Wet · BWBR0033598
Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tijdelijke regels vast te stellen voor experimenten met stembiljetten, ter bevordering van de mogelijkheid voor kiezers buiten Nederland hun stem tijdig uit te brengen, alsmede tijdelijke regels vast te stellen voor experimenten met een centrale opzet van de stemopneming, ter bevordering van de efficiency, transparantie en controleerbaarheid van de stemopneming;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Wassenaar19 juni 2013Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.Plasterkde achtentwintigste juni 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.OpsteltenIn deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Onze Minister kan besluiten dat experimenten plaatsvinden bij een stemopneming tijdens verkiezingen als bedoeld in de Kieswet en de Wet algemene regels herindeling met als doel de invoering van een centrale opzet van de stemopneming op gemeentelijk niveau op één of meer locaties, waardoor de efficiency, transparantie en controleerbaarheid van de stemopneming worden bevorderd.
Onze Minister kan, na instemming van de betrokken gemeenteraden, gemeenten aanwijzen waar een experiment wordt gehouden.
Onze Minister wijst de voorzieningen aan die bij een experiment worden gebruikt.
De experimenten vinden voor zover mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de Kieswet is bepaald.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de experimenten en de daarbij te gebruiken voorzieningen. Deze regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde bij en krachtens de volgende onderdelen:
- a.
de artikelen E 4 tot en met E 10 en E 11, derde, vierde en vijfde lid, van de Kieswet zodat bij een experiment gemeentelijke stembureaus kunnen worden ingesteld en de taken van hoofdstembureaus kunnen worden toebedeeld aan de gemeentelijke stembureaus en het centrale stembureau;
- b.
de artikelen J 1, vierde lid, J 4a, derde lid, en J 35, de hoofdstukken N en O, en de artikelen P 1, P 21, derde lid, en P 22, van de Kieswet met betrekking tot de stemopneming en de taken en werkwijze van het stembureau, het briefstembureau, de burgemeester, het hoofdstembureau en centraal stembureau bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag;
- c.
de artikelen Y 2, Y 22 tot en met Y 23, Y 24 en Y 39, van de Kieswet zodat een experiment ook tijdens de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement kan worden gehouden.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Een voorziening als bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt slechts aangewezen indien deze ten minste aan de volgende vereisten voldoet:
- a.
het geheime karakter van de stemming is voldoende gewaarborgd; en
- b.
de transparantie, controleerbaarheid en betrouwbaarheid van de verkiezing is voldoende gewaarborgd.
Artikel 4 van deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De artikelen Ya 43, Ya 45 en Ya 46, eerste, derde en vijfde lid, van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op een beschikking die is genomen op grond van artikel 4.
Onze Minister zendt na elk experiment aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden tevens de criteria voor de evaluatie van de experimenten geregeld.
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Vervallen
Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.