie.

Het handhaven van een adequaat, ordelijk en controleerbaar beheer van bedrijfsmiddelen waarop bijzondere informatie wordt verwekt.

Eis

Bedrijfsmiddelen waarop bijzondere informatie wordt verwerkt, dienen te zijn geregistreerd en aan een 'eigenaar" te zijn toegewezen. Daarbij is onderkend welke van deze bedrijfsmiddelen specifieke beveiligingsmaatregelen behoeven.

Organisaties moeten zekerstellen dat personen hun verantwoordelijkheden kennen en geschikt zijn voor de rol die zij vervullen evenals het beperken van de risico's van menselijk handelen.

Eis

Elk persoon die frequent gaat werken met bijzondere informatie, dient voorafgaand aan indiensttreding een aan zijn functievervulling gerelateerd betrouwbaarheidsonderzoek te ondergaan. Voor het bepalen of een functie als vertrouwensfunctie moet worden aangewezen, dient de betreffende leidraad aanwijzen vertrouwensfuncties van de AIVD (civiele sector) en MIVD (militaire sector) te worden gevolgd.

Bij beëindiging of wijziging van het dienstverband waarin gewerkt is met bijzondere informatie, wordt zeker gesteld dat de geheimhoudingsplicht geborgd is.

Van elk persoon die frequent werkt met bijzondere informatie moet geborgd zijn dat deze over een aan zijn functievervulling gerelateerd, actueel betrouwbaarheidsonderzoek beschikt.

1 Verklaring omtrent het gedrag

2 Verklaring van geen bezwaar conform de Wet op de veiligheidsonderzoeken

Het waarborgen van toereikende weerstand tegen (pogingen tot) ongeautoriseerde fysieke toegang van locaties, gebouwen en ruimtes (waaronder kluizen) waar zich bijzondere informatie bevindt.

Eis

Voor elke locatie, gebouw en ruimte waar zich bijzondere informatie bevindt, dient systematisch de beveiligingsmaatregelen in beeld te zijn gebracht voor fysieke toegangsbeheersing. Hierbij is ten minste voorzien in:

Ten aanzien van zonering kunnen de diverse beveiligingszones worden onderkend, waarbij om toegang te krijgen tot ruimtes waarin bijzondere informatie wordt verwerkt, steeds zwaardere beveiligingsmaatregelen worden getroffen.

1 Zie hiervoor toelichting artikel 3 onder b.

Het waarborgen van een beheerste en gecontroleerde toegang tot ICT-voorzieningen waarin zich bijzondere informatie bevindt.

Voorzie in procedures en regels voor toegangsrechten tot en monitoring van netwerkdiensten, besturingssystemen en applicaties waar zich gerubriceerde informatie bevindt.

Voorzie in een stelsel van logische toegangsbeveiligingsmaatregelen dat is gerelateerd aan de relevante dreiging en het rubriceringniveau.

Het waarborgen van een passend niveau van beveiliging gedurende de gehele levenscyclus van ICT-voorzieningen waarin bijzondere informatie wordt verwerkt.

Eis

Voorafgaand aan verwerving, ontwikkeling, onderhoud en afstoot van informatiesystemen waarin bijzondere informatie wordt verwerkt, dienen de dreigingen en risico’s in beeld te zijn gebracht.

Het waarborgen van een wederzijds verenigbaar beveiligingsniveau voor de vertrouwelijkheid van bijzondere informatie.

Er dient te zijn voorzien in een passende set van verenigbare maatregelen indien bijzondere informatie het ministerie verlaat.

De vertrouwelijkheid van informatie moet tijdens (elektronisch) transport buiten gecontroleerd gebied gehandhaafd blijven