Wijzigingen Officiële bron
Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 17 oktober 2013, nr. 13174565 tot verlening van de concessie voor postdienstverlening voor Caribisch NederlandBeschikking verlening concessie postdienstverlening Caribisch NederlandDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 5, eerste lid, en 14, derde lid, van de Wet post BES;

Besluit:

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant en in Caribisch Nederland.

’s Gravenhage17 oktober 2013De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

In deze beschikking wordt verstaan onder:

De concessiehouder treedt bij het verrichten van de universele postdiensten op onder de naam Flamingo Express Dutch Caribbean.

Indien de concessiehouder universele postdiensten laat verrichten door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, is hij verantwoordelijk voor de naleving door deze rechtspersoon van de in deze beschikking gestelde voorwaarden.

De concessiehouder voldoet aan de verplichtingen die voor hem gelden op grond van wet- en regelgeving, waaronder de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet post BES.

De concessiehouder draagt er voor zorg dat er op elk van de eilanden voldoende voor het publiek bestemde brievenbussen zijn.

De concessiehouder stelt op elk van de eilanden voldoende postbussen ter beschikking.

De concessiehouder heeft op elk van de eilanden ten minste één dienstverleningspunt voor het aanbieden van poststukken en voor het verrichten van de andere met de universele postdiensten samenhangende handelingen.

Bij de uitvoering van de universele postdiensten levert de concessiehouder in elk geval de volgende bijkomende diensten:

De concessiehouder maakt algemeen bekend:

De concessiehouder houdt een zodanige administratie bij dat:

De concessiehouder is voor de looptijd van de concessie voor elk kalenderjaar een vergoeding verschuldigd voor de in artikel 14 van de wet bedoelde kosten.

De minister kan de concessie geheel of gedeeltelijk intrekken indien:

Indien de concessie na afloop van de geldigheidsduur wordt verleend aan een ander, werkt de concessiehouder mee aan de overgang van de concessie, in het bijzonder ten aanzien van aspecten betreffende het personeel, de dienstverleningspunten, voor het publiek bestemde brievenbussen, postbussen en de verkoop en het gebruik van postzegels en postale waarden.

Voor andere universele postdiensten dan de hiervoor genoemde geldt het uitgangspunt van kostendekkende tarieven.